Verdrag tot vaststelling van de minimumleeftijd van toelating van kinderen tot arbeid op zee (herzien)

INTERNATIONAL LABOUR CONFERENCE.

Convention fixing the minimum age for the admission of children to employment at sea (revised 1936).

The General Conference of the International Labour Organisation,

Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Twenty-second Session on 22 October 1936, and

Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to the partial revision of the Convention fixing the minimum age for admission of children to employment at sea adopted by the Conference at its Second Session, the question forming the Agenda of the present Session, and

Considering that these proposals must take the form of an International Convention,

adopts, this twenty-fourth day of October of the year one thousand nine hundred and thirty-six, the following Convention which may be cited as the Minimum Age (Sea) Convention (Revised), 1936:

Article

1

For the purpose of this Convention, the term „vessel” includes all ships and boats, of any nature whatsoever, engaged in maritime navigation, whether publicly or privately owned; it excludes ships of war.

Article

2

Article

3

The provisions of Article 2 shall not apply to work done by children on schoolships or training-ships, provided that such work is approved and supervised by public authority.

Article

4

In order to facilitate the enforcement of the provisions of this Convention, every shipmaster shall be required to keep a register of all persons under the age of sixteen years employed on board his vessel, or a list of them in the articles of agreement, and of the dates of their births.

Article

5

This Convention shall not come into force until after the adoption by the International Labour Conference of a Convention revising the Convention fixing the minimum age for admission of children to industrial employment, 1919, and a Convention revising the Convention concerning the age for admission of children to non-industrial employment, 1932.

Article

6

The formal ratifications of this Convention shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.

Article

7

Article

8

As soon as the ratifications of two Members of the International Labour Organisation have been registered, the Director-General of the International Labour Office shall so notify all the Members of the International Labour Organisation. He shall likewise notify them of the registration of ratifications which may be communicated subsequently by other Members of the Organisation.

Article

9

Article

10

At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.

Article

11

This Convention shall in any case remain in force in its actual form and content for those Members which have ratified it but have not ratified the revising Convention.

Article

12

The French and English texts of this Convention shall both be authentic.

INTERNATIONALE ARBEIDSCONFERENTIE.

Verdrag tot vaststelling van den minimum leeftijd van toelating van kinderen tot arbeid op zee (herzien in 1936).

De Algemeene Conferentie van de Internationale Organisatie van den Arbeid, door den Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 22 October 1936 in hare twee en twintigste zitting;

besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende de gedeeltelijke herziening van het verdrag tot vaststelling van den minimum leeftijd van toelating van kinderen tot arbeid op zee, aangenomen door de Conferentie in hare tweede zitting, welk onderwerp op de agenda van de huidige zitting geplaatst is;

overwegende, dat deze voorstellen den vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag;

neemt heden den 24sten October 1936 het volgende verdrag aan, dat genoemd zal worden „(herzien) verdrag betreffende den minimum leeftijd (arbeid op zee) 1936”:

Artikel

1

Voor de toepassing van dit verdrag worden onder „schepen” verstaan alle vaartuigen, van welke soort ook, toebehoorende aan de overheid dan wel aan bijzondere personen, in gebruik voor de zeevaart, met uitzondering van oorlogsschepen.

Artikel

2

Artikel

3

Het in artikel 2 bepaalde is niet van toepassing op arbeid van kinderen aan boord van opleidingsschepen, mits die arbeid wordt verricht met goedkeuring en onder toezicht van de overheid.

Artikel

4

Ter bevordering van het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit verdrag is ieder gezagvoerder verplicht een arbeidsregister of bemanningsrol bij te houden, waarop de namen en geboortedata vermeld zijn van alle aan boord werkzame personen beneden 16 jaar.

Artikel

5

Dit verdrag zal eerst in werking treden, nadat door de Internationale Conferentie van den Arbeid aangenomen is een verdrag houdende herziening van het verdrag tot vaststelling van den minimum leeftijd van toelating van kinderen tot het verrichten van arbeid in nijverheidsondernemingen (1919) en van een verdrag houdende herziening van het verdrag betreffende den leeftijd van toelating van kinderen tot het verrichten van niet industrieele werkzaamheden (1932).

Artikel

6

De officieele bekrachtigingen van dit verdrag zullen worden medegedeeld aan den Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem worden ingeschreven.

Artikel

7

Artikel

8

Zoodra de bekrachtigingen van twee Leden der Internationale Organisatie van den Arbeid door het Internationaal Arbeidsbureau zijn ingeschreven, zal de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau van dit feit mededeeling doen aan alle Leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid. Hij zal hen eveneens in kennis stellen met de inschrijvingen van de bekrachtigingen, die hem later door andere Leden der Organisatie zullen worden medegedeeld.

Artikel

9

Artikel

10

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel

11

Artikel

12

Zoowel de Fransche als de Engelsche tekst van dit verdrag is authentiek.