Verdrag betreffende de invoering van of de handhaving van methodes tot vaststelling van minimum lonen

LEAGUE OF NATIONS

INTERNATIONAL LABOUR CONFERENCE.

Convention concerning the creation of minimum wage fixing machinery.

The General Conference of the International Labour Organisation,

Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Eleventh Session on 30 May 1928, and

Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to minimum wage fixing machinery, which is the first item on the Agenda of the Session, and

Having determined that these proposals shall take the form of an international convention,

adopts, this sixteenth day of June of the year one thousand nine hundred and twenty eight, the following Convention, which may be cited as the Minimum Wage-Fixing Machinery Convention, 1928, for ratification by the Members of the International Labour Organisation, in accordance with the provisions of the Constitution of the International Labour Organisation:

Article

1

Article

2

Each Member which ratifies this Convention shall be free to decide, after consultation with the organisations, if any, of workers and employers in the trade or part of trade concerned, in which trades or parts of trades, and in particular in which home working trades or parts of such trades, the minimum wage fixing machinery referred to in Article 1 shall be applied.

Article

3

Article

4

Article

5

Each Member which ratifies this Convention shall communicate annually to the International Labour Office a general statement giving a list of the trades or parts of trades in which the minimum wage fixing machinery has been applied, indicating the methods as well as the results of the application of the machinery and, in summary form, the approximate numbers of workers covered, the minimum rates of wages fixed, and the more important of the other conditions, if any, established relevant to the minimum rates.

Article

6

The formal ratifications of this Convention under the conditions set forth in the Constitution of the International Labour Organisation shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.

Article

7

Article

8

As soon as the ratifications of two Members of the International Labour Organisation have been registered with the International Labour Office, the Director-General of the International Labour Office shall so notify all the Members of the International Labour Organisation. He shall likewise notify them of the registration of ratifications which may be communicated subsequently by other Members of the Organisation.

Article

9

Article

10

At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.

Article

11

The French and English texts of this Convention shall both be authentic.

VOLKENBOND.

INTERNATIONALE ARBEIDSCONFERENTIE.

Verdrag betreffende de invoering of de handhaving van methoden tot vaststelling van minimumloonen.

De Algemeene Conferentie van de Internationale Organisatie van den Arbeid, door den Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 30 Mei 1928, in hare elfde zitting, besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende methoden van vaststelling van minimumloonen, welk onderwerp het eerste punt van de agenda der zitting is, en besloten hebbende, dat deze voorstellen den vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag,

neemt heden, den 16en Juni 1928, het volgende verdrag aan, dat genoemd zal worden “Verdrag betreffende de invoering of de handhaving van methoden tot vaststelling van minimumloonen, 1928”, ter bekrachtiging door de leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid, zulks overeenkomstig de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:

Artikel

1

Artikel

2

Elk lid, dat dit verdrag bekrachtigt, is vrij om na raadpleging van de werkgevers- en arbeidersorganisaties, indien die voor de betrokken industrie of tak van industrie bestaan, te beslissen, op welke industrieën of takken van industrie en in ’t bijzonder op welke huisindustrieën of welke takken van huisindustrie de methoden tot vaststelling van minimumloonen, als bedoeld bij artikel 1, toegepast zullen worden.

Artikel

3

Elk lid, dat dit verdrag bekrachtigt, is vrij in het bepalen van de methode van vaststelling van minimumloonen, zoo ook in de wijze van toepassing daarvan, behoudens dat:

  • 1°.

    voordat tot toepassing dier methoden op eene industrie of een bepaalden tak van eene industrie wordt overgegaan, de vertegenwoordigers van de betrokken werkgevers en arbeiders geraadpleegd moeten worden, daaronder begrepen de vertegenwoordigers van hunne onderscheidene organisaties, indien zulke organisaties bestaan, zoomede alle andere personen, die in het bijzonder op dit punt deskundig zijn door hun beroep of hunne werkzaamheden en tot wie de bevoegde autoriteit het wenschelijk acht zich te wenden;

  • 2°.

    de betrokken werkgevers en arbeiders deel moeten hebben aan de toepassing van die methoden op de wijze en in de mate, welke de nationale wet zal bepalen, echter in elk geval in gelijken getale en op voet van gelijkheid;

  • 3°.

    de vastgestelde minimumloonen zoowel voor de betrokken werkgevers als voor de arbeiders bindend zijn; zij zullen noch bij individueele overeenkomsten door hen kunnen worden verlaagd, noch bij collectieve overeenkomsten, tenzij krachtens algemeene of bijzondere machtiging van de bevoegde autoriteit.

Artikel

4

Artikel

5

Elk lid, dat dit verdrag bekrachtigt, moet elk jaar aan het Internationaal Arbeidsbureau eene algemeene opgave doen van de industrieën of takken van industrie, waarop de methoden van vaststelling van minimumloonen toegepast zijn, en moet aangeven de wijzen van toepassing van de methoden, zoo ook de resultaten. Die opgave moet summiere gegevens bevatten omtrent het aantal arbeiders, dat bij benadering valt onder de regeling, de hoogte van de vastgestelde loonen en — zoo noodig — de andere belangrijkste maatregelen betreffende de minimumloonen.

Artikel

6

De officieele bekrachtigingen van dit verdrag, overeenkomstig het bepaalde in het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, zullen worden medegedeeld aan den Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau en door hem worden ingeschreven.

Artikel

7

Artikel

8

Zoodra de bekrachtigingen van twee leden der Internationale Organisatie van den Arbeid door het Internationaal Arbeidsbureau zijn ingeschreven, zal de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau van dit feit mededeeling doen aan alle leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid. Hij zal hen eveneens in kennis stellen met de inschrijvingen van de bekrachtigingen, die hem later door andere leden der Organisatie zullen worden medegedeeld.

Artikel

9

Artikel

10

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel

11

Zoowel de Fransche als de Engelsche tekst van dit verdrag is authentiek.