Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oostenrijk

TRAITÉ DE COMMERCE ET DE NAVIGATION.

Sa Majesté la Reine des Pays-Bas

et

Le Président Fédéral de la République d'Autriche,

animés du désir de resserrer de plus en plus les relations économiques entre les deux Etats, ont résolu de conclure un traité de commerce et de navigation et ont nommé à cet effet pour leurs Plénipotentiaires:

Sa Majesté la Reine des Pays-Bas: Jonkheer FRANS BEELAERTS VAN BLOKLAND, Son Ministre des Affaires Etrangères,

Le Président Fédéral de la République d'Autriche: Son Excellence ADOLF DUFFEK, Envoyé Extraordinaire et Ministre Plénipotentiaire de la République d'Autriche à La Haye,

lesquels, après s'être communiqué leurs pleins pouvoirs, trouvés en bonne et due forme, sont convenus des articles suivants:

Article

Premier

Article

2

Article

3

Article

4

Les droits intérieurs, perçus pour le compte de l'Etat, des communes ou des corporations, qui grèvent ou grèveront la production, la fabrication ou la consommation d'un article dans le territoire de l'une des Hautes Parties Contractantes, ne frapperont en aucun cas les produits de l'autre Partie d'une manière plus gênante que les produits de même espèce de la nation la plus favorisée.

Article

5

Article

6

Article

7

Article

8

Article

9

Les dispositions du présent traité ne s'appliqueront pas au cabotage sur les côtes du Royaume des Pays-Bas, ledit cabotage demeurant exclusivement soumis aux lois et règlements y relatifs.

Article

10

Article

11

Tout différend sur l'interprétation, l'application ou l'exécution du présent traité qui n'a pu être résolu entre les Hautes Parties Contractantes par la voie diplomatique sera soumis à la Cour Permanente de Justice Internationale.

Article

12

Les dispositions du présent traité sont aussi applicables aux Indes néerlandaises, au Surinam et à Curaçao, à l'exception de la stipulation de l'article premier, alinéa 1, concernant les propriétés immobilières, le traitement sur le pied de la nation la plus favorisée étant réciproquement applicable en la matière.

Article

13

Le présent traité sera ratifié et les ratifications seront échangées à La Haye aussitôt que faire se pourra. Il entrera en vigueur trois mois après l'échange des ratifications et demeurera obligatoire pendant une année à partir du jour de son entrée en vigueur, avec tacite réconduction pour une même période chaque fois où il ne sera pas dénoncé par une des Hautes Parties Contractantes au moins trois mois avant l'échéance.

En foi de quoi les Plénipotentiaires ont signé le présent traité.

Fait en double à La Haye, le vingt huit mars de l'an mil neuf cent vingt neuf.

BEELAERTS VAN BLOKLAND.

DUFFEK.

PROTOCOLE FINAL.

Au moment de procéder à la signature du traité de commerce et de navigation, conclu à la date de ce jour, entre les Pays-Bas et l'Autriche, les Plénipotentiaires soussignés ont fait les déclarations suivantes, qui formeront partie intégrante dudit traité:

Il est entendu que là où, dans le présent traité, il est prévu que l'une des Hautes Parties Contractantes accordera à l'autre le même traitement qu'aux nationaux, cette Partie pourra également invoquer le traitement de la nation la plus favorisée.

Il est entendu, toutefois, que la concession réciproque du traitement de la nation la plus favorisée en matière d'impôts, de taxes, de contributions et de droits intérieurs a pour condition l'observation de la réciprocité par l'autre Haute Partie Contractante en matière contributive et qu'elle n'est pas applicable à des clauses spéciales de traités conclus entre l'une des Hautes Parties Contractantes et un tiers Etat pour équilibrer l'imposition à l'intérieur et à l'étranger, pour délimiter la souveraineté des deux Pays en matière de contributions et notamment pour éviter la double imposition.

II est également entendu que la clause de la nation la plus favorisée ne pourra être invoquée par une des Hautes Parties Contractantes pour obtenir des droits ou privilèges découlant de conventions plurilatérales d'ordre général ainsi que de conventions de droit international privé.

Fait en double à La Haye, le vingt huit mars de l'an mil neuf cent vingt neuf.

BEELAERTS VAN BLOKLAND.

DUFFEK.

HANDELS- EN SCHEEPVAARTVERDRAG.

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

en

De Bondspresident van de Oostenrijksche Republiek,

bezield met den wensch de handelsbetrekkingen tusschen de beide landen steeds meer te bevorderen, hebben besloten een handels- en scheepvaartverdrag te sluiten en hebben te dien einde tot Hun gevolmachtigden benoemd:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

Jonkheer FRANS BEELAERTS VAN BLOKLAND, HoogstDerzelver Minister van Buitenlandsche Zaken,

De Bondspresident van de Oostenrijksche Republiek:

Zijne Excellentie ADOLF DUFFEK, Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister van de Oostenrijksche Republiek te 's-Gravenhage,

die, na elkander mededeeling te hebben gedaan van hunne volmachten, welke in goeden en behoorlijken vorm werden bevonden, omtrent het volgende zijn overeengekomen:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De binnenlandsche rechten, welke worden geheven voor rekening van den staat, van gemeenten of van corporaties en welke worden of zullen worden gelegd op de voortbrenging of het verbruik van een product binnen het gebied van een der Hooge Verdragsluitende Partijen, zullen in geen geval de voortbrengselen van de andere Partij hinderlijker treffen dan de gelijksoortige voortbrengselen van de meestbegunstigde natie.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

De bepalingen van dit verdrag zijn niet van toepassing op de kustvaart uitgeoefend langs de kusten van het Koninkrijk der Nederlanden, welke kustvaart uitsluitend onderworpen blijft aan de desbetreffende wetten en verordeningen.

Artikel

10

Artikel

11

Elk geschil over de uitlegging, de toepassing of de ten uitvoerlegging van dit verdrag dat door de Hooge Verdragsluitende Partijen niet langs diplomatieken weg is kunnen worden opgelost, zal onderworpen worden aan het Permanente Hof van Internationale Justitie.

Artikel

12

De bepalingen van dit verdrag zijn ook van toepassing op Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao met uitzondering van de bepaling van artikel 1, lid 1, voor zoover deze betrekking heeft op onroerende eigendommen, met dien verstande dat in deze de behandeling op den voet van de meestbegunstigde natie wederkeerig van toepassing zal zijn.

Artikel

13

Dit verdrag zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zoodra mogelijk te 's-Gravenhage worden uitgewisseld. Het zal in werking treden drie maanden na de uitwisseling der akten van bekrachtiging en zal van kracht blijven gedurende een jaar te rekenen van den dag zijner in werking treding, met stilzwijgende verlenging telkenmale voor eenzelfde periode, tenzij het door een der Hooge Verdragsluitende Partijen ten minste drie maanden vóór den afloop mocht zijn opgezegd.

Ter oorkonde waarvan de Gevolmachtigden dit verdrag hebben onderteekend.

Gedaan in tweevoud te 's-Gravenhage den acht en twintigsten Maart 1929.

BEELAERTS VAN BLOKLAND.

DUFFEK.

SLOTPROTOCOL.

Op het oogenblik, dat tot de onderteekening van het heden gesloten verdrag van handel en scheepvaart tusschen Nederland en Oostenrijk wordt overgegaan, hebben de ondergeteekende gevolmachtigden de volgende verklaringen afgelegd, welke een integreerend bestanddeel van dit verdrag zullen uitmaken:

Het is wel verstaan, dat daar, waar in dit verdrag wordt bepaald, dat een der Hooge Verdragsluitende Partijen aan de andere dezelfde behandeling zal verleenen als aan de nationalen, deze laatste Partij eveneens de behandeling van de meestbegunstigde natie zal mogen inroepen.

Het is echter wel verstaan, dat de wederzijdsche verleening van de behandeling van de meestbegunstigde natie in zake belastingen, heffingen, bijdragen en binnenlandsche rechten tot voorwaarde heeft de inachtneming door de andere Hooge Verdragsluitende Partij van de wederkeerigheid in belastingzaken en dat zij niet van toepassing is op de bijzondere clausules in de tusschen een der Hooge Verdragsluitende Partijen met een derden Staat gesloten verdragen tot het brengen van evenwicht tusschen de in het binnen- en het buitenland geheven belastingen, ter afbakening van het hoogheidsrecht van beide landen in belastingzaken en met name ter voorkoming van dubbele belasting.

Het is eveneens wel verstaan, dat op de clausule van de meestbegunstigde natie door een der Hooge Verdragsluitende Partijen geen beroep zal kunnen worden gedaan ter verkrijging van de rechten of privileges, welke voortvloeien uit meerzijdige verdragen van algemeenen aard, alsmede uit de conventies van internationaal privaatrecht.

Gedaan in tweevoud te 's-Gravenhage den acht en twintigsten Maart 1929.

BEELAERTS VAN BLOKLAND.

DUFFEK.