Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake de uitvoering van het Verdrag inzake het open luchtruim

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake de uitvoering van het Verdrag inzake het open luchtruim

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg,

Vaststellende dat het Verdrag inzake het open luchtruim, hierna te noemen het Verdrag, werd ondertekend te Helsinki op 24 maart 1992,

Verwijzende naar artikel XIV van het Verdrag, waarin onder andere is bepaald dat voor de toepassing van de artikelen II tot en met IX en artikel XI, alsmede de Bijlagen A tot en met I en Bijlage K bij het Verdrag, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg, hierna te noemen de Staten-Partijen, worden beschouwd als één Staat-Partij, hierna te noemen de Benelux,

De nadruk leggend op het feit dat de samenwerking in Beneluxverband andere vormen van samenwerking ter uitvoering van het „open luchtruim”-regime, in het bijzonder als groep Staten-Partijen, zoals verwoord in artikel III, Afdeling II, van het Verdrag, niet uitsluit,

Vaststellende dat de drie Staten-Partijen deel uitmaken van de groep Staten-Partijen die de Staten van de Westeuropese Unie hebben besloten te vormen ingevolge het Verdrag, zoals is verklaard door haar Voorzitterschap op 18 maart 1992 te Wenen,

Zijn ter uitvoering van artikel XIV van het Verdrag het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Coördinatie

Artikel

2

Financiën

De Staten-Partijen komen overeen dat de kosten van „open luchtruim”- activiteiten zullen worden gedeeld. De van toepassing zijnde financiële beginselen en procedures zijn vastgelegd in de Bijlage bij deze Overeenkomst.

Artikel

3

Actieve vluchten: vliegtuigen en sensoren

De Staten-Partijen zijn het erover eens dat ernaar dient te worden gestreefd om technische middelen gezamenlijk te gebruiken met andere belanghebbende Staten-Partijen bij het Verdrag. België is bereid in het kader van de Benelux-samenwerking een C130 Hercules beschikbaar te stellen als „open luchtruim”-observatie- en -transportvliegtuig, tenzij er andere, goedkopere mogelijkheden om het Verdrag uit te voeren beschikbaar zijn. Dit aanbod verplicht België geenszins tot enige constructieverandering met betrekking tot de C130 Hercules.

Artikel

4

Actieve vluchten: bemanning en voorbereiding van de vlucht

Artikel

5

Actieve vluchten: resultaten

Nederland neemt de verantwoordelijkheid voor het verwerken van de door de sensoren verzamelde gegevens op zich. De verwerkte gegevens staan alle drie Staten-Partijen ter beschikking. Op verzoek van andere Staten-Partijen bij het Verdrag stelt Nederland kopieën van de verwerkte gegevens beschikbaar aan die Staten-Partijen, zulks in overeenstemming met artikel IX van het Verdrag. Nederland organiseert de noodzakelijke Benelux-bijeenkomsten ter vergelijking van de nationale analyses van de verwerkte gegevens.

Artikel

6

Passieve vluchten: luchtverkeersleiding (ATC)

Artikel

7

Passieve vluchten: vliegvelden

Het vliegveld Zaventem/Melsbroek is het punt van binnenkomst/ vertrek voor de Benelux. Er wordt geen ander „open luchtruim”- vliegveld aangewezen. In uitzonderlijke gevallen kunnen andere vliegvelden, in het bijzonder vliegbasis Eindhoven, als uitwijkvliegveld worden gebruikt, rekening houdend met hun beperkingen als uiteengezet in de desbetreffende naslagwerken van de ICAO.

Artikel

8

Passieve vluchten: aan de vlucht voorafgaande procedures

Artikel

9

Aansprakelijkheid

Voor „open luchtruim”-activiteiten in het kader van deze Overeenkomst wordt de aansprakelijkheidsclausule als vervat in artikel XII van het Verdrag als volgt toegepast:

  • 1.

    Elk van de drie Staten-Partijen ziet af van alle vorderingen jegens de andere twee Staten-Partijen met betrekking tot schade die wordt toegebracht aan zijn functionarissen of zijn goederen door functionarissen van die andere Staat-Partij en die voortvloeit uit of verband houdt met de uitvoering van deze Overeenkomst.

  • 2.

    De drie Staten-Partijen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor schade die wordt toegebracht aan een derde Staat of aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon of diens goederen in de loop van de uitvoering van het Verdrag. Vorderingen van derden wegens enigerlei schade die is toegebracht door functionarissen van één der Staten-Partijen worden in behandeling genomen door de Staat-Partij die daarvoor het meest in aanmerking komt, te bepalen in overleg met de andere twee Staten-Partijen. De ter voldoening van een vordering gemaakte kosten worden door de drie Staten-Partijen gedragen in overeenstemming met de verdeelsleutel als vervat in de Bijlage.

  • 3.

    Het eerste en het tweede lid van artikel 9 van deze Overeenkomst zijn niet van toepassing indien de schade in kwestie het gevolg is van opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid van een Staat-Partij of diens functionarissen. In dat geval worden de kosten van enige aansprakelijkheid alleen gedragen door die Staat-Partij.

  • 4.

    In geval van schade die is toegebracht aan of door gemeenschappelijke goederen van de Staten-Partijen worden de kosten van de schadevergoeding, wanneer deze niet op derden kunnen worden verhaald, gedragen door de Staten-Partijen in overeenstemming met de verdeelsleutel als vervat in de Bijlage bij deze Overeenkomst.

Artikel

10

Vertegenwoordiging

Voor de doeleinden als omschreven in de artikelen II tot en met IX en artikel XI van het Verdrag, alsmede de Bijlage A tot en met I en Bijlage K daarbij, wordt de Benelux in de „Open Luchtruim”-Overlegcommissie vertegenwoordigd door de Staat-Partij die het voorzitterschap bekleedt in het Benelux-samenwerkingsverband. De vertegenwoordigers van de twee andere Staten-Partijen fungeren als plaatsvervangend vertegenwoordigers in de „Open Luchtruim”-Overlegcommissie, waarbij de vertegenwoordiger van de Partij die als eerstvolgende het voorzitterschap zal bekleden, als eerste plaatsvervanger optreedt.

Artikel

11

Diverse bepalingen

Artikel

12

Wijzigingen

Artikel

13

Inwerkingtreding

Artikel

14

Regeling van geschillen

Artikel

15

Beëindiging

Deze Overeenkomst wordt beëindigd op de datum van terugtrekking uit het Verdrag door één of meer Staten-Partijen bij de Overeenkomst, dan wel op de datum van beëindiging van de regeling ingevolge artikel XIV van het Verdrag.

TEN BLIJKE WAARVAN, de ondertekenende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Travemünde op 20 oktober 1993 in de Engelse, de Nederlandse en de Franse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek.

Bijlage bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake de uitvoering van het Verdrag inzake het open luchtruim

1. Verdeling van de kosten

Alle in verband met „open luchtruim”-activiteiten gemaakte kosten in het kader van deze Overeenkomst worden gedeeld door de drie Staten- Partijen in overeenstemming met de volgende verdeelsleutel:

Het Koninkrijk der Nederlanden

. . . . 48,5%

Het Koninkrijk België

. . . . 48,5%

Het Groothertogdom Luxemburg

. . . . . . 3%

2. Verantwoording van de kosten

Na elke „open luchtruim”-vlucht, zowel actief als passief, en iedere „open luchtruim”-activiteit ingevolge deze Overeenkomst die financiële gevolgen heeft, dienen de coördinatoren de gemaakte kosten in bij de voorzitter. Alle ingediende te delen kosten moeten naar behoren zijn verantwoord. Alle kosten (basisloon, toelagen, enz.) van het personeel van het team als bedoeld in de artikelen 4 en 8 van deze Overeenkomst worden gedragen door de betrokken Staat-Partij. Na ontvangst van de door de drie Staten-Partijen gemaakte kosten stelt de voorzitter een eindoverzicht op betreffende de activiteit in kwestie. Dit eindoverzicht wordt ter goedkeuring toegezonden aan de drie Staten-Partijen en geeft aan in hoeverre elk van hen een credit/debet-saldo heeft.

3. Betaling van verschillen

In overeenstemming met het goedgekeurde eindoverzicht als genoemd in paragraaf 2 van deze Bijlage doet de Staat-Partij die een credit-saldo heeft de noodzakelijke facturen toekomen aan een Staat-Partij die een debet-saldo heeft, tenzij tussen de betrokken Partijen anders is overeengekomen.

De factureeradressen zijn de volgende:

Nederland: Ministerie van Defensie

Bureau Secretaris-Generaal

FEBCO/PL3

Postbus 20701

2500 ES 'S-GRAVENHAGE

België: Ministerie van Landsverdediging

Generale Staf/JSO

Koningin Elisabethkwartier

Eversestraat 1

1140 BRUSSEL

Luxemburg: Ministère de la Force Publique

Bâtiment Vauban

L-2915 LUXEMBOURG