Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel

Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel

General Agreement on Tariffs and Trade

The Governments of the Commonwealth of Australia, the Kingdom of Belgium, the United States of Brazil, Burma, Canada, Ceylon, the Republic of Chile, the Republic of China, the Republic of Cuba, the Czechoslovak Republic, the French Republic, India, Lebanon, the Grand-Duchy of Luxemburg, the Kingdom of the Netherlands, New Zealand, the Kingdom of Norway, Pakistan, Southern Rhodesia, Syria, the Union of South Africa, the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, and the United States of America:

Recognizing that their relations in the field of trade and economic endeavour should be conducted with a view to raising standards of living, ensuring full employment and a large and steadily growing volume of real income and effective demand, developing the full use of the resources of the world and expanding the production and exchange of goods;

Being desirous of contributing to these objectives by entering into reciprocal and mutually advantageous arrangements directed to the substantial reduction of tariffs and other barriers to trade and to the elimination of discriminatory treatment in international commerce;

Have through their Representatives agreed as follows:

PART

I

Article

I

3) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van Deel I en artikel XXIX van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] General Most-Favoured-Nation Treatment

Article

II

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van Deel I en artikel XXIX van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Schedules of Concessions

PART

II

Article

III

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van Deel II en artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] National Treatment on Internal Taxation and Regulation

Article

IV

Special Provisions relating to Cinematograph Films

If any contracting party establishes or maintains internal quantitative regulations relating to exposed cinematograph films, such regulations shall take the form of screen quotas which shall conform to the following requirements:

  • (a)

    Screen quotas may require the exhibition of cinematograph films of national origin during a specified minimum proportion of the total screen time actually utilized, over a specified period of not less than one year, in the commercial exhibition of all films of whatever origin, and shall be computed on the basis of screen time per theatre per year or the equivalent thereof;

  • (b)

    With the exception of screen time reserved for films of national origin under a screen quota, screen time including that released by administrative action from screen time reserved for films of national origin, shall not be allocated formally or in effect among sources of supply;

  • (c)

    Notwithstanding the provisions of sub-paragraph (b) of this Article, any contracting party may maintain screen quotas conforming to the requirements of sub-paragraph (a) of this Article which reserve a minimum proportion of screen time for films of a specified origin other than that of the contracting party imposing such screen quotas; Provided that no such minimum proportion of screen time shall be increased above the level in effect on April 10, 1947;

  • (d)

    Screen quotas shall be subject to negotiation for their limitation, liberalization or elimination.

Article

V

Freedom of Transit

Article

VI

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van Deel II en artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Anti-dumping and Countervailing Duties

Article

VII

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Valuation for Customs Purposes

Article

VIII

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Fees and Formalities connected with Importation and Exportation

Article

IX

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Marks of Origin

Article

X

Publication and Administration of Trade Regulations

Article

XI

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] General Elimination of Quantitative Restrictions

Article

XII

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Restrictions to Safeguard the Balance of Payments

Article

XIII

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van Deel II en artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Non-discriminatory Administration of Quantitative Restrictions

Article

XIV

1) [Red: Gewijzigd bij het Bijzonder Protocol tot wijziging van artikel XIV van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Exceptions to the Rule of Non-discrimination

Article

XV

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van Deel II en artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Exchange Arrangements

Article

XVI

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (zoals verbeterd) en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Subsidies

Section A

Subsidies in General

Section B

Additional Provisions on Export Subsidies

Article

XVII

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] State Trading Enterprises

Article

XVIII

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Governmental Assistance to Economic Development

Section A

Section B

Section C

Section D

Article

XIX

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Emergency Action on Imports of Particular Products

Article

XX

1) [Red: Gewijzigd bij het (Eerste) Protocol van verbeteringen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] General Exceptions

Subject to the requirement that such measures are not applied in a manner which would constitute a means of arbitrary or unjustifiable discrimination between countries where the same conditions prevail, or a disguised restriction on international trade, nothing in this Agreement shall be construed to prevent the adoption or enforcement by any contracting party of measures:

  • (a)

    necessary to protect public morals;

  • (b)

    necessary to protect human, animal or plant life or health;

  • (c)

    relating to the importation or exportation of gold or silver;

  • (d)

    necessary to secure compliance with laws or regulations which are not inconsistent with the provisions of this Agreement, including those relating to customs enforcement, the enforcement of monopolies operated under paragraph 4 of Article II and Article XVII, the protection of patents, trade marks and copyrights, and the prevention of deceptive practices;

  • (e)

    relating to the products of prison labour;

  • (f)

    imposed for the protection of national treasures of artistic, historic or archaeological value;

  • (g)

    relating to the conservation of exhaustible natural resources if such measures are made effective in conjunction with restrictions on domestic production or consumption;

  • (h)

    undertaken in pursuance of obligations under any intergovernmental commodity agreement which conforms to criteria submitted to the CONTRACTING PARTIES and not disapproved by them or which is itself so submitted and not so disapproved;

  • (i)

    involving restrictions on exports of domestic materials necessary to assure essential quantities of such materials to a domestic processing industry during periods when the domestic price of such materials is held below the world price as part of a governmental stabilization plan; Provided that such restrictions shall not operate to increase the exports of or the protection afforded to such domestic industry, and shall not depart from the provisions of this Agreement relating to nondiscrimination;

  • (j)

    essential to the acquisition or distribution of products in general or local short supply; Provided that any such measures shall be consistent with the principle that all contracting parties are entitled to an equitable share of the international supply of such products, and that any such measures, which are inconsistent with the other provisions of this Agreement shall be discontinued as soon as the conditions giving rise to them have ceased to exist. The CONTRACTING PARTIES shall review the need for this sub-paragraph not later than 30 June 1960.

Article

XXI

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Security Exceptions

Nothing in this Agreement shall be construed

  • (a)

    to require any contracting party to furnish any information the disclosure of which it considers contrary to its essential security interests; or

  • (b)

    to prevent any contracting party from taking any action which it considers necessary for the protection of its essential security interests

    • (i)

      relating to fissionable materials or the materials from which they are derived;

    • (ii)

      relating to the traffic in arms, ammunition and implements of war and to such traffic in other goods and materials as is carried on directly or indirectly for the purpose of supplying a military establishment;

    • (iii)

      taken in time of war or other emergency in international relations; or

  • (c)

    to prevent any contracting party from taking any action in pursuance of its obligations under the United Nations Charter for the maintenance of international peace and security.

Article

XXII

2) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Consultation

Article

XXIII

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Nullification or Impairment

PART

III

Article

XXIV

1) [Red: Gewijzigd bij het Bijzonder Protocol tot wijziging van artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Territorial Application – Frontier Traffic – Customs Unions and Free-trade Areas

Article

XXV

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van zekere bepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Joint Action by the Contracting Parties

Article

XXVI

2) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van Deel II en artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, bij het Protocol tot wijziging van artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel. Vergelijk de Resolutie van 7 maart 1955 van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN bij de Algemene Overeenkomst, houdende de eenstemmige goedkeuring om een voorbehoud te maken bij de aanvaarding der Overeenkomst overeenkomstig haar artikel XXVI.] Acceptance, Entry into Force and Registration

Article

XXVII

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Withholding or Withdrawal of Concessions

Any contracting party shall at any time be free to withhold or to withdraw in whole or in part any concession, provided for in the appropriate Schedule annexed to this Agreement, in respect of which such contracting party determines that it was initially negotiated with a government which has not become, or has ceased to be, a contracting party. A contracting party taking such action shall notify the CONTRACTING PARTIES and, upon request, consult with contracting parties which have a substantial interest in the product concerned.

Article

XXVIII

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol van Torquay behorende bij de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Modification of Schedules

Article

XXVIII bis

1) [Red: Ingelast bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Tariff Negotiations

Article

XXIX

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van Deel I en artikel XXIX van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] The Relation of this Agreement to the Havana Charter

Article

XXX

Amendments

Article

XXXI

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (zoals verbeterd) en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Withdrawal

Without prejudice to the provisions of paragraph 12 of Article XVIII or of Article XXIII or of paragraph 2 of Article XXX, any contracting party may withdraw from this Agreement, or may separately withdraw on behalf of any of the separate customs territories for which it has international responsibility and which at the time possesses full autonomy in the conduct of its external commercial relations and of the other matters provided for in this Agreement. The withdrawal shall take effect upon the expiration of six months from the day on which written notice of withdrawal is received by the Secretary-General of the United Nations.

Article

XXXII

2) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van zekere bepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Contracting Parties

Article

XXXIII

3) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van zekere bepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Accession

A government not party to this Agreement, or a government acting on behalf of a separate customs territory possessing full autonomy in the conduct of its external commercial relations and of the other matters provided for in this Agreement, may accede to this Agreement, on its own behalf or on behalf of that territory, on terms to be agreed between such government and the CONTRACTING PARTIES. Decisions of the CONTRACTING PARTIES under this paragraph shall be taken by a two-thirds majority.

Article

XXXIV

Annexes

The annexes to this Agreement are hereby made an integral part of this Agreement.

Article

XXXV

2) [Red: Ingelast bij het Protocol tot wijziging van zekere bepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Non-application of the Agreement between particular Contracting Parties

PART

IV

Trade and Development

Article

XXXVI

Principles and Objectives

Article

XXXVII

Commitments

Article

XXXVIII

Joint Action

Annex

A

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van Deel I en artikel XXIX van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] List of territories referred to in paragraph 2 (a) of Article I

United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland

Dependent territories of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland

Canada

Commonwealth of Australia

Dependent territories of the Commonwealth of Australia

New Zealand

Dependent territories of New Zealand

Union of South Africa including South West Africa

Ireland

India (as on April 10, 1947)

Newfoundland

Southern Rhodesia

Burma

Ceylon

Certain of the territories listed above have two or more preferential rates in force for certain products. Any such territory may, by agreement with the other contracting parties which are principal suppliers of such products at the most-favoured-nation rate, substitute for such preferential rates a single preferential rate which shall not on the whole be less favourable to suppliers at the most-favoured-nation rate than the preferences in force prior to such substitution.

The imposition of an equivalent margin of tariff preference to replace a margin of preference in an internal tax existing on April 10, 1947, exclusively between two or more of the territories listed in this Annex or to replace the preferential quantitative arrangements described in the following paragraph, shall not be deemed to constitute an increase in a margin of tariff preference.

The preferential arrangements referred to in paragraph 5 (b) of Article XIV are those existing in the United Kingdom on April 10, 1947, under contractual agreements with the Governments of Canada, Australia and New Zealand, in respect of chilled and frozen beef and veal, frozen mutton and lamb, chilled and frozen pork, and bacon. It is the intention, without prejudice to any action taken under part I (h) of Article XX, that these arrangements shall be eliminated or replaced by tariff preferences, and that negotiations to this end shall take place as soon as practicable among the countries substantially concerned or involved.

The film hire tax in force in New Zealand on April 10, 1947, shall, for the purposes of this Agreement, be treated as a customs duty under Article I. The renters' film quota in force in New Zealand on April 10, 1947, shall, for the purposes of this Agreement, be treated as a screen quota under Article IV.

The Dominions of India and Pakistan have not been mentioned separately in the above list since they had not come into existence as such on the base date of April 10, 1947.

Annex

B

1) [Red: Gewijzigd bij het (Eerste) Protocol van verbeteringen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, bij het Vierde Protocol van verbeteringen en wijzigingen van de teksten van de tarieflijsten behorende bij de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] List of territories of the French Union referred to in paragraph 2 (b) of Article I

France

French Equatorial Africa (Treaty Basin of the Congo *)For imports into Metropolitan France and Territories of the French Union. and other territories)

French West Africa

Cameroons under French Trusteeship *)For imports into Metropolitan France and Territories of the French Union.

French Somali Coast and Dependencies

French Establishments in Oceania

French Establishments in the Condominium of the New Hebrides *)For imports into Metropolitan France and Territories of the French Union.

Indo-China

Madagascar and Dependencies

Morocco (French zone) *)For imports into Metropolitan France and Territories of the French Union.

New Caledonia and Dependencies

Saint-Pierre and Miquelon

Togo under French Trusteeship *)For imports into Metropolitan France and Territories of the French Union.

Tunisia

Annex

C

1) [Red: Gewijzigd bij het Derde Protocol van verbeteringen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, bij het Vierde Protocol van verbeteringen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, bij het Vijfde Protocol van verbeteringen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] List of territories referred to in paragraph 2 (b) of Article I as respects the Customs Union of Belgium, Luxemburg and the Netherlands

The Economic Union of Belgium and Luxemburg

Belgian Congo

Ruanda Urundi

Netherlands

New Guinea

Surinam

Netherlands Antilles

Republic of Indonesia

For imports into the territories constituting the Customs Union only.

Annex

D

List of territories referred to in paragraph 2 (b) of Article I as respects the United States of America

United States of America (customs territory)

Dependent territories of the United States of America

Republic of the Philippines

The imposition of an equivalent margin of tariff preference to replace a margin of preference in an internal tax existing on April 10, 1947, exclusively between two or more of the territories listed in this Annex shall not be deemed to constitute an increase in a margin of tariff preference.

Annex

E

List of territories covered by preferential arrangements between Chile and neighbouring countries referred to in paragraph 2(d) of Article I

Preferences in force exclusively between Chile, on the one hand, and

  • 1.

    Argentina

  • 2.

    Bolivia

  • 3.

    Peru

on the other hand.

Annex

F

List of territories covered by preferential arrangements between Lebanon and Syria and neighbouring countries referred to in paragraph 2(d) of Article I

Preferences in force exclusively between the Lebano-Syrian Customs Union, on the one hand, and

  • 1.

    Palestine

  • 2.

    Transjordan

on the other hand.

Annex

G

Dates establishing maximum margins of preference referred to in paragraph 3 of article I1)[Red: Als gevolg van de opneming in artikel I van de Algemene Overeenkomst van het nieuwe lid 3, voorzien in het Protocol tot wijziging van Deel I en artikel XXIX van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, dient de verwijzing te worden gelezen als: „referred to in paragraph 4 of Article I”.]

Australia ..................

October 15, 1946

Canada ..................

July 1, 1939

France ..................

January 1, 1939

Lebano-Syrian Customs Union ..................

November 30, 1939

Union of South Africa ..................

July 19 1938

Southern Rhodesia ..................

May 1, 1941

Annex

H

1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] Percentage shares of total external trade to be used for the purpose of making the determination referred to in Article XXVI

(based on the average of 1949-1953)

If, prior to the accession of the Government of Japan to the General Agreement, the present Agreement has been accepted by contracting parties the external trade of which under column I accounts for the percentage of such trade specified in paragraph 6 of Article XXVI, column I shall be applicable for the purposes of that paragraph. If the present Agreement has not been so accepted prior to the accession of the Government of Japan, column II shall be applicable for the purposes of that paragraph.

Column I

(Contracting parties on 1 March 1955)

Column II

(Contracting parties on 1 March 1955 and Japan)

Australia ............

3.1

3.0

Austria ............

0.9

0.8

Belgium-Luxemburg ............

4.3

4.2

Brazil ............

2.5

2.4

Burma ............

0.3

0.3

Canada ............

6.7

6.5

Ceylon ............

0.5

0.5

Chile ............

0.6

0.6

Cuba ............

1.1

1.1

Czechoslovakia ............

1.4

1.4

Denmark ............

1.4

1.4

Dominican Republic ............

0.1

0.1

Finland ............

1.0

1.0

France ............

8.7

8.5

Germany, Federal Republic of ............

5.3

5.2

Greece ............

0.4

0.4

Haiti ............

0.1

0.1

India ............

2.4

2.4

Indonesia ............

1.3

1.3

Italy ............

2.9

2.8

Netherlands, Kingdom of the ............

4.7

4.6

New Zealand ............

1.0

1.0

Nicaragua ............

0.1

0.1

Norway ............

1.1

1.1

Pakistan ............

0.9

0.8

Column I

(Contracting parties on 1 March 1955)

Column II

(Contracting parties on 1 March 1955 and Japan)

Peru ............

0.4

0.4

Rhodesia and Nyasaland ............

0.6

0.6

Sweden ............

2.5

2.4

Turkey ............

0.6

0.6

Union of South Africa ............

1.8

1.8

United Kingdom ............

20.3

19.8

United States of America ............

20.6

20.1

Uruguay ............

0.4

0.4

Japan ............

-

2.3

———

———

100.0

100.0

Note: These percentages have been computed taking into account the trade of all territories in respect of which the General Agreement on Tariffs and Trade is applied.

Annex

I

Notes and Supplementary Provisions1) [Red: Titel van de Bijlage gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

ad Article I2) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van Deel I en artikel XXIX van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

Paragraph 1

The obligations incorporated in paragraph 1 of Article I by reference to paragraphs 2 and 4 of Article III and those incorporated in paragraph 2(b) of Article II by reference to Article VI shall be considered as falling within Part II for the purposes of the Protocol of Provisional Application.

The cross-references, in the paragraph immediately above and in paragraph 1 of Article I, to paragraphs 2 and 4 of Article III shall only apply after Article III has been modified by the entry into force of the amendment provided for in the Protocol Modifying Part II and Article XXVI of the General Agreement on Tariffs and Trade, dated September 14, 1948.

Paragraph 4

The term “margin of preference” means the absolute difference between the most-favoured-nation rate of duty and the preferential rate of duty for the like product, and not the proportionate relation between those rates. As examples:

  • (1)

    If the most-favoured-nation rate were 36 per cent ad valorem and the preferential rate were 24 per cent ad valorem, the margin of preference would be 12 per cent ad valorem, and not one-third of the most-favoured-nation rate;

  • (2)

    If the most-favoured-nation rate were 36 per cent ad valorem and the preferential rate were expressed as two-thirds of the most-favoured-nation rate, the margin of preference would be 12 per cent ad valorem;

  • (3)

    If the most-favoured-nation rate were 2 francs per kilogram and the preferential rate were 1.50 francs per kilogram, the margin of preference would be 0.50 francs per kilogram.

The following kinds of customs action, taken in accordance with established uniform procedures, would not be contrary to a general binding of margins of preference:

  • (i)

    The re-application to an imported product of a tariff classification or rate of duty, properly applicable to such product, in cases in which the application of such classification or rate to such product was temporarily suspended or inoperative on April 10, 1947; and

  • (ii)

    The classification of a particular product under a tariff item other than that under which importations of that product were classified on April 10, 1947, in cases in which the tariff law clearly contemplates that such product may be classified under more than one tariff item.

ad Article II1)[Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van Deel I en artikel XXIX van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

Paragraph 2 (a)

The cross-reference, in paragraph 2 (a) of Article II, to paragraph 2 of Article III shall only apply after Article III has been modified by the entry into force of the amendment provided for in the Protocol Modifying Part II and Article XXVI of the General Agreement on Tariffs and Trade, dated September 14, 1948.

Paragraph 2 (b)

See the note relating to paragraph 1 of Article I.

Paragraph 4

Except where otherwise specifically agreed between the contracting parties which initially negotiated the concession, the provisions of this paragraph will be applied in the light of the provisions of Article 31 of the Havana Charter.

ad Article III1) [Red: Ingelast bij het Protocol tot wijziging van Deel II en artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en gewijzigd bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

Any internal tax or other internal charge, or any law, regulation or requirement of the kind referred to in paragraph 1 which applies to an imported product and to the like domestic product and is collected or enforced in the case of the imported product at the time or point of importation, is nevertheless to be regarded as an internal tax or other internal charge, or a law, regulation or requirement of the kind referred to in paragraph 1, and is accordingly subject to the provisions of Article III.

Paragraph 1

The application of paragraph 1 to internal taxes imposed by local governments and authorities within the territory of a contracting party is subject to the provisions of the final paragraph of Article XXIV. The term “reasonable measures” in the last-mentioned paragraph would not require, for example, the repeal of existing national legislation authorizing local governments to impose internal taxes which, although technically inconsistent with the letter of Article III, are not in fact inconsistent with its spirit, if such repeal would result in a serious financial hardship for the local governments or authorities concerned. With regard to taxation by local governments or authorities which is inconsistent with both the letter and spirit of Article III, the term “reasonable measures” would permit a contracting party to eliminate the inconsistent taxation gradually over a transition period, if abrupt action would create serious administrative and financial difficulties.

Paragraph 2

A tax conforming to the requirements of the first sentence of paragraph 2 would be considered to be inconsistent with the provisions of the second sentence only in cases where competition was involved between, on the one hand, the taxed product and, on the other hand, a directly competitive or substitutable product which was not similarly taxed.

Paragraph 5

Regulations consistent with the provisions of the first sentence of paragraph 5 shall not be considered to be contrary to the provisions of the second sentence in any case in which all of the products subject to the regulations are produced domestically in substantial quantities. A regulation cannot be justified as being consistent with the provisions of the second sentence on the ground that the proportion or amount allocated to each of the products which are the subject of the regulation constitutes an equitable relationship between imported and domestic products.

ad Article V

Paragraph 5

With regard to transportation charges, the principle laid down in paragraph 5 refers to like products being transported on the same route under like conditions.

ad Article VI2) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van Deel II en artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

Paragraph 1

  • 1.

    Hidden dumping by associated houses (that is, the sale by an importer at a price below that corresponding to the price invoiced by an exporter with whom the importer is associated, and also below the price in the exporting country) constitutes a form of price dumping with respect to which the margin of dumping may be calculated on the basis of the price at which the goods are resold by the importer.

  • 2.

    It is recognized that, in the case of imports from a country which has a complete or substantially complete monopoly of its trade and where all domestic prices are fixed by the State, special difficulties may exist in determining price comparability for the purposes of paragraph 1, and in such cases importing contracting parties may find it necessary to take into account the possibility that a strict comparison with domestic prices in such a country may not always be appropriate.

Paragraphs 2 and 3

Note 1. As in many other cases in customs administration, a contracting party may require reasonable security (bond or cash deposit) for the payment of anti-dumping or countervailing duty pending final determination of the facts in any case of suspected dumping or subsidization.

Note 2. Multiple currency practices can in certain circumstances constitute a subsidy to exports which may be met by countervailing duties under paragraph 3 or can constitute a form of dumping by means of a partial depreciation of a country's currency which may be met by action under paragraph 2. By “multiple currency practices” is meant practices by governments or sanctioned by governments.

Paragraph 6 (b)

Waivers under the provisions of this sub-paragraph shall be granted only on application by the contracting party proposing to levy an anti-dumping or countervailing duty, as the case may be.

ad Article VII1)[Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

Paragraph 1

The expression “or other charges” is not to be regarded as including internal taxes or equivalent charges imposed on or in connection with imported products.

Paragraph 2

  • 1.

    It would be in conformity with Article VII to presume that “actual value” may be represented by the invoice price, plus any nonincluded charges for legitimate costs which are proper elements of “actual value” and plus any abnormal discount or other reduction from the ordinary competitive price.

  • 2.

    It would be in conformity with Article VII, paragraph 2 (b), for a contracting party to construe the phrase “in the ordinary course of trade .... under fully competitive conditions”, as excluding any transaction wherein the buyer and seller are not independent of each other and price is not the sole consideration.

  • 3.

    The standard of “fully competitive conditions” permits a contracting party to exclude from consideration prices involving special discounts limited to exclusive agents.

  • 4.

    The wording of sub-paragraphs (a) and (b) permits a contracting party to determine the value for customs purposes uniformly either (1) on the basis of a particular exporter's prices of the imported merchandise, or (2) on the basis of the general price level of like merchandise.

ad Article VIII1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (zoals verbeterd).]

  • 1.

    While Article VIII does not cover the use of multiple rates of exchange as such, paragraphs 1 and 4 condemn the use of exchange taxes or fees as a device for implementing multiple currency practices; if, however, a contracting party is using multiple currency exchange fees for balance of payments reasons with the approval of the International Monetary Fund, the provisions of paragraph 9 (a) of Article XV fully safeguard its position.

  • 2.

    It would be consistent with paragraph 1 if on the importation of products from the territory of a contracting party into the territory of another contracting party, the production of certificates of origin should only be required to the extent that is strictly indispensable.

ad Articles XI, XII, XIII, XIV and XVIII2)[Red: Ingelast bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (zoals verbeterd).]

Throughout Articles XI, XII, XIII, XIV and XVIII the terms “import restrictions” or “export restrictions” include restrictions made effective through state-trading operations.

ad Article XI

Paragraph 2 (c)

The term “in any form” in this paragraph covers the same products when in an early stage of processing and still perishable, which compete directly with the fresh product and if freely imported would tend to make the restriction on the fresh product ineffective.

Paragraph 2, last sub-paragraph

The term “special factors” includes changes in relative productive efficiency as between domestic and foreign producers, or as between different foreign producers, but not changes artificially brought about by means not permitted under the Agreement.

ad Article XII1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

The CONTRACTING PARTIES shall make provision for the utmost secrecy in the conduct of any consultation under the provisions of this Article.

Paragraph 3 (c) (i)

Contracting parties applying restrictions shall endeavour to avoid causing serious prejudice to exports of a commodity on which the economy of a contracting party is largely dependent.

Paragraph 4 (b)

It is agreed that the date shall be within ninety days after the entry into force of the amendments of this Article effected by the Protocol Amending the Preamble and Parts II and III of this Agreement. However, should the CONTRACTING PARTIES find that conditions were not suitable for the application of the provisions of this sub-paragraph at the time envisaged, they may determine a later date; Provided that such date is not more than thirty days after such time as the obligations of Article VIII, Sections 2, 3 and 4 of the Articles of Agreement of the International Monetary Fund become applicable to contracting parties, members of the Fund, the combined foreign trade of which constitutes at least fifty per centum of the aggregate foreign trade of all contracting parties.

Paragraph 4 (e)

It is agreed that paragraph 4 (e) does not add any new criteria for the imposition or maintenance of quantitative restrictions for balance of payments reasons. It is solely intended to ensure that all external factors such as changes in the terms of trade, quantitative restrictions, excessive tariffs and subsidies, which may be contributing to the balance of payments difficulties of the contracting party applying restrictions will be fully taken into account.

ad Article XIII1) [Red: Gewijzigd bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

Paragraph 2 (d)

No mention was made of “commercial considerations” as a rule for the allocation of quotas because it was considered that its application by governmental authorities might not always be practicable. Moreover, in cases where it is practicable, a contracting party could apply these considerations in the process of seeking agreement, consistently with the general rule laid down in the opening sentence of paragraph 2.

Paragraph 4

See note relating to “special factors” in connection with the last sub-paragraph of paragraph 2 of Article XI.

ad Article XIV2)[Red: Gewijzigd bij het Bijzonder Protocol tot wijziging van artikel XIV van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

Paragraph 1

The provisions of this paragraph shall not be so construed as to preclude full consideration by the CONTRACTING PARTIES, in the consultations provided for in paragraph 4 of Article XII and in paragraph 12 of Article XVIII, of the nature, effects and reasons for discrimination in the field of import restrictions.

Paragraph 2

One of the situations contemplated in paragraph 2 is that of a contracting party holding balances acquired as a result of current transactions which it finds itself unable to use without a measure of discrimination.

ad Article XV

Paragraph 4

The word “frustrate” is intended to indicate, for example, that infringements of the letter of any Article of this Agreement by exchange action shall not be regarded as a violation of that Article if, in practice, there is no appreciable departure from the intent of the Article. Thus, a contracting party which, as part of its exchange control operated in accordance with the Articles of Agreement of the International Monetary Fund, requires payment to be received for its exports in its own currency or in the currency of one or more members of the International Monetary Fund will not thereby be deemed to contravene Article XI or Article XIII. Another example would be that of a contracting party which specifies on an import licence the country from which the goods may be imported, for the purpose not of introducing any additional element of discrimination in its import licensing system but of enforcing permissible exchange controls.

ad Article XVI1) [Red: Ingelast bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

The exemption of an exported product from duties or taxes borne by the like product when destined for domestic consumption, or the remission of such duties or taxes in amounts not in excess of those which have accrued, shall not be deemed to be a subsidy.

Section B

  • 1.

    Nothing in Section B shall preclude the use by a contracting party of multiple rates of exchange in accordance with the Articles of Agreement of the International Monetary Fund.

  • 2.

    For the purposes of Section B, a “primary product” is understood to be any product of farm, forest or fishery, or any mineral, in its natural form or which has undergone such processing as is customarily required to prepare it for marketing in substantial volume in international trade.

Paragraph 3

  • 1.

    The fact that a contracting party has not exported the product in question during the previous representative period would not in itself preclude that contracting party from establishing its right to obtain a share of the trade in the product concerned.

  • 2.

    A system for the stabilization of the domestic price or of the return to domestic producers of a primary product independently of the movements of export prices, which results at times in the sale of the product for export at a price lower than the comparable price charged for the like product to buyers in the domestic market, shall be considered not to involve a subsidy on exports within the meaning of paragraph 3 if the CONTRACTING PARTIES determine that:

    • (a)

      the system has also resulted, or is so designed as to result, in the sale of the product for export at a price higher than the comparable price charged for the like product to buyers in the domestic market; and

    • (b)

      the system is so operated, or is designed so to operate, either because of the effective regulation of production or otherwise, as not to stimulate exports unduly or otherwise seriously to prejudice the interests of other contracting parties.

Notwithstanding such determination by the CONTRACTING PARTIES, operations under such a system shall be subject to the provisions of paragraph 3 where they are wholly or partly financed out of government funds in addition to the funds collected from producers in respect of the product concerned.

Paragraph 4

The intention of paragraph 4 is that the contracting parties should seek before the end of 1957 to reach agreement to abolish all remaining subsidies as from 1 January 1958; or, failing this, to reach agreement to extend the application of the standstill until the earliest date thereafter by which they can expect to reach such agreement.

ad Article XVII1)[Red: Gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

Paragraph 1

The operations of Marketing Boards, which are established by contracting parties and are engaged in purchasing or selling, are subject to the provisions of sub-paragraphs (a) and (b).

The activities of Marketing Boards which are established by contracting parties and which do not purchase or sell but lay down regulations covering private trade are governed by the relevant Articles of this Agreement.

The charging by a state enterprise of different prices for its sales of a product in different markets is not precluded by the provisions of this Article, provided that such different prices are charged for commercial reasons, to meet conditions of supply and demand in export markets.

Paragraph 1 (a)

Governmental measures imposed to ensure standards of quality and efficiency in the operation of external trade, or privileges granted for the exploitation of national natural resources but which do not empower the government to exercise control over the trading activities of the enterprise in question, do not constitute “exclusive or special privileges”.

Paragraph 1 (b)

A country receiving a “tied loan” is free to take this loan into account as a “commercial consideration” when purchasing requirements abroad.

Paragraph 2

The term “goods” is limited to products as understood in commercial practice, and is not intended to include the purchase or sale of services.

Paragraph 3

Negotiations which contracting parties agree to conduct under this paragraph may be directed towards the reduction of duties and other charges on imports and exports or towards the conclusion of any other mutually satisfactory arrangement consistent with the provisions of this Agreement. (See paragraph 4 of Article II and the note to that paragraph.)

Paragraph 4 (b)

The term “import mark-up” in this paragraph shall represent the margin by which the price charged by the import monopoly for the imported product (exclusive of internal taxes within the purview of Article III, transportation, distribution, and other expenses incident to the purchase, sale or further processing, and a reasonable margin of profit) exceeds the landed cost.

ad Article XVIII1) [Red: Ingelast bij het Protocol tot wijziging van Deel II en artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en gewijzigd bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

The CONTRACTING PARTIES and the contracting parties concerned shall preserve the utmost secrecy in respect of matters arising under this Article.

Paragraphs 1 and 4

  • 1.

    When they consider whether the economy of a contracting party “can only support low standards of living”, the CONTRACTING PARTIES shall take into consideration the normal position of that economy and shall not base their determination on exceptional circumstances such as those which may result from the temporary existence of exceptionally favourable conditions for the staple export product or products of such contracting party.

  • 2.

    The phrase “in the early stages of development” is not meant to apply only to contracting parties which have just started their economic development, but also to contracting parties the economies of which are undergoing a process of industrialization to correct an excessive dependence on primary production.

Paragraphs 2, 3, 7, 13 and 22

The reference to the establishment of particular industries shall apply not only to the establishment of a new industry, but also to the establishment of a new branch of production in an existing industry and to the substantial transformation of an existing industry, and to the substantial expansion of an existing industry supplying a relatively small proportion of the domestic demand. It shall also cover the reconstruction of an industry destroyed or substantially damaged as a result of hostilities or natural disasters.

Paragraph 7 (b)

A modification or withdrawal, pursuant to paragraph 7 (b), by a contracting party, other than the applicant contracting party, referred to in paragraph 7 (a), shall be made within six months of the day on which the action is taken by the applicant contracting party, and shall become effective on the thirtieth day following the day on which such modification or withdrawal has been notified to the CONTRACTING PARTIES.

Paragraph 11

The second sentence in paragraph 11 shall not be interpreted to mean that a contracting party is required to relax or remove restrictions if such relaxation or removal would thereupon produce conditions justifying the intensification or institution, respectively, of restrictions under paragraph 9 of Article XVIII.

Paragraph 12 (b)

The date referred to in paragraph 12 (b) shall be the date determined by the CONTRACTING PARTIES in accordance with the provisions of paragraph 4 (b) of Article XII of this Agreement.

Paragraphs 13 and 14

It is recognized that, before deciding on the introduction of a measure and notifying the CONTRACTING PARTIES in accordance with paragraph 14, a contracting party may need a reasonable period of time to assess the competitive position of the industry concerned.

Paragraphs 15 and 16

It is understood that the CONTRACTING PARTIES shall invite a contracting party proposing to apply a measure under Section C to consult with them pursuant to paragraph 16 if they are requested to do so by a contracting party the trade of which would be appreciably affected by the measure in question.

Paragraphs 16, 18, 19 and 22

  • 1.

    Is is understood that the CONTRACTING PARTIES may concur in a proposed measure subject to specific conditions or limitations. If the measure as applied does not conform to the terms of the concurrence it will to that extent be deemed a measure in which the CONTRACTING PARTIES have not concurred. In cases in which the CONTRACTING PARTIES have concurred in a measure for a specified period, the contracting party concerned, if it finds that the maintenance of the measure for a further period of time is required to achieve the objective for which the measure was originally taken, may apply to the CONTRACTING PARTIES for an extension of that period in accordance with the provisions and procedures of Section C or D, as the case may be.

  • 2.

    It is expected that the CONTRACTING PARTIES will, as a rule, refrain from concurring in a measure which is likely to cause serious prejudice to exports of a commodity on which the economy of a contracting party is largely dependent.

Paragraphs 18 and 22

The phrase “that the interests of other contracting parties are adequately safeguarded” is meant to provide latitude sufficient to permit consideration in each case of the most appropriate method of safeguarding those interests. The appropriate method may, for instance, take the form of an additional concession to be applied by the contracting party having recourse to Section C or D during such time as the deviation from the other Articles of the Agreement would remain in force or of the temporary suspension by any other contracting party referred to in paragraph 18 of a concession substantially equivalent to the impairment due to the introduction of the measure in question. Such contracting party would have the right to safeguard its interests through such a temporary suspension of a concession; Provided that this right will not be exercised when, in the case of a measure imposed by a contracting party coming within the scope of paragraph 4 (a), the CONTRACTING PARTIES have determined that the extent of the compensatory concession proposed was adequate.

Paragraph 19

The provisions of paragraph 19 are intented to cover the cases where an industry has been in existence beyond the “reasonable period of time” referred to in the note to paragraphs 13 and 14, and should not be so construed as to deprive a contracting party coming within the scope of paragraph 4 (a) of Article XVIII, of its right to resort to the other provisions of Section C, including paragraph 17, with regard to a newly established industry even though it has benefited from incidental protection afforded by balance of payments import restrictions.

Paragraph 21

Any measure taken pursuant to the provisions of paragraph 21 shall be withdrawn forthwith if the action taken in accordance with paragraph 17 is withdrawn or if the CONTRACTING PARTIES concur in the measure proposed after the expiration of the ninety-day time limit specified in paragraph 17.

ad Article XX1) [Red: Ingelast bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

Sub-paragraph (h)

The exception provided for in this sub-paragraph extends to any commodity agreement which conforms to the principles approved by the Economic and Social Council in its Resolution 30 (IV) of 28 March 1947.

ad Article XXIV1) [Red: Gewijzigd bij het Bijzonder Protocol tot wijziging van artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, bij het Derde Protocol van verbeteringen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en bij het Protocol tot verbetering van de Franse tekst van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

Paragraph 9

It is understood that the provisions of Article I would require that, when a product which has been imported into the territory of a member of a customs union or free-trade area at a preferential rate of duty is re-exported to the territory of another member of such union or area, the latter member should collect a duty equal to the difference between the duty already paid and any higher duty that would be payable if the product were being imported directly into its territory.

Paragraph 11

Measures adopted by India and Pakistan in order to carry out definitive trade arrangements between them, once they have been agreed upon, might depart from particular provisions of this Agreement, but these measures would in general be consistent with the objectives of the Agreement.

[ad Article XXVI2) [Red: Geschrapt bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] ]

ad Article XXVIII3) [Red: Ingelast bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (zoals verbeterd).]

The CONTRACTING PARTIES and each contracting party concerned should arrange to conduct the negotiations and consultations with the greatest possible secrecy in order to avoid premature disclosure of details of prospective tariff changes. The CONTRACTING PARTIES shall be informed immediately of all changes in national tariffs resulting from recourse to this Article.

Paragraph 1

  • 1.

    If the CONTRACTING PARTIES specify a period other than a three-year period, a contracting party may act pursuant to paragraph 1 or paragraph 3 of Article XXVIII on the first day following the expiration of such other period and, unless the CONTRACTING PARTIES have again specified another period, subsequent periods will be three-year periods following the expiration of such specified period.

  • 2.

    The provision that on 1 January 1958, and on other days determined pursuant to paragraph 1, a contracting party “may .... modify or withdraw a concession” means that on such day, and on the first day after the end of each period, the legal obligation of such contracting party under Article II is altered; it does not mean that the changes in its customs tariff should necessarily be made effective on that day. If a tariff change resulting from negotiations undertaken pursuant to this Article is delayed, the entry into force of any compensatory concessions may be similarly delayed.

  • 3.

    Not earlier than six months, nor later than three months, prior to 1 January 1958, or to the termination date of any subsequent period, a contracting party wishing to modify or withdraw any concession embodied in the appropriate Schedule, should notify the CONTRACTING PARTIES to this effect. The CONTRACTING PARTIES shall then determine the contracting party or contracting parties with which the negotiations or consultations referred to in paragraph 1 shall take place. Any contracting party so determined shall participate in such negotiations or consultations with the applicant contracting party with the aim of reaching agreement before the end of the period. Any extension of the assured life of the Schedules shall relate to the Schedules as modified after such negotiations, in accordance with paragraphs 1, 2 and 3 of Article XXVIII. If the CONTRACTING PARTIES are arranging for multilateral tariff negotiations to take place within the period of six months before 1 January 1958, or before any other day determined pursuant to paragraph 1, they shall include in the arrangements for such negotiations suitable procedures for carrying out the negotiations referred to in this paragraph.

  • 4.

    The object of providing for the participation in the negotiations of any contracting party with a principal supplying interest, in addition to any contracting party with which the concession was initially negotiated, is to ensure that a contracting party with a larger share in the trade affected by the concession than a contracting party with which the concession was initially negotiated shall have an effective opportunity to protect the contractual right which it enjoys under this Agreement. On the other hand, it is not intended that the scope of the negotiations should be such as to make negotiations and agreement under Article XXVIII unduly difficult nor to create complications in the application of this Article in the future to concessions which result from negotiations thereunder. Accordingly, the CONTRACTING PARTIES should only determine that a contracting party has a principal supplying interest if that contracting party has had, over a reasonable period of time prior to the negotiations, a larger share in the market of the applicant contracting party than a contracting party with which the concession was initially negotiated or would, in the judgment of the CONTRACTING PARTIES, have had such a share in the absence of discriminatory quantitative restrictions maintained by the applicant contracting party. It would therefore not be appropriate for the CONTRACTING PARTIES to determine that more than one contracting party, or in those exceptional cases where there is near equality more than two contracting parties, had a principal supplying interest.

  • 5.

    Notwithstanding the definition of a principal supplying interest in note 4 to paragraph 1, the CONTRACTING PARTIES may exceptionally determine that a contracting party has a principal supplying interest if the concession in question affects trade which constitutes a major part of the total exports of such contracting party.

  • 6.

    It is not intended that provision for participation in the negotiations of any contracting party with a principal supplying interest, and for consultation with any contracting party having a substantial interest in the concession which the applicant contracting party is seeking to modify or withdraw, should have the effect that it should have to pay compensation or suffer retaliation greater than the withdrawal or modification sought, judged in the light of the conditions of trade at the time of the proposed withdrawal or modification, making allowance for any discriminatory quantitative restrictions maintained by the applicant contracting party.

  • 7.

    The expression “substantial interest” is not capable of a precise definition and accordingly may present difficulties for the CONTRACTING PARTIES. It is, however, intended to be construed to cover only those contracting parties which have, or in the absence of discriminatory quantitative restrictions affecting their exports could reasonably be expected to have, a significant share in the market of the contracting party seeking to modify or withdraw the concession.

Paragraph 4

  • 1.

    Any request for authorization to enter into negotiations shall be accompanied by all relevant statistical and other data. A decision on such request shall be made within thirty days of its submission.

  • 2.

    It is recognized that to permit certain contracting parties, depending in large measure on a relatively small number of primary commodities and relying on the tariff as an important aid for furthering diversification of their economies or as an important source of revenue, normally to negotiate for the modification or withdrawal of concessions only under paragraph 1 of Article XXVIII, might cause them at such a time to make modifications or withdrawals which in the long run would prove unnecessary. To avoid such a situation the CONTRACTING PARTIES shall authorize any such contracting party, under paragraph 4, to enter into negotiations unless they consider this would result in, or contribute substantially towards, such an increase in tariff levels as to threaten the stability of the Schedules to this Agreement or lead to undue disturbance of international trade.

  • 3.

    It is expected that negotiations authorized under paragraph 4 for modification or withdrawal of a single item, or a very small group of items, could normally be brought to a conclusion in sixty days. It is recognized, however, that such a period will be inadequate for cases involving negotiations for the modification or withdrawal of a larger number of items and in such cases, therefore, it would be appropriate for the CONTRACTING PARTIES to prescribe a longer period.

  • 4.

    The determination referred to in paragraph 4 (d) shall be made by the CONTRACTING PARTIES within thirty days of the submission of the matter to them, unless the applicant contracting party agrees to a longer period.

  • 5.

    In determining under paragraph 4 (d) whether an applicant contracting party has unreasonably failed to offer adequate compensation, it is understood that the CONTRACTING PARTIES will take due account of the special position of a contracting party which has bound a high proportion of its tariffs at very low rates of duty and to this extent has less scope than other contracting parties to make compensatory adjustment.

ad Article XXVIII bis1) [Red: Ingelast bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (zoals verbeterd).]

Paragraph 3

It is understood that the reference to fiscal needs would include the revenue aspect of duties and particularly duties imposed primarily for revenue purposes or duties imposed on products which can be substituted for products subject to revenue duties to prevent the avoidance of such duties.

ad Article XXIX1) [Red: Ingelast bij het Protocol tot wijziging van Deel I en artikel XXIX van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

Paragraph 1

Chapters VII and VIII of the Havana Charter have been excluded from paragraph 1 because they generally deal with the organization, functions and procedures of the International Trade Organization.

[Final note2) [Red: Geschrapt bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.] ]

Ad PART IV

The words “developed contracting parties” and the words “less-developed contracting parties” as used in Part IV are to be understood to refer to developed and less-developed countries which are parties to the General Agreement on Tariffs and Trade.

Ad Article XXXVI

Paragraph 1

This Article is based upon the objectives set forth in Article I as it will be amended by Section A of paragraph 1 of the Protocol Amending Part I and Articles XXIX and XXX when that Protocol enters into force.

Paragraph 4

The term “primary products” includes agricultural products, videparagraph 2 of the note ad Article XVI, Section B.

Paragraph 5

A diversification programme would generally include the intensification of activities for the processing of primary products and the development of manufacturing industries, taking into account the situation of the particular contracting party and the world outlook for production and consumption of different commodities.

Paragraph 8

It is understood that the phrase “do not expect reciprocity” means, in accordance with the objectives set forth in this Article, that the less-developed contracting parties should not be expected, in the course of trade negotiations, to make contributions which are inconsistent with their individual development, financial and trade needs, taking into consideration past trade developments.

This paragraph would apply in the event of action under Section A of Article XVIII, Article XXVIII, Article XVIII bis (Article XXIX after the amendment set forth in Section A of paragraph 1 of the Protocol Amending Part I and Articles XXIX and XXX shall have become effective), Article XXXIII, or any other procedure under this Agreement.

Ad Article XXXVII

Paragraph 1(a)

This paragraph would apply in the event of negotiations for reduction or elimination of tariffs or other restrictive regulations of commerce under Articles XXVIII, XXVIII bis (XXIX after the amendment set forth in Section A of paragraph 1 of the Protocol Amending Part I and Articles XXIX and XXX shall have become effective), and Article XXXIII, as well as in connexion with other action to effect such reduction or elimination which contracting parties may be able to undertake.

Paragraph 3(b)

The other measures referred to in this paragraph might include steps to promote domestic structural changes, to encourage the consumption or particular products, or to introduce measures of trade promotion.

Annex

J

Exceptions to the rule of non-discrimination3) [Red: Ingelast bij het Bijzonder Protocol tot wijziging van artikel XIV van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, maar geschrapt bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]

[Interpretative Note to Annex J4) [Red: Ingelast bij het Bijzonder Protocol tot wijziging van artikel XIV van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, maar geschrapt bij het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.]]

Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel

De Regeringen van het Gemenebest van Australië, het Koninkrijk België, de Verenigde Staten van Brazilië, Birma, Canada, Ceylon, de Republiek Chili, de Republiek China, de Republiek Cuba, de Tsjechoslowaakse Republiek, de Franse Republiek, India, Libanon, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, Nieuw-Zeeland, het Koninkrijk Noorwegen, Pakistan, Zuid-Rhodesia, Syrië, de Unie van Zuid-Afrika, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika;

Erkennende, dat hun betrekkingen op het gebied van handel en economie dienen te zijn gericht op verhoging van de levensstandaard, werkgelegenheid voor iedereen en een ruim, gestadig toenemend, reëel inkomen en een grote, gestadig toenemende, effectieve vraag, volledig gebruik van 's werelds hulpbronnen en uitbreiding van de produktie en de goederenruil;

Geleid door de wens bij te dragen tot de verwezenlijking van deze doeleinden door het aangaan, op grondslag van wederkerigheid en wederzijds voordeel, van overeenkomsten die een aanzienlijke verlaging van douanetarieven en een aanzienlijke vermindering van andere handelsbelemmeringen, zomede de afschaffing van discriminerende behandeling in het internationale handelsverkeer, beogen;

Zijn door middel van hun vertegenwoordigers het volgende overeengekomen:

DEEL

I

Artikel

I

Algehele meestbegunstiging

Artikel

II

Concessielijsten

DEEL

II

Artikel

III

Nationale behandeling op het gebied van binnenlandse belastingen en regelingen

Artikel

IV

Bijzondere voorschriften nopens cinematografische films

Indien een verdragsluitende partij binnenlandse kwantitatieve regelingen nopens belichte cinematografische films instelt of in stand houdt, dienen deze regelingen de vorm te hebben van projectietijdcontingenten welke aan de volgende eisen moeten voldoen:

  • (a)

    De projectietijd-contingenten mogen inhouden, dat over een bepaalde periode van minstens een jaar, cinematografische films van nationale oorsprong moeten worden vertoond gedurende een bepaald minimum gedeelte van de totale projectietijd die besteed wordt aan de commerciële vertoning van films ongeacht van welke oorsprong. Zodanige contingenten dienen te worden vastgesteld op basis van de projectietijd per bioscoop per jaar of van een daarmede overeenkomende grootheid;

  • (b)

    Met uitzondering van de krachtens een projectietijd-contingent voor films van nationale oorsprong gereserveerde projectietijd, mag geen projectietijd, daarbij inbegrepen die welke oorspronkelijk was gereserveerd voor vertoning van nationale films doch bij bestuurlijke maatregel is vrijgegeven, rechtens noch in feite worden toegewezen onder de films van verschillende oorsprong;

  • (c)

    Niettegenstaande het bepaalde sub (b) van dit artikel, mag elke verdragsluitende partij projectietijd-contingenten handhaven welke voldoen aan de sub (a) van dit artikel gestelde eisen, en een minimum percentage aan projectietijd reserveren voor films van een bepaalde oorsprong, films van de verdragsluitende partij die zulke projectietijd-contingenten heeft ingesteld daarbij uitgezonderd, onder voorbehoud dat dit minimum percentage niet wordt verhoogd boven het op 10 april 1947 geldende niveau;

  • (d)

    Projectietijd-contingenten kunnen door middel van onderhandelingen worden beperkt, geliberaliseerd of afgeschaft.

Artikel

V

Vrijheid van doorvoer

Artikel

VI

Anti-dumping- en compenserende rechten

Artikel

VII

Bepaling van de belastbare in- en uitvoerwaarde

Artikel

VIII

Retributies en formaliteiten bij in- en uitvoer

Artikel

IX

Merken van oorsprong

Artikel

X

Bekendmaking en uitvoering van handelsregelingen

Artikel

XI

Algemene afschaffing van kwantitatieve beperkingen

Artikel

XII

Beperkingen ter bescherming van de betalingsbalans

Artikel

XIII

Non-discriminatoire toepassing van kwantitatieve beperkingen

Artikel

XIV

Uitzonderingen op de regel van non-discriminatie

Artikel

XV

Valutaregelingen

Artikel

XVI

Subsidies

SECTIE A

Subsidies in het algemeen

SECTIE B

Aanvullende bepalingen betreffende exportsubsidies

Artikel

XVII

Staatshandelsondernemingen

Artikel

XVIII

Hulp van regeringswege ten bate van de economische ontwikkeling

SECTIE A

SECTIE B

SECTIE C

SECTIE D

Artikel

XIX

Noodmaatregelen inzake de invoer van bepaalde produkten

Artikel

XX

Algemene uitzonderingen

Onder voorbehoud dat de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast, dat zij een middel vormen hetzij tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen waar dezelfde omstandigheden heersen, hetzij tot een verkapte beperking van de internationale handel, wordt niets in deze Overeenkomst uitgelegd als een beletsel voor het nemen of toepassen door enige verdragsluitende partij van maatregelen:

  • (a)

    noodzakelijk ter bescherming van de openbare zeden;

  • (b)

    noodzakelijk ter bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant;

  • (c)

    betreffende de in- en uitvoer van goud of zilver;

  • (d)

    noodzakelijk ter verzekering van de naleving van wetten of regelingen die niet onverenigbaar zijn met de bepalingen dezer Overeenkomst, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de toepassing van douanevoorschriften, de handhaving van monopolies uitgeoefend krachtens artikel II, lid 4, en artikel XVII, de bescherming van octrooien, handelsmerken en auteursrechten en het voorkomen van bedrieglijke praktijken;

  • (e)

    betreffende voortbrengselen van gevangenisarbeid;

  • (f)

    ter bescherming van nationaal bezit van kunstzinnige, geschiedkundige of oudheidkundige waarde;

  • (g)

    tot het behoud van uitputbare natuurlijke hulpbronnen, mits de toepassing van zulke maatregelen met beperking van de binnenlandse produktie of het binnenlandse verbruik gepaard gaat;

  • (h)

    ter nakoming van verplichtingen krachtens een intergouvernementele goederenovereenkomst welke voldoet aan criteria die aan de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN werden voorgelegd en door hen niet werden afgekeurd, of welke goederenovereenkomst zelf aldus werd voorgelegd en niet werd afgekeurd;

  • (i)

    welke uitvoerbeperkingen inhouden van binnenlandse grondstoffen teneinde de noodzakelijke hoeveelheid hiervan te reserveren voor een binnenlandse verwerkende industrie in tijden dat de binnenlandse prijs van deze grondstoffen beneden de wereldprijs wordt gehouden ter uitvoering van een van regeringswege opgesteld stabilisatieplan, mits echter zulke beperkingen niet leiden tot vergroting van de uitvoer of de bescherming van zulk een binnenlandse industrie en niet strijdig zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst betreffende non-discriminatie;

  • (j)

    onontbeerlijk tot het verkrijgen of distribueren van produkten waarvan een algemeen of plaatselijk tekort bestaat; nochtans dienen zulke maatregelen in overeenstemming te zijn met het beginsel, dat alle verdragsluitende partijen recht hebben op een billijk aandeel in de internationale voorziening in deze produkten, en dienen de maatregelen welke niet in overeenstemming zijn met de andere bepalingen van deze Overeenkomst ongedaan te worden gemaakt, zodra de omstandigheden welke hen in het leven hebben geroepen hebben opgehouden te bestaan. De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN bestuderen uiterlijk 30 juni 1960 de vraag of een verdere handhaving van het gedeelte sub (j) van dit lid noodzakelijk is.

Artikel

XXI

Uitzonderingen met betrekking tot de staatsveiligheid

Geen enkele bepaling in deze Overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat zij:

  • (a)

    een verdragsluitende partij verplicht gegevens te verstrekken waarvan zij de openbaarmaking tegen het wezenlijke belang van haar veiligheid acht; of

  • (b)

    een verdragsluitende partij belet maatregelen te nemen welke die partij nodig acht ter bescherming van het wezenlijke belang van haar veiligheid en die

    • (i)

      betrekking hebben op splijtbare stoffen of tot grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd;

    • (ii)

      betrekking hebben op de handel in wapens, munitie en oorlogstuig en alle handel in andere goederen en materialen welke rechtstreeks of middellijk dienen voor de bevoorrading van een militair apparaat;

    • (iii)

      worden toegepast in tijd van oorlog of van gevaarlijke internationale spanningen;

  • (c)

    een verdragsluitende partij belet maatregelen te nemen tot handhaving van de internationale vrede en veiligheid ingevolge haar verplichtingen krachtens het Handvest van de Verenigde Naties.

Artikel

XXII

Overleg

Artikel

XXIII

Bescherming van concessies en voordelen

DEEL

III

Artikel

XXIV

Territoriale toepassing – grensverkeer – douane-unies en vrijhandelsgebieden

Artikel

XXV

Gezamenlijk optreden van de verdragsluitende partijen

Artikel

XXVI

Aanvaarding, inwerkingtreding en registratie

Artikel

XXVII

Opschorting of intrekking van concessies

Elke verdragsluitende partij staat het te allen tijde vrij een concessie welke is vermeld in de desbetreffende bij deze Overeenkomst gevoegde Lijst geheel of ten dele op te schorten of in te trekken, op grond van het feit dat een dergelijke concessie aanvankelijk werd overeengekomen met een regering die geen verdragsluitende partij is geworden of is opgehouden zulks te zijn. De verdragsluitende partij die zulk een maatregel neemt, is gehouden de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN daarvan in kennis te stellen en treedt, op daartoe gedaan verzoek, met verdragsluitende partijen die een aanmerkelijk belang bij het desbetreffende produkt hebben in overleg.

Artikel

XXVIII

Wijziging van de Lijsten

Artikel

XXVIIIbis

Tariefonderhandelingen

Artikel

XXIX

De verhouding van de onderhavige Overeenkomst tot het Handvest van Havana

Artikel

XXX

Wijzigingen

Artikel

XXXI

Opzegging

Onverminderd het bepaalde in artikel XVIII, lid 12, in artikel XXIII of in artikel XXX, lid 2, mag elke verdragsluitende partij deze Overeenkomst opzeggen of zulks afzonderlijk doen namens een of meer der afzonderlijke douanegebieden waarvoor zij internationale verantwoordelijkheid draagt en die op dat ogenblik volledige autonomie bezitten ten aanzien van hun buitenlandse handelsbetrekkingen en de andere bij deze Overeenkomst geregelde aangelegenheden. De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties daarvan schriftelijk in kennis is gesteld.

Artikel

XXXII

Verdragsluitende partijen

Artikel

XXXIII

Toetreding

Een regering die geen partij bij deze Overeenkomst is of een regering die handelt namens een afzonderlijk douanegebied dat volledige autonomie bezit ten aanzien van zijn buitenlandse handelsbetrekkingen en de andere bij deze Overeenkomst geregelde aangelegenheden kan tot deze Overeenkomst toetreden, hetzij voor zichzelf, hetzij namens dat gebied, op tussen deze regering en de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN overeen te komen voorwaarden. De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN nemen de beslissingen ingevolge dit lid bij een meerderheid van twee derde.

Artikel

XXXIV

Bijlagen

De Bijlagen bij deze Overeenkomst vormen een integrerend deel daarvan.

Artikel

XXXV

Niet-toepassing van de Overeenkomst tussen bepaalde verdragsluitende partijen

DEEL

IV

Handel en ontwikkeling

Artikel

XXXVI

Beginselen en doelstellingen

Artikel

XXXVII

Verplichtingen

Artikel

XXXVIII

Gezamenlijk optreden

Bijlage

A

Lijst van gebieden bedoeld in lid 2 (a) van artikel I

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Gebieden afhankelijk van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Canada

het Gemenebest van Australië

Gebieden afhankelijk van het Gemenebest van Australië

Nieuw-Zeeland

Gebieden afhankelijk van Nieuw-Zeeland

de Unie van Zuid-Afrika, met inbegrip van Zuid-West-Afrika

Ierland

India (op 10 april 1947)

Newfoundland

Zuid-Rhodesia

Birma

Ceylon

In sommige der bovengenoemde gebieden zijn twee of meer preferentiële tarieven voor bepaalde produkten van kracht. Deze gebieden kunnen, met goedvinden van de andere verdragsluitende partijen die de voornaamste leveranciers van deze produkten zijn onder de landen die meestbegunstiging genieten, deze preferentiële tarieven vervangen door een enkel preferentieel tarief, dat over het geheel genomen niet minder gunstig zal zijn voor leveranciers die van de meestbegunstiging genieten dan de preferenties die vóór deze vervanging van kracht waren.

Het instellen van een gelijkwaardige marge van tariefpreferentie ter vervanging van een preferentiële marge die ten aanzien van een binnenlandse belasting op 10 april 1947 uitsluitend tussen twee of meer van de in deze Bijlage vermelde gebieden bestond of ter vervanging van de preferentiële kwantitatieve regelingen omschreven in het volgende lid, wordt niet geacht een vergroting van de marge van tariefpreferentie te vormen.

De preferentiële regelingen bedoeld in lid 5 (b) van artikel XIV zijn die welke in het Verenigd Koninkrijk op 10 april 1947 van kracht waren ingevolge overeenkomsten met de Regeringen van Canada, Australië en Nieuw-Zeeland met betrekking tot gekoeld of bevroren rund- en kalfsvlees, bevroren schape- en lamsvlees, gekoeld of bevroren varkensvlees en bacon. Het is de bedoeling dat deze regelingen, onverminderd de maatregelen genomen krachtens het bepaalde onder I (h) van artikel XX worden afgeschaft of vervangen door tariefpreferenties en dat onderhandelingen hiertoe zo spoedig mogelijk zullen plaatsvinden tussen de landen die in hoofdzaak bij deze produkten rechtstreeks of middellijk zijn betrokken.

De belasting op de huur van films welke in Nieuw-Zeeland op 10 april 1947 van kracht was wordt voor de toepassing van deze Overeenkomst behandeld als een douanerecht bedoeld in artikel I. De contingentering die op 10 april 1947 in Nieuw-Zeeland aan de huurders van films was opgelegd wordt voor de toepassing van deze Overeenkomst behandeld als een projectie-tijdcontingent bedoeld in artikel IV.

De dominions India en Pakistan zijn niet afzonderlijk in de bovenstaande lijst genoemd, aangezien zij nog niet als zodanig bestonden op de peildatum 10 april 1947.

Bijlage

B

Lijst van gebieden der Franse Unie bedoeld in lid 2 (b) van artikel I

Frankrijk

Frans Equatoriaal-Afrika (Conventionele Kongo-bekken*)Voor invoer in het Franse moederland en in de gebieden der Franse Unie. en andere gebieden)

Frans West-Afrika

Kameroen onder Frans trustschap *)Voor invoer in het Franse moederland en in de gebieden der Franse Unie.

de Franse Somalikust en onderhorigheden

de Franse vestigingen in Oceanië

de Franse vestigingen in het condominium der Nieuwe Hebriden *)Voor invoer in het Franse moederland en in de gebieden der Franse Unie.

Indochina

Madagascar en onderhorigheden

Marokko (Franse zone) *)Voor invoer in het Franse moederland en in de gebieden der Franse Unie.

Nieuw-Caledonië en onderhorigheden

St. Pierre en Miquelon

Togo onder Frans trustschap *)Voor invoer in het Franse moederland en in de gebieden der Franse Unie.

Tunesië

Bijlage

C

Lijst van gebieden bedoeld in lid 2 (b) van artikel I, betrekking hebbende op de douane-unie tussen België, Luxemburg en Nederland

De Belgisch-Luxemburgse Economische Unie

Belgisch Kongo

Ruanda-Urundi

Nederland

Nieuw-Guinea

Suriname

de Nederlandse Antillen

de Republiek Indonesië

Voor invoer uitsluitend in de gebieden welke de douane-unie vormen.

Bijlage

D

Lijst van gebieden bedoeld in lid 2 (b) van artikel I met betrekking tot de Verenigde Staten van Amerika

de Verenigde Staten van Amerika (douanegebied)

Gebieden afhankelijk van de Verenigde Staten van Amerika

de Republiek der Philippijnen

Het instellen van een gelijkwaardige marge van tariefpreferentie ter vervanging van een preferentiële marge die ten aanzien van een binnenlandse belasting op 10 april 1947 uitsluitend tussen twee of meer van de in deze Bijlage vermelde gebieden bestond wordt niet geacht een vergroting van de marge van tarief preferentie te vormen.

Bijlage

E

Lijst van gebieden waarop de preferentiële regelingen tussen Chili en naburige landen bedoeld in lid 2 (d) van artikel I van toepassing zijn

Preferenties uitsluitend van kracht tussen Chili, enerzijds, en

  • 1.

    Argentinië

  • 2.

    Bolivia

  • 3.

    Perú,

anderzijds.

Bijlage

F

Lijst van gebieden waarop de preferentiële regelingen tussen Libanon en Syrië en naburige landen bedoeld in lid 2 (d) van artikel I van toepassing zijn

Preferenties uitsluitend van kracht tussen de Syrisch-Libanese douane-unie, enerzijds, en

  • 1.

    Palestina

  • 2.

    Transjordanië,

anderzijds.

Bijlage

G

Data ter bepaling van de maximale preferentiële marges bedoeld in lid 4 van artikel I

Australië ................

15 oktober 1946

Canada ................

1 juli 1939

Frankrijk ................

1 januari 1939

de Syrisch-Libanese douane-unie ................

30 november 1939

de Unie van Zuid-Afrika ................

1 juli 1938

Zuid-Rhodesia ................

1 mei 1941

Bijlage

H

Percentage van de totale buitenlandse handel ten gebruike bij de berekening van het percentage bedoeld in artikel XXVI

(gebaseerd op het gemiddelde van 1949-1953)

Indien, vóór de toetreding van de Regering van Japan tot de Algemene Overeenkomst, de onderhavige Overeenkomst is aanvaard door verdragsluitende partijen welker buitenlandse handel aangeduid in kolom I het percentage vertegenwoordigt van deze handel vastgesteld in lid 6 van artikel XXVI, is kolom I terzake van genoemd lid van toepassing. Indien de onderhavige Overeenkomst niet is aanvaard vóór de toetreding van de Regering van Japan, is kolom II terzake van genoemd lid van toepassing.

Kolom I

(verdragsluitende partijen op 1 maart 1955)

Kolom II

(verdragsluitende partijen op 1 mrt. 1955 en Japan)

Australië ................

3,1

3,0

Oostenrijk................

0,9

0,8

België-Luxemburg ................

4,3

4,2

Brazilië ................

2,5

2,4

Birma ................

0,3

0,3

Canada ................

6,7

6,5

Ceylon ................

0,5

0,5

Chili ................

0,6

0,6

Cuba ................

1,1

1,1

Tsjechoslowakije ................

1,4

1,4

Denemarken ................

1,4

1,4

de Dominicaanse Republiek ................

0,1

0,1

Finland ................

1,0

1,0

Frankrijk ................

8,7

8,5

de Bondsrepubliek Duitsland ................

5,3

5,2

Griekenland ................

0,4

0,4

Kolom I

(verdragsluitende partijen op 1 maart 1955)

Kolom II

(verdragsluitende partijen op 1 mrt. 1955 en Japan)

Haïti ................

0,1

0,1

India ................

2,4

2,4

Indonesië ................

1,3

1,3

Italië ................

2,9

2,8

het Koninkrijk der Nederlanden ................

4,7

4,6

Nieuw-Zeeland ................

1,0

1,0

Nicaragua ................

0,1

0,1

Noorwegen ................

1,1

1,1

Pakistan ................

0,9

0,8

Perú ................

0,4

0,4

Rhodesia en Nyasaland ................

0,6

0,6

Zweden ................

2,5

2,4

Turkije ................

0,6

0,6

de Unie van Zuid-Afrika ................

1,8

1,8

het Verenigd Koninkrijk ................

20,3

19,8

de Verenigde Staten van Amerika ................

20,6

20,1

Uruguay ................

0,4

0,4

Japan ................

2,3

———

———

100,0

100,0

Aantekening: Deze percentages zijn berekend met inachtneming van de handel van alle gebieden waarin de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel wordt toegepast.

Bijlage

I

Aantekeningen en aanvullende bepalingen

Ad artikel I

Lid 1

De verplichtingen welke zijn vervat in lid 1 van artikel I met verwijzing naar lid 2 en 4 van artikel III, alsmede die welke zijn vervat in lid 2 (b) van artikel II met verwijzing naar artikel VI, zullen voor de toepassing van het Protocol van voorlopige toepassing worden beschouwd als vallende binnen het kader van Deel II.

De verwijzing over en weer naar de leden 2 en 4 van artikel III in het onmiddellijk voorafgaande lid en in lid 1 van artikel I is slechts van toepassing nadat artikel III is gewijzigd door de inwerkingtreding van de wijziging bedoeld in het Protocol van 14 september 1948 tot wijziging van Deel II en artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.

Lid 4

Met de term „preferentiële marge” wordt bedoeld het absolute verschil tussen het meestbegunstigingsrecht en het preferentiële recht voor hetzelfde produkt en niet de verhouding tussen deze twee rechten. Bij voorbeeld:

  • (1)

    Indien het meest begunstigingsrecht 36% ad valorem bedraagt en het preferentiële recht 24% ad valorem, is de preferentiële marge 12% ad valorem en niet een derde van het meestbegunstigingsrecht;

  • (2)

    Indien het meest begunstigingsrecht 36% ad valorem bedraagt en het preferentiële recht wordt uitgedrukt als twee derde van het meestbegunstigingsrecht, is de preferentiële marge 12% ad valorem;

  • (3)

    Indien het meestbegunstigingsrecht 2 frank per kilogram bedraagt en het preferentiële recht 1,50 frank per kilogram, is de preferentiële marge 0,50 frank per kilogram.

De volgende douanemaatregelen genomen overeenkomstig reeds bestaande uniforme regelingen zijn niet in strijd met een algemene consolidatie der preferentiële marges:

  • (i)

    het wederom toepassen van een tariefindeling op een ingevoerd produkt of van een normaal daarop toepasselijk invoerrecht in gevallen waarin de toepassing van deze indeling of dit recht ten aanzien van het betrokken produkt op 10 april 1947 tijdelijk was opgeschort of buiten werking was gesteld; en

  • (ii)

    de indeling van een bepaald produkt onder een andere tariefpost dan die waaronder de invoer van dat produkt op 10 april 1947 was ingedeeld in gevallen waarin de tariefwet klaarblijkelijk de mogelijkheid voorziet, dat een dergelijk produkt onder meer dan één tariefpost wordt ingedeeld.

Ad artikel II

Lid 2 (a)

De verwijzing over en weer naar lid 2 van artikel III in lid 2 (a) van artikel II zal slechts van toepassing zijn nadat artikel III is gewijzigd door de inwerkingtreding van de wijziging bedoeld in het Protocol van 14 september 1948 tot wijziging van Deel II en artikel XXVI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.

Lid 2 (b)

Zie de aantekening bij lid 1 van artikel I.

Lid 4

Voor zover niet uitdrukkelijk anders is overeengekomen tussen de verdragsluitende partijen die oorspronkelijk de concessie overeenkwamen, wordt het in dit lid bepaalde toegepast met inachtneming van de bepalingen van artikel 31 van het Handvest van Havana.

Ad artikel III

Elke binnenlandse belasting of andere binnenlandse heffing of elke wet, elke verordening of elk voorschrift bedoeld in lid 1, van toepassing zowel op het geïmporteerde produkt als op het overeenkomstige binnenlandse produkt en geheven of ten uitvoer gelegd ten aanzien van het geïmporteerde produkt op het tijdstip of op de plaats van invoer, wordt niettemin beschouwd als een binnenlandse belasting of een andere binnenlandse heffing of als een wet, een verordening of een voorschrift bedoeld in lid 1 en valt mitsdien onder de bepalingen van artikel III.

Lid 1

De toepassing van lid 1 op binnenlandse belastingen, door lagere overheden binnen het gebied van een verdragsluitende partij opgelegd, is onderworpen aan het bepaalde in het laatste lid van artikel XXIV. De uitdrukking „redelijke maatregelen” in laatstgenoemd lid vereist niet, bij voorbeeld, de afschaffing van de bestaande binnenlandse wetgeving die bovenbedoelde overheden de bevoegdheid toekent binnenlandse belastingen op te leggen welke, hoewel naar vorm in strijd met de letter van artikel III, toch niet in strijd zijn met de strekking daarvan, indien deze afschaffing ernstige financiële moeilijkheden voor de betrokken lagere overheden zou opleveren. Wat betreft belastingen, door genoemde overheden geheven, welke zowel met de letter als met de strekking van artikel III in strijd zijn, staat de uitdrukking „redelijke maatregelen” het een verdragsluitende partij toe deze belastingen gedurende een overgangstijdvak geleidelijk af te schaffen, indien onmiddellijke opheffing ernstige bestuurlijke en financiële moeilijkheden zou veroorzaken.

Lid 2

Een belasting die aan de vereisten van de eerste zin van lid 2 voldoet wordt slechts dan als onverenigbaar met het bepaalde in de tweede zin beschouwd, wanneer zich concurrentie voordoet tussen het belaste produkt enerzijds en een rechtstreeks concurrerend produkt of een produkt dat het belaste produkt onmiddellijk kan vervangen en niet door een dergelijke heffing wordt getroffen anderzijds.

Lid 5

Verordeningen verenigbaar met het bepaalde in de eerste zin van lid 5 worden niet beschouwd in strijd te zijn met de bepalingen van de tweede zin, indien alle onder deze verordeningen vallende produkten in aanzienlijke hoeveelheden in het binnenland worden voortgebracht. Een verordening kan niet worden gerechtvaardigd als zijnde verenigbaar met het bepaalde in de tweede zin op grond van het feit dat het percentage of de hoeveelheid die aan ieder van de onder de verordening vallende produkten is toegewezen een billijke verhouding tussen de geïmporteerde en de binnenlandse produkten vormt.

Ad artikel V

Lid 5

Wat de vervoerstarieven betreft, is het in lid 5 neergelegde beginsel van toepassing op gelijksoortige produkten die over eenzelfde traject onder overeenkomstige omstandigheden worden vervoerd.

Ad artikel VI

  • 1.

    Verkapte dumping door geassocieerde handelshuizen (hieronder wordt verstaan de verkoop door een importeur tegen een lagere prijs dan de betrokken factuurprijs die in rekening is gebracht door een exporteur met wie de importeur geassocieerd is en die tevens lager is dan de in het land van uitvoer gangbare prijs) wordt beschouwd als een vorm van prijsdumping waarvan de marge van dumping berekend kan worden uitgaande van de prijs waartegen de goederen door de importeur worden doorverkocht.

  • 2.

    Men erkent dat bij invoer uit een land dat een volledig of nagenoeg volledig monopolie van zijn handel kent en waar alle binnenlandse prijzen worden vastgesteld door de Staat, zich bijzondere moeilijkheden kunnen voordoen bij het vergelijken van prijzen als bedoeld in lid 1. In zulke gevallen kunnen de importerende verdragsluitende partijen het noodzakelijk achten met de mogelijkheid rekening te houden, dat een strikte vergelijking met de binnenlandse prijzen in zulk een land niet altijd doelmatig kan zijn.

Leden 2 en 3

Aantekening 1. Zoals in de praktijk van het douanewezen dikwijls voorkomt, kan een verdragsluitende partij een redelijke zekerheidstelling (borgstelling of deposito in contanten) verlangen voor de betaling van anti-dumping- of compenserende rechten, zulks in afwachting van de uiteindelijke vaststelling der feiten, in alle gevallen waarin een verdenking van dumping of subsidiëring bestaat.

Aantekening 2. Het gebruikmaken van veelvoudige wisselkoersen kan onder bepaalde omstandigheden een subsidie op de uitvoer betekenen, die men kan ondervangen door compenserende rechten als bedoeld in lid 3, ofwel een vorm van dumping door middel van een gedeeltelijke depreciatie van het betaalmiddel van een land, die men kan ondervangen door maatregelen als bedoeld in lid 2. Met „het gebruikmaken van veelvoudige wisselkoersen” worden de door de regeringen gevolgde of goedgekeurde praktijken bedoeld.

Lid 6 (b)

Ontheffing op grond van het bepaalde in lid 6 (b) wordt alleen verleend op verzoek van de verdragsluitende partij die voornemens is een anti-dumping- of compenserend recht te heffen.

Ad artikel VII

Lid 1

Onder de uitdrukking „of andere heffingen” worden niet geacht te zijn begrepen binnenlandse belastingen of gelijksoortige heffingen ingesteld op of verband houdende met de invoer van produkten.

Lid 2

  • 1.

    Het is in overeenstemming met artikel VII aan te nemen dat de „werkelijke waarde” zich laat weergeven door het factuurbedrag, vermeerderd met de daarin niet opgenomen wettige kosten die daadwerkelijk deel uitmaken van de „werkelijke waarde” en voorts vermeerderd met eventuele ongebruikelijke kortingen op of andere abnormale verlagingen van de gewone concurrerende prijs.

  • 2.

    Het is in overeenstemming met artikel VII, lid 2 (b), indien een verdragsluitende partij aan de uitdrukking „bij normale handelstransacties . . . . . bij volledige vrije mededinging” de uitleg geeft, dat iedere transactie wordt uitgesloten waarbij de koper en de verkoper niet onafhankelijk van elkaar zijn en de prijs niet de enige overweging is.

  • 3.

    De norm „volledige vrije mededinging” verleent een verdragsluitende partij de bevoegdheid prijzen waarin bijzondere kortingen voor alleenvertegenwoordigers zijn begrepen, buiten beschouwing te laten.

  • 4.

    Het gestelde sub (a) en (b) verleent een verdragsluitende partij de bevoegdheid de waarde voor de toepassing van de douaneformaliteiten op gelijkvormige wijze vast te stellen, hetzij (1) op basis van de door een bepaalde exporteur berekende prijs der ingevoerde goederen, hetzij (2) op basis van het algemene prijspeil van gelijksoortige goederen.

Ad artikel VIII

  • 1.

    Hoewel artikel VIII geen betrekking heeft op het gebruik van meervoudige wisselkoersen als zodanig, veroordelen de leden 1 en 4 de heffing van belastingen of retributies op valutatransacties als een middel om meervoudige wisselkoersen toe te passen; indien echter een verdragsluitende partij met goedkeuring van het Internationale Monetaire Fonds meervoudige wisselkoersretributies heft ter bescherming van haar betalingsbalans, wordt haar positie geheel veilig gesteld door het bepaalde in lid 9 (a) van artikel XV.

  • 2.

    Het is in overeenstemming met lid 1 indien bij de invoer van produkten uit het gebied van een verdragsluitende partij naar het gebied van een andere verdragsluitende partij, certificaten van oorsprong slechts worden geëist voor zover zulks strikt noodzakelijk is.

Ad artikelen XI, XII, XIII, XIV en XVIII

In de artikelen XI, XII, XIII, XIV en XVIII hebben de uitdrukkingen „invoerbeperkingen” of „uitvoerbeperkingen” eveneens betrekking op beperkingen toegepast bij staatshandelstransacties.

Artikel XI

Lid 2 (c)

De uitdrukking „in enigerlei vorm” in dit lid slaat op dezelfde produkten die, wanneer zij in een vroeg stadium van verwerking verkeren en nog aan bederf onderhevig zijn, onmiddellijk concurreren met het verse produkt en waarvan de vrije invoer ertoe kan leiden dat de beperking van de invoer van het verse produkt zonder uitwerking blijft.

Lid 2, laatste alinea

Onder de term „bijzondere factoren” worden mede begrepen veranderingen in de produktiviteitsverhouding tussen binnenlandse en buitenlandse producenten of tussen verschillende buitenlandse producenten, maar geen veranderingen die kunstmatig zijn teweeggebracht met middelen welke krachtens deze Overeenkomst niet zijn geoorloofd.

Ad artikel XII

De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN nemen alle nodige maatregelen om de geheimhouding te verzekeren van ieder overleg dat ingevolge de bepalingen van dit artikel plaatsvindt.

Lid 3 (c) (i)

De verdragsluitende partijen die beperkingen toepassen dienen zich te beijveren om te vermijden dat ernstige schade wordt toegebracht aan de uitvoer van een produkt waarvan de economie van een verdragsluitende partij grotendeels afhankelijk is.

Lid 4 (b)

Het staat vast dat genoemde datum valt binnen een tijdvak van negentig dagen na de inwerkingtreding van de wijzigingen in dit artikel aangebracht door het Protocol tot wijziging van de preambule en Deel II en III van deze Overeenkomst. Mochten de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN echter van oordeel zijn, dat de omstandigheden zich niet lenen tot de toepassing op de voorgenomen datum van het bepaalde sub (b) van dit lid, dan kunnen zij een latere datum vaststellen; nochtans dient deze latere datum te vallen binnen een tijdvak van dertig dagen na de datum waarop de verplichtingen voortvloeiende uit de secties 2, 3 en 4 van artikel VIII van de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds van toepassing worden voor die verdragsluitende partijen die lid zijn van het Fonds, waarvan de gezamenlijke buitenlandse handel ten minste vijftig ten honderd bedraagt van de gehele buitenlandse handel van alle verdragsluitende partijen.

Lid 4 (e)

Het staat vast dat lid 4 (e) geen nieuwe maatstaven geeft voor de instelling of de handhaving van kwantitatieve beperkingen voor betalingsbalansdoeleinden. Met dit lid wordt slechts beoogd dat volledig rekening wordt gehouden met alle externe factoren, zoals wijzigingen in de ruilvoet, kwantitatieve beperkingen, buitensporige tarieven en subsidies, welke kunnen bijdragen tot betalingsbalansmoeilijkheden van de verdragsluitende partij welke de beperkingen toepast.

Ad artikel XIII

Lid 2 (d)

Voor de toewijzing van contingenten werden „commerciële overwegingen” niet als maatstaf genoemd, omdat men meende dat toepassing van deze maatstaf door de overheid niet altijd mogelijk zou zijn. Bovendien zou in gevallen waarin zulks uitvoerbaar is een verdragsluitende partij van deze maatstaf gebruik kunnen maken bij het streven naar overeenstemming overeenkomstig de algemene regel neergelegd in de eerste zin van lid 2.

Lid 4

Zie de aantekening betreffende „bijzondere factoren” in verband met de laatste alinea van lid 2 van artikel XI.

Ad artikel XIV

Lid 1

De bepalingen van dit lid dienen niet zodanig te worden uitgelegd, dat de verdragsluitende partijen worden verhinderd gedurende het overleg genoemd in artikel XII, lid 4, en in artikel XVIII, lid 12, volledig rekening te houden met de aard en de uitwerking van en de redenen voor de discriminatie bij invoerbeperkingen.

Lid 2

Een van de omstandigheden waarop in lid 2 wordt gedoeld is die waarin een verdragsluitende partij over saldi beschikt die uit lopende transacties zijn verkregen en die zij niet kan gebruiken zonder een zekere mate van discriminatie toe te passen.

Ad artikel XV

Lid 4

Met het woord „verijdelen” wordt te kennen gegeven, dat bij voorbeeld overtredingen van de letter van een artikel van deze Overeenkomst ten gevolge van deviezenmaatregelen niet worden beschouwd als een inbreuk op dit artikel, indien er in de praktijk niet noemenswaardig van de bedoeling van het artikel wordt afgeweken. Zo zal een verdragsluitende partij die in het kader van haar ingevolge de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds uitgeoefende deviezencontrole betaling voor haar uitvoer wenst te ontvangen in haar eigen munt of in de munt van een of meer leden van het Internationale Monetaire Fonds niet worden geacht daarbij in strijd te handelen met artikel XI of XIII. Een ander voorbeeld is, dat van een verdragsluitende partij die op een invoervergunning het land aangeeft vanwaar de goederen mogen worden ingevoerd, niet om een nieuw element van discriminatie in haar invoervergunningssysteem te brengen, maar om een geoorloofde deviezencontrole uit te oefenen.

Ad artikel XVI

Wanneer een geëxporteerd produkt wordt vrijgesteld van rechten of belastingen welke worden geheven van een gelijksoortig voor binnenlands gebruik bestemd produkt, dan wel wanneer teruggave plaatsvindt van deze rechten of belastingen tot een bedrag dat niet hoger is dan de verschuldigde of gestorte bedragen, wordt zulks niet als een subsidie beschouwd.

Sectie B

  • 1.

    Geen enkele bepaling van sectie B verhindert een verdragsluitende partij meervoudige wisselkoersen toe te passen in overeenstemming met de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds.

  • 2.

    Voor de toepassing van sectie B wordt onder de uitdrukking ,,basis-produkt” verstaan elk produkt van landbouw, boswezen of visserij of elke delfstof, hetzij in zijn natuurlijke vorm, hetzij be- of verwerkt als gemeenlijk is vereist voor de afzet in aanzienlijke hoeveelheden op de internationale markten.

Lid 3

  • 1.

    Het feit, dat een verdragsluitende partij het betrokken produkt niet heeft uitgevoerd in de vorige basisperiode, mag op zichzelf deze verdragsluitende partij niet beletten een aandeel in de handel in genoemd produkt te verkrijgen.

  • 2.

    Een stelsel om, onafhankelijk van het verloop der exportprijzen, de binnenlandse prijs of de opbrengst voor binnenlandse producenten van een basisprodukt te stabiliseren, welk stelsel somtijds ten gevolge heeft, dat een produkt tegen een lagere prijs ten verkoop wordt uitgevoerd dan de vergelijkbare prijs welke voor het overeenkomstige produkt aan kopers op de binnenlandse markt in rekening wordt gebracht, wordt niet geacht een uitvoer-subsidie te zijn in de zin van lid 3, indien de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN vaststellen dat:

    • (a)

      het stelsel ook heeft geleid, of is opgezet om te leiden, tot de uitvoer ten verkoop van het desbetreffende produkt tegen een hogere prijs dan de vergelijkbare prijs welke voor het overeenkomstige produkt aan kopers op de binnenlandse markt in rekening wordt gebracht; en

    • (b)

      het stelsel door doelmatige regeling van de produktie of anderszins zodanig werkt, of is opgezet om zodanig te werken, dat het de uitvoer niet overmatig stimuleert of op andere wijze de belangen van andere verdragsluitende partijen ernstig schaadt.

Niettegenstaande zulk een beslissing van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN zijn maatregelen welke ter uitvoering van zulk een stelsel werden genomen onderworpen aan het in lid 3 bepaalde, wanneer zij naast uit de van de producenten van het desbetreffende produkt ingevorderde gelden geheel of gedeeltelijk worden gefinancierd uit openbare middelen.

Lid 4

De bedoeling van lid 4 is, dat de verdragsluitende partijen vóór het einde van 1957 tot overeenstemming trachten te komen om alle overblijvende subsidies per 1 januari 1958 af te schaffen, of, bij gebreke daarvan, tot een overeenkomst te komen over de verlenging van de toepassing van de status-quo tot de datum waarop zij uiterlijk verwachten een dergelijke overeenstemming te bereiken.

Ad artikel XVII

Lid 1

De transacties van bureaus die door verdragsluitende partijen zijn opgericht en zich bezighouden met koop of verkoop zijn onderworpen aan de bepalingen van de alinea's (a) en (b).

De werkzaamheden van bureaus die door verdragsluitende partijen zijn opgericht en niet kopen of verkopen, maar regels voor de particuliere handel stellen vallen onder de desbetreffende artikelen van deze Overeenkomst.

De bepalingen van dit artikel beletten een staatsonderneming niet bij verkoop van een produkt op verschillende markten verschillende prijzen te vragen, mits zij zulks om commerciële redenen doet teneinde te beantwoorden aan de omstandigheden van vraag en aanbod op de exportmarkten.

Lid 1 (a)

Overheidsmaatregelen welke zijn getroffen om zekere normen van kwaliteit en doeltreffendheid bij het drijven van buitenlandse handel te waarborgen of voorrechten welke zijn verleend ten behoeve van de exploitatie van nationale natuurlijke hulpbronnen maar zonder de regering het recht toe te kennen toezicht uit te oefenen op de handelsverrichtingen van de betrokken onderneming, vormen geen „uitsluitende of bijzondere rechten".

Lid 1 (b)

Het staat een land dat een „gebonden lening” ontvangt vrij deze als „commerciële overweging” aan te merken bij aankoop van benodigde goederen in het buitenland.

Lid 2

De term „goederen” blijft beperkt tot produkten zoals men dit woord in de praktijk van de handel verstaat; genoten en verleende diensten worden daaronder niet begrepen.

Lid 3

Wanneer de verdragsluitende partijen ingevolge dit lid besluiten onderhandelingen te voeren, kunnen deze zijn gericht op verlaging van invoerrechten en andere heffingen op de in- en uitvoer, dan wel op het afsluiten van iedere andere wederzijds bevredigende overeenkomst die voldoet aan de bepalingen van deze Overeenkomst. (Zie lid 4 van artikel II en de op dat lid betrekking hebbende aantekening.)

Lid 4 (b)

De uitdrukking „prijsverhoging bij invoer” in dit lid duidt de marge aan waarmede de door het invoermonopolie voor het geïmporteerde produkt berekende prijs de prijs bij de lossing overtreft (met uitsluiting van overeenkomstig de bepalingen van artikel III geheven binnenlandse belastingen, transport- en afzetkosten en andere op koop, verkoop of verdere bewerking betrekking hebbende kosten, alsmede een redelijke winstmarge).

Ad artikel XVIII

De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN en de betrokken verdragsluitende partijen betrachten de grootst mogelijke geheimhouding met betrekking tot alle aangelegenheden die zich ingevolge dit artikel voordoen.

Leden 1 en 4

  • 1.

    Wanneer de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN een onderzoek instellen naar de vraag of de economie van een verdragsluitende partij „slechts een lage levensstandaard kan bieden", nemen zij de normale toestand van deze economie in aanmerking en baseren zij hun besluit niet op buitengewone omstandigheden zoals die welke kunnen voortspruiten uit het tijdelijk aanwezig zijn van bijzonder gunstige voorwaarden voor de uitvoer van het stapelprodukt of de stapelprodukten van deze verdragsluitende partij.

  • 2.

    De uitdrukking „in het beginstadium van ontwikkeling” slaat niet alleen op de verdragsluitende partijen die juist aangevangen zijn met hun economische ontwikkeling, maar ook op verdragsluitende partijen die industrialiseren om aan een te sterke afhankelijkheid van de produktie van basisprodukten het hoofd te bieden.

Leden 2, 3, 7, 13 en 22

De verwijzing naar de oprichting van bepaalde industrieën slaat niet alleen op de oprichting van een nieuwe industrie, doch ook op de oprichting van een nieuwe tak van voortbrenging in een bestaande industrie, op een belangrijke omschakeling in een bestaande industrie, alsmede op een aanzienlijke uitbreiding van een bestaande industrie die in een betrekkelijk klein gedeelte van de binnenlandse vraag voorziet. Zij omvat ook het herstel van een industrie die is verwoest of zwaar beschadigd als gevolg van vijandelijkheden of natuurrampen.

Lid 7 (b)

Elke wijziging of intrekking ingevolge lid 7 (b) door een andere verdragsluitende partij dan degene bedoeld in lid 7 (a) die een verzoek daartoe heeft gedaan, moet worden ten uitvoer gelegd binnen zes maanden vanaf de datum waarop de verzoekende verdragsluitende partij de maatregelen heeft ingesteld; deze wijziging of intrekking wordt van kracht op de dertigste dag na de datum waarop de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN daarvan in kennis zijn gesteld.

Lid 11

De tweede zin in lid 11 betekent niet, dat een verdragsluitende partij gehouden is beperkingen te verzachten of af te schaffen, indien een dergelijke verzachting of afschaffing omstandigheden schept, die de verscherping, onderscheidenlijk de instelling, van beperkingen krachtens lid 9 van artikel XVIII rechtvaardigen.

Lid 12 (b)

De datum bedoeld in lid 12 (b) is de datum die de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN vaststellen overeenkomstig het bepaalde in lid 4 (b) van artikel XII van deze Overeenkomst.

Leden 13 en 14

Men erkent, dat een verdragsluitende partij, alvorens te beslissen over het nemen van een maatregel en daarvan overeenkomstig lid 14 kennis te geven aan de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, een redelijke tijd nodig kan hebben om de situatie van de betrokken industrie uit het oogpunt van concurrentie te beoordelen.

Leden 15 en 16

Het is welverstaan, dat de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN een verdragsluitende partij die voornemens is een maatregel te nemen krachtens sectie C, uitnodigen om met hen in overleg te treden overeenkomstig lid 16, indien een verzoek daartoe tot hen wordt gericht door een verdragsluitende partij wier handel aanmerkelijk door deze maatregel wordt beïnvloed.

Leden 16, 18, 19 en 22

  • 1.

    Het is welverstaan, dat de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN hun toestemming tot een voorgenomen maatregel onder bepaalde voorwaarden of beperkingen kunnen verlenen. Indien de maatregel in strijd met de voorwaarden van de toestemming wordt toegepast, wordt hij te dezer zake beschouwd als een maatregel waarvoor de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN geen toestemming hebben verleend. In gevallen waarin de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN toestemming hebben verleend om een maatregel voor een bepaalde periode toe te passen, kan de betrokken verdragsluitende partij de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN verzoeken om een verlenging van dit tijdvak overeenkomstig de bepalingen en procedures van sectie C of D, indien zij van oordeel is, dat de toepassing van de maatregel voor een verder tijdvak noodzakelijk is om het doel waarvoor de maatregel oorspronkelijk was getroffen te verwezenlijken.

  • 2.

    Men rekent erop, dat de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN zich als regel zullen onthouden van het verlenen van toestemming tot een maatregel waarvan aangenomen kan worden, dat hij ernstig nadeel berokkent aan de export van een produkt waarvan de economie van een verdragsluitende partij grotendeels afhankelijk is.

Leden 18 en 22

De zinsnede „dat de belangen van andere verdragsluitende partijen voldoende zijn gewaarborgd” heeft ten doel voldoende speelruimte te geven om in elk afzonderlijk geval te onderzoeken, welke de meest geëigende methode is om deze belangen te waarborgen. Deze methode kan bijvoorbeeld zijn het verlenen van een aanvullende concessie door de verdragsluitende partij die gebruik maakt van sectie C of D gedurende de periode waarin de afwijking van de andere artikelen van de Overeenkomst van kracht is, dan wel het tijdelijk opschorten door iedere andere in lid 18 bedoelde verdragsluitende partij van een concessie die ongeveer gelijkwaardig is aan de benadeling toegebracht door de instelling van de desbetreffende maatregel. Deze verdragsluitende partij heeft het recht haar belangen te waarborgen door een dergelijke tijdelijke opschorting van een concessie; niettemin wordt dit recht niet uitgeoefend wanneer de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, indien het een maatregel betreft getroffen door een verdragsluitende partij die binnen de werkingssfeer van lid 4 (a) valt, hebben vastgesteld, dat de aangeboden compensatie voldoende is.

Lid 19

Het is de bedoeling dat het in lid 19 bepaalde van toepassing is in gevallen waarin een industrie reeds langer dan de „redelijke tijd” genoemd in de aantekening bij de leden 13 en 14 bestaat; dit moet niet zodanig worden uitgelegd, dat het een verdragsluitende partij die binnen de werkingssfeer van lid 4 (a) van artikel XVIII valt, het recht ontneemt met betrekking tot een nieuw opgerichte industrie gebruik te maken van de andere bepalingen van sectie C, daarbij inbegrepen lid 17, zelfs al heeft zij voordeel getrokken uit een aanvullende bescherming door beperkingen voor betalingsbalansdoeleinden.

Lid 21

Elke maatregel genomen overeenkomstig het bepaalde in lid 21 wordt onmiddellijk ingetrokken, indien de maatregel getroffen overeenkomstig lid 17 wordt ingetrokken of indien na afloop van de termijn van negentig dagen bedoeld in lid 17 de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN hun toestemming aan de voorgenomen maatregel verlenen.

Ad artikel XX

Alinea (h)

De uitzondering bedoeld in het gestelde onder (h) omvat elke goederenovereenkomst welke in overeenstemming is met de beginselen goedgekeurd door de Economische en Sociale Raad in zijn Resolutie 30 (IV) van 28 maart 1947.

Ad artikel XXIV

Lid 9

Het is welverstaan, dat de bepalingen van artikel I vereisen dat, wanneer een produkt dat tegen een preferentieel recht is ingevoerd binnen het gebied van een lid van een douane-unie of een vrijhandelsgebied, weer wordt uitgevoerd naar het gebied van een ander lid van deze unie of dat gebied, laatstgenoemd lid een invoerrecht dient te heffen dat gelijk is aan het verschil tussen het reeds betaalde invoerrecht en een eventueel hoger recht dat verschuldigd zou zijn indien het produkt regelrecht in zijn gebied was geïmporteerd.

Lid 11

Wanneer definitieve handelsovereenkomsten tussen India en Pakistan tot stand zijn gekomen, kunnen de door deze landen genomen maatregelen ter uitvoering van bedoelde overeenkomsten van sommige bepalingen van deze Overeenkomst afwijken; deze maatregelen mogen echter over het geheel genomen niet strijdig zijn met de doelstellingen van deze Overeenkomst.

Ad artikel XXVIII

De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN en elke betrokken verdragsluitende partij dienen maatregelen te nemen, opdat de onderhandelingen en het overleg onder de grootst mogelijke geheimhouding worden gevoerd teneinde een voortijdige openbaarmaking van bijzonderheden over de voorgenomen tariefwijzigingen te voorkomen. De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN dienen terstond te worden ingelicht omtrent alle wijzigingen in het tarief (van invoerrechten) van een verdragsluitende partij voortvloeiende uit de gebruikmaking van dit artikel.

Lid 1

  • 1.

    Indien de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN een andere dan een driejarige termijn vaststellen, kan een verdragsluitende partij op de eerste dag na die waarop deze termijn afloopt handelen volgens lid 1 of lid 3 van artikel XXVIII en duren de termijnen volgende op de aldus vastgestelde termijn drie jaar tenzij de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN opnieuw een bepaalde termijn hebben vastgesteld.

  • 2.

    De bepaling, dat op 1 januari 1958 en op andere overeenkomstig lid 1 vastgestelde data een verdragsluitende partij „een concessie . . . . mag wijzigen of intrekken”, betekent, dat op deze dag, en op de eerste dag na afloop van iedere termijn, de juridische verplichting krachtens artikel II voor deze verdragsluitende partij is gewijzigd; het betekent niet, dat de wijzigingen in haar tarief van invoerrechten noodzakelijkerwijze op die dag in werking moeten treden. Indien een tariefwijziging voortvloeiend uit onderhandelingen overeenkomstig dit artikel is vertraagd, mag eveneens de inwerkingstelling van compensaties worden uitgesteld.

  • 3.

    Ten hoogste zes maanden en ten minste drie maanden vóór 1 januari 1958 of vóór de datum waarop een periode van tariefbinding eindigt, dient een verdragsluitende partij die een in de desbetreffende Lijst opgenomen concessie wenst te wijzigen of in te trekken de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN terzake in te lichten. De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN bepalen alsdan met welke verdragsluitende partij of verdragsluitende partijen de in lid 1 genoemde onderhandelingen of het in lid 1 genoemde overleg plaatsvindt. Elke aldus aangewezen verdragsluitende partij neemt aan deze onderhandelingen of dit overleg met de verzoekende verdragsluitende partij deel teneinde vóór het einde van de periode van tariefbinding overeenstemming te bereiken. Elke verlenging van de verplichte geldigheidsduur van de Lijsten heeft betrekking op de Lijsten zoals gewijzigd na dergelijke onderhandelingen overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van artikel XXVIII. Indien de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN voorbereidingen treffen om binnen een periode van zes maanden vóór 1 januari 1958 of vóór elke andere overeenkomstig lid 1 vastgestelde datum multilaterale tariefonderhandelingen te houden, moeten zij bij die voorbereidingen een passende regeling treffen voor het houden van de in dit lid bedoelde onderhandelingen.

  • 4.

    De deelneming aan de onderhandelingen niet alleen van een verdragsluitende partij met wie de concessie oorspronkelijk was overeengekomen, maar ook van een verdragsluitende partij die de voornaamste leverancier is, heeft ten doel te verzekeren, dat een verdragsluitende partij met een groter aandeel in de handel in het produkt waarop de concessie was gegeven dan de verdragsluitende partij met wie oorspronkelijk de concessie was overeengekomen een daadwerkelijke mogelijkheid heeft haar contractuele rechten uit deze Overeenkomst te beschermen. Anderzijds is het niet de bedoeling de onderhandelingen zodanig te doen voeren, dat de onderhandelingen en de overeenstemming ingevolge artikel XXVIII onnodig moeilijk worden gemaakt, noch dat bij de toekomstige toepassing van dit artikel verwikkelingen in de concessies die voortvloeien uit onderhandelingen krachtens dit artikel worden veroorzaakt. Dientengevolge dienen de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN slechts vast te stellen, dat een verdragsluitende partij de voornaamste leverancier is, wanneer deze verdragsluitende partij gedurende een redelijke tijd vóór de onderhandelingen een groter aandeel in de handel met de verzoekende verdragsluitende partij heeft gehad dan de verdragsluitende partij met wie de concessie oorspronkelijk was overeengekomen, dan wel, volgens het oordeel van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, zulk een groter aandeel zou hebben gehad bij afwezigheid van door de verzoekende verdragsluitende partij toegepaste discriminatoire kwantitatieve beperkingen. De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN kunnen dus bezwaarlijk meer dan één verdragsluitende partij of, in buitengewone omstandigheden waarin bijna gelijkwaardigheid bestaat, meer dan twee verdragsluitende partijen aanwijzen die de voornaamste leverancier zijn.

  • 5.

    Niettegenstaande de definitie van de voornaamste leverancier in aantekening 4 bij lid 1 kunnen de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN bij uitzondering vaststellen, dat een verdragsluitende partij de voornaamste leverancier is, indien de desbetreffende concessie de handel aantast van een aanzienlijk deel van de totale export van deze verdragsluitende partij.

  • 6.

    Het is niet de bedoeling, dat de bepalingen inzake deelneming aan de onderhandelingen van een verdragsluitende partij die de voornaamste leverancier is en inzake overleg met een verdragsluitende partij die een aanmerkelijk belang heeft in de concessie welke de verzoekende verdragsluitende partij tracht te wijzigen of in te trekken, tot resultaat hebben laatstgenoemde verdragsluitende partij te verplichten een compensatie te geven of een vergeldingsmaatregel te doen ondergaan die zwaarder drukt dan de voorgenomen intrekking of wijziging, een en ander beschouwd in het licht van de situatie in de handel ten tijde van de voorgenomen intrekking of wijziging, rekening houdende met de door de verzoekende verdragsluitende partij in stand gehouden discriminatoire kwantitatieve beperkingen.

  • 7.

    De uitdrukking „aanmerkelijk belang” leent zich niet tot een nauwkeurige definitie en kan derhalve moeilijkheden voor de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN opleveren. Deze uitdrukking dient evenwel zo te worden uitgelegd, dat zij slechts betrekking heeft op die verdragsluitende partijen die een aanzienlijk aandeel hebben in de handel van de verdragsluitende partij die de concessie tracht te wijzigen of in te trekken of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen, dat zij er een dergelijk aandeel in hebben, namelijk in geval van afwezigheid van discriminatoire kwantitatieve beperkingen die hun export aantasten.

    Lid 4

    • 1.

      Elk verzoek tot machtiging om in onderhandeling te treden wordt vergezeld van alle noodzakelijke statistische en andere gegevens. Een beslissing op zulk een verzoek dient binnen dertig dagen na indiening te worden genomen.

    • 2.

      Men erkent, dat men bepaalde verdragsluitende partijen die voor een groot deel afhankelijk zijn van een betrekkelijk klein aantal grondstoffen en op hun tarief van invoerrechten steunen als een belangrijke hulp om aan hun economie een bredere basis te verlenen of als een belangrijke bron van inkomsten, zou kunnen nopen concessies te wijzigen of in te trekken, hetgeen op de lange duur onnodig zou kunnen blijken, indien men die verdragsluitende partijen toestaat op gewone wijze alleen op grond van lid 1 van artikel XXVIII te onderhandelen over een wijziging of intrekking van een concessie. Om een dergelijke situatie te voorkomen machtigen de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN een dergelijke verdragsluitende partij overeenkomstig lid 4 in onderhandeling te treden, tenzij zij van oordeel zijn, dat zulks een zodanige verhoging in het tariefniveau veroorzaakt of daartoe dusdanig bijdraagt, dat de stabiliteit van de Lijsten bij deze Overeenkomst wordt bedreigd of een ongewenste verstoring in de internationale handel wordt veroorzaakt.

    • 3.

      Men verwacht, dat de ingevolge lid 4 toegestane onderhandelingen tot wijziging of intrekking van een enkele tariefpost of een zeer klein aantal tariefposten, normaal gesproken, in zestig dagen kunnen worden beëindigd. Men erkent echter, dat zulk een tijdvak onvoldoende is, indien het gaat om onderhandelingen over wijziging of intrekking van een groter aantal tariefposten en in dergelijke gevallen dienen de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN derhalve een langer tijdvak vast te stellen.

    • 4.

      De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN dienen de beslissing bedoeld in lid 4 (d) te nemen binnen dertig dagen nadat de aangelegenheid aan hen is voorgelegd, tenzij de verzoekende verdragsluitende partij instemt met een langer tijdvak.

    • 5.

      Het is welverstaan, dat de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN bij hun beslissing krachtens lid 4 (d) omtrent de vraag of een verzoekende verdragsluitende partij niet alle pogingen die redelijkerwijze mogelijk zijn in het werk heeft gesteld om een voldoende compensatie te geven, terdege rekening houden met de bijzondere positie van een verdragsluitende partij die een groot deel van zijn tarief op zeer lage rechten heeft gebonden en die mitsdien minder gelegenheid heeft om compensatie te geven dan andere verdragsluitende partijen.

      Ad artikel XXVIIIbis

      Lid 3

      Het is welverstaan, dat de verwijzing naar de fiscale behoeften met name betrekking heeft op het fiscale aspect van de invoerrechten en in het bijzonder op de rechten die in eerste instantie worden geheven uit belastingoogpunt of op rechten die worden geheven van produkten die in de plaats kunnen worden gesteld van produkten die aan dergelijke fiscale rechten onderworpen zijn, zulks teneinde ontduiking van deze rechten te voorkomen.

      Ad artikel XXIX

      Lid 1

      De Hoofdstukken VII en VIII van het Handvest van Havana zijn niet in lid 1 opgenomen, aangezien zij over het algemeen handelen over de organisatie, de functies en de procedures van de Internationale Handelsorganisatie.

Ad DEEL IV

Onder de uitdrukking „ontwikkelde verdragsluitende partijen” en de uitdrukking „minder ontwikkelde verdragsluitende partijen” als gebezigd in Deel IV wordt verstaan, ontwikkelde en minder ontwikkelde landen die partij zijn bij de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.

Ad artikel XXXVI

Lid 1

Dit artikel is gebaseerd op de doelstellingen neergelegd in artikel I, zoals dit zal worden gewijzigd, na inwerkingtreding van het Protocol tot wijziging van Deel I en de artikelen XXIX en XXX, ingevolge sectie A van lid 1 van dit Protocol.

Lid 4

De uitdrukking „basisprodukten” omvat mede landbouwprodukten; zie het gestelde onder 2 in de aantekening ad artikel XVI, sectie B.

Lid 5

Een programma ter verlening van een bredere basis aan de economische structuur van de minder ontwikkelde verdragsluitende partijen zal over het algemeen mede omvatten een intensivering van de activiteiten voor de verwerking van basisprodukten, alsmede uitbreiding van de industrieën voor eindprodukten, een en ander in verband met de in de betrokken verdragsluitende partij heersende omstandigheden en de vooruitzichten in de wereld voor de produktie en het verbruik van de verschillende produkten.

Lid 8

Met de zinsnede „verwachten geen wederkerige behandeling” wordt overeenkomstig de in dit artikel neergelegde doelstellingen verstaan dat van de minder ontwikkelde verdragsluitende partijen niet verwacht mag worden dat zij bij de handelsbesprekingen een bijdrage zullen leveren, die onverenigbaar is met de behoeften van hun ontwikkeling, hun financiën en hun handelsverkeer, zulks in verband met de vroegere ontwikkelingen van het handelsverkeer.

Dit lid is van toepassing bij maatregelen, genomen krachtens sectie A van artikel XVIII, artikel XXVIII, artikel XXVIII bis (welk laatste artikel artikel XXIX wordt nadat de wijziging ingevolge sectie A van paragraaf 1 van het Protocol tot wijziging van Deel I en de artikelen XXIX en XXX van kracht is geworden), artikel XXXIII of ingevolge iedere andere op grond van deze Overeenkomst vastgestelde procedure.

Ad artikel XXXVII

Lid 1(a)

Dit lid is van toepassing bij onderhandelingen voor de verlaging of de afschaffing van douanerechten of andere beperkende bepalingen op het gebied van de handel op grond van de artikelen XXVIII, XXVIII bis (welk laatste artikel artikel XXIX wordt nadat de wijziging ingevolge sectie A van paragraaf 1 van het Protocol tot wijziging van Deel I en de artikelen XXIX en XXX van kracht is geworden) en artikel XXXIII, alsmede als gevolg van ieder ander optreden van de verdragsluitende partijen, teneinde een dergelijke verlaging of afschaffing tot stand te brengen.

Lid 3(b)

De in dit lid bedoelde andere maatregelen kunnen concrete bepalingen bevatten ter bevordering van wijzigingen in de binnenlandse structuur, ter stimulering van het verbruik van bijzondere produkten of ter invoering van maatregelen ter bevordering van de handel.