Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cuba

Convention on the transfer of sentenced persons between the Kingdom of the Netherlands and the Republic of Cuba

The Kingdom of the Netherlands

and

the Republic of Cuba, hereafter “the Parties”;

Desirous of developing international cooperation in the field of criminal law, and making it possible for nationals of either Party who are deprived of their liberty as a result of the commission of a criminal offence to serve their sentences within their own society;

Have agreed as follows:

Article

1

Definitions

For the purposes of this Convention:

  • a)

    “Sentence” means any punishment or measure involving deprivation of liberty ordered by a judge or a court on account of a criminal offence;

  • b)

    “Judgment” means a decision or order of a judge or a court imposing a sentence;

  • c)

    “Sentenced person” means a person who has been sentenced by final judgment of a judge or a court of one of the Parties and is serving his sentence in the sentencing State;

  • d)

    “National” means, with regard to the Republic of Cuba, any national or citizen of Cuba residing permanently on Cuban territory; with regard to the Kingdom of the Netherlands, any person possessing Dutch nationality under the legislation of the Kingdom of the Netherlands;

  • e)

    “Sentencing State” means the State in which the sentence was imposed on the person. With regard to the Kingdom of the Netherlands, “sentencing State” means the Netherlands, Aruba, Curaçao or Sint Maarten, in whichever of these parts of the Kingdom sentencing takes place;

  • f)

    “Administering State” means the State to which the sentenced person may be or has been transferred in order to serve his sentence. With regard to the Kingdom of the Netherlands, “administering State” means the Netherlands, Aruba, Curaçao or Sint Maarten, in whichever of these parts of the Kingdom the sentenced person has his principal residence, unless otherwise stipulated by this Convention;

  • g)

    “the Ministry of Justice”: in the Republic of Cuba, the Ministry of Justice and in the Kingdom of the Netherlands, the Ministry of Security and Justice of the Netherlands, the Ministry of Justice of Aruba, the Ministry of Justice of Curaçao or the Ministry of Justice of Sint Maarten, in whichever of these parts of the Kingdom the sentenced person has his principal residence, or where sentencing takes place.

Article

2

General principles

Article

3

Conditions for transfer

Article

4

Obligation to furnish information

Article

5

Requests and replies

Article

6

Supporting documents

Article

7

Effect of transfer for the sentencing State

Article

8

Effect of transfer for the administering State

Article

9

Continued enforcement

Article

10

Conversion of sentence

Article

11

Pardon, amnesty, commutation

Both the sentencing State and the administering State may grant a pardon, amnesty or commutation of the sentence in accordance with its Constitution or other laws.

Article

12

Review of judgment

The sentencing State alone shall have the right to decide on any application or proceedings for review of the judgment.

Article

13

Termination of enforcement

The administering State shall terminate enforcement of the sentence as soon as it is informed by the sentencing State of any decision or measure as a result of which the sentence ceases to be enforceable.

Article

14

Information on enforcement

The administering State shall provide information to the sentencing State concerning the enforcement of the sentence:

  • a)

    when the former considers enforcement of the sentence to have been completed in full;

  • b)

    if the sentenced person has escaped from custody before enforcement of the sentence has been completed; or

  • c)

    if the sentencing State requests a special report.

Article

15

Civil liability

Article

16

Transfer

Article

17

Language and costs

Article

18

Entry into force

Article

19

Temporal application

This Convention shall be applicable to the enforcement of sentences imposed either before or after the date of its entry into force.

Article

20

Denunciation

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Havana, on the 5th day of July 2013, in duplicate, in the Dutch, Spanish and English languages, the three texts being equally authentic. In the event of differences of interpretation of this Convention, the English text shall prevail.

For the Kingdom of the Netherlands,

NORBERTUS W.M. BRAAKHUIS

Ambassador

For the Republic of Cuba,

URBANO JOSÉ PEDRAZA LINARES

First Viceminister of the Ministry of Justice

Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cuba

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Cuba, hierna te noemen „de partijen”,

Geleid door de wens de internationale samenwerking op het gebied van het strafrecht te ontwikkelen en de mogelijkheid te scheppen dat onderdanen van elk der partijen die gedetineerd zijn als gevolg van het plegen van een strafbaar feit hun veroordelingen binnen hun eigen samenleving ondergaan;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a.

    „veroordeling”: elke straf of vrijheidsbenemende maatregel wegens een strafbaar feit opgelegd door een rechter of tribunaal;

  • b.

    „vonnis”: een beslissing of bevel van een rechter of tribunaal waarbij een veroordeling wordt uitgesproken;

  • c.

    „gevonniste persoon”: een persoon die bij een onherroepelijk vonnis van een rechter of een tribunaal van een van de partijen is veroordeeld en zijn veroordeling ondergaat in de staat van veroordeling;

  • d.

    „onderdaan”: met betrekking tot de Republiek Cuba, alle personen die onderdaan of burger met een permanente verblijfplaats op het Cubaanse grondgebied zijn; met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden, alle personen die in overeenstemming met de wetgeving van het Koninkrijk der Nederlanden in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit;

  • e.

    „de staat van veroordeling”: de staat waarin de veroordeling werd uitgesproken tegen de persoon. Voor wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft wordt onder „staat van veroordeling” verstaan Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, al naargelang het deel van het Koninkrijk waar het vonnis is gewezen;

  • f.

    „de staat van tenuitvoerlegging”: de staat waarnaar de gevonniste persoon kan worden of reeds is overgebracht teneinde zijn veroordeling te ondergaan. Voor wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft wordt onder „staat van tenuitvoerlegging” verstaan Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, al naargelang het deel van het Koninkrijk waar de gevonniste persoon zijn hoofdverblijf heeft, tenzij dit Verdrag anders bepaalt;

  • g.

    „het ministerie van Justitie”: in de Republiek Cuba het ministerie van Justitie en in het Koninkrijk der Nederlanden het ministerie van Veiligheid en Justitie van Nederland, het ministerie van Justitie van Aruba, het ministerie van Justitie van Curaçao of het ministerie van Justitie van Sint Maarten, al naargelang het deel van het Koninkrijk waar de gevonniste persoon zijn hoofdverblijf heeft of waar het vonnis is gewezen.

Artikel

2

Algemene beginselen

Artikel

3

Voorwaarden voor overbrenging

Artikel

4

Verplichting tot het verstrekken van inlichtingen

Artikel

5

Verzoeken en antwoorden

Artikel

6

Stukken ter ondersteuning

Artikel

7

Gevolgen van de overbrenging voor de staat van veroordeling

Artikel

8

Gevolgen van de overbrenging voor de staat van tenuitvoerlegging

Artikel

9

Voortgezette tenuitvoerlegging

Artikel

10

Omzetting van de veroordeling

Artikel

11

Gratie, amnestie, strafomzetting

Zowel de staat van veroordeling als de staat van tenuitvoerlegging kan gratie, amnestie of strafomzetting verlenen in overeenstemming met zijn grondwet of andere wetten.

Artikel

12

Herziening van het vonnis

Enkel de staat van veroordeling heeft het recht te beslissen op een verzoek tot of procedure tot herziening van het vonnis.

Artikel

13

Beëindiging van de tenuitvoerlegging

De staat van tenuitvoerlegging dient de tenuitvoerlegging van de veroordeling te beëindigen, zodra hij door de staat van veroordeling in kennis is gesteld van enige beslissing of maatregel ten gevolge waarvan de veroordeling niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar is.

Artikel

14

Bericht inzake tenuitvoerlegging

De staat van tenuitvoerlegging bericht de staat van veroordeling ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de veroordeling:

  • a.

    wanneer eerstgenoemde de veroordeling als geheel ten uitvoer gelegd beschouwt;

  • b.

    indien de gevonniste persoon uit de detentie ontsnapt is vóór de beëindiging van de tenuitvoerlegging van de veroordeling; of

  • c.

    indien de staat van veroordeling om een bijzonder rapport verzoekt.

Artikel

15

Civiele schadevergoeding

Artikel

16

Overlevering

Artikel

17

Talen en kosten

Artikel

18

Inwerkingtreding

Artikel

19

Toepassing in de tijd

Dit Verdrag is van toepassing op de tenuitvoerlegging van veroordelingen die of voor of na de inwerkingtreding van het Verdrag zijn uitgesproken.

Artikel

20

Opzegging

TEN BLIJKE WAARVAN, de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Havanna, op 5 juli 2013, in tweevoud in de Nederlandse, de Spaanse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. Ingeval het Verdrag verschillend kan worden uitgelegd, is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

NORBERTUS W.M. BRAAKHUIS

Ambassadeur

Voor de Republiek Cuba,

URBANO JOSÉ PEDRAZA LINARES

Eerste Viceminister van het ministerie van Justitie