Verdrag betreffende de ziekteverzekering van arbeiders in de industrie en de handel en van huispersoneel

Convention concerning sickness insurance for workers in industry and commerce and domestic servants (as modified by the Final Articles Revision Convention, 1946)

The General Conference of the International Labour Organisation,

Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Tenth Session on 25 May 1927, and

Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to sickness insurance for workers in industry and commerce and domestic servants, which is included in the first item of the agenda of the Session, and

Having determined that these proposals shall take the form of an international Convention,

adopts this fifteenth day of June of the year one thousand nine hundred and twenty-seven the following Convention, which may be cited as the Sickness Insurance (Industry) Convention, 1927, for ratification by the Members of the International Labour Organisation in accordance with the provisions of the Constitution of the International Labour Organisation:

Article

1

Each Member of the International Labour Organisation which ratifies this Convention undertakes to set up a system of compulsory sickness insurance which shall be based on provisions at least equivalent to those contained in this Convention.

Article

2

Article

3

Article

4

Article

5

National laws or regulations may authorise or prescribe the grant of medical benefit to members of an insured person's family living in his household and dependent upon him, and shall determine the conditions under which such benefit shall be administered.

Article

6

Article

7

Article

8

This Convention does not in any respect affect the obligations arising out of the Convention concerning the employment of women before and after childbirth, adopted by the International Labour Conference at its First Session.

Article

9

A right of appeal shall be granted to the insured person in case of dispute concerning his right to benefit.

Article

10

Article

11

The formal ratifications of this Convention under the conditions set forth in the Constitution of the International Labour Organisation shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.

Article

12

Article

13

As soon as the ratifications of two Members of the International Labour Organisation have been registered with the International Labour Office, the Director-General of the International Labour Office shall so notify all the Members of the International Labour Organisation. He shall likewise notify them of the registration of ratifications which may be communicated subsequently by other Members of the Organisation.

Article

14

Subject to the provisions of Article 12, each Member which ratifies this Convention agrees to bring the provisions of Articles 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 and 10 into operation not later than 1 January 1929, and to take such action as may be necessary to make these provisions effective.

Article

15

Each Member of the International Labour Organisation which ratifies this Convention engages to apply it to its colonies, possessions and protectorates, in accordance with the provisions of Article 35 of the Constitution of the International Labour Organisation.

Article

16

A Member which has ratified this Convention may denounce it after the expiration of ten years from the date on which the Convention first comes into force, by an act communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration. Such denunciation shall not take effect until one year after the date on which it is registered with the International Labour Office.

Article

17

At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.

Article

18

The French and English texts of this Convention shall both be authentic.

Verdrag betreffende de ziekteverzekering van arbeiders in de industrie en de handel en van huispersoneel (zoals gewijzigd door het Verdrag tot herziening der slotartikelen, 1946)

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 25 mei 1927 in haar tiende zitting,

Besloten hebbende, verschillende voorstellen aan te nemen betreffende de ziekteverzekering van arbeiders in de industrie en in de handel en van huispersoneel, welk onderwerp vervat is in het eerste punt van de agenda der zitting,

Besloten hebbende, dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een internationaal Verdrag,

Neemt heden, de 15de juni 1927, het volgende Verdrag aan, hetwelk kan worden aangehaald als het „Verdrag betreffende de ziekteverzekering (industrie), 1927”, ter bekrachtiging door de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie, zulks overeenkomstig de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:

Artikel

1

Ieder Lid van de Internationale Arbeidsorganisatie dat dit Verdrag bekrachtigt verbindt zich een verplichte ziekteverzekering in te voeren op voorwaarden welke tenminste gelijkwaardig zijn aan die welke neergelegd zijn in dit Verdrag.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De nationale wet kan toestaan of voorschrijven, dat de geneeskundige verzorging ook verleend wordt aan de gezinsleden van de verzekerde die in zijn huis wonen en te zijnen laste zijn; zij bepaalt de voorwaarden waarop die verzorging kan worden toegekend.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Dit Verdrag maakt geen inbreuk op de verplichtingen voortvloeiende uit het Verdrag betreffende de arbeid van vrouwen vóór en na hun bevalling, aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar eerste zitting.

Artikel

9

Aan de verzekerde moet een recht van beroep toegekend worden ingeval zijn recht op vergoeding wordt betwist.

Artikel

10

Artikel

11

De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag zullen, overeenkomstig het bepaalde in het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, ter kennis worden gebracht van de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem worden geregistreerd.

Artikel

12

Artikel

13

Zodra de bekrachtigingen van twee Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie bij het Internationaal Arbeidsbureau zijn geregistreerd, zal de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau van dit feit mededeling doen aan alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie. Hij zal hen eveneens in kennis stellen van de registratie van de bekrachtigingen die hem later door andere Leden van de Organisatie zullen worden medegedeeld.

Artikel

14

Behoudens de bepalingen van artikel 12 verbindt ieder Lid dat dit Verdrag bekrachtigt zich om de bepalingen van de artikelen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 uiterlijk 1 januari 1929 in toepassing te brengen en om de nodige maatregelen te nemen die noodzakelijk zullen zijn om deze bepalingen doeltreffend te maken.

Artikel

15

Ieder Lid van de Internationale Arbeidsorganisatie, dat dit Verdrag bekrachtigt, verbindt zich om het toe te passen ten aanzien van zijn koloniën, bezittingen en protectoraten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie.

Artikel

16

Een Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd kan het opzeggen na verloop van een tijdvak van tien jaar na de datum waarop het Verdrag in werking is getreden, door middel van een verklaring toegezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door deze geregistreerd. De opzegging zal eerst een jaar nadat zij is geregistreerd bij het Internationaal Arbeidsbureau, van kracht worden.

Artikel

17

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel

18

De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.