Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds

Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds

Canada,

enerzijds, en

De Europese Unie,

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

vastbesloten:

Verder te versterken hun nauwe economische banden en voort te bouwen op hun respectieve rechten en verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994 en andere multilaterale en bilaterale samenwerkingsinstrumenten;

Tot stand te brengen een uitgebreide en betrouwbare markt voor hun goederen en diensten door de verlaging of afschaffing van handels- en investeringsbelemmeringen;

Vast te stellen duidelijke, transparante, voorspelbare en tot wederzijds voordeel strekkende regels voor hun handel en investeringen;

En

Opnieuw bevestigende dat zij sterk gehecht zijn aan de democratie en de grondrechten die zijn vastgelegd in De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, gedaan te Parijs op 10 december 1948, en van oordeel zijnde dat de verspreiding van massavernietigingswapens een ernstige bedreiging voor de internationale veiligheid vormt;

Erkennende het belang van internationale veiligheid, democratie, mensenrechten en de rechtsstaat voor de ontwikkeling van de internationale handel en de economische samenwerking;

Erkennende dat de bepalingen van deze overeenkomst het recht van de partijen op hun respectieve grondgebied regels te stellen en hun flexibiliteit bij het bereiken van legitieme beleidsdoelstellingen, zoals volksgezondheid, veiligheid, milieu, openbare zeden en bevordering en bescherming van culturele verscheidenheid, in stand laten;

Bevestigende hun verbintenissen als partijen bij het UNESCO-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen, gedaan te Parijs op 20 oktober 2005, en erkennende dat staten het recht hebben om hun cultuurbeleid te beschermen, te ontwikkelen en ten uitvoer te leggen, hun culturele sector te ondersteunen met het oog op de versterking van de diversiteit van cultuuruitingen, en hun culturele identiteit te behouden, met inbegrip van gebruikmaking van regelgevingsmaatregelen en financiële steun;

Erkennende dat de bepalingen van deze overeenkomst investeringen en investeerders met betrekking tot hun investeringen beschermen, en beogen een stimulans te zijn voor tot wederzijds voordeel strekkende zakelijke activiteiten, zonder afbreuk te doen aan het recht van de partijen op hun grondgebied regels te stellen in het openbaar belang;

Opnieuw uitdrukking gevende aan hun engagement om duurzame ontwikkeling en de ontwikkeling van de internationale handel op zodanige wijze te bevorderen dat wordt bijgedragen aan een in economisch, sociaal en ecologisch opzicht duurzame ontwikkeling;

Aanmoedigende de ondernemingen op hun grondgebied of binnen hun jurisdictie om de internationaal erkende richtsnoeren en beginselen van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap, zoals de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen, te eerbiedigen, en naar de beste praktijken van verantwoord ondernemerschap te streven;

Ten uitvoer leggende deze overeenkomst op een wijze die strookt met de handhaving van hun respectieve arbeids- en milieuwetgeving en die hun niveaus van arbeids- en milieubescherming verhoogt, en uitgaande van hun internationale verbintenissen op het gebied van arbeid en milieu;

Erkennende de sterke banden tussen innovatie en handel, en het belang van innovatie voor toekomstige economische groei, en bevestigende hun engagement om intensievere samenwerking op het gebied van innovatie, alsmede op de daarmee verband houdende gebieden van onderzoek en ontwikkeling en wetenschap en technologie aan te moedigen, en de betrokkenheid van de desbetreffende entiteiten uit de publieke en de private sector te stimuleren,

Zijn het volgende overeengekomen2[Red: De tekst van de bijlagen, protocollen en voorbehouden is niet opgenomen. De tekst van de bijlagen, protocollen en voorbehouden ligt ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.]:

HOOFDSTUK

EEN

ALGEMENE DEFINITIES EN INLEIDENDE BEPALINGEN

AFDELING

A

ALGEMENE DEFINITIES

Artikel

1.1

Algemeen toepasselijke definities

Voor de toepassing van de onderhavige overeenkomst wordt, tenzij anders aangegeven, verstaan onder:

administratief besluit van algemene strekking: administratief besluit dat of administratieve interpretatie die van toepassing is op alle personen en feitelijke situaties die in het algemeen binnen het toepassingsgebied ervan vallen, en dat of die een gedragsnorm vaststelt, maar niet omvat:

  • a.

    een vaststelling of beslissing in het kader van een administratieve of semi-rechterlijke procedure die in een concreet geval van toepassing is op een bepaalde persoon, een bepaald goed of een bepaalde dienst van de andere partij; of

  • b.

    een beslissing waarbij uitspraak wordt gedaan met betrekking tot een bepaalde handeling of een bepaalde praktijk;

Overeenkomst inzake de landbouw: de Overeenkomst inzake de landbouw die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

landbouwproduct: een in bijlage 1 bij de Overeenkomst inzake de landbouw opgenomen product;

Antidumpingovereenkomst: de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

CETA-contactpunten: de contactpunten die zijn ingesteld bij artikel 26.5 (CETA-contactpunten);

Gemengd Comité voor de CETA: Gemengd Comité voor de CETA dat is ingesteld bij artikel 26.1 (Gemengd Comité voor de CETA);

CPC: de voorlopige centrale productenclassificatie zoals vastgesteld in „Statistical Office of the United Nations, Statistical Papers, Series M, N° 77, CPC prov, 1991”;

culturele sector: personen die zich bezighouden met:

  • a.

    de openbaarmaking, verspreiding of verkoop van boeken, tijdschriften of kranten in gedrukte of machinaal leesbare vorm, behalve wanneer het drukken of letterzetten met betrekking tot een van de voorgaande goederen de enige activiteit is;

  • b.

    de productie, distributie, verkoop of vertoning van films of video-opnamen;

  • c.

    de productie, distributie, verkoop of vertoning van geluids- of video- en geluidsopnamen;

  • d.

    de openbaarmaking, verspreiding of verkoop van muziek in gedrukte of machinaal leesbare vorm; of

  • e.

    radiocommunicatie waarbij de uitzendingen zijn bestemd voor rechtstreekse ontvangst door het grote publiek, en alle radio-, televisie- en kabelactiviteiten alsmede alle satellietnetwerkdiensten op het gebied van programmering en -omroep;

douanerechten: alle soorten rechten of heffingen die worden opgelegd op of in verband met de invoer van goederen, met inbegrip van aanvullende belastingen of heffingen die worden opgelegd op of in verband met die invoer, met uitzondering van:

  • a.

    heffingen gelijkwaardig aan interne belastingen opgelegd in overeenstemming met artikel 2.3 (Nationale behandeling);

  • b.

    maatregelen toegepast in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen VI of XIX van de GATT 1994, de Antidumpingovereenkomst, de SCM-Overeenkomst, de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, of artikel 22 van het DSU; of

  • c.

    retributies of andere heffingen geheven in overeenstemming met artikel VIII van de GATT 1994;

Overeenkomst inzake de douanewaarde: de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

dagen: kalenderdagen, inclusief weekenden en vakantiedagen;

DSU: het Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen („Understanding on Rules and Procedures Governing the Settlement of Disputes”), dat is neergelegd in bijlage 2 bij de WTO-Overeenkomst;

ondernemingen: entiteiten, naar toepasselijk recht opgericht of georganiseerd, al dan niet met winstoogmerk en ongeacht of de eigendom ervan of de zeggenschap erover in handen is van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, eenmanszaken, joint ventures of andere samenwerkingsvormen;

bestaand: geldend op de datum van inwerkingtreding van de onderhavige overeenkomst;

GATS: de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten, die is neergelegd in bijlage 1B bij de WTO-Overeenkomst;

GATT 1994: de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

goederen uit een partij: interne producten als bedoeld in de GATT 1994 of de goederen die de partijen in voorkomend geval overeenkomen als zodanig te definiëren, waaronder de goederen van oorsprong uit die partij;

Geharmoniseerd Systeem (GS): het Geharmoniseerd Systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, met inbegrip van de bijbehorende algemene interpretatieregels en de aantekeningen op de afdelingen, hoofdstukken en onderverdelingen;

post: een uit vier cijfers bestaand nummer, of de eerste vier cijfers van een nummer gebruikt in de nomenclatuur van het GS;

maatregelen: omvatten wetgeving, regelgeving anderszins, voorschriften, procedures, besluiten, administratieve handelingen, vereisten of praktijken dan wel enige andere vorm van maatregelen van een partij;

onderdaan: een natuurlijke persoon die burger is als omschreven in artikel 1.2, dan wel permanent ingezetene van een partij;

van oorsprong: wat voldoet aan de oorsprongsregels in het Protocol inzake de oorsprongsregels en oorsprongsprocedures;

partijen: enerzijds, de Europese Unie of haar lidstaten of de Europese Unie en haar lidstaten binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zoals deze voortvloeien uit het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna „EU-partij”), en anderzijds, Canada;

persoon: een natuurlijke persoon of een onderneming;

persoon uit een partij: een onderdaan of een onderneming uit een partij;

preferentiële tariefbehandeling: de toepassing van het recht krachtens de onderhavige overeenkomst op een product van oorsprong overeenkomstig de lijst inzake tariefafschaffing;

Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen: de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

sanitaire of fytosanitaire maatregelen: maatregelen als bedoeld in bijlage A, punt 1, van de SPS-Overeenkomst;

SCM-Overeenkomst: de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

dienstverlener: een persoon die een dienst verleent of aanbiedt;

SPS-Overeenkomst: de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

overheidsonderneming: een onderneming die eigendom is van of onder zeggenschap staat van een partij;

onderverdeling: een uit zes cijfers bestaand nummer, of de eerste zes cijfers van een nummer gebruikt in de nomenclatuur van het GS;

tariefindeling: de indeling van een goed of materiaal onder een hoofdstuk, een post of een onderverdeling van het GS;

lijst inzake tariefafschaffing: bijlage 2-A (Tariefafschaffing);

TBT-Overeenkomst: de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

grondgebied: het grondgebied waarop de onderhavige overeenkomst van toepassing is, zoals bepaald in artikel 1.3;

derde land: een land of grondgebied gelegen buiten het geografische toepassingsgebied van de onderhavige overeenkomst;

TRIPs-Overeenkomst: de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, die is neergelegd in bijlage 1C bij de WTO-Overeenkomst;

Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht: het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht, gedaan te Wenen op 23 mei 1969;

WTO: de Wereldhandelsorganisatie; en

WTO-Overeenkomst: de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, gedaan te Marrakesh op 15 april 1994.

Artikel

1.2

Partijspecifieke definities

Voor de toepassing van de onderhavige overeenkomst wordt, tenzij anders aangegeven, verstaan onder:

burger:

  • a.

    in het geval van Canada, een natuurlijke persoon die een burger van Canada is uit hoofde van de Canadese wetgeving;

  • b.

    in het geval van de EU-partij, een natuurlijke persoon die de nationaliteit van een lidstaat bezit; en

centrale overheid:

  • a.

    in het geval van Canada, de overheid van Canada („Government of Canada”); en

  • b.

    in het geval van de EU-partij, de Europese Unie of de nationale overheden van haar lidstaten.

Artikel

1.3

Geografisch toepassingsgebied

Tenzij anders aangegeven, is de onderhavige overeenkomst van toepassing:

  • a.

    in het geval van Canada, op:

    • i.

      het grondgebied te land, het luchtruim, de binnenwateren en de territoriale zee van Canada;

    • ii.

      de exclusieve economische zone van Canada, zoals bepaald door zijn interne recht en in overeenstemming met deel V van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982 (hierna „Unclos” genoemd); en

    • iii.

      het continentaal plat van Canada, zoals bepaald door zijn interne recht, in overeenstemming met deel VI van het Unclos;

  • b.

    in het geval van de EU-partij, op de grondgebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden toegepast en onder de in deze verdragen neergelegde voorwaarden. Voor de bepalingen met betrekking tot de tariefbehandeling van goederen is de onderhavige overeenkomst ook van toepassing op de zones die tot het douanegebied van de Europese Unie behoren maar niet onder de eerste zin van het hier onder b) vermelde vallen.

AFDELING

B

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel

1.4

Instelling van vrijhandelsgebied

De partijen brengen hiermee een vrijhandelsgebied tot stand in overeenstemming met artikel XXIV van de GATT 1994 en artikel V van de GATS.

Artikel

1.5

Verhouding tot WTO-Overeenkomst en andere overeenkomsten

De partijen bevestigen hun wederzijdse rechten en verplichtingen ingevolge de WTO-Overeenkomst en andere overeenkomsten waarbij zij partij zijn.

Artikel

1.6

Verwijzing naar andere overeenkomsten

Wanneer de onderhavige overeenkomst verwijst naar de totaliteit of een deel van andere overeenkomsten of rechtsinstrumenten, of deze met behulp van een dienovereenkomstige verwijzing in de onderhavige overeenkomst opneemt, omvatten die verwijzingen:

  • a.

    de bijbehorende bijlagen, protocollen, voetnoten, aantekeningen en toelichtingen; en

  • b.

    de vervolgovereenkomsten waarbij de partijen partij zijn, of de wijzigingen die bindend zijn voor de partijen, tenzij de verwijzing bestaande rechten bevestigt.

Artikel

1.7

Verwijzingen naar wet- en regelgeving

Verwijst de onderhavige overeenkomst naar wet- en regelgeving, hetzij in het algemeen hetzij door verwijzing naar specifieke wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of richtlijnen, dan heeft deze verwijzing, tenzij anders is bepaald, betrekking op de wet- en regelgeving met inbegrip van de wijzigingen ervan.

Artikel

1.8

Reikwijdte van verplichtingen

Artikel

1.9

Rechten en plichten met betrekking tot water

Artikel

1.10

Personen die gedelegeerde overheidsbevoegdheid uitoefenen

Tenzij in de onderhavige overeenkomst anders is bepaald, draagt elke partij er zorg voor dat een persoon aan wie door haar regelgevende, administratieve dan wel andere overheidsbevoegdheid is gedelegeerd, om het even op welk overheidsniveau, bij de uitoefening van die bevoegdheid in overeenstemming met haar verplichtingen uit hoofde van de onderhavige overeenkomst handelt.

HOOFDSTUK

TWEE

NATIONALE BEHANDELING EN MARKTTOEGANG VOOR GOEDEREN

Artikel

2.1

Doelstelling

De handel in goederen wordt door de partijen gedurende een overgangsperiode die aanvangt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst geleidelijk geliberaliseerd.

Artikel

2.2

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op de handel in goederen uit een partij zoals omschreven in hoofdstuk 1 (Algemene definities en inleidende bepalingen), tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald.

Artikel

2.3

Nationale behandeling

Artikel

2.4

Verlaging en afschaffing van invoerrechten

Artikel

2.5

Beperking inzake programma's voor terugbetaling van rechten, uitstel van betaling en schorsing van douanerechten

Artikel

2.6

Rechten, belastingen of andere vergoedingen en heffingen ter zake van uitvoer

Een partij mag noch rechten, belastingen of andere vergoedingen en heffingen ter zake van of in verband met de uitvoer van goederen naar de andere partij, noch interne belastingen, vergoedingen en heffingen ter zake van de uitvoer van goederen naar de andere partij instellen of handhaven die hoger zijn dan die welke ter zake van die goederen zouden worden geheven indien zij voor verkoop op de interne markt waren bestemd.

Artikel

2.7

Status quo

Artikel

2.8

Tijdelijke schorsing van preferentiële tariefbehandeling

Artikel

2.9

Retributies en andere heffingen

Artikel

2.10

Goederen opnieuw binnengekomen na reparatie of wijziging

Artikel

2.11

Invoer- en uitvoerbeperkingen

Artikel

2.12

Andere bepalingen in verband met handel in goederen

Elke partij streeft ernaar te waarborgen dat een goed uit de andere partij dat is ingevoerd in en rechtmatig is verkocht of te koop aangeboden op enige plaats binnen het grondgebied van de partij van invoer, tevens kan worden verkocht of te koop aangeboden op het gehele grondgebied van de partij van invoer.

Artikel

2.13

Comité voor de handel in goederen

HOOFDSTUK

DRIE

HANDELSMAATREGELEN

AFDELING

A

ANTIDUMPING- EN COMPENSERENDE MAATREGELEN

Artikel

3.1

Algemene bepalingen betreffende antidumping- en compenserende maatregelen

Artikel

3.2

Transparantie

Artikel

3.3

Overwegingen van algemeen belang en lager recht

AFDELING

B

ALGEMENE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

3.4

Algemene bepalingen betreffende algemene vrijwaringsmaatregelen

Artikel

3.5

Transparantie

Artikel

3.6

Instelling van definitieve maatregelen

AFDELING

C

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

3.7

Uitsluiting van geschillenbeslechting

Hoofdstuk negenentwintig (Geschillenbeslechting) is niet op dit hoofdstuk van toepassing.

HOOFDSTUK

VIER

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel

4.1

Toepassingsgebied en definities

Artikel

4.2

Opneming van TBT-overeenkomst

Artikel

4.3

Samenwerking

De partijen versterken hun samenwerking op het gebied van technische voorschriften, normen, metrologie, conformiteitsbeoordelingsprocedures, markttoezicht of -monitoring alsmede handhavingsactiviteiten, teneinde de handel tussen de partijen te vergemakkelijken, zoals uiteengezet in hoofdstuk eenentwintig (Samenwerking op regelgevingsgebied). Dit kan onder meer het volgende omvatten: het bevorderen en aanmoedigen van samenwerking tussen de respectieve openbare of particuliere instellingen van de partijen voor metrologie, normalisatie, beproeving, certificering en accreditatie, markttoezicht of -monitoring alsmede handhavingsactiviteiten; en, met name, het aanmoedigen van hun accreditatie- en conformiteitsbeoordelingsorganen om de mogelijkheden tot samenwerking te benutten die de aanvaarding van conformiteitsbeoordelingsresultaten bevorderen.

Artikel

4.4

Technische voorschriften

Artikel

4.5

Conformiteitsbeoordeling

De partijen houden zich aan het Protocol inzake de wederzijdse aanvaarding van de resultaten van conformiteitsbeoordelingen, en het Protocol betreffende de wederzijdse erkenning van het programma met betrekking tot de naleving en de handhaving van goede fabricagepraktijken voor farmaceutische producten.

Artikel

4.6

Transparantie

Artikel

4.7

Tenuitvoerlegging van het hoofdstuk

HOOFDSTUK

VIJF

SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

5.1

Definities

Artikel

5.2

Doelstellingen

Dit hoofdstuk heeft tot doel:

  • a.

    het leven en de gezondheid van mensen, dieren of planten te beschermen en tegelijkertijd de handel te bevorderen;

  • b.

    ervoor te zorgen dat de sanitaire en fytosanitaire („SPS”) maatregelen van de partijen geen ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen in het leven roepen; en

  • c.

    de uitvoering van de SPS-Overeenkomst te bevorderen.

Artikel

5.3

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op SPS-maatregelen die het handelsverkeer tussen de partijen al dan niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden.

Artikel

5.4

Rechten en verplichtingen

De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de SPS-Overeenkomst.

Artikel

5.5

Aanpassing aan regionale omstandigheden

Artikel

5.6

Gelijkwaardigheid

Artikel

5.7

Handelsvoorwaarden

Artikel

5.8

Audit en controle

Artikel

5.9

Exportcertificering

Artikel

5.10

Invoercontroles en vergoedingen

Artikel

5.11

Kennisgeving en informatie-uitwisseling

Artikel

5.12

Technisch overleg

Indien een partij aanzienlijke bedenkingen heeft met betrekking tot voedselveiligheid, de gezondheid van planten of de gezondheid van dieren, of over een SPS-maatregel die de andere partij heeft voorgesteld of doorgevoerd, kan die partij verzoeken om technisch overleg met de andere partij. De partij waaraan het verzoek is gericht, moet onverwijld op het verzoek reageren. Elke partij streeft ernaar de informatie te verstrekken die noodzakelijk is om verstoringen van het handelsverkeer te voorkomen en, in voorkomend geval, tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te komen.

Artikel

5.13

SPS-noodmaatregelen

Artikel

5.14

Gemengd Comité van beheer voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen

HOOFDSTUK

ZES

DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel

6.1

Doelstellingen en beginselen

Artikel

6.2

Transparantie

Artikel

6.3

Vrijgave van goederen

Artikel

6.4

Douanewaarde

Artikel

6.5

Indeling van goederen

De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen in het kader van deze overeenkomst gebeurt volgens de respectieve tariefnomenclatuur van elke partij, in overeenstemming met het Geharmoniseerd Systeem.

Artikel

6.6

Vergoedingen en heffingen

Elke partij publiceert of maakt anderszins informatie beschikbaar over vergoedingen en heffingen die door de douane van die partij worden opgelegd, langs elektronische weg daaronder begrepen. Deze informatie omvat de toepasselijke vergoedingen en heffingen, de specifieke reden voor de vergoedingen of heffingen, de verantwoordelijke instantie, en het tijdstip en de wijze waarop de betaling moet worden verricht. Een partij legt nieuwe of gewijzigde vergoedingen en heffingen niet op totdat zij deze informatie publiceert of anderszins ter beschikking stelt.

Artikel

6.7

Risicobeheer

Artikel

6.8

Automatisering

Artikel

6.9

Besluiten vooraf

Artikel

6.10

Toetsing en beroep

Artikel

6.11

Sancties

Elke partij draagt er zorg voor dat haar douanewet- en regelgeving erin voorziet dat wegens overtredingen opgelegde sancties evenredig en niet-discriminerend zijn en dat de toepassing ervan niet tot ongerechtvaardigde vertragingen leidt.

Artikel

6.12

Vertrouwelijkheid

Artikel

6.13

Samenwerking

Artikel

6.14

Gemengd Comité douanesamenwerking

HOOFDSTUK

ZEVEN

SUBSIDIES

Artikel

7.1

Definitie van subsidie

Artikel

7.2

Transparantie

Artikel

7.3

Overleg over subsidies en overheidssteun in andere sectoren dan landbouw en visserij

Artikel

7.4

Overleg over subsidies voor landbouw- en visserijproducten

Artikel

7.5

Uitvoersubsidies voor landbouwproducten

Artikel

7.6

Vertrouwelijkheid

Bij het verstrekken van informatie in het kader van dit hoofdstuk is een partij niet verplicht vertrouwelijke informatie openbaar te maken.

Artikel

7.7

Uitsluiting van subsidies en overheidssteun voor audiovisuele diensten en de cultuursector

Deze overeenkomst is niet van toepassing op subsidies en overheidssteun met betrekking tot audiovisuele diensten wat de Europese Unie betreft, en tot de culturele sector wat Canada betreft.

Artikel

7.8

Verhouding tot de WTO-Overeenkomst

De partijen herbevestigen hun rechten en verplichtingen ingevolge artikel VI van de GATT 1994, de SCM-Overeenkomst en de Overeenkomst inzake de landbouw.

Artikel

7.9

Geschillenbeslechting

De bepalingen in deze overeenkomst inzake geschillenbeslechting zijn niet van toepassing op artikel 7.3 en artikel 7.4 van dit hoofdstuk.

HOOFDSTUK

ACHT

INVESTERINGEN

AFDELING

A

DEFINITIES EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

8.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

activiteiten uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag: activiteiten die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers worden uitgevoerd;

reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen: alle werkzaamheden aan een uit de dienst genomen luchtvaartuig of een onderdeel daarvan, met uitzondering van het zogenoemde lijnonderhoud;

exploitatie van luchthavens: de exploitatie of het beheer, voor een vast bedrag of op contractbasis, van luchthaveninfrastructuur, met inbegrip van terminals en start- en landingsbanen, taxibanen en platforms, parkeerplaatsen en interne luchthaventransportsystemen. Voor alle duidelijkheid: de exploitatie van luchthavens omvat noch de eigendom van of investeringen in luchthavens of vliegvelden noch de taken van een raad van bestuur. De exploitatie van luchthavens omvat geen luchtvaartnavigatiediensten;

beslaglegging: de inbeslagneming van vermogensbestanddelen van een partij bij het geschil tot zekerheidstelling of tot waarborg van de naleving van een uitspraak;

diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen: de dienstverlening door middel van computersystemen die informatie bevatten over dienstregeling, beschikbaarheid, tarieven en tariefvoorwaarden van luchtvaartmaatschappijen, met behulp waarvan boekingen kunnen worden gedaan of vervoerbewijzen uitgegeven;

vertrouwelijke of beschermde informatie:

  • a.

    vertrouwelijke bedrijfsinformatie; of

  • b.

    informatie die is beschermd tegen openbaarmaking;

    • i.

      in het geval van informatie van de verweerder, uit hoofde van het recht van de verweerder;

    • ii.

      in het geval van andere informatie, uit hoofde van het recht dat of de voorschriften die door het Gerecht op de openbaarmaking van die informatie van toepassing is of zijn verklaard;

onder de overeenkomst vallende investering: met betrekking tot een partij, een investering:

  • a.

    verricht op haar grondgebied;

  • b.

    verricht in overeenstemming met het toepasselijke recht op het tijdstip waarop de investering wordt gedaan;

  • c.

    die een investeerder uit de andere partij bij de overeenkomst rechtstreeks of onrechtstreeks in eigendom heeft of waarover hij rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap uitoefent; en

  • d.

    die op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst is verricht, of na die datum wordt verricht of verkregen;

partij bij het geschil: hetzij de investeerder die een procedure als bedoeld in afdeling F inleidt, hetzij de verweerder. Voor de toepassing van afdeling F en onverminderd artikel 8.14 wordt onder investeerder niet een partij bij de overeenkomst verstaan;

partijen bij het geschil: zowel de investeerder als de verweerder;

verbieden: het uitvaardigen van een bevel strekkende tot het verbod van een maatregel of tot beperking van de toepassing daarvan;

onderneming: een onderneming zoals omschreven in artikel 1.1 (Algemeen toepasselijke definities) alsmede een filiaal of een vertegenwoordiging van een onderneming;

grondafhandelingsdiensten: het verlenen, voor een vast bedrag of op contractbasis, van de volgende diensten: administratieve dienstverlening en toezicht op de grond, met inbegrip van ladingscontrole en communicatie; passagiersafhandeling; bagageafhandeling; vracht- en postafhandeling; platformafhandeling en servicing van luchtvaartuigen; brandstof- en olielevering; lijnonderhoud aan luchtvaartuigen, operationele gronddiensten en administratieve diensten ten behoeve van de bemanning; vervoer op de grond; en catering. Niet tot de grondafhandelingsdiensten behoren beveiligingsdiensten of de exploitatie of het beheer van de gecentraliseerde luchthaveninfrastructuur, zoals bagageafhandelingssystemen, ontijzingsinstallaties, brandstofdistributiesystemen of interne luchthaventransportsystemen;

Icsid: Internationaal Centrum voor beslechting van investeringsgeschillen;

Icsid-bepalingen betreffende aanvullende mogelijkheden: de bepalingen betreffende de opening van aanvullende mogelijkheden voor het verlenen van administratieve diensten bij geschillen door het secretariaat van het Internationaal Centrum voor beslechting van investeringsgeschillen;

Icsid-Verdrag: het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, gedaan te Washington op 18 maart 1965;

intellectuele-eigendomsrechten: auteursrecht en naburige rechten, recht op handelsmerken, recht op geografische aanduidingen, recht op tekeningen en modellen van nijverheid, octrooirecht, recht op ontwerpen voor schakelpatronen van geïntegreerde schakelingen, recht inzake bescherming van niet openbaar gemaakte informatie, en kwekersrecht, alsmede, indien het recht van een partij bij de overeenkomst hierin voorziet, gebruiksmodellenrecht. Het Gemengd Comité voor de CETA kan bij besluit deze definitie uitbreiden met andere categorieën intellectuele eigendom;

investering: elke vorm van activa die een investeerder rechtstreeks of onrechtstreeks in eigendom heeft of waarover hij rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap uitoefent, die de kenmerken van een investering bezit; deze kenmerken zijn onder meer een zekere duur en de vastlegging van kapitaal of andere middelen, de verwachting van winst of voordelen, of risico-overname. Investeringen kunnen onder meer de volgende vormen aannemen:

  • a.

    een onderneming;

  • b.

    aandelen en andere vormen van deelneming in het aandelenkapitaal van een onderneming;

  • c.

    obligaties, niet-gegarandeerde schuldbekentenissen en andere schuldinstrumenten van een onderneming;

  • d.

    een lening aan een onderneming;

  • e.

    elk ander soort belang in een onderneming;

  • f.

    een belang dat voortvloeit uit:

    • i.

      een krachtens het recht van een partij bij de overeenkomst of bij overeenkomst verleende concessie, onder meer voor de prospectie, ontginning, winning of exploitatie van natuurlijke hulpbronnen;

    • ii.

      een sleutelklaar-, bouw-, productie- of inkomstendelingscontract, of

    • iii.

      andere soortgelijke contracten;

  • g.

    intellectuele-eigendomsrechten;

  • h.

    andere roerende, lichamelijke of onlichamelijke, zaken of onroerende zaken en verwante rechten;

  • i.

    geldvorderingen of aanspraken op contractuele prestaties.

Voor alle duidelijkheid: tot geldvorderingen behoren niet:

  • a.

    geldvorderingen die uitsluitend voortvloeien uit commerciële contracten voor de verkoop van goederen of diensten door een natuurlijke persoon of een onderneming op het grondgebied van de ene partij bij de overeenkomst ten behoeve van een natuurlijke persoon of een onderneming op het grondgebied van de andere partij bij de overeenkomst;

  • b.

    de interne financiering van die contracten; of

  • c.

    een bevel, vonnis of arbitrale uitspraak verband houdend met de punten a) of b).

Alle rendement dat wordt geïnvesteerd, wordt als investering beschouwd. Elke wijziging van de vorm waarin activa worden geïnvesteerd of geherinvesteerd laat de kwalificatie daarvan als investering onverlet;

investeerder: een partij bij de overeenkomst, een natuurlijke persoon of een onderneming uit een partij bij de overeenkomst, anders dan een filiaal of een vertegenwoordiging, die een investering op het grondgebied van de andere partij bij de overeenkomst wil verrichten, verricht of heeft verricht;

voor de toepassing van deze definitie wordt onder onderneming uit een partij bij de overeenkomst verstaan:

  • a.

    een onderneming die is opgericht of georganiseerd naar het recht van die partij bij de overeenkomst en die zakelijke activiteiten van betekenis op het grondgebied van die partij bij de overeenkomst heeft, of

  • b.

    een onderneming die is opgericht of georganiseerd naar het recht van die partij bij de overeenkomst en die rechtstreeks of onrechtstreeks eigendom is van of rechtstreeks of onrechtstreeks onder zeggenschap staat van een natuurlijke persoon uit die partij bij de overeenkomst of een onder a) genoemde onderneming;

plaatselijk gevestigde onderneming (locally established company): een rechtspersoon die is opgericht of georganiseerd naar het recht van de verweerder en die rechtstreeks of onrechtstreeks eigendom is van of rechtstreeks of onrechtstreeks onder zeggenschap staat van een investeerder uit de andere partij bij de overeenkomst;

natuurlijke persoon:

  • a.

    in het geval van Canada, een natuurlijke persoon die burger of een permanente ingezetene van Canada is; en

  • b.

    in het geval van de EU-partij, een natuurlijk persoon die de nationaliteit van een van de lidstaten van de Europese Unie bezit, in overeenstemming met de respectieve wetgeving daarvan, en, wat Letland betreft, ook een natuurlijke persoon die een permanente ingezetene van de Republiek Letland is en die geen burger van de Republiek Letland of van een andere staat is, maar die op grond van de wet- en regelgeving van de Republiek Letland recht heeft op een paspoort voor niet-staatsburgers.

Een natuurlijke persoon die burger van Canada is en de nationaliteit van een van de lidstaten van de Europese Unie bezit, wordt geacht uitsluitend een natuurlijke persoon van de partij bij de overeenkomst van zijn of haar overheersende en feitelijke nationaliteit te zijn.

Een natuurlijke persoon die de nationaliteit van een van de lidstaten van de Europese Unie bezit of burger van Canada is en die tevens een permanente ingezetene van de andere partij bij de overeenkomst is, wordt geacht uitsluitend een natuurlijke persoon van de partij bij de overeenkomst van zijn of haar nationaliteit of burgerschap, naargelang het geval, te zijn;

Verdrag van New York: het Verdrag van de Verenigde Naties over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, gedaan te New York op 10 juni 1958;

niet bij het geschil betrokken partij bij de overeenkomst: hetzij Canada, wanneer de Europese Unie of een lidstaat van de Europese Unie de verweerder is, hetzij de Europese Unie, wanneer Canada de verweerder is;

verweerder: hetzij Canada, hetzij, in het geval van de Europese Unie, de lidstaat van de Europese Unie of de Europese Unie overeenkomstig artikel 8.21;

rendement: alle bedragen verkregen uit investeringen of herinvesteringen, met inbegrip van winsten, royalty's, rente of andere vormen van vergoedingen en betalingen in natura;

verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten: de mogelijkheid voor de betrokken luchtvaartmaatschappij haar luchtvervoerdiensten vrij te verkopen en op de markt te brengen, met inbegrip van alle marketingaspecten zoals marktonderzoek, reclame en distributie, maar met uitzondering van de tarifering van luchtvervoerdiensten en de toepasselijke voorwaarden;

financiering door derden: financiering door een natuurlijke of rechtspersoon die geen partij bij het geschil is maar die een overeenkomst sluit met een partij bij het geschil met het oog op de financiering van alle of een deel van de kosten van het geschil, hetzij bij wijze van donatie of de verstrekking van financiële steun, hetzij tegen een vergoeding die afhangt van de uitkomst van het geschil;

Gerecht: het Gerecht ingesteld op grond van artikel 8.27;

Uncitral-arbitragevoorschriften: de arbitragevoorschriften van de Commissie van de Verenigde Naties voor internationaal handelsrecht (Uncitral); en

Uncitral-transparantievoorschriften: de voorschriften van Uncitral betreffende transparantie van op een verdrag gebaseerde arbitrage tussen investeerders en staten.

Artikel

8.2

Toepassingsgebied

Artikel

8.3

Verhouding tot andere hoofdstukken

AFDELING

B

VESTIGING VAN INVESTERINGEN

Artikel

8.4

Markttoegang

Artikel

8.5

Prestatie-eisen

AFDELING

C

NIET-DISCRIMINERENDE BEHANDELING

Artikel

8.6

Nationale behandeling

Artikel

8.7

Meestbegunstigingsbehandeling

Artikel

8.8

Hoger management en raden van bestuur

Een partij bij de overeenkomst mag een van haar ondernemingen, die tevens een onder de overeenkomst vallende investering is, niet verplichten natuurlijke personen van een bepaalde nationaliteit als lid van het hoger management of de raad van bestuur te benoemen.

AFDELING

D

INVESTERINGSBESCHERMING

Artikel

8.9

Investeringen en regelgevingsmaatregelen

Artikel

8.10

Behandeling van investeerders en van onder overeenkomst vallende investeringen

Artikel

8.11

Compensatie voor verliezen

Onverminderd artikel 8.15, lid 5, onder b), behandelt elke partij bij de overeenkomst de investeerders uit de andere partij bij de overeenkomst die met betrekking tot hun onder de overeenkomst vallende investeringen verliezen lijden wegens een gewapend conflict, interne onlusten, een noodtoestand of een natuurramp op haar grondgebied, wat restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling of een andere vorm van vergelijk betreft niet minder gunstig dan de eigen investeerders of de investeerders uit een derde land, naargelang welke behandeling voor de betrokken investeerders gunstiger is.

Artikel

8.12

Onteigening

Artikel

8.13

Overmakingen

Artikel

8.14

Subrogatie

Indien een partij bij de overeenkomst of een instantie van een partij bij de overeenkomst een betaling verricht uit hoofde van een schadevergoeding, een borgstelling of een verzekeringsovereenkomst waartoe zij zich heeft verplicht of die zij is aangegaan met betrekking tot een door een van haar investeerders op het grondgebied van de andere partij bij de overeenkomst verrichte investering, erkent de andere partij bij de overeenkomst dat die partij bij de overeenkomst of haar instantie ten aanzien van de investering onder alle omstandigheden dezelfde rechten als de investeerder heeft. Deze rechten mogen door de partij bij de overeenkomst of een instantie van de partij bij de overeenkomst dan wel, met toestemming van de partij bij de overeenkomst of een instantie van de partij bij de overeenkomst, door de investeerder geldend worden gemaakt.

AFDELING

E

VOORBEHOUDEN EN EXCEPTIES

Artikel

8.15

Voorbehouden en excepties

Artikel

8.16

Weigering van toekenning van voordelen

Een partij bij de overeenkomst kan weigeren de voordelen van dit hoofdstuk toe te kennen aan een investeerder uit de andere partij bij de overeenkomst die een onderneming uit deze partij bij de overeenkomst is en aan de investeringen van die investeerder indien:

  • a.

    een investeerder uit een derde land eigenaar is van of zeggenschap heeft over de onderneming; en

  • b.

    de weigerende partij bij de overeenkomst maatregelen vaststelt of handhaaft met betrekking tot het derde land:

    • i.

      die betrekking hebben op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid; en

    • ii.

      die transacties met de onderneming verbieden of die zouden worden overtreden of omzeild indien de voordelen van dit hoofdstuk zouden worden verleend aan de onderneming of aan de investeringen ervan.

Artikel

8.17

Formele voorwaarden

Onverminderd de artikelen 8.6 en 8.7 kan een partij bij de overeenkomst van een investeerder uit de andere partij bij de overeenkomst of van zijn onder de overeenkomst vallende investering verlangen dat periodiek, en uitsluitend voor informatieve of statistische doeleinden, inlichtingen over die investering worden verstrekt, mits zulks redelijk en niet buitensporig belastend is. De partij bij de overeenkomst beschermt vertrouwelijke of beschermde inlichtingen tegen enigerlei openbaarmaking die de concurrentiepositie van de investeerder of de onder de overeenkomst vallende investering zou aantasten. Dit artikel belet een partij bij de overeenkomst niet om anderszins inlichtingen in verband met het op billijke wijze en te goeder trouw toepassen van haar wettelijke regeling te verkrijgen of openbaar te maken.

AFDELING

F

BESLECHTING VAN INVESTERINGSGESCHILLEN TUSSEN INVESTEERDERS EN STATEN

Artikel

8.18

Toepassingsgebied

Artikel

8.19

Overleg

Artikel

8.20

Bemiddeling

Artikel

8.21

Bepaling van verweerder bij geschillen met Europese Unie of haar lidstaten

Artikel

8.22

Procedurele en andere vereisten voor indiening van verzoek bij Gerecht

Artikel

8.23

Indiening van verzoek bij Gerecht

Artikel

8.24

Procedure in kader van andere internationale overeenkomst

Wanneer op grond van deze afdeling en een andere internationale overeenkomst een verzoek wordt ingediend en:

  • a.

    er mogelijk sprake is van overlappende schadeloosstelling; of

  • b.

    het andere internationale verzoek aanzienlijke gevolgen zou kunnen hebben voor de afhandeling van het op grond van deze afdeling ingediende verzoek,

schorst het Gerecht, na de partijen bij het geschil te hebben gehoord, zo spoedig mogelijk de bij het Gerecht aanhangige procedure of ziet het er anderszins op toe dat in zijn beslissing, bevel of uitspraak rekening wordt gehouden met de op grond van een andere internationale overeenkomst ingeleide procedure.

Artikel

8.25

Instemming met geschillenbeslechting door Gerecht

Artikel

8.26

Financiering door derden

Artikel

8.27

Instelling van Gerecht

Artikel

8.28

Beroepsinstantie

Artikel

8.29

Oprichting van multilateraal investeringsgerecht en instelling van multilaterale beroepsmogelijkheid

De partijen bij de overeenkomst streven samen met andere handelspartners naar de oprichting van een multilateraal investeringsgerecht en de instelling van een multilaterale beroepsmogelijkheid voor de beslechting van investeringsgeschillen. Bij de instelling van een dergelijke multilaterale beroepsmogelijkheid neemt het Gemengd Comité voor de CETA een besluit waarin wordt bepaald dat investeringsgeschillen in het kader van deze afdeling zullen worden beslecht met toepassing van de multilaterale beroepsmogelijkheid, en voorziet het in passende overgangsregelingen.

Artikel

8.30

Gedragscode

Artikel

8.31

Toepasselijk recht en uitlegging

Artikel

8.32

Kennelijk oneigenlijke verzoeken

Artikel

8.33

Rechtens ongegronde verzoeken

Artikel

8.34

Voorlopige beschermingsmaatregelen

Het Gerecht kan voorlopige beschermingsmaatregelen gelasten met het doel de rechten van een partij bij het geschil te beschermen of de volledige uitoefening van zijn eigen bevoegdheid te verzekeren, met inbegrip van een bevel tot bescherming van bewijsmateriaal dat zich in het bezit of in de macht van een partij bij het geschil bevindt of tot bescherming van zijn eigen bevoegdheid. Het Gerecht kan noch een bevel tot beslaglegging uitvaardigen noch de toepassing verbieden van de maatregel waarvan wordt gesteld dat hij een schending als bedoeld in artikel 8.23 vormt. Voor de toepassing van dit artikel omvat een bevel ook een aanbeveling.

Artikel

8.35

Afstand van instantie

Wanneer de investeerder, na de indiening van een verzoek krachtens deze afdeling, gedurende honderdtachtig opeenvolgende dagen of gedurende een door de partijen bij het geschil overeengekomen periode geen procedurele maatregelen heeft genomen, wordt hij geacht zijn verzoek te hebben ingetrokken en afstand van instantie te hebben gedaan. Op verzoek van de verweerder, en na kennisgeving aan de partijen bij het geschil, neemt het Gerecht middels een beschikking akte van de afstand van instantie. Nadat de beschikking is gegeven, is het Gerecht niet langer bevoegd.

Artikel

8.36

Transparantie van procedure

Artikel

8.37

Informatie-uitwisseling

Artikel

8.38

Niet bij geschil betrokken partij bij overeenkomst

Artikel

8.39

Definitieve uitspraak

Artikel

8.40

Schadevergoeding of andere vorm van schadeloosstelling

De verweerder mag niet bij wijze van verweer, tegenvordering of compensatierecht dan wel anderszins aanvoeren, en het Gerecht mag niet als zodanig aanvaarden, dat een investeerder of, in voorkomend geval, een plaatselijk gevestigde onderneming met betrekking tot de volledige of een deel van de schadeloosstelling die in een in het kader van deze afdeling voorgelegd geschil wordt gevorderd, uit hoofde van een verzekerings- of borgstellingsovereenkomst een schadevergoeding of andere vorm van schadeloosstelling heeft ontvangen of zal ontvangen.

Artikel

8.41

Tenuitvoerlegging van uitspraken

Artikel

8.42

Rol van partijen bij overeenkomst

Artikel

8.43

Voeging

Artikel

8.44

Comité voor diensten en investeringen

Artikel

8.45

Uitsluiting

De geschillenbeslechtingsbepalingen van deze afdeling en van hoofdstuk negenentwintig (Geschillenbeslechting) zijn niet van toepassing op de in bijlage 8-C bedoelde aangelegenheden.

HOOFDSTUK

NEGEN

GRENSOVERSCHRIJDENDE HANDEL IN DIENSTEN

Artikel

9.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen: alle werkzaamheden aan een uit de dienst genomen luchtvaartuig of een onderdeel daarvan, met uitzondering van het zogenoemde lijnonderhoud;

exploitatie van luchthavens: de exploitatie of het beheer, voor een vast bedrag of op contractbasis, van luchthaveninfrastructuur, met inbegrip van terminals en start- en landingsbanen, taxibanen en platforms, parkeerplaatsen en interne luchthaventransportsystemen. Voor alle duidelijkheid: de exploitatie van luchthavens omvat noch de eigendom van of investeringen in luchthavens of vliegvelden noch de taken van een raad van bestuur. De exploitatie van luchthavens omvat geen luchtvaartnavigatiediensten;

diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen: de dienstverlening door middel van computersystemen die informatie bevatten over dienstregeling, beschikbaarheid, tarieven en tariefvoorwaarden van luchtvaartmaatschappijen, met behulp waarvan boekingen kunnen worden gedaan of vervoerbewijzen uitgegeven;

grensoverschrijdende handel in diensten of grensoverschrijdende dienstverlening: het verlenen van een dienst:

  • a.

    vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij; of

  • b.

    op het grondgebied van een partij ten behoeve van de gebruiker van de dienst uit de andere partij;

dit omvat niet het verlenen van een dienst op het grondgebied van een partij door een persoon uit de andere partij;

grondafhandelingsdiensten: het verlenen, voor een vast bedrag of op contractbasis, van de volgende diensten: administratieve dienstverlening en toezicht op de grond, met inbegrip van ladingscontrole en communicatie; passagiersafhandeling; bagageafhandeling; vracht- en postafhandeling; platformafhandeling en servicing van luchtvaartuigen; brandstof- en olielevering; lijnonderhoud aan luchtvaartuigen, operationele gronddiensten en administratieve diensten ten behoeve van de bemanning; vervoer op de grond; en catering. Niet tot de grondafhandelingsdiensten behoren beveiligingsdiensten of de exploitatie of het beheer van de gecentraliseerde luchthaveninfrastructuur, zoals bagageafhandelingssystemen, ontijzingsinstallaties, brandstofdistributiesystemen of interne luchthaventransportsystemen;

verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten: de mogelijkheid voor de betrokken luchtvaartmaatschappij haar luchtvervoerdiensten vrij te verkopen en op de markt te brengen, met inbegrip van alle marketingaspecten zoals marktonderzoek, reclame en distributie, maar met uitzondering van de tarifering van luchtvervoerdiensten en de toepasselijke voorwaarden; en

diensten die worden verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag: alle diensten die noch op commerciële basis worden verleend, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners.

Artikel

9.2

Toepassingsgebied

Artikel

9.3

Nationale behandeling

Artikel

9.4

Formele vereisten

Artikel 9.3 belet een partij niet om maatregelen vast te stellen of te handhaven waarbij met betrekking tot de verlening van een dienst formele vereisten worden gesteld, mits deze vereisten niet zodanig worden toegepast dat zij een middel vormen tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie. Deze maatregelen omvatten vereisten:

  • a.

    inzake het verkrijgen van een vergunning, registratie, certificering of toestemming om een dienst te leveren, of inzake lidmaatschap in het kader van een bepaald beroep, zoals het lidmaatschap van een beroepsorganisatie of deelname aan collectieve waarborgfondsen voor de leden van beroepsorganisaties;

  • b.

    inzake het beschikken door een dienstverlener over een lokale agent voor dienstverlening of een plaatselijk adres;

  • c.

    inzake het beheersen van een nationale taal of het in bezit zijn van een rijbewijs; of

  • d.

    inzake het door een dienstverlener:

    • i.

      betalen van een borgsom of stellen van een andere vorm van financiële zekerheid;

    • ii.

      opzetten van of bijdragen aan een trustrekening;

    • iii.

      aanhouden van een bepaalde soort verzekering en een bepaald verzekerd bedrag;

    • iv.

      bieden van andere soortgelijke garanties; of

    • v.

      bieden van toegang tot gegevens.

Artikel

9.5

Meestbegunstigingsbehandeling

Artikel

9.6

Markttoegang

Een partij mag inzake haar volledige grondgebied of inzake haar grondgebied op nationaal, provinciaal, territoriaal, regionaal of lokaal overheidsniveau geen maatregel vaststellen of handhaven waarbij beperkingen worden opgelegd inzake:

  • a.

    het aantal dienstverleners, ongeacht of dit geschiedt in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve dienstverleners of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

  • b.

    de totale waarde van dienstentransacties of activa, in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte; of

  • c.

    het totale aantal dienstentransacties of het totale volume van de output aan diensten uitgedrukt in bepaalde numerieke eenheden, in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte.

Artikel

9.7

Voorbehouden

Artikel

9.8

Weigering toekenning voordelen

Een partij kan weigeren de voordelen van dit hoofdstuk toe te kennen aan een dienstverlener uit de andere partij die een onderneming is van deze partij en aan diensten van die dienstverlener indien:

  • a.

    een dienstverlener uit een derde land eigenaar is van of zeggenschap heeft over de onderneming; en

  • b.

    de weigerende partij ten aanzien van het derde land een maatregel vaststelt of handhaaft die:

    • i.

      betrekking heeft op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid; en

    • ii.

      transacties met de onderneming verbiedt of die geschonden dan wel omzeild zou worden indien de voordelen van dit hoofdstuk aan de onderneming zouden worden verleend.

HOOFDSTUK

TIEN

TIJDELIJKE TOELATING EN TIJDELIJK VERBLIJF VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKELIJKE DOELEINDEN

Artikel

10.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

dienstverleners op contractbasis: natuurlijke personen in dienst bij een onderneming uit een partij die geen vestiging op het grondgebied van de andere partij heeft en die een bonafide contract (anders dan door een agentschap zoals gedefinieerd in de CPC 872) voor de verlening van diensten aan een verbruiker in de andere partij heeft gesloten, zodat de tijdelijke aanwezigheid van haar werknemers op het grondgebied van de andere partij voor de uitvoering van het dienstverleningscontract vereist is;

onderneming: een „onderneming” zoals omschreven in artikel 8.1 (Definities);

beoefenaars van een vrij beroep: natuurlijke personen die als zelfstandige dienstverlener op het grondgebied van een partij zijn gevestigd, geen vestiging op het grondgebied van de andere partij hebben en een bonafide contract (anders dan door een agentschap zoals gedefinieerd in de CPC 872) voor de verlening van diensten aan een verbruiker in laatstgenoemde partij hebben gesloten, zodat hun tijdelijke aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij voor de uitvoering van het dienstverleningscontract vereist is;

stafpersoneel: zakelijke bezoekers voor investeringsdoeleinden, investeerders en binnen de onderneming overgeplaatste personen:

  • a.

    zakelijke bezoekers voor investeringsdoeleinden: natuurlijke personen met een leidinggevende of specialistische functie die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een onderneming, maar die geen directe transacties met het publiek verrichten en evenmin een beloning uit een bron op het grondgebied van de gastpartij ontvangen;

  • b.

    investeerders: natuurlijke personen die belast zijn met de vestiging, ontwikkeling of het beheer van een investering in een toezichthoudende of uitvoerende hoedanigheid, en ten aanzien waarvan deze personen of de onderneming die deze personen tewerkstelt, een aanzienlijk bedrag aan kapitaal hebben toegezegd of aan het toezeggen zijn; en

  • c.

    binnen de onderneming overgeplaatste personen: natuurlijke personen die ten minste een jaar in dienst van of partner van een onderneming uit een partij zijn en die tijdelijk worden overgeplaatst naar een onderneming (die een dochteronderneming, filiaal of moederonderneming van de onderneming uit een partij kan zijn) op het grondgebied van de andere partij. De betrokken natuurlijke persoon moet behoren tot een van de volgende categorieën:

    • i.

      leidinggevend personeel: natuurlijke personen met een leidinggevende functie binnen een onderneming die:

      • A.

        in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de onderneming of leiding geven aan de onderneming, dan wel aan een afdeling of onderafdeling daarvan; en

      • B.

        een ruime beoordelingsmarge hebben bij de besluitvorming, waaronder eventueel de bevoegdheid om persoonlijk werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid te nemen (zoals toestemming voor bevorderingen of verloven), en

        • I.

          slechts zijn onderworpen aan algemeen toezicht of instructies van, in hoofdzaak, hogere leidinggevenden, de raad van bestuur of de aandeelhouders van de onderneming of daarmee gelijkgestelde personen; of

        • II.

          toezicht houden op het werk van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers dat zij ook controleren, en discretionaire bevoegdheid uitoefenen ten aanzien van de dagelijkse werkzaamheden; of

    • ii.

      specialisten: natuurlijke personen die werkzaam zijn in een onderneming en die beschikken over:

      • A.

        bijzondere kennis van de producten of diensten van de onderneming en de toepassing ervan op de internationale markten; of

      • B.

        een hoge mate van deskundigheid of kennis van de processen en procedures van de onderneming zoals de productie, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management ervan.

      Bij de beoordeling van dergelijke deskundigheid of kennis nemen de partijen de vaardigheden in aanmerking die ongebruikelijk zijn en verschillen van die welke over het algemeen in een bepaalde bedrijfstak voorhanden zijn, en die op korte termijn niet gemakkelijk kunnen worden overgedragen aan een andere natuurlijke persoon. Deze vaardigheden kunnen zijn verkregen via specifieke academische kwalificaties of uitgebreide ervaring in de onderneming; of

    • iii.

      afgestudeerde stagiairs: natuurlijke personen die:

      • A.

        een universitaire graad hebben behaald; en

      • B.

        tijdelijk worden overgeplaatst naar een onderneming op het grondgebied van de andere partij, met het oog op loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfskundige technieken of methoden; en onder

natuurlijke personen voor zakelijke doeleinden: stafpersoneel, dienstverleners op contractbasis, beoefenaars van een vrij beroep of zakelijke bezoekers voor een kort verblijf die onderdaan zijn van een partij.

Artikel

10.2

Doelstellingen en toepassingsgebied

Artikel

10.3

Algemene verplichtingen

Artikel

10.4

Informatieverstrekking

Artikel

10.5

Contactpunten

Artikel

10.6

Verplichtingen in andere hoofdstukken

Artikel

10.7

Stafpersoneel

Artikel

10.8

Dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep

Artikel

10.9

Zakelijke bezoekers voor een kort verblijf

Artikel

10.10

Evaluatie van verbintenissen

De partijen overwegen binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst hun respectieve verbintenissen in het kader van de artikelen 10.7 tot en met 10.9 te actualiseren.

HOOFDSTUK

ELF

WEDERZIJDSE ERKENNING VAN BEROEPSKWALIFICATIES

Artikel

11.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

jurisdictie: het grondgebied van Canada en elk van zijn provincies en territoria, of het grondgebied van elk van de lidstaten van de Europese Unie, voor zover deze overeenkomst in deze gebieden overeenkomstig artikel 1.3 (Geografisch toepassingsgebied) van toepassing is;

onderhandelende entiteit: een persoon of instantie van een partij die bevoegd of gemachtigd is om te onderhandelen over een overeenkomst inzake de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties („MRA”);

beroepservaring: daadwerkelijke en rechtmatige praktijkervaring in dienstverlening;

beroepskwalificaties: kwalificaties gestaafd door een bewijs van formele kwalificaties en/of beroepservaring;

bevoegde autoriteit: een autoriteit of instantie die uit hoofde van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen is aangewezen om kwalificaties te erkennen en toestemming te verlenen voor de uitoefening van een beroep binnen een jurisdictie; en

gereglementeerd beroep: een dienst waarvan de uitoefening, met inbegrip van het voeren van een titel of benaming, aan het hebben van bepaalde kwalificaties is onderworpen uit hoofde van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

Artikel

11.2

Doelstellingen en toepassingsgebied

Artikel

11.3

Onderhandelingen over een MRA

Artikel

11.4

Erkenning

Artikel

11.5

Gemengd Comité voor wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties

Het MRA-Comité dat verantwoordelijk is voor de toepassing van artikel 11.3:

  • a.

    bestaat uit en wordt gezamenlijk voorgezeten door vertegenwoordigers van Canada en van de Europese Unie, die verschillen van de bevoegde autoriteiten of beroepsorganisaties als bedoeld in artikel 11.3, lid 1. Een lijst van deze vertegenwoordigers wordt bevestigd door middel van een briefwisseling;

  • b.

    komt bijeen binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, en vervolgens wanneer dat nodig is of voor zover daartoe wordt besloten;

  • c.

    stelt zijn eigen reglement van orde vast;

  • d.

    vergemakkelijkt de uitwisseling van informatie over wet- en regelgeving, beleid en praktijken met betrekking tot normen of criteria voor het verlenen van toestemming, of het afgeven van vergunningen of certificaten met betrekking tot gereglementeerde beroepen;

  • e.

    maakt informatie openbaar over de onderhandelingen over en de uitvoering van MRA's;

  • f.

    brengt aan het Gemengd Comité voor de CETA verslag uit over de voortgang van de onderhandelingen en de uitvoering van MRA's; en

  • g.

    verstrekt informatie en vult de richtsnoeren in bijlage 11-A aan, indien passend.

Artikel

11.6

Richtsnoeren voor onderhandelingen over en sluiting van MRA's

In het kader van het streven naar wederzijdse erkenning van kwalificaties formuleren de partijen in bijlage 11-A niet-bindende richtsnoeren voor de onderhandelingen over en de sluiting van MRA's.

Artikel

11.7

Contactpunten

Elke partij stelt een of meer contactpunten in voor het beheer in het kader van dit hoofdstuk.

HOOFDSTUK

TWAALF

INTERNE REGELGEVING

Artikel

12.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

vergunning: de aan een persoon verleende toestemming om een dienst te verlenen of enige andere economische activiteit uit te oefenen;

bevoegde autoriteit: elke overheid van een partij of niet-gouvernementeel orgaan waaraan door enige overheid van een partij bevoegdheden zijn gedelegeerd, die een vergunning verleent;

vergunningsprocedures: administratieve of procedureregels, met inbegrip van regels voor de wijziging of verlenging van een vergunning, die moeten worden nageleefd om aan te tonen dat aan de vergunningsvereisten is voldaan;

vergunningsvereisten: andere materiële vereisten dan kwalificatievereisten, waaraan ter verkrijging, wijziging of verlenging van een vergunning moet worden voldaan;

kwalificatieprocedures: administratieve of procedureregels waaraan moet worden voldaan om aan te tonen dat aan de kwalificatievereisten is voldaan; en

kwalificatievereisten: materiële vereisten op het gebied van vaardigheden waaraan ter verkrijging, wijziging of verlenging van een vergunning moet worden voldaan.

Artikel

12.2

Toepassingsgebied

Artikel

12.3

Vergunnings- en kwalificatievereisten en -procedures

HOOFDSTUK

DERTIEN

FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

13.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

verlener van grensoverschrijdende financiële diensten uit een partij: een persoon uit een partij die op het grondgebied van de partij actief is in de financiële dienstverlening en die een financiële dienst wil verlenen of verleent door grensoverschrijdende verlening van die dienst;

grensoverschrijdende verlening van financiële diensten of grensoverschrijdende handel in financiële diensten: het verlenen van een financiële dienst:

  • a.

    vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij; of

  • b.

    op het grondgebied van een partij door een persoon uit die partij, aan een persoon uit de andere partij;

waarbij het verlenen van een dienst op het grondgebied van een partij door een investering in dat grondgebied niet onder deze definitie valt;

financiële instelling: een dienstverlener die een of meer van de in dit artikel als financiële diensten omschreven handelingen verricht, indien hij wat de verlening van die diensten betreft, naar het interne recht van de partij op het grondgebied waarvan hij is gevestigd, als financiële instelling onder regelgeving of toezicht valt, met inbegrip van filialen op het grondgebied van de partij van die verlener van financiële diensten waarvan het hoofdkantoor zich op het grondgebied van de andere partij bevindt;

financiële instelling uit de andere partij: een financiële instelling, filialen daaronder begrepen, die zich op het grondgebied van een partij bevindt en waarover een persoon uit de andere partij zeggenschap heeft;

financiële dienst: een dienst van financiële aard, met inbegrip van verzekeringen en aanverwante diensten, bankdiensten en andere financiële diensten (m.u.v. verzekeringen) en bijkomende diensten of hulpdiensten voor diensten van financiële aard. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:

  • a.

    verzekeringen en aanverwante diensten:

    • i.

      directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):

      • A.

        levensverzekering; of

      • B.

        schadeverzekering;

    • ii.

      herverzekering en retrocessie;

    • iii.

      verzekeringsbemiddeling, zoals diensten van makelaars en agenten; of

    • iv.

      ondersteunende diensten in de verzekeringssector, zoals adviesverstrekking, actuariaat, risicobeoordeling en regeling van schade-eisen; en

  • b.

    bankdiensten en andere financiële diensten (m.u.v. verzekeringen):

    • i.

      aanvaarding van deposito's en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;

    • ii.

      alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;

    • iii.

      financiële leasing;

    • iv.

      alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder krediet-, betaal- en debetkaarten, reischeques en bankwissels;

    • v.

      verlenen van garanties en stellen van borgtochten;

    • vi.

      transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten op de beurs, de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:

      • A.

        geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten of depositocertificaten);

      • B.

        deviezen;

      • C.

        derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties;

      • D.

        wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten;

      • E.

        verhandelbare effecten; of

      • F.

        andere verhandelbare stukken en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver;

    • vii.

      deelneming in de uitgifte van alle soorten effecten, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (openbaar dan wel particulier) en verlening van daarmee verband houdende diensten;

    • viii.

      financiële bemiddeling;

    • ix.

      beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;

    • x.

      vereffenings- en verrekeningsdiensten in verband met financiële activa, met inbegrip van effecten, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;

    • xi.

      verstrekking en doorgifte van financiële informatie, verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software; of

    • xii.

      advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder i) tot en met xi) vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en -strategieën;

verlener van financiële diensten: een persoon uit een partij die op het grondgebied van die partij actief is in de financiële dienstverlening, met uitzondering van overheidsinstanties;

investering: „investering” zoals gedefinieerd in artikel 8.1 (Definities), met dien verstande dat voor de toepassing van dit hoofdstuk met betrekking tot „leningen” en „schuldbewijzen” zoals bedoeld in dat artikel, het volgende geldt:

  • a.

    een lening aan of een schuldbewijs uitgegeven door een financiële instelling is alleen dan een investering in deze financiële instelling indien die lening of dat schuldbewijs door de partij op het grondgebied waarvan de financiële instelling is gevestigd, als eigen vermogen wordt behandeld; en

  • b.

    een lening verstrekt door of een schuldbewijs in eigendom van een financiële instelling, anders dan een lening aan of een schuldbewijs van een financiële instelling zoals bedoeld onder a), is geen investering;

voor alle duidelijkheid:

  • c.

    hoofdstuk acht (Investeringen) is van toepassing op leningen of schuldbewijzen voor zover dit hoofdstuk daar niet op ziet; en

  • d.

    een lening verstrekt door of een schuldbewijs in eigendom van een verlener van grensoverschrijdende financiële diensten, anders dan een lening aan of een schuldbewijs uitgegeven door een financiële instelling, is een investering wat de toepassing van hoofdstuk acht (Investeringen) betreft, indien die lening of dat schuldinstrument de criteria voor investeringen van artikel 8.1 (Definities) vervult;

investeerder: een „investeerder” zoals gedefinieerd in artikel 8.1 (Definities);

nieuwe financiële dienst: een niet op het grondgebied van een partij maar wel op het grondgebied van de andere partij verleende financiële dienst omvattend alle nieuwe vormen van levering van een financiële dienst of de verkoop van een financieel product dat niet op het grondgebied van de partij wordt verkocht;

persoon uit een partij: „persoon uit een partij” zoals gedefinieerd in artikel 1.1 (Algemeen toepasselijke definities), welk begrip voor alle duidelijkheid geen filialen van ondernemingen uit een derde land omvat;

overheidsinstantie:

  • a.

    een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van een partij, of een entiteit die eigendom is of onder zeggenschap staat van een partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met het uitvoeren van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis; of

  • b.

    een particuliere entiteit die taken vervult welke normaliter door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld; en

zelfregulerende organisatie: een niet-gouvernementeel orgaan, met inbegrip van effecten- of termijnbeurzen of -markten, verrekenkantoren of andere organisaties of verenigingen, dat ten aanzien van verleners van financiële diensten of financiële instellingen zijn eigen of gedelegeerde regelgevings- of toezichtsbevoegdheden uitoefent.

Artikel

13.2

Toepassingsgebied

Artikel

13.3

Nationale behandeling

Artikel

13.4

Meestbegunstigingsbehandeling

Artikel

13.5

Erkenning van prudentiële maatregelen

Artikel

13.6

Markttoegang

Artikel

13.7

Grensoverschrijdende verlening van financiële diensten

Artikel

13.8

Hoger management en raden van bestuur

Geen der partijen kan een financiële instelling uit de andere partij ertoe verplichten op posities van het hogere management of in raden van bestuur natuurlijke personen van een bepaalde nationaliteit te benoemen.

Artikel

13.9

Prestatie-eisen

Artikel

13.10

Voorbehouden en excepties

Artikel

13.11

Doeltreffende en transparante regelgeving

Artikel

13.12

Zelfregulerende organisaties

Wanneer een partij verlangt dat een financiële instelling of een verlener van grensoverschrijdende financiële diensten uit de andere partij lid is van, participeert in of toegang heeft tot een zelfregulerende organisatie om een financiële dienst te mogen verlenen op of naar het grondgebied van die partij, of wanneer die partij een voorrecht of voordeel toekent wanneer een financiële dienst via een zelfregulerende organisatie wordt verleend, dan draagt die partij er zorg voor dat de zelfregulerende organisatie de uit dit hoofdstuk voortvloeiende verplichtingen naleeft.

Artikel

13.13

Betalings- en clearingsystemen

Onder de voorwaarden voor toekenning van nationale behandeling verschaft elke partij aan op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij toegang tot betalings- en clearingsystemen van een partij, of van een entiteit die uitvoering geeft aan een haar door een partij verleende overheidsbevoegdheid, alsmede tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel verleent geen toegang tot de kredietfaciliteiten in laatste instantie van een partij.

Artikel

13.14

Nieuwe financiële diensten

Artikel

13.15

Doorgifte en verwerking van informatie

Artikel

13.16

Prudentiële uitzonderingsbepaling

Artikel

13.17

Specifieke uitzonderingen

Artikel

13.18

Comité financiële diensten

Artikel

13.19

Overleg

Artikel

13.20

Geschillenbeslechting

Artikel

13.21

Investeringsgeschillen op gebied van financiële diensten

HOOFDSTUK

VEERTIEN

INTERNATIONALE ZEEVERVOERDIENSTEN

Artikel

14.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

in- en uitklaring: de afhandeling, voor een vast bedrag of op contractbasis, van douaneformaliteiten met betrekking tot de in-, uit- of doorvoer van vracht, ongeacht of deze dienst de hoofdactiviteit of een nevenactiviteit van de dienstverlener betreft;

diensten in verband met de opslag van containers: de opslag, het laden, het lossen of de reparatie van containers en het klaarmaken ervan voor verzending, in havengebieden of verder landinwaarts;

vervoer van deur tot deur of multimodaal vervoer: het vervoer van vracht met een enkel vervoersdocument, waarbij gebruik wordt gemaakt van meer dan één wijze van vervoer en dat een internationaal traject over zee omvat;

feederdiensten: het vervoer voorafgaand aan en aansluitend op internationaal vrachtvervoer over zee, inclusief stortgoederen in containers, stukgoederen en droge of vloeibare bulkgoederen, tussen havens die zich binnen het grondgebied van een partij bevinden. Voor alle duidelijkheid geldt met betrekking tot Canada dat feederdiensten betrekking kunnen hebben op vervoer tussen de zee en binnenwateren, waarbij onder binnenwateren worden verstaan binnenwateren zoals omschreven in de Customs Act, R.S.C. 1985, c.1 (2nd Supp.);

internationale vracht: vracht vervoerd door zeeschepen tussen een haven van een partij en een haven van de andere partij of van een derde land, of tussen een haven van een lidstaat van de Europese Unie en een haven van een andere lidstaat van de Europese Unie;

internationale zeevervoerdiensten: het vervoer van passagiers of van vracht door zeeschepen tussen een haven van de ene partij en een haven van de andere partij of van een derde land, of tussen een haven van een lidstaat van de Europese Unie en een haven van een andere lidstaat van de Europese Unie, evenals het rechtstreeks contracten sluiten met verleners van andere vervoerdiensten ter waarborging van vervoer van deur tot deur of van multimodaal vervoer, doch niet het verlenen van dergelijke andere vervoerdiensten;

verleners van internationale zeevervoerdiensten:

  • a.

    ondernemingen uit een partij zoals omschreven in artikel 1.1 (Algemeen toepasselijke definities), en de filialen van dergelijke entiteiten; of

  • b.

    ondernemingen zoals omschreven in artikel 1.1 (Algemeen toepasselijke definities) uit een derde land die eigendom zijn van of onder zeggenschap staan van onderdanen van een partij, indien de schepen van die ondernemingen zijn geregistreerd overeenkomstig de wetgeving van die partij en onder de vlag van die partij varen; of

  • c.

    filialen van ondernemingen uit een derde land met aanzienlijke zakelijke activiteiten op het grondgebied van een partij, die internationale zeevervoerdiensten verlenen. Voor alle duidelijkheid: hoofdstuk acht (Investeringen) is niet van toepassing op dergelijke filialen;

diensten van scheepsagenten: de behartiging van de zakelijke belangen van een of meer scheepvaartlijnen of scheepvaartmaatschappijen binnen een bepaald geografisch gebied door een agent, voor de volgende doeleinden:

  • a.

    marketing en verkoop van zeevervoer- en aanverwante diensten, van de prijsopgave tot de facturering, alsmede het afgeven van vrachtbrieven namens de maatschappijen, het kopen en weer verkopen van de nodige aanverwante diensten, het opstellen van documenten en het verschaffen van bedrijfsinformatie; en

  • b.

    organisatorische werkzaamheden namens de maatschappijen betreffende het aanlopen van schepen of het overnemen van vracht in voorkomend geval;

hulpdiensten voor zeevervoer: behandeling van zeevracht, in- en uitklaring, diensten in verband met de opslag van containers, diensten van scheepsagenten, maritieme expediteursdiensten, en opslag;

behandeling van zeevracht: de uitvoering van, de organisatie van en het toezicht op:

  • a.

    het laden of lossen van schepen,

  • b.

    het sjorren of losmaken van vracht, en

  • c.

    het in ontvangst nemen of afleveren en bewaken van vracht vóór verscheping of na lossing,

door stuwadoorsbedrijven of terminalexploitanten, met uitzondering van werkzaamheden verricht door dokwerkers wanneer dezen onafhankelijk van de stuwadoorsbedrijven of terminalexploitanten zijn tewerkgesteld;

maritieme expediteursdiensten: de organisatie en het toezicht op zendingen namens verzenders, door de verlening van diensten zoals vervoer- en aanverwante diensten, vrachtconsolidatie en de verpakking van vracht, het opstellen van documenten en het verschaffen van bedrijfsinformatie;

opslag: opslag van diepgevroren of gekoelde goederen en bulkopslag van vloeistoffen of gassen, en overige opslag.

Artikel

14.2

Toepassingsgebied

Artikel

14.3

Verplichtingen

Artikel

14.4

Voorbehouden

HOOFDSTUK

VIJFTIEN

TELECOMMUNICATIE

Artikel

15.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

contributielink: een link voor de transmissie van radio- of televisiesignalen naar een productiecentrum voor programma's;

kostengeoriënteerd: op basis van kosten en mogelijk betrekking hebbend op verschillende kostenmethodologieën voor verschillende faciliteiten of diensten;

onderneming: een „onderneming” zoals omschreven in artikel 8.1 (Definities);

essentiële faciliteiten: faciliteiten in het kader van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst die:

  • a.

    uitsluitend of voornamelijk worden aangeboden door één of een beperkt aantal aanbieders; en

  • b.

    voor het verlenen van een dienst niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen;

interconnectie: het verbinden van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten van verschillende aanbieders zodat gebruikers van een aanbieder kunnen communiceren met de gebruikers van een andere aanbieder en toegang krijgen tot door een andere aanbieder geleverde diensten;

interne bedrijfscommunicatie: telecommunicatie waardoor een onderneming intern of met haar dochterondernemingen, filialen en, afhankelijk van het interne recht van een partij, gelieerde ondernemingen kan communiceren, en deze laatste onderling kunnen communiceren, met uitzondering van al dan niet op commerciële basis verleende diensten aan ondernemingen die geen dochteronderneming, filiaal of gelieerde onderneming zijn, of aangeboden aan klanten of potentiële klanten. Voor de toepassing van deze definitie geldt de definitie die door elke partij van de begrippen „dochteronderneming”, „filiaal” en, indien van toepassing, „gelieerde onderneming” wordt gegeven;

huurlijnen: telecommunicatiefaciliteiten tussen twee of meer bepaalde aansluitpunten die zijn gereserveerd voor het specifieke gebruik door of beschikbaarheid voor een bepaalde klant of andere gebruikers naar de keuze van de klant;

grote aanbieder: een aanbieder die, wat prijs en aanbod betreft, de voorwaarden voor deelneming op de relevante markt voor openbare telecommunicatienetwerken of -diensten wezenlijk kan beïnvloeden ten gevolge van:

  • a.

    controle over essentiële faciliteiten; of

  • b.

    de wijze waarop hij van zijn marktpositie gebruikmaakt;

netwerkaansluitpunt: het fysieke punt waarop een gebruiker toegang tot een openbaar telecommunicatienetwerk krijgt;

nummerportabiliteit: de mogelijkheid voor eindgebruikers van openbare telecommunicatiediensten om dezelfde telefoonnummers op dezelfde locatie te houden zonder dat de kwaliteit, de betrouwbaarheid of het gemak eronder lijdt wanneer van aanbieder van soortgelijke openbare telecommunicatiediensten wordt veranderd;

openbaar telecommunicatienetwerk: de openbare telecommunicatie-infrastructuur waardoor telecommunicatie tussen twee bepaalde netwerkaansluitpunten mogelijk wordt gemaakt;

openbare telecommunicatiedienst: telecommunicatiedienst ten aanzien waarvan een partij, uitdrukkelijk of feitelijk, eist dat zij aan het algemene publiek wordt aangeboden en die gekenmerkt wordt door de real-time transmissie van door de klant tussen twee of meer punten verzonden informatie, zonder dat de vorm of inhoud van de informatie van de klant van eindpunt tot eindpunt wordt gewijzigd. Deze dienst kan onder meer spraaktelefoniediensten, pakketgeschakelde en circuitgeschakelde datatransmissiediensten, telex-, telegraaf- en faxdiensten, particuliere huurlijnen en diensten en systemen voor mobiele en persoonlijke communicatie omvatten;

regelgevende autoriteit: de instantie die verantwoordelijk is voor de regelgeving inzake telecommunicatie;

telecommunicatiediensten: alle diensten bestaande in de transmissie en ontvangst van elektromagnetische signalen, maar niet de economische activiteit bestaande in de levering van inhoud door middel van telecommunicatie; en

gebruiker: een onderneming of natuurlijke persoon die gebruikmaakt van of verzoekt om een algemeen beschikbare telecommunicatiedienst.

Artikel

15.2

Toepassingsgebied

Artikel

15.3

Toegang tot en gebruik van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten

Artikel

15.4

Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote aanbieders

Artikel

15.5

Toegang tot essentiële faciliteiten

Artikel

15.6

Interconnectie

Artikel

15.7

Vergunning voor verlening van telecommunicatiediensten

Elke partij dient erop toe te zien dat vergunningen voor het verlenen van telecommunicatiediensten voor zover mogelijk worden verleend op basis van een eenvoudige kennisgevingsprocedure.

Artikel

15.8

Universele dienst

Artikel

15.9

Schaarse middelen

Artikel

15.10

Nummerportabiliteit

Elke partij waarborgt dat aanbieders van openbare telecommunicatiediensten op haar grondgebied onder redelijke voorwaarden nummerportabiliteit aanbieden.

Artikel

15.11

Regelgevende autoriteit

Artikel

15.12

Beslechting van telecommunicatiegeschillen

Beroep op regelgevende autoriteiten

Beroep en toetsing van vaststellingen of besluiten van regelgevende autoriteit

Artikel

15.13

Transparantie

Artikel

15.14

Terughoudendheid

De partijen erkennen het belang van een concurrerende markt om legitieme doelstellingen van overheidsbeleid voor telecommunicatiediensten te verwezenlijken. Met het oog hierop kan elke partij afzien van het reguleren van een telecommunicatiedienst voor zover voorzien in haar interne recht, wanneer een marktanalyse heeft uitgewezen dat een daadwerkelijke mededinging is verwezenlijkt.

Artikel

15.15

Verhouding tot andere hoofdstukken

In geval van strijdigheid tussen het bepaalde in dit hoofdstuk en een ander hoofdstuk, heeft het bepaalde in dit hoofdstuk voorrang voor zover het de strijdige bepalingen betreft.

HOOFDSTUK

ZESTIEN

ELEKTRONISCHE HANDEL

Artikel

16.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

levering: een computerprogramma, tekst, video, beeld-, geluidsopname of andere digitaal opgeslagen levering; en

elektronische handel: handel uitgevoerd door middel van telecommunicatie, alleen of in combinatie met andere informatie- en communicatietechnologieën.

Artikel

16.2

Doelstelling en toepassingsgebied

Artikel

16.3

Douanerechten op elektronische leveringen

Artikel

16.4

Vertrouwen in elektronische handel

Elke partij stelt wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen vast of handhaaft deze voor de bescherming van persoonlijke gegevens van gebruikers bij elektronische handel en houdt daarbij terdege rekening met internationale normen inzake gegevensbescherming van ertoe doende internationale organisaties waarvan beide partijen lid zijn.

Artikel

16.5

Algemene bepalingen

Gelet op het potentieel van de elektronische handel als instrument voor sociale en economische ontwikkeling, erkennen de partijen dat de volgende zaken van belang zijn:

  • a.

    duidelijkheid, transparantie en voorspelbaarheid van hun interne regelgevingskaders bij het faciliteren, in de mate van het mogelijke, van de ontwikkeling van de elektronische handel;

  • b.

    interoperabiliteit, innovatie en mededinging bij het faciliteren van de elektronische handel; en

  • c.

    faciliteren dat kleine en middelgrote ondernemingen gebruikmaken van elektronische handel.

Artikel

16.6

Dialoog inzake elektronische handel

Artikel

16.7

Verhouding tot andere hoofdstukken

In geval van strijdigheid tussen dit hoofdstuk en een ander hoofdstuk van deze overeenkomst heeft het bepaalde in dat andere hoofdstuk voorrang voor zover het de strijdige bepalingen betreft.

HOOFDSTUK

ZEVENTIEN

MEDEDINGINGSBELEID

Artikel

17.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

mededingingverstorende zakelijke activiteiten: mededingingverstorende overeenkomsten, onderling afgestemde feitelijke gedragingen of mededingingverstorende regelingen van concurrenten, mededingingverstorende gedragingen van een onderneming die een machtspositie inneemt op een markt, en fusies met belangrijke mededingingverstorende gevolgen; en

dienst van algemeen economisch belang: voor de Europese Unie: een dienst die, indien deze door een onderneming onder normale marktomstandigheden moet worden verleend, niet op bevredigende wijze kan worden verleend tegen voorwaarden die stroken met het algemeen belang, voorwaarden inzake prijs, objectieve kwaliteitskenmerken, continuïteit en toegang tot de dienst daaronder begrepen. Het beheer van een dienst van algemeen economisch belang moet door de staat aan een of meer ondernemingen worden toegewezen, door middel van een toewijzing van een openbare dienst waarin de verplichtingen van de desbetreffende ondernemingen en van de staat worden omschreven.

Artikel

17.2

Mededingingsbeleid

Artikel

17.3

Toepassing van het mededingingsbeleid op ondernemingen

Artikel

17.4

Geschillenbeslechting

Niets in dit hoofdstuk is onderworpen aan enige vorm van geschillenbeslechting in het kader van de onderhavige overeenkomst.

HOOFDSTUK

ACHTTIEN

OVERHEIDSONDERNEMINGEN, ONDERNEMINGEN MET EEN OVERHEIDSMONOPOLIE EN ONDERNEMINGEN WAARAAN BIJZONDERE RECHTEN OF VOORRECHTEN ZIJN TOEGEKEND

Artikel

18.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

een onder dit hoofdstuk vallende entiteit:

  • a.

    een onderneming met een overheidsmonopolie;

  • b.

    een aanbieder van een goed of een dienst, indien deze behoort tot een klein aantal aanbieders van goederen of diensten die formeel of feitelijk door een partij zijn toegestaan of opgericht, en de partij de mededinging tussen deze aanbieders op haar grondgebied aanzienlijk belemmert;

  • c.

    een entiteit waaraan een partij formeel of feitelijk bijzondere rechten of voorrechten voor het leveren van een goed of dienst heeft toegekend, waardoor het vermogen van alle andere ondernemingen om hetzelfde goed of dezelfde dienst in hetzelfde geografische gebied onder in wezen gelijkwaardige omstandigheden te leveren, wezenlijk wordt aangetast, waarbij de entiteit volledig of gedeeltelijk kan ontsnappen aan concurrentiedruk of marktbeperkingen;28)Voor alle duidelijkheid: de verlening van een vergunning aan een beperkt aantal ondernemingen bij de toewijzing van schaarse hulpbronnen op basis van objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria vormt op zich geen bijzonder recht. of

  • d.

    een overheidsonderneming;

aanwijzen: een monopolie instellen of toestaan, of de werkingssfeer van een monopolie uitbreiden teneinde daaronder een nieuw goed of een nieuwe dienst te laten vallen;

in overeenstemming met commerciële overwegingen: in overeenstemming met de gebruikelijke handelspraktijken van een particuliere onderneming in de betrokken sector of bedrijfstak; en

niet-discriminerende behandeling: de beste van enerzijds een nationale behandeling en anderzijds een meestbegunstigingsbehandeling zoals bedoeld in deze overeenkomst.

Artikel

18.2

Toepassingsgebied

Artikel

18.3

Overheidsondernemingen, ondernemingen met een overheidsmonopolie en ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend

Artikel

18.4

Niet-discriminerende behandeling

Artikel

18.5

Commerciële overwegingen

HOOFDSTUK

NEGENTIEN

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel

19.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

handelsgoederen of -diensten: goederen of diensten die in de regel in de handel worden verkocht of te koop worden aangeboden aan, en in de regel worden aangeschaft door niet-overheidskopers voor niet-overheidsdoeleinden;

dienst in verband met de bouw: een dienst die gericht is op de uitvoering, ongeacht op welke wijze, van bouwwerkzaamheden of civieltechnische werken in de zin van afdeling 51 van de voorlopige centrale productenclassificatie van de Verenigde Naties („CPC”);

elektronische veiling: een zich herhalend proces waarbij aanbieders langs elektronische weg nieuwe prijzen en/of nieuwe waarden voor kwantificeerbare, niet op de prijs betrekking hebbende en met de beoordelingscriteria samenhangende onderdelen van de inschrijving opgeven, waardoor een rangorde van de inschrijvingen tot stand komt of de rangorde wordt gewijzigd;

schriftelijk: betreft elke formulering in woorden of cijfers die gelezen, gereproduceerd en later meegedeeld kan worden. De term „schriftelijk” kan ook betrekking hebben op elektronisch doorgegeven en opgeslagen informatie;

onderhandse aanbesteding: een aanbestedingsprocedure waarbij de aanbestedende entiteit contact zoekt met een aanbieder of aanbieders van haar keuze;

maatregel: een wet, voorschrift, procedure, administratief richtsnoer of administratieve praktijk, dan wel een handeling van een aanbestedende entiteit betreffende een onder dit hoofdstuk vallende opdracht;

lijst voor veelvuldig gebruik: een lijst van aanbieders die volgens een aanbestedende entiteit voldoen aan de voorwaarden om op die lijst te worden geplaatst en van wie de aanbestedende entiteit meer dan eens gebruik denkt te maken;

bericht van aanbesteding: een bekendmaking van een aanbestedende entiteit waarbij belangstellende aanbieders worden uitgenodigd een verzoek om deelname in te dienen, in te schrijven of beide;

compensatie: een voorwaarde of verbintenis die de lokale ontwikkeling aanmoedigt of de betalingsbalans van een partij verbetert, bijvoorbeeld betreffende het gebruik van interne producten, het in licentie geven van technologie, investeringen, compenserende handel en vergelijkbare maatregelen of vereisten;

openbare aanbesteding: een aanbestedingsprocedure waarbij alle belangstellende aanbieders kunnen inschrijven;

persoon: persoon zoals omschreven in artikel 1.1 (Algemeen toepasselijke definities);

aanbestedende entiteit: een entiteit die valt onder de bijlagen 19-1, 19-2 of 19-3 van een partij met betrekking tot haar lijst inzake markttoegang in het kader van dit hoofdstuk;

erkende aanbieder: een aanbieder die door een aanbestedende entiteit is erkend als aanbieder die aan de voorwaarden voor deelname voldoet;

aanbesteding met voorafgaande selectie: een aanbestedingsprocedure waarbij slechts erkende aanbieders door de aanbestedende entiteit tot inschrijven worden uitgenodigd;

diensten: ook diensten in verband met de bouw, tenzij anders bepaald;

norm: een door een erkende instantie goedgekeurd document dat voor algemeen en herhaald gebruik bestemde regels, richtsnoeren of kenmerken voor goederen of diensten of daarmee verband houdende processen en productiemethoden bevat, waarvan de naleving niet verplicht is. Zij kan ook geheel of ten dele betrekking hebben op terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een goed, dienst, proces of productiemethode;

aanbieder: een persoon of groep personen die goederen of diensten levert of kan leveren; en

technische specificatie: een vereiste in een aanbestedingsprocedure waarin:

  • a.

    de kenmerken van een aan te schaffen goed of dienst worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties, veiligheid en afmetingen, dan wel de processen of methoden voor productie of levering; of

  • b.

    terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een goed of dienst, worden omschreven.

Artikel

19.2

Toepassingsgebied

Toepassing van dit hoofdstuk

Waardebepaling

Artikel

19.3

Veiligheid en algemene uitzonderingen

Artikel

19.4

Algemene beginselen

Non-discriminatie

Gebruik van elektronische middelen

Verloop van de aanbesteding

Oorsprongsregels

Compensatie

Maatregelen die niet specifiek betrekking hebben op overheidsopdrachten

Artikel

19.5

Informatie over het systeem voor overheidsopdrachten

Artikel

19.6

Kennisgevingen

Bericht van aanbesteding

Samenvatting

Aankondiging van geplande aanbestedingen

Artikel

19.7

Voorwaarden voor deelname

Artikel

19.8

Erkenning van aanbieders

Registratiesystemen en erkenningsprocedures

Aanbesteding met voorafgaande selectie

Lijsten voor veelvuldig gebruik

Aanbestedende entiteiten van bijlagen 19-2 en 19-3

Informatie inzake besluiten van aanbestedende entiteiten

Artikel

19.9

Technische specificaties en aanbestedingsdossier

Technische specificaties

Aanbestedingsdossier

Wijzigingen

Artikel

19.10

Termijnen

Algemeen

Termijnen

Artikel

19.11

Onderhandelingen

Artikel

19.12

Onderhandse aanbesteding

Artikel

19.13

Elektronische veilingen

Indien een aanbestedende entiteit een onder dit hoofdstuk vallende opdracht wil aanbesteden met een elektronische veiling, stelt zij, alvorens de elektronische veiling te openen, ieder deelnemer in kennis van:

  • a.

    de methode voor automatische beoordeling, met inbegrip van de wiskundige formule, gebaseerd op de in het aanbestedingsdossier opgenomen beoordelingscriteria, die gebruikt wordt om automatisch de rangorde vast te stellen of te wijzigen tijdens de veiling;

  • b.

    de resultaten van een eventuele eerste beoordeling van de onderdelen van zijn inschrijving, indien de opdracht wordt gegund aan de indiener van de gunstigste inschrijving; en

  • c.

    alle andere relevante informatie over de uitvoering van de veiling.

Artikel

19.14

Behandeling van inschrijvingen en gunning van opdrachten

Behandeling van inschrijvingen

Gunning van opdrachten

Artikel

19.15

Transparantie van informatie over overheidsopdrachten

Aan aanbieders verstrekte informatie

Publicatie van informatie over de gunning

Bewaren van documentatie, verslagen en elektronische traceerbaarheid

Verzameling van en verslaglegging inzake statistieken

Artikel

19.16

Bekendmaking van informatie

Verstrekking van informatie aan partijen

Niet-bekendmaking van informatie

Artikel

19.17

Interne toetsingsprocedures

Artikel

19.18

Wijziging en rectificatie van de werkingssfeer

Wijzigingen

Rectificaties

Artikel

19.19

Comité voor overheidsopdrachten

HOOFDSTUK

TWINTIG

INTELLECTUELE EIGENDOM

AFDELING

A

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

20.1

Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a.

    het bevorderen van de productie en het in de handel brengen van innovatieve en creatieve producten alsmede van het verlenen van diensten tussen de partijen; en

  • b.

    het bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten.

Artikel

20.2

Aard en toepassingsgebied van verplichtingen

Artikel

20.3

Volksgezondheidsaspecten

Artikel

20.4

Uitputting

Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de vrijheid van de partijen om te bepalen of en onder welke voorwaarden het beginsel van uitputting van intellectuele-eigendomsrechten van toepassing is.

Artikel

20.5

Openbaarmaking van informatie

Dit hoofdstuk houdt voor de partijen geen verplichting in om informatie openbaar te maken waarvan bekendmaking in strijd zou zijn met hun respectieve wetgeving of die niet openbaar mag worden gemaakt op grond van hun respectieve wetgeving betreffende toegang tot informatie en bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

AFDELING

B

NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel

20.6

Definitie

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

farmaceutisch product: een product, met inbegrip van een chemisch geneesmiddel, biologisch geneesmiddel, vaccin of radiofarmacon, dat wordt vervaardigd, verkocht of aangeboden voor gebruik bij:

  • a.

    het stellen van een medische diagnose, het behandelen, bestrijden of voorkomen van een ziekte, aandoening of afwijkende fysieke gesteldheid, of van de symptomen daarvan; of

  • b.

    het herstellen, verbeteren of wijzigen van organische functies.

ONDERAFDELING

A

AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

Artikel

20.7

Geboden bescherming

Artikel

20.8

Uitzending en mededeling aan publiek

Artikel

20.9

Bescherming van technische voorzieningen

Artikel

20.10

Bescherming van informatie betreffende beheer van rechten

Artikel

20.11

Aansprakelijkheid van verleners van intermediaire diensten

Artikel

20.12

Maken van video-opnames

Elke partij kan voorzien in strafrechtelijke procedures en sancties overeenkomstig haar wet- en regelgeving die moeten worden toegepast ten aanzien van een persoon die zonder toestemming van de directeur van het theater of de houder van het auteursrecht op een cinematografisch werk tijdens de uitvoering van het werk in een openbare gelegenheid waar filmvoorstellingen worden gegeven, een kopie van dat werk of van een deel daarvan maakt.

ONDERAFDELING

B

HANDELSMERKEN

Artikel

20.13

Internationale overeenkomsten

Elke partij stelt alles in het werk wat redelijkerwijs in haar vermogen ligt om te voldoen aan de artikelen 1 tot en met 22 van het Verdrag van Singapore inzake het merkenrecht, gedaan te Singapore op 27 maart 2006, en om toe te treden tot het Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, gedaan te Madrid op 27 juni 1989.

Artikel

20.14

Inschrijvingsprocedure

Elke partij voorziet in een systeem voor de inschrijving van handelsmerken waarbij de redenen voor de weigering om een handelsmerk in te schrijven schriftelijk worden meegedeeld aan de aanvrager, die de mogelijkheid zal hebben die weigering te betwisten en tegen een definitieve weigering beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie. Elke partij voorziet in de mogelijkheid om oppositie in te stellen tegen aanvragen voor of de inschrijving van handelsmerken. Elke partij voorziet in een openbaar toegankelijke elektronische databank voor aanvragen voor en de inschrijving van handelsmerken.

Artikel

20.15

Uitzonderingen op aan handelsmerk verbonden rechten

Elke partij voorziet in een eerlijk gebruik van beschrijvende termen, met inbegrip van termen die de geografische oorsprong beschrijven, als beperkte uitzondering op de aan een handelsmerk verbonden rechten. Bij het bepalen van wat wordt verstaan onder eerlijk gebruik, moet rekening worden gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden. Elke partij kan voorzien in andere beperkte uitzonderingen, mits bij die uitzonderingen rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden.

ONDERAFDELING

C

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel

20.16

Definities

Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:

geografische aanduiding: een aanduiding die aangeeft dat een landbouwproduct of een levensmiddel van oorsprong is uit het grondgebied van een partij, of uit een regio of een plaats op dat grondgebied, wanneer een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van het landbouwproduct of het levensmiddel hoofdzakelijk valt toe te schrijven aan de geografische oorsprong ervan; en

productcategorie: een in bijlage 20-C opgenomen productcategorie.

Artikel

20.17

Toepassingsgebied

Deze onderafdeling is van toepassing op geografische aanduidingen waarmee producten worden aangeduid die zijn ingedeeld in een van de in bijlage 20-C opgenomen productcategorieën.

Artikel

20.18

Opgenomen geografische aanduidingen

Voor de toepassing van deze onderafdeling:

  • a.

    zijn de in deel A van bijlage 20-A opgenomen aanduidingen geografische aanduidingen die aangeven dat een product van oorsprong is uit het grondgebied van de Europese Unie of uit een regio of een plaats op dat grondgebied; en

  • b.

    zijn de in deel B van bijlage 20-A opgenomen aanduidingen geografische aanduidingen die aangeven dat een product van oorsprong is uit het grondgebied van Canada of uit een regio of een plaats op dat grondgebied.

Artikel

20.19

Bescherming van in bijlage 20-A opgenomen geografische aanduidingen

Artikel

20.20

Homonieme geografische aanduidingen

Artikel

20.21

Uitzonderingen

Artikel

20.22

Wijzigingen van bijlage 20-A

Artikel

20.23

Andere bescherming

De bepalingen van deze onderafdeling laten het recht om te verzoeken om erkenning en bescherming van een geografische aanduiding volgens de desbetreffende wetgeving van een partij onverlet.

ONDERAFDELING

D

TEKENINGEN EN MODELLEN

Artikel

20.24

Internationale overeenkomsten

Elke partij stelt alles in het werk wat redelijkerwijs in haar vermogen ligt om toe te treden tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van „s-Gravenhage betreffende de internationale inschrijving van tekeningen of modellen van nijverheid, gedaan te Genève op 2 juli 1999.

Artikel

20.25

Relatie met auteursrecht

Het voorwerp van een recht inzake tekeningen en modellen is vatbaar voor bescherming uit hoofde van het auteursrecht, indien aan de voorwaarden voor die bescherming wordt voldaan. Elke partij bepaalt de omvang van een dergelijke bescherming en de voorwaarden waaronder die wordt verleend, met inbegrip van het vereiste oorspronkelijkheidsgehalte.

ONDERAFDELING

E

OCTROOIEN

Artikel

20.26

Internationale overeenkomsten

Elke partij stelt alles in het werk wat redelijkerwijs in haar vermogen ligt om te voldoen aan de artikelen 1 tot en met 14 en artikel 22 van het Verdrag inzake octrooirecht, gedaan te Genève op 1 juni 2000.

Artikel

20.27

Bescherming sui generis voor farmaceutische producten

Artikel

20.28

Mechanismen voor „patent linkage” met betrekking tot farmaceutische producten

Als een partij gebruikmaakt van mechanismen voor „patent linkage” door middel waarvan de verlening van vergunningen voor het in de handel brengen (of kennisgevingen van conformiteit of vergelijkbare concepten) van generieke farmaceutische producten wordt gekoppeld aan het bestaan van octrooibescherming, draagt zij er zorg voor dat alle justitiabelen gelijkwaardige en doeltreffende rechtsmiddelen worden geboden.

ONDERAFDELING

F

GEGEVENSBESCHERMING

Artikel

20.29

Bescherming van niet openbaar gemaakte gegevens met betrekking tot farmaceutische producten

Artikel

20.30

Bescherming van gegevens met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen

ONDERAFDELING

G

KWEKERSRECHTEN

Artikel

20.31

Kwekersrechten

De partijen werken samen om de bescherming van kwekersrechten in overeenstemming met de Akte van 1991 van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, gedaan te Parijs op 2 december 1961, te bevorderen en te versterken.

AFDELING

C

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel

20.32

Algemene verplichtingen

Artikel

20.33

Gerechtigde verzoekers

Elke partij erkent dat de volgende personen gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de procedures en corrigerende maatregelen als bedoeld in de artikelen 20.34 tot en met 20.42:

  • a.

    houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de interne wetgeving;

  • b.

    alle andere personen die gemachtigd zijn deze rechten te gebruiken, voor zover deze personen gerechtigd zijn te verzoeken om herstelmaatregelen in overeenstemming met de interne wetgeving;

  • c.

    instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover deze instanties gerechtigd zijn te verzoeken om herstelmaatregelen in overeenstemming met de interne wetgeving; en

  • d.

    beroepsorganisaties die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover deze organisaties gerechtigd zijn te verzoeken om herstelmaatregelen in overeenstemming met de interne wetgeving.

Artikel

20.34

Bewijsmateriaal

Elke partij ziet erop toe dat, in geval van vermeende inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, de rechterlijke instanties de bevoegdheid hebben, waar passend en op verzoek, in overeenstemming met haar wetgeving de overlegging te gelasten van relevante informatie, met inbegrip van bancaire, financiële of handelsdocumenten die zich in de macht van de tegenpartij bevinden, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

Artikel

20.35

Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal

Artikel

20.36

Recht op informatie

Onverminderd haar wetgeving inzake verschoningsrechten, de bescherming van vertrouwelijkheid van informatiebronnen of de verwerking van persoonsgegevens bepaalt elke partij dat haar rechterlijke instanties in civiele procedures betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten de bevoegdheid hebben op een gerechtvaardigd verzoek van de houder van het recht te gelasten dat de inbreukmaker of de vermeende inbreukmaker relevante informatie die hij in zijn bezit heeft of waarover hij kan beschikken, ten minste met het oog op de bewijsgaring, in overeenstemming met haar toepasselijke wet- en regelgeving aan de houder van het recht of de rechterlijke instanties verstrekt. Deze informatie kan informatie omvatten met betrekking tot personen die op enigerlei wijze zijn betrokken bij de inbreuk of vermeende inbreuk en met betrekking tot de productiemiddelen of de distributiekanalen voor de inbreuk makende of vermeende inbreuk makende goederen of diensten, met inbegrip van de vaststelling van derden van wie wordt gesteld dat zij bij de productie en de distributie van die goederen of diensten zijn betrokken, en van de betrokken distributiekanalen.

Artikel

20.37

Voorlopige en conservatoire maatregelen

Artikel

20.38

Andere corrigerende maatregelen

Artikel

20.39

Rechterlijke bevelen

Artikel

20.40

Schadevergoeding

Artikel

20.41

Gerechtskosten

Elke partij bepaalt dat haar rechterlijke instanties in voorkomend geval de bevoegdheid hebben aan het einde van civiele procedures betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te gelasten dat de in het ongelijk gestelde partij jegens de in het gelijk gestelde partij wordt veroordeeld tot betaling van de gerechtskosten en andere kosten waarin het recht van die partij voorziet.

Artikel

20.42

Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten

AFDELING

D

MAATREGELEN AAN GRENS

Artikel

20.43

Toepassingsgebied van maatregelen aan grens

Artikel

20.44

Verzoek van houder van recht

Artikel

20.45

Verstrekking van informatie door houder van recht

Elke partij staat haar bevoegde autoriteiten toe een houder van een recht te verzoeken relevante informatie waarover hij redelijkerwijs mag worden geacht te beschikken, te verstrekken teneinde de bevoegde autoriteiten behulpzaam te zijn bij het nemen van de in deze afdeling bedoelde maatregelen aan de grens. Elke partij kan ook een houder van een recht toestaan die informatie aan haar bevoegde autoriteiten te verstrekken.

Artikel

20.46

Zekerheid of gelijksoortige waarborg

Artikel

20.47

Vaststelling van inbreuk

Elke partij stelt procedures vast of handhaaft procedures krachtens welke haar bevoegde autoriteiten binnen een redelijke termijn na de inleiding van de in artikel 20.43 bedoelde procedures kunnen vaststellen of de verdachte goederen inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht maken.

Artikel

20.48

Corrigerende maatregelen

Artikel

20.49

Specifieke samenwerking op gebied van maatregelen aan grens

AFDELING

E

SAMENWERKING

Artikel

20.50

Samenwerking

HOOFDSTUK

EENENTWINTIG

SAMENWERKING OP REGELGEVINGSGEBIED

Artikel

21.1

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op de ontwikkeling, de herziening en de methodologische aspecten van regelgevingsmaatregelen van de regelgevende autoriteiten van de partijen die onder meer vallen onder de TBT-Overeenkomst, de SPS-Overeenkomst, de GATT 1994, de GATS en de hoofdstukken vier (Technische handelsbelemmeringen), vijf (Sanitaire en fytosanitaire maatregelen), negen (Grensoverschrijdende handel in diensten), tweeëntwintig (Handel en duurzame ontwikkeling), drieëntwintig (Handel en arbeid) en vierentwintig (Handel en milieu).

Artikel

21.2

Beginselen

Artikel

21.3

Doelstellingen van samenwerking op regelgevingsgebied

De doelstellingen van samenwerking op regelgevingsgebied zijn:

  • a.

    bij te dragen aan de bescherming van het leven, de gezondheid of de veiligheid van de mens, het leven of de gezondheid van dieren en planten en het milieu door:

    • i.

      internationale middelen aan te trekken op gebieden zoals onderzoek, studie en risicoanalyse vóór het in de handel brengen, teneinde belangrijke regelgevingsvraagstukken aan te pakken waarover op lokaal, nationaal en internationaal niveau bezorgdheid bestaat; en

    • ii.

      bij te dragen aan de door regelgevende ministeries gebruikte gegevensbank, teneinde risico's op te sporen, te beoordelen en te managen;

  • b.

    vertrouwen op te bouwen, wederzijds begrip van de regelgevingsaanpak te verbeteren en onderling expertise en inzichten uit te wisselen om:

    • i.

      de planning en ontwikkeling van regelgevingsvoorstellen te verbeteren;

    • ii.

      de transparantie en voorspelbaarheid bij de ontwikkeling en vaststelling van voorschriften te bevorderen;

    • iii.

      de doeltreffendheid van voorschriften te verbeteren;

    • iv.

      alternatieve instrumenten in kaart te brengen;

    • v.

      de effecten van voorschriften in kaart te brengen;

    • vi.

      onnodige verschillen in regelgeving te vermijden; en

    • vii.

      de uitvoering en naleving van regelgeving te verbeteren;

  • c.

    de bilaterale handel en investeringen te vergemakkelijken op een wijze die:

    • i.

      op bestaande regelingen voor samenwerking voortbouwt;

    • ii.

      onnodige verschillen in regelgeving vermindert; en

    • iii.

      nieuwe manieren van samenwerking in specifieke sectoren in kaart brengt;

  • d.

    bij te dragen aan versterking van het concurrentievermogen en efficiëntie van de industrie op een wijze die:

    • i.

      administratieve kosten waar mogelijk zo laag mogelijk houdt;

    • ii.

      herhaling van voorschriften en de daaruit voortvloeiende nalevingskosten waar mogelijk tegengaat; en

    • iii.

      waar mogelijk en passend met elkaar verenigbare benaderingen van regelgeving nastreeft, door:

      • A.

        regelgevingsvraagstukken technologisch neutraal te benaderen; en

      • B.

        gelijkwaardigheid te erkennen of onderlinge afstemming te bevorderen.

Artikel

21.4

Samenwerking op regelgevingsgebied

De partijen streven ernaar de in artikel 21.3 genoemde doelstellingen te verwezenlijken door op regelgevingsgebied samen te werken, hetgeen kan omvatten dat zij:

  • a.

    zich inzetten voor lopende bilaterale besprekingen over de regelgeving, onder meer om:

    • i.

      hervorming van regelgeving en de gevolgen daarvan voor de betrekkingen tussen de partijen te bespreken;

    • ii.

      geleerde lessen in kaart te brengen;

    • iii.

      indien passend te kijken naar alternatieve benaderingen voor regelgeving; en

    • iv.

      ervaringen met betrekking tot regelgevingsinstrumenten uit te wisselen, waaronder effect- en risicobeoordelingen alsmede nalevings- en handhavingsstrategieën met betrekking tot regelgeving;

  • b.

    indien passend overleg met elkaar plegen en informatie uitwisselen gedurende het ontwikkelen van regelgeving. Met dit overleg en deze uitwisseling wordt zo vroeg mogelijk in dat proces begonnen;

  • c.

    niet-openbare informatie delen voor zover deze beschikbaar kan worden gesteld aan buitenlandse overheden in overeenstemming met de toepasselijke voorschriften van de partij die de informatie verstrekt;

  • d.

    kennisgeven van voorgenomen technische, sanitaire of fytosanitaire voorschriften die gevolgen kunnen hebben voor de handel met de andere partij in een zo vroeg mogelijk stadium, zodat opmerkingen en voorstellen voor wijzigingen in aanmerking kunnen worden genomen;

  • e.

    op verzoek van de andere partij een kopie van de voorgestelde regelgeving verstrekken, met inachtneming van het toepasselijke recht inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en de belanghebbenden voldoende tijd laten om schriftelijk opmerkingen in te dienen;

  • f.

    informatie inzake voorgenomen regelgevend optreden, maatregelen of wijzigingen waarover wordt gedacht, uitwisselen in een zo vroeg mogelijk stadium teneinde:

    • i.

      de grondslag achter de regelgevingskeuzes van een partij te begrijpen, met inbegrip van de keuze van het instrument, en de mogelijkheden voor meer afstemming tussen de partijen te onderzoeken inzake de formulering van doelstellingen van voorschriften en de vaststelling van het toepassingsgebied ervan. De partijen buigen zich tevens over het raakvlak tussen voorschriften, normen en conformiteitsbeoordeling in dit verband; en

    • ii.

      de methoden en aannamen te vergelijken die zijn gehanteerd voor de analyse van regelgevingsvoorstellen, in voorkomend geval met inbegrip van een analyse van de technische of economische haalbaarheid en de voordelen ten opzichte van het nagestreefde doel, met betrekking tot alle belangrijke overwogen alternatieve voorschriften of regelgevingsbenaderingen. Deze uitwisseling van informatie kan tevens nalevingsstrategieën en effectbeoordelingen omvatten, met inbegrip van een vergelijking van de mogelijke kosteneffectiviteit van de voorgestelde regelgeving met die van belangrijke overwogen alternatieve voorschriften of regelgevingsbenaderingen;

  • g.

    de mogelijkheden onderzoeken om onnodige verschillen in regelgeving tot een minimum te beperken, onder meer door:

    • i.

      een gelijktijdige of gezamenlijke risicobeoordeling en effectbeoordeling van de regelgeving uit te voeren indien dat haalbaar is en beide partijen tot voordeel strekt;

    • ii.

      tot een geharmoniseerde, gelijkwaardige of verenigbare oplossing te komen; of

    • iii.

      in specifieke gevallen wederzijdse erkenning te overwegen;

  • h.

    samenwerken bij kwesties die betrekking hebben op de ontwikkeling, de aanneming, de uitvoering en de handhaving van internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen;

  • i.

    de wenselijkheid en de mogelijkheid onderzoeken om dezelfde of soortgelijke gegevens te verzamelen over de aard, omvang en frequentie van problemen die potentieel kunnen leiden tot regelgevend optreden wanneer dit het maken van statistisch significante beoordelingen met betrekking tot die problemen zou bespoedigen;

  • j.

    periodiek hun praktijken op het gebied van gegevensverzameling met elkaar vergelijken;

  • k.

    onderzoeken of het wenselijk en mogelijk is dezelfde of vergelijkbare uitgangspunten en methoden als die van de andere partij te gebruiken bij het analyseren van gegevens en het uitmaken van welke onderliggende problemen met regelgeving moeten worden aangepakt, teneinde:

    • i.

      verschillen bij het in kaart brengen van problemen te verminderen; en

    • ii.

      vergelijkbare resultaten te bevorderen;

  • l.

    periodiek analytische uitgangspunten en methoden vergelijken;

  • m.

    informatie uitwisselen over het beheer, de uitvoering en handhaving van regelgeving, alsmede over de middelen om naleving te bewerkstelligen en te meten in hoeverre er van naleving daadwerkelijk sprake is;

  • n.

    agenda's voor gezamenlijk onderzoek opstellen teneinde:

    • i.

      dubbel onderzoek te verminderen;

    • ii.

      meer gegevens te verzamelen tegen lagere kosten;

    • iii.

      de beste gegevens te verzamelen;

    • iv.

      waar passend een gemeenschappelijke wetenschappelijke basis vast te stellen;

    • v.

      de meest urgente problemen met betrekking tot de regelgeving op een meer consistente en prestatiegerichte wijze aan te pakken; en

    • vi.

      onnodige verschillen in nieuwe regelgevingsvoorstellen te minimaliseren, en daarbij de bescherming van de gezondheid, veiligheid en het milieu op effectievere wijze te verbeteren;

  • o.

    evaluaties achteraf van de uitvoering van regelgeving of beleid verrichten;

  • p.

    methoden en uitgangspunten vergelijken die bij die evaluaties achteraf van de uitvoering van regelgeving of beleid zijn gehanteerd;

  • q.

    indien passend elkaar samenvattingen van de resultaten van die evaluaties achteraf van de uitvoering van regelgeving of beleid beschikbaar stellen;

  • r.

    de geschikte aanpak in kaart brengen voor het terugdringen van negatieve effecten van de bestaande verschillen in regelgeving voor de bilaterale handel en investeringen voor door een partij aangegeven sectoren; indien passend omvat dit dat er een betere onderlinge afstemming plaatsvindt, dat er wederzijds wordt erkend, dat er zo min mogelijk de handel en investeringen verstorende regelgevingsinstrumenten worden ingezet, en dat er gebruik wordt gemaakt van internationale normen, met inbegrip van normen en richtsnoeren voor conformiteitsbeoordeling; of

  • s.

    informatie, deskundigheid en ervaringen uitwisselen op het gebied van dierenwelzijn om de samenwerking tussen de partijen op het gebied van dierenwelzijn te bevorderen.

Artikel

21.5

Verenigbaarheid van regelgevingsmaatregelen

Met het oog op een betere onderlinge afstemming en een grotere onderlinge verenigbaarheid van de regelgevingsmaatregelen van de partijen onderzoekt elke partij indien passend de regelgevingsmaatregelen of -initiatieven van de andere partij ten aanzien van dezelfde of aanverwante onderwerpen. Het staat een partij vrij onderscheiden regelgevingsmaatregelen vast te stellen of onderscheiden initiatieven te ontplooien om redenen zoals onderscheiden institutionele of wetgevende benaderingen, omstandigheden, waarden of prioriteiten die specifiek zijn voor die partij.

Artikel

21.6

Forum voor samenwerking op regelgevingsgebied

Artikel

21.7

Verdere samenwerking tussen partijen

Artikel

21.8

Overleg met particuliere entiteiten

Teneinde beter inzicht te verkrijgen in niet-gouvernementele visies met betrekking tot de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk, kan elke partij of kunnen de partijen, voor zover dienstig, overleg met betrokkenen en belanghebbenden plegen, waaronder vertegenwoordigers van de academische wereld, denktanks, niet-gouvernementele organisaties, het bedrijfsleven, consumenten- en andere organisaties. Dit overleg kan op elke door de partij of partijen passend geachte wijze worden gevoerd.

Artikel

21.9

Contactpunten

HOOFDSTUK

TWEEËNTWINTIG

HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

22.1

Context en doelstellingen

Artikel

22.2

Transparantie

De partijen benadrukken het belang van transparantie als een noodzakelijk element ter bevordering van de deelname van het publiek en de openbaarmaking van informatie in het kader van dit hoofdstuk, in overeenstemming met het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk zevenentwintig (Transparantie) en de artikelen 23.6 (Voorlichting aan en bewustmaking van het grote publiek) en 24.7 (Voorlichting aan en bewustmaking van het grote publiek).

Artikel

22.3

Samenwerking en bevordering van handel met steun voor duurzame ontwikkeling

Artikel

22.4

Institutionele mechanismen

Artikel

22.5

Forum voor maatschappelijk middenveld

HOOFDSTUK

DRIEËNTWINTIG

HANDEL EN ARBEID

Artikel

23.1

Context en doelstellingen

Artikel

23.2

Recht regels te stellen en beschermingsniveaus

De partijen erkennen elkaars recht om prioriteiten te stellen op het gebied van arbeid, om niveaus van arbeidsbescherming vast te stellen en haar wet- en regelgeving en beleid vast te stellen of te wijzigen in overeenstemming met hun internationale verplichtingen op het gebied van arbeid, met inbegrip van die in dit hoofdstuk; hiertoe streeft elke partij ernaar dat die wetgeving en dat beleid voorzien in hoge niveaus van arbeidsbescherming en deze bevorderen, en streeft elke partij naar voortdurende verbetering van die wetgeving en dat beleid teneinde in een hoog niveau van arbeidsbescherming te voorzien.

Artikel

23.3

Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten

Artikel

23.4

Eerbiediging van beschermingsniveaus

Artikel

23.5

Handhavingsprocedures, administratieve procedures en toetsing van administratieve handelingen

Artikel

23.6

Voorlichting aan en bewustmaking van het grote publiek

Artikel

23.7

Samenwerkingsactiviteiten

Artikel

23.8

Institutionele mechanismen

Artikel

23.9

Overleg

Artikel

23.10

Deskundigenpanel

Artikel

23.11

Geschillenbeslechting

HOOFDSTUK

VIERENTWINTIG

HANDEL EN MILIEU

Artikel

24.1

Definitie

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

milieuwetgeving: wetgeving, waaronder wettelijke of bestuursrechtelijke of andere juridisch bindende maatregelen van een partij, die milieubescherming als doel heeft, met inbegrip van de preventie van gevaar voor het leven of de gezondheid van de mens uit hoofde van milieueffecten, zoals die welke gericht is op:

  • a.

    de preventie, beperking of beheersing van de vrijkoming, lozing of emissie van verontreinigende stoffen of milieucontaminanten,

  • b.

    het beheer van chemische stoffen en afvalstoffen of de verspreiding van daarmee verband houdende informatie, of

  • c.

    de instandhouding en bescherming van wilde fauna en flora, met inbegrip van bedreigde soorten en hun habitats, alsmede beschermde gebieden,

met uitzondering van maatregelen van een partij die uitsluitend verband houden met de gezondheid en veiligheid van werknemers en het voorwerp vormen van hoofdstuk drieëntwintig (Handel en arbeid), of maatregelen van een partij die het beheer met betrekking tot de instandhouding of de traditionele oogst van natuurlijke hulpbronnen als doel hebben.

Artikel

24.2

Context en doelstellingen

De partijen erkennen dat het milieu een fundamentele pijler van duurzame ontwikkeling is en dat de handel aan duurzame ontwikkeling kan bijdragen. De partijen benadrukken dat nauwere samenwerking voor de bescherming en instandhouding van het milieu voordelen meebrengt die:

  • a.

    de duurzame ontwikkeling bevorderen;

  • b.

    het milieubeheer van de partijen versterken;

  • c.

    voortbouwen op de internationale milieuovereenkomsten waarbij zij partij zijn; en

  • d.

    een aanvulling vormen op de doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel

24.3

Recht regels te stellen en beschermingsniveaus

De partijen erkennen het recht van elke partij haar milieuprioriteiten te stellen, haar milieubeschermingsniveaus te bepalen en haar wet- en regelgeving en beleid dienovereenkomstig vast te stellen of te wijzigen op een wijze die met de multilaterale milieuovereenkomsten waarbij zij partij is en met de onderhavige overeenkomst overeenstemt. Elke partij streeft ernaar te waarborgen dat die wetgeving en dat beleid voorzien in hoge milieubeschermingsniveaus en deze bevorderen, en streeft naar een voortdurende verbetering van haar wet- en regelgeving en beleid alsmede de onderliggende beschermingsniveaus ervan.

Artikel

24.4

Multilaterale milieuovereenkomsten

Artikel

24.5

Eerbiediging van beschermingsniveaus

Artikel

24.6

Toegang tot rechtsmiddelen en procedurele waarborgen

Artikel

24.7

Voorlichting aan en bewustmaking van het grote publiek

Artikel

24.8

Wetenschappelijke en technische informatie

Artikel

24.9

Handel waarbij milieubescherming wordt bevorderd

Artikel

24.10

Handel in bosproducten

Artikel

24.11

Handel in visserij- en aquacultuurproducten

Artikel

24.12

Samenwerking bij milieuvraagstukken

Artikel

24.13

Institutionele mechanismen

Artikel

24.14

Overleg

Artikel

24.15

Deskundigenpanel

Artikel

24.16

Geschillenbeslechting

HOOFDSTUK

VIJFENTWINTIG

BILATERALE DIALOGEN EN SAMENWERKING

Artikel

25.1

Doelstellingen en beginselen

Artikel

25.2

Dialoog inzake biotechnologievraagstukken in verband met markttoegang

Artikel

25.3

Bilaterale dialoog inzake bosproducten

Artikel

25.4

Bilaterale dialoog inzake grondstoffen

Artikel

25.5

Intensievere samenwerking op het gebied van wetenschap, technologie, onderzoek en innovatie

HOOFDSTUK

ZESENTWINTIG

ADMINISTRATIEVE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

26.1

Gemengd Comité voor de CETA

Artikel

26.2

Gespecialiseerde comités

Artikel

26.3

Besluitvorming

Artikel

26.4

Informatie-uitwisseling

Wanneer een partij aan het Gemengd Comité voor de CETA of enig in het kader van deze overeenkomst ingesteld gespecialiseerd comité informatie voorlegt die vertrouwelijk wordt geacht of die ingevolge haar wet- en regelgeving niet openbaar mag worden gemaakt, behandelt de andere partij die informatie als vertrouwelijk.

Artikel

26.5

Contactpunten voor de CETA

Artikel

26.6

Bijeenkomsten

HOOFDSTUK

ZEVENENTWINTIG

TRANSPARANTIE

Artikel

27.1

Bekendmaking

Artikel

27.2

Informatieverstrekking

Artikel

27.3

Administratieve procedures

Teneinde maatregelen van algemene strekking die gevolgen hebben voor onder deze overeenkomst vallende aangelegenheden, te treffen op een consistente, onpartijdige en redelijke manier, ziet elke partij erop toe dat haar administratieve procedures waarbij in artikel 27.1 bedoelde maatregelen worden toegepast ten aanzien van een bepaalde persoon, een bepaald goed of een bepaalde dienst uit de andere partij, in een concreet geval:

  • a.

    waar mogelijk erin voorzien dat personen uit de andere partij voor wie een procedure rechtstreeks gevolgen heeft, tijdig en in overeenstemming met haar interne procedures een kennisgeving van de inleiding van een procedure ontvangt, welke kennisgeving een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring over de rechtsgrondslag voor de inleiding van de procedure en een algemene beschrijving van de aangelegenheden waarover het geschil gaat, omvat;

  • b.

    de onder a) bedoelde personen een redelijke mogelijkheid bieden om feiten en argumenten ter ondersteuning van hun standpunten naar voren te brengen voordat een definitieve administratieve maatregel wordt genomen, indien de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dit toelaten; en

  • c.

    worden uitgevoerd in overeenstemming met haar interne recht.

Artikel

27.4

Toetsing en beroep

Artikel

27.5

Samenwerking inzake bevordering van meer transparantie

De partijen komen overeen om in bilaterale, regionale en multilaterale fora samen te werken inzake methoden voor het bevorderen van transparantie ten aanzien van de internationale handel en investeringen.

HOOFDSTUK

ACHTENTWINTIG

UITZONDERINGEN

Artikel

28.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

woonplaats: de fiscale woonplaats;

belastingverdrag: een verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing of een andere internationale belastingovereenkomst of -regeling; en

omvatten belastingen en fiscale maatregelen accijnzen, maar omvatten zij geen:

  • a.

    douanerechten zoals omschreven in artikel 1.1 (Algemeen toepasselijke definities), en

  • b.

    maatregelen genoemd onder de uitzonderingen b) of c) in de definitie van „douanerechten” in artikel 1.1 (Algemeen toepasselijke definities).

Artikel

28.2

Partijspecifieke definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

mededingingsautoriteit:

  • a.

    voor Canada, de „Commissioner of Competition” (de commissaris voor Mededinging) of diens opvolger van wie kennis is gegeven aan de andere partij via de contactpunten voor de CETA; en

  • b.

    voor de Europese Unie, de Europese Commissie wat haar taken in het kader van de mededingingswetgeving van de Europese Unie betreft;

mededingingswetgeving:

  • a.

    voor Canada, de Competition Act (mededingingswet), R.S.C. 1985, c. C-34; en

  • b.

    voor de Europese Unie, de artikelen 101, 102 en 106 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van 13 december 2007, Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen en de uitvoeringsverordeningen en wijzigingen daarvan; en onder

informatie die beschermd is op grond van haar mededingingswetgeving:

  • a.

    voor Canada, informatie die valt onder het toepassingsgebied van artikel 29 van de Competition Act, R.S.C. 1985, c. C-34; en

  • b.

    voor de Europese Unie, informatie die valt onder het toepassingsgebied van artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, of van artikel 17 van Verordening nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen, of enige daarvoor in de plaats tredende bepalingen.

Artikel

28.3

Algemene uitzonderingen

Artikel

28.4

Tijdelijke vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van kapitaalverkeer en betalingen

Artikel

28.5

Beperkingen in geval van ernstige moeilijkheden met betrekking tot betalingsbalans en buitenlandse financiële positie

Artikel

28.6

Staatsveiligheid

Niets in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat:

  • a.

    een partij wordt verplicht informatie te verstrekken of er toegang toe te verlenen waarvan openbaarmaking naar haar oordeel tegen haar wezenlijke veiligheidsbelangen indruist; of

  • b.

    een partij wordt belet maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen noodzakelijk acht en die:

    • i.

      verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie en oorlogstuig dan wel met dergelijke handel en transacties in andere goederen en materialen, diensten en technologie, en economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire of andere met de veiligheid verband houdende inrichting ten doel hebben;37)De uitdrukking „handel in wapens, munitie en oorlogstuig” in dit artikel is gelijkwaardig aan de uitdrukking „handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel”.

    • ii.

      in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen; of

    • iii.

      betrekking hebben op splijt- en fusiestoffen of op de grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd; of

  • c.

    een partij wordt belet maatregelen te nemen tot uitvoering van haar internationale verplichtingen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

Artikel

28.7

Belastingen

Artikel

28.8

Bekendmaking van informatie

Artikel

28.9

Uitzonderingen met betrekking tot cultuur

De partijen herinneren aan de uitzonderingen met betrekking tot cultuur, zoals vastgesteld in de toepasselijke bepalingen van hoofdstuk zeven (Subsidies), acht (Investeringen), negen (Grensoverschrijdende handel in diensten), twaalf (Interne regelgeving) en negentien (Overheidsopdrachten).

Artikel

28.10

WTO-ontheffingen

Indien een bepaling omvattende een recht of verplichting in deze overeenkomst een bepaling uit de WTO-Overeenkomst herhaalt, dan zijn de partijen het erover eens dat maatregelen die in overeenstemming zijn met een ontheffingsbesluit van de WTO op grond van artikel IX van de WTO-Overeenkomst, worden geacht tevens in overeenstemming te zijn met de herhaalde bepaling in de onderhavige overeenkomst.

HOOFDSTUK

NEGENENTWINTIG

GESCHILLENBESLECHTING

AFDELING

A

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel

29.1

Samenwerking

Het streven van de partijen is te allen tijde erop gericht overeenstemming te bereiken over de interpretatie en de toepassing van deze overeenkomst, en zij stellen alles in het werk om door middel van samenwerking en overleg een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden voor alle kwesties die gevolgen kunnen hebben voor de werking van deze overeenkomst.

Artikel

29.2

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op elk geschil over de interpretatie of toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst, tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald.

Artikel

29.3

Keuze van de bevoegde rechter

AFDELING

B

OVERLEG EN BEMIDDELING

Artikel

29.4

Overleg

Artikel

29.5

Bemiddeling

De partijen kunnen een beroep doen op bemiddeling met betrekking tot een maatregel als deze nadelige gevolgen voor de handel en investeringen tussen de partijen heeft. Bemiddelingsprocedures zijn opgenomen in bijlage 29-C.

AFDELING

C

PROCEDURES VOOR GESCHILLENBESLECHTING EN NALEVING

ONDERAFDELING

A

PROCEDURES VOOR GESCHILLENBESLECHTING

Artikel

29.6

Verzoek om instelling van een arbitragepanel

Artikel

29.7

Samenstelling van arbitragepanel

Artikel

29.8

Lijst van arbiters

Artikel

29.9

Tussentijds panelverslag

Artikel

29.10

Eindverslag van het panel

Artikel

29.11

Kort gedingen

In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen of diensten die snel hun handelswaarde verliezen, doen het arbitragepanel en de partijen al het mogelijke om de procedures zoveel mogelijk te bespoedigen. Het arbitragepanel streeft ernaar aan de partijen binnen 75 dagen na de instelling van het arbitragepanel een tussentijds verslag, en binnen 15 dagen na het uitbrengen van het tussentijdse verslag een definitief verslag over te leggen. Indien een partij daarom verzoekt, doet het arbitragepanel binnen tien dagen na het verzoek een voorlopige uitspraak over de vraag of het de zaak spoedeisend acht.

ONDERAFDELING

B

NALEVING

Artikel

29.12

Naleving van het eindverslag van het panel

De partij waaraan het verzoek is gericht, neemt alle maatregelen die nodig zijn om uitvoering te geven aan het eindverslag van het panel. De partij waaraan het verzoek is gericht, stelt de andere partij en het Gemengd Comité voor de CETA uiterlijk twintig dagen na ontvangst van het eindverslag van het panel door de partijen in kennis van haar voornemens ten aanzien van de naleving.

Artikel

29.13

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

29.14

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

29.15

Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na opschorting van verplichtingen

AFDELING

D

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

29.16

Reglement van orde

Procedures voor geschillenbeslechting in het kader van dit hoofdstuk worden geregeld in het reglement van orde voor arbitrage in bijlage 29-A, tenzij de partijen anders overeenkomen.

Artikel

29.17

Algemene regel van uitlegging

Het arbitragepanel legt de bepalingen van deze overeenkomst uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht zijn neergelegd. Het arbitragepanel neemt tevens de relevante interpretaties in aanmerking uit de panelverslagen en de verslagen van de Beroepsinstantie die zijn goedgekeurd door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO.

Artikel

29.18

Uitspraken van arbitragepanel

De uitspraken van het arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel

29.19

Onderling overeengekomen oplossingen

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Gemengd Comité voor de CETA en het arbitragepanel van die oplossing in kennis. Na kennisgeving van de onderling overeengekomen oplossing beëindigt het arbitragepanel zijn werkzaamheden en is de procedure beëindigd.

HOOFDSTUK

DERTIG

SLOTBEPALINGEN

Artikel

30.1

Integrerende delen van deze overeenkomst

De protocollen, bijlagen, verklaringen, gezamenlijke verklaringen, memoranda van overeenstemming en voetnoten bij deze overeenkomst maken daarvan integrerend deel uit.

Artikel

30.2

Wijzigingen

Artikel

30.3

Preferentiegebruik

Gedurende een periode van 10 jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst wisselen de partijen voor de GS-hoofdstukken 1 tot en met 97 de kwartaalcijfers op tariefpostniveau uit voor de invoer van goederen uit de andere partij die onderworpen is aan de gebruikelijke meestbegunstigingstarieven en tariefpreferenties in het kader van deze overeenkomst. Tenzij de partijen anders besluiten, wordt deze periode verlengd met vijf jaar en kan zij vervolgens door de partijen verder worden verlengd.

Artikel

30.4

Lopende rekening

De partijen verlenen overeenkomstig artikel VIII van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, opgesteld te Bretton Woods op 22 juli 1944, machtiging voor alle betalingen en overmakingen in vrij converteerbare valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de partijen.

Artikel

30.5

Kapitaalverkeer

De partijen treden met elkaar in overleg om het onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken, door verdere uitvoering van hun beleid inzake de liberalisering van financiële en kapitaalrekeningen te geven, en door bij te dragen tot een stabiel en veilig klimaat voor langetermijninvesteringen.

Artikel

30.6

Particuliere rechten

Artikel

30.7

Inwerkingtreding en voorlopige toepassing

Artikel

30.8

Beëindiging, opschorting of opneming van andere bestaande overeenkomsten

Artikel

30.9

Opzegging

Artikel

30.10

Toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie

Artikel

30.11

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle versies gelijkelijk authentiek.

Bijlagen, protocollen en voorbehouden

De tekst van de bijlagen, protocollen, en voorbehouden is niet opgenomen. De tekst van de bijlagen, protocollen en voorbehouden ligt ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De wijzigingen zijn gepubliceerd op https://eur-lex.europa.eu/legal-content/en/ALL/?uri=OJ:L:2017:011:TOC.