Artikel
1
Coördinatie
1
De drie Staten-Partijen werken samen in aangelegenheden aangaande het Verdrag. Daartoe wijzen zij elk een coördinator aan ter uitvoering van de bepalingen van het Verdrag waarin de drie Staten-Partijen worden beschouwd als één Staat-Partij. De coördinatoren zijn vertegenwoordigers van de Ministeries van Defensie.
2
De coördinatoren komen zo vaak als nodig is bijeen, doch ten minste twee maal per jaar. De coördinatoren, indien nodig bijgestaan door deskundigen, plegen overleg en bereiken overeenstemming over aangelegenheden betreffende passieve en actieve vluchten, d.w.z. vluchten boven Benelux-grondgebied en door de Benelux uitgevoerde vluchten. Het voorzitterschap rouleert onder de drie coördinatoren op dezelfde wijze als het voorzitterschap van de algemene samenwerking ingevolge het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie. De voorzitter neemt het initiatief tot het beleggen van een bijeenkomst. De twee andere Staten-Partijen kunnen te allen tijde om een bijeenkomst verzoeken.
3
De voorzitter onderneemt de nodige stappen na ontvangst van een verzoek om een „open luchtruim”-observatievlucht of -transitvlucht boven Benelux-grondgebied.
4
Nederland draagt zorg voor de noodzakelijke kennisgeving en verslaglegging ingevolge deze Overeenkomst. Kennisgevingen worden slechts met instemming van de andere Staten-Partijen verzonden. Het CVSE-communicatienetwerk zal in de regel voor het verzenden van „open luchtruim”-kennisgevingen worden gebruikt. Het gebruik van andere schriftelijke communicatiemiddelen is echter niet uitgesloten.
5
Kennisgevingen met betrekking tot de artikelen X, XIII, XIV, XV of XVI worden verzonden door de drie Staten-Partijen afzonderlijk. Er wordt evenwel naar gestreefd om de aanwijzing van personeel, als bedoeld in artikel XIII, te coördineren.