Kaderovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake militaire samenwerking

Accord cadre entre le Royaume des Pays-Bas et le Royaume du Maroc sur la coopération militaire

Le Royaume des Pays-Bas

et

le Royaume du Maroc,

Ci-après dénommés «les Parties»,

  • Réaffirmant leur engagement en faveur de la Charte des Nations Unies et du droit international,

  • Ayant à l’esprit leur intérêt commun dans la paix internationale,

  • Désirant renforcer leurs bonnes et cordiales relations,

  • Exprimant la volonté de développer des liens de coopération sur des sujets d’intérêt commun,

Sont convenus des dispositions suivantes:

Article

1

Cet Accord établit le cadre d’une coopération militaire entre les Parties dans les domaines ci-après:

  • 1.

    Politique de sécurité et de défense;

  • 2.

    Echange de visites d'officiels et de délégations à différents niveaux;

  • 3.

    Echange de professionnels et experts dans le domaine militaire;

  • 4.

    Participation à des cours et stages auprès des écoles et centres de formation militaires;

  • 5.

    Participation à des exercices d'entraînements bilatéraux;

  • 6.

    Industrie de défense;

  • 7.

    Science et technologie, recherche, développement, transfert et acquisition de matériels de défense;

  • 8.

    Coopération technique;

  • 9.

    Coopération dans les domaines relatifs aux opérations de paix;

  • 10.

    Coopération dans le domaine de l'histoire militaire, des archives et de la muséologie;

  • 11.

    Coopération dans les divers domaines arrêtés d'un commun accord par les deux Parties.

Article

2

Les modalités d’application des activités de coopération énumérées à l’article 1 du présent Accord seront fixées d’un commun accord par les deux Parties par voie d’un instrument juridique adéquat.

Article

3

Dans le but d’assurer une application efficiente des dispositions du présent Accord, les deux Parties conviennent de se réunir périodiquement en commission militaire mixte dont les attributions et les modalités de fonctionnement seront arrêtées d’un commun accord.

Article

4

En cas d’infraction, la législation applicable est celle de l’Etat sur le territoire duquel cette infraction a eu lieu.

Les dispositions juridiques et disciplinaires applicables au personnel des deux Parties, présent sur leurs territoires respectifs dans le cadre de la coopération militaire, seront définies dans un Accord séparé relatif au Statut du Personnel et des Forces conclu entre les Parties (SOFA).

Article

5

Chaque Partie assume ses propres frais relatifs à la participation aux activités de coopération dans le cadre de cet Accord, à moins que les Parties n’en conviennent autrement.

Article

6

Article

7

FAIT à Rabat, le 21 mai 2013, en double exemplaire, chacun en langues arabe, néerlandaise et française, tous les textes faisant également foi. En cas de divergence d’interprétation, le texte en langue française prévaudra.

Pour le Royaume des Pays-Bas,

R.G. STRIKKER

Pour le Royaume du Maroc,

ABDELTIF LOUDYI

Kaderovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake militaire samenwerking

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

het Koninkrijk Marokko,

hierna te noemen „de partijen”,

  • Opnieuw bevestigend hun verplichtingen voor het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht,

  • Indachtig hun gemeenschappelijk belang bij de internationale vrede,

  • Geleid door de wens hun goede en vriendschappelijke banden te intensiveren,

  • De wens tot uitdrukking brengend samenwerkingsbanden met betrekking tot onderwerpen van gemeenschappelijk belang te ontwikkelen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

In deze Overeenkomst wordt het kader vastgesteld voor militaire samenwerking tussen de partijen op de volgende gebieden:

  • 1.

    Veiligheids- en defensiebeleid;

  • 2.

    Uitwisseling van officiële bezoeken en delegaties op uiteenlopende niveaus;

  • 3.

    Uitwisseling van beroepsmilitairen en deskundigen op militair gebied;

  • 4.

    Deelname aan cursussen en stages bij militaire scholen en opleidingscentra;

  • 5.

    Deelname aan bilaterale trainingsoefeningen;

  • 6.

    Defensie-industrie;

  • 7.

    Wetenschap en technologie, onderzoek, ontwikkeling, overdracht en aanschaf van defensiematerieel;

  • 8.

    Technische samenwerking;

  • 9.

    Samenwerking op het gebied van vredesoperaties;

  • 10.

    Samenwerking op het gebied van militaire geschiedenis, archieven en museumkunde;

  • 11.

    Samenwerking op uiteenlopende, door beide partijen in onderlinge overeenstemming vastgestelde gebieden.

Artikel

2

De uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de in artikel 1 van deze Overeenkomst genoemde samenwerkingsactiviteiten worden door middel van een passend juridisch instrument in onderlinge overeenstemming tussen beide partijen vastgesteld.

Artikel

3

Teneinde een doelmatige toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst te waarborgen, komen beide partijen overeen periodiek bijeen te komen in een gemengde militaire commissie, waarvan de bevoegdheden en werkwijzen in onderlinge overeenstemming worden vastgesteld.

Artikel

4

In geval van vergrijpen wordt de wetgeving toegepast van de staat op wiens grondgebied het vergrijp heeft plaatsgevonden.

De juridische en tuchtrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn op het personeel van beide partijen dat in het kader van de militaire samenwerking op hun respectieve grondgebieden aanwezig is, worden vastgelegd in een door de partijen gesloten apart Verdrag betreffende de status van personeelsleden en strijdkrachten (SOFA).

Artikel

5

Tenzij de partijen anderszins overeenkomen, draagt elke partij haar eigen kosten met betrekking tot de deelname aan de samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze Overeenkomst.

Artikel

6

Artikel

7

GEDAAN te Rabat, op 21 mei 2013, in twee exemplaren, elk in de Arabische, de Nederlandse en de Franse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in interpretatie is de Franse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

R.G. STRIKKER

Voor het Koninkrijk Marokko,

ABDELTIF LOUDYI