Verdrag betreffende het verplicht geneeskundig onderzoek van kinderen en jeugdige personen werkzaam aan boord van schepen

LEAGUE OF NATIONS.

INTERNATIONAL LABOUR CONFERENCE.

CONVENTION CONCERNING THE COMPULSORY MEDICAL EXAMINATION OF CHILDREN AND YOUNG PERSONS EMPLOYED AT SEA.

The General Conference of the International Labour Organisation,

  • Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Third Session on 25 October 1921, and

  • Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to the compulsory medical examination of children and young persons employed at sea, which is included in the eighth item of the agenda of the Session, and

  • Having determined that these proposals shall take the form of an international convention,

adopts the following Convention, which may be cited as the Medical Examination of Young Persons (Sea) Convention, 1921, for ratification by the Members of the International Labour Organisation, in accordance with the provisions of the Constitution of the International Labour Organisation:

Article

1

For the purpose of this Convention, the term “vessel” includes all ships and boats, of any nature whatsoever, engaged in maritime navigation, whether publicly op privately owned; it excludes ships of war.

Article

2

The employment of any child or young person under eighteen years of age on any vessel, other than vessels upon which only members of the same family are employed shall be conditional on the production of a medical certificate attesting fitness for such work, signed by a doctor who shall be approved by the competent authority.

Article

3

The continued employment at sea of any such child or young person shall be subject to the repetition of such medical examination at intervals of not more than one year, and the production, after each such examination, of a further medical certificate attesting fitness for such work. Should a medical certificate expire in the course of a voyage, it shall remain in force until the end of the said voyage.

Article

4

In urgent cases, the competent authority may allow a young person below the age of eighteen years to embark without having undergone the examination provided for in Articles 2 and 3 of this Convention, always provided that such an examination shall be undergone at the first port at which the vessel calls.

Article

5

The formal ratifications of this Convention under the conditions set forth in the Constitution of the International Labour Organisation, shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.

Article

6

Article

7

As soon as the ratifications of two Members of the International Labour Organisation have been registered with the International Labour Office, the Director-General of the International Labour Office shall so notify all the Members of the International Labour Organisation. He shall likewise notify them of the registration of ratifications which may be communicated subsequently by other Members of the Organisation.

Article

8

Subject to the provisions of Article 6, each Member which ratifies this Convention agrees to bring the provisions of Articles 1, 2, 3 and 4 into operation not later than 1 January 1924 and to take such action as may be necessary to make these provisions effective.

Article

9

Each Member of the International Labour Organisation which ratifies this Convention engages to apply it to its colonies, possessions and protectorates, in accordance with the provisions of Article 35 of the Constitution of the International Labour Organisation.

Article

10

A Member which has ratified this Convention may denounce it after the expiration of ten years from the date on which the Convention first comes into force, by an act communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration. Such denuncation shall not take effect until one year after the date on which it is registered with the International Labour Office.

Article

11

At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.

Article

12

The French and English texts of this Convention shall both be authentic.

VOLKENBOND.

INTERNATIONALE ARBEIDSCONFERENTIE.

VERDRAG BETREFFENDE HET VERPLICHT GENEESKUNDIG ONDERZOEK VAN KINDEREN EN JEUGDIGE PERSONEN WERKZAAM AAN BOORD VAN SCHEPEN.

De Algemeene Conferentie van de Internationale Organisatie van den Arbeid, door den Raad van Beheer van het internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 25 October 1921, in hare derde zitting,

besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende „verplicht geneeskundig onderzoek van kinderen en jeugdige personen aan boord van schepen”, welk onderwerp een onderdeel uitmaakt van het 8ste punt van de agenda der zitting en

besloten hebbende, dat deze voorstellen den vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag,

neemt het volgende verdrag aan, dat genoemd zal worden “Verdrag betreffende het verplicht geneeskundig onderzoek van kinderen en jeugdige personen werkzaam aan boord van schepen, 1921”, ter bekrachtiging door de leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid, zulks in overeenstemming met de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:

Artikel

1

Voor de toepassing van dit verdrag worden onder „schepen” verstaan alle vaartuigen van welke soort ook, toebehoorende aan de overheid of aan bijzondere personen, in gebruik voor de zeevaart, met uitzondering van oorlogsschepen.

Artikel

2

Met uitzondering van schepen, waarop slechts leden van één gezin werkzaam zijn, mogen kinderen en jeugdige personen beneden 18 jaren aan boord slechts te werk worden gesteld op vertoon van een geneeskundig certificaat, onderteekend door een daartoe door de bevoegde overheid erkenden geneesheer, waarbij zij geschikt zijn verklaard voor dergelijken arbeid.

Artikel

3

Het verrichten van arbeid door zoodanige kinderen of jeugdige personen aan boord van schepen mag slechts bestendigd worden bij periodieke herhaling van het geneeskundig onderzoek, met dien verstande, dat niet meer dan een jaar tusschen twee opeenvolgende geneeskundige onderzoekingen mag verloopen en op vertoon, na elk zoodanig onderzoek, van een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor dezen arbeid.

Indien evenwel de geldigheidsduur eener geneeskundige verklaring tijdens een reis eindigt, wordt deze verlengd tot het einde dier reis.

Artikel

4

In dringende gevallen kan de bevoegde overheid een persoon jonger dan 18 jaren toestaan aan boord te gaan zonder een voorafgaand onderzoek, als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van dit verdrag, onder voorwaarde echter, dat dit onderzoek plaats heeft in de eerste haven, die het schip aandoet.

Artikel

5

De officieeele bekrachtigingen van dit verdrag, onder de voorwaarden, neergelegd in het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, zullen worden medegedeeld aan den Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem worden ingeschreven.

Artikel

6

Artikel

7

Zoodra de bekrachtigingen van 2 leden der Internationale Organisatie van den Arbeid door het Internationaal Arbeidsbureau zijn ingeschreven, zal de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau van dit feit mededeeling doen aan alle leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid. Hij zal hen eveneens in kennis stellen met de inschrijvingen van de bekrachtigingen, die hem later door andere leden der Organisatie zullen worden medegedeeld.

Artikel

8

Behoudens het bepaalde in artikel 6, verbindt ieder lid, dat dit verdrag bekrachtigt, zich om de bepalingen van de artikelen 1—4 uiterlijk op 1 Januari 1924 in toepassing te brengen en zoodanige maatregelen te nemen als noodig zullen blijken om deze doeltreffend te doen zijn.

Artikel

9

Ieder lid van de Internationale Organisatie van den Arbeid, dat dit verdrag bekrachtigt, verbindt zich om het toe te passen ten aanzien van zijn koloniën, bezittingen en protectoraten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie.

Artikel

10

Ieder lid, dat dit verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaren na den datum, waarop dit verdrag van kracht begint te worden, zulks bij een verklaring toegezonden aan den Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door dezen in te schrijven. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar nadat zij door het Internationaal Arbeidsbureau is ingeschreven.

Artikel

11

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel

12

Zoowel de Fransche als de Engelsche tekst van dit verdrag is authenthiek.