Zevende Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

Protocol No 7 to the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms

The member States of the Council of Europe signatory hereto,

Being resolved to take further steps to ensure the collective enforcement of certain rights and freedoms by means of the Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms signed at Rome on 4 November 1950 (hereinafter referred to as “the Convention”),

Have agreed as follows:

Article

1

Procedural safeguards relating to expulsion of aliens

Article

2

Right of appeal in criminal matters

Article

3

Compensation for wrongful conviction

When a person has by a final decision been convicted of a criminal offence and when subsequently his conviction has been reversed, or he has been pardoned, on the ground that a new or newly discovered fact shows conclusively that there has been a miscarriage of justice, the person who has suffered punishment as a result of such conviction shall be compensated according to the law or the practice of the State concerned, unless it is proved that the non-disclosure of the unknown fact in time is wholly or partly attributable to him.

Article

4

Right not to be tried or punished twice

Article

5

Equality between spouses

Spouses shall enjoy equality of rights and responsibilities of a private law character between them, and in their relations with their children, as to marriage, during marriage and in the event of its dissolution. This Article shall not prevent States from taking such measures as are necessary in the interests of the children.

Article

6

Territorial application

Article

7

Relationship to the Convention

Article

8

Signature and ratification

This Protocol shall be open for signature by member States of the Council of Europe which have signed the Convention. It is subject to ratification, acceptance or approval. A member State of the Council of Europe may not ratify, accept or approve this Protocol without previously or simultaneously ratifying the Convention. Instruments of ratification, acceptance or approval shall be deposited with the Secretary General of the Council of Europe.

Article

9

Entry into force

Article

10

Depositary functions

The Secretary General of the Council of Europe shall notify all the member States of the Council of Europe of:

  • a.

    any signature;

  • b.

    the deposit of any instrument of ratification, acceptance or approval;

  • c.

    any date of entry into force of this Protocol in accordance with Articles 6 and 9;

  • d.

    any other act, notification or declaration relating to this Protocol.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg, this 22nd day of November 1984, in English and French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe.

Zevende Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

De Staten die Lid zijn van de Raad van Europa en dit Protocol hebben ondertekend,

Vastbesloten aanvullende maatregelen te nemen ter verzekering van de collectieve waarborging van bepaalde rechten en vrijheden door middel van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 (hierna te noemen „het Verdrag”),

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Procedurele waarborgen met betrekking tot de uitzetting van vreemdelingen

Artikel

2

Recht op hoger beroep in strafzaken

Artikel

3

Schadeloosstelling in geval van gerechtelijke dwaling

Wanneer iemand wegens een strafbaar feit onherroepelijk is veroordeeld en het vonnis vervolgens is vernietigd of wanneer hem daarna gratie is verleend, op grond van de overweging dat een nieuw of een pas aan het licht gekomen feit onomstotelijk aantoont dat van een gerechtelijke dwaling sprake is, wordt degene die als gevolg van die veroordeling straf heeft ondergaan schadeloos gesteld overeenkomstig de wet of de praktijk van de betrokken Staat, tenzij wordt aangetoond dat het niet tijdig bekend worden van het onbekende feit geheel of gedeeltelijk aan hem te wijten is.

Artikel

4

Recht om niet tweemaal te worden berecht of gestraft

Artikel

5

Gelijke rechten van echtgenoten

Echtgenoten hebben gelijke rechten en verantwoordelijkheden van civielrechtelijke aard, zowel onderling als in hun betrekkingen met hun kinderen, wat betreft het huwelijk, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan. Dit artikel belet de Staten niet de in het belang van de kinderen noodzakelijke maatregelen te nemen.

Artikel

6

Territoriale werkingssfeer

Artikel

7

Verhouding tot het Verdrag

Artikel

8

Ondertekening en bekrachtiging

Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Raad van Europa die het Verdrag hebben ondertekend. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. Een Lid-Staat van de Raad van Europa kan dit Protocol niet bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren, zonder dat die Staat tezelfder tijd of voordien het Verdrag heeft bekrachtigd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel

9

Inwerkingtreding

Artikel

10

Taken van de depositaris

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft de Lid-Staten van de Raad van Europa kennis van:

  • a.

    iedere ondertekening;

  • b.

    de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;

  • c.

    iedere datum van inwerkingtreding van dit Protocol overeenkomstig de artikelen 6 en 9;

  • d.

    iedere andere handeling, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit Protocol.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg, op 22 november 1984, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan iedere LidStaat van de Raad van Europa.