Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking

Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking

Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking

Het Koninkrijk België, vertegenwoordigd door:

de Federale Regering,

de Vlaamse Regering,

de Franse Gemeenschapsregering,

de Duitstalige Gemeenschapsregering,

de Waalse Regering,

de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.

Het Groothertogdom Luxemburg,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

hierna genoemd „de Partijen”,

Gelet op het Verdrag tot instelling van de Benelux Unie, en in het bijzonder artikel 6, tweede lid, onder f),

Gelet op de Europese Kaderovereenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten, ondertekend te Madrid op 21 mei 1980 alsmede het Aanvullend Protocol nr. 1 van 9 november 1995, Protocol nr. 2 van 5 mei 1998 en Protocol nr. 3 van 16 november 2009 bij deze kaderovereenkomst;

Gelet op de Benelux-Overeenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale samenwerkingsverbanden of autoriteiten, ondertekend te Brussel op 12 september 1986, en het Protocol, gedaan te Brussel op 22 september 1998, tot aanvulling van deze Benelux-Overeenkomst;

Met voldoening vaststellende dat territoriale samenwerkingsverbanden of autoriteiten op het grondgebied van de Lidstaten van de Benelux Unie, de hiervoor vermelde Benelux-Overeenkomst veelvuldig voor hun onderlinge grensoverschrijdende samenwerking gebruiken;

Vaststellende dat de samenwerkingsverbanden die tot stand zijn gekomen op basis van deze Benelux-Overeenkomst de deelnemende leden bij een efficiënte grensoverschrijdende samenwerking hebben ondersteund, maar tegelijkertijd ook belemmeringen in de samenwerking aan het licht hebben gebracht;

Overwegende dat een actualisering van de Benelux-Overeenkomst gewenst is om een oplossing voor deze belemmeringen te bieden;

Overwegende dat deze actualisering mede gewenst is in het licht van de in Europees verband tot stand gekomen nieuwe mogelijkheden om grensoverschrijdend en interterritoriaal samen te werken;

Gezien de belangstelling in de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad voor grensoverschrijdende samenwerking en de melding aan deze Raad in de gezamenlijke verslagen van de Belgische, Nederlandse en Luxemburgse regeringen over 2007 en 2008, dat actualisering van de Benelux-Overeenkomst ter hand is genomen;

Vaststellende dat de Benelux-Overeenkomst toelaat de samenwerking te regelen tussen territoriale samenwerkingsverbanden of -autoriteiten van de drie Lidstaten van de Benelux Unie, maar niet tussen territoriale samenwerkingsverbanden of autoriteiten van deze Staten en territoriale gemeenschappen of autoriteiten van de buurlanden van deze Staten;

Overwegende dat het om deze redenen aangewezen is om de grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking in een nieuw Verdrag te regelen;

Wensende uitvoering te geven aan de doelstellingen van het Verdrag tot instelling van de Benelux Unie, en inzonderheid artikel 2, eerste lid, daarvan, dat bepaalt dat de Benelux Unie tot doel heeft de samenwerking tussen de Hoge Verdragsluitende Partijen te verdiepen en uit te bouwen, opdat deze verder een voortrekkersrol kan vervullen binnen de Europese Unie en de grensoverschrijdende samenwerking op alle niveaus kan versterken en verbeteren;

Eveneens wensende te handelen in de geest van deel 3 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Unie en inzonderheid artikel 25 daarvan, waarin de samenwerking tussen enerzijds de Benelux Unie en anderzijds de Staten, Deelstaten en bestuurlijke entiteiten die grenzen aan de grondgebieden van de Benelux Lidstaten, wordt benadrukt.

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking

Artikel

2

Deelnemers

Artikel

3

Vormen van grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking

Zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheden om op basis van het privaatrecht samen te werken, kan de grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking gestalte krijgen in:

  • a.

    een Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking, verder BGTS genaamd;

  • b.

    een administratieve afspraak voor grensoverschrijdende of interterritoriale samenwerking;

  • c.

    een gemeenschappelijk orgaan voor grensoverschrijdende of interterritoriale samenwerking.

HOOFDSTUK

2

BENELUX GROEPERING VOOR TERRITORIALE SAMENWERKING

Artikel

4

Kenmerken en oprichting van de BGTS

Artikel

5

Toekenning van bevoegdheden van regeling en bestuur

De deelnemers genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, en hun samenwerkingsverbanden kunnen aan een BGTS bevoegdheden van regeling en bestuur toekennen als het interne recht van de Partijen dit toelaat.

Artikel

6

Statuten

Artikel

7

Verkrijging van rechtspersoonlijkheid

De ondertekende oprichtingsakte van een BGTS wordt neergelegd en bekendgemaakt volgens de voorschriften van het interne recht van de Partij waar de maatschappelijke zetel gelegen is. De BGTS verkrijgt rechtspersoonlijkheid op de datum van deze bekendmaking.

Artikel

8

Maatschappelijke zetel en vestigingen van een BGTS

Artikel

9

Organen

Een BGTS beschikt ten minste over de volgende organen:

  • a.

    een algemene vergadering, bestaande uit vertegenwoordigers van de deelnemers;

  • b.

    hetzij een raad van bestuur, waarvan de leden benoemd worden door de algemene vergadering op voordracht van de deelnemers, hetzij een directeur, benoemd door de algemene vergadering.

Artikel

10

Personeel van een BGTS

Artikel

11

Toepasselijk recht en bevoegd rechtscollege

Artikel

12

Financiële aansprakelijkheid

De deelnemers zijn financieel aansprakelijk bij ontoereikend vermogen van een BGTS naar rato van hun in de statuten vastgelegde deelname. In dezelfde mate zijn zij aansprakelijk voor de verplichtingen die voortvloeien uit de verbintenissen die na de ontbinding gehandhaafd blijven.

Artikel

13

Administratief en financieel toezicht

Artikel

14

Wijzigingen van de statuten

Artikel

15

Zetelverplaatsing

Artikel

16

Ontbinding van een BGTS

Artikel

17

Kennisgeving aan de Benelux Unie

De deelnemers stellen de Secretaris-generaal van de Benelux Unie in kennis van de oprichtingsakte, elke statutenwijziging en de beslissing tot de ontbinding van een BGTS, met het oog op de kosteloze bekendmaking ervan in het Benelux Publicatieblad.

HOOFDSTUK

3

OVERIGE VORMEN VAN GRENSOVERSCHRIJDENDE EN INTERTERRITORIALE SAMENWERKING

Artikel

18

De administratieve afspraak voor grensoverschrijdende of interterritoriale samenwerking

Artikel

19

Het gemeenschappelijke orgaan voor grensoverschrijdende of interterritoriale samenwerking

Artikel

20

Kennisgeving aan de Benelux Unie

De deelnemers aan een administratieve afspraak of een gemeenschappelijk orgaan stellen de Secretaris-generaal van de Benelux Unie hiervan in kennis, met het oog op de kosteloze bekendmaking ervan in het Benelux Publicatieblad. Zij kunnen een van hen daartoe machtigen.

HOOFDSTUK

4

ONDERSTEUNING VAN GRENSOVERSCHRIJDENDE EN INTERTERRITORIALE SAMENWERKING

Artikel

21

Verdragscommissie Grensoverschrijdende en Interterritoriale Samenwerking

Voor al wat verband houdt met de uitvoering en de toepassing van dit Verdrag wordt een Verdragscommissie Grensoverschrijdende en Interterritoriale Samenwerking ingesteld waarin de vertegenwoordigers uit alle Partijen zitting hebben.

Artikel

22

Benelux Werkgroep Grensoverschrijdende en Interterritoriale Samenwerking

Artikel

23

Ambtenaar grenscontacten

HOOFDSTUK

5

SLOTBEPALINGEN

Artikel

25

Geografische toepassing

Artikel

26

Depositaris en inwerkingtreding

Artikel

27

Toetreding

Het staat de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vrij om na de inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens artikel 26, vijfde lid, voor het grondgebied van deze Staten in Europa tot dit Verdrag toe te treden door de neerlegging van een akte van toetreding bij de depositaris. Voor een toetredende Staat treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van neerlegging van de akte van toetreding. De depositaris stelt de Partijen op de hoogte van de neerlegging van de akte van toetreding en van de datum van inwerkingtreding van het Verdrag voor de toetredende Staat.

Artikel

28

Opzegging

Artikel

29

Overgangsbepaling

Artikel

30

Opheffingsbepaling

TEN BLIJKE WAARVAN, de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN TE ’s-Gravenhage, op 20 februari 2014, in drievoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.