Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek inzake samenwerking op defensiegebied en de status van hun strijdkrachten op de grondgebieden in de Caraïben en Zuid-Amerika van de Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek inzake samenwerking op defensiegebied en de status van hun strijdkrachten op de grondgebieden in de Caraïben en Zuid-Amerika van de Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Franse Republiek, hierna te noemen de „partijen”;

Geleid door de wens hun samenwerking en de status van hun strijdkrachten en leden van het personeel vast te leggen in het kader van defensie- en veiligheidsactiviteiten die plaatsvinden op de grondgebieden van de partijen in de Caraïben en Zuid-Amerika;

Overwegende de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van der Franse Republiek inzake de uitwisseling van beschermde en gerubriceerde gegevens, ondertekend op 28 juli 1992;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a.

    „zendende partij”: de partij waaronder de strijdkrachten en de leden van het personeel die zich op het grondgebied van de andere partij bevinden ressorteren;

  • b.

    „ontvangende partij”: de partij op het grondgebied waarvan zich de strijdkrachten en de leden van het personeel van de zendende partij bevinden, hetzij tijdens een verblijf hetzij op doorreis, teneinde de in dit Verdrag voorziene samenwerking ten uitvoer te leggen;

  • c.

    „grondgebied”: alle landgebieden, maritieme gebieden, luchtruimen en binnenwateren alsmede elk geografisch gebied waarover de partijen soevereine rechten of rechtsmacht uitoefenen overeenkomstig artikel 22;

  • d.

    „leden van het personeel”: het personeel dat behoort tot de strijdkrachten van een van de partijen alsmede het civiel personeel van een van de partijen dat in dienst is van de ministeries die bevoegd zijn op het gebied van defensie en veiligheid, in het kader van dit Verdrag aanwezig op of op doorreis door het grondgebied van de andere partij, met uitzondering van onderdanen en permanent ingezetenen van de ontvangende partij;

  • e.

    „strijdkrachten”: de eenheden en formaties van de landmacht, marine of luchtmacht of elk ander militair korps (waaronder de Gendarmerie nationale of de Koninklijke Marechaussee) alsmede de ondersteunende defensiediensten van een van de partijen;

  • f.

    „materieel”: de goederen en uitrustingen van de strijdkrachten, met inbegrip van wapens, munitie, militaire voertuigen en elk ander transportmiddel van de zendende partij, die nodig zijn voor de uitvoering van dit Verdrag.

TITEL

I

Artikel

2

Artikel

3

De samenwerking tussen de partijen kan de volgende vormen aannemen:

  • a.

    uitwisseling van instructeurs en studenten van militaire academies;

  • b.

    aanlegplaatsen voor oorlogsschepen, landingsplaatsen voor luchtvaartuigen en wederzijdse bezoeken van militaire en civiele entiteiten met betrekking tot defensie;

  • c.

    deelname aan theoretische en praktische cursussen, stages, seminars, debatten en symposia, in militaire en civiele entiteiten met betrekking tot defensie;

  • d.

    gezamenlijke training, instructie en militaire oefeningen op het grondgebied van de ontvangende partij, gedurende de voor de activiteiten benodigde tijd;

  • e.

    delen van kennis en ervaringen opgedaan op het gebied van operaties en het gebruik van militaire uitrusting, alsook in het kader van deelname aan vredesoperaties van de Verenigde Naties;

  • f.

    humanitaire bijstand bij natuurrampen of in elke andere noodsituatie die het grondgebied van de partijen treft;

  • g.

    elke andere activiteit van tijdelijke aard, die de partijen in onderling overleg overeenkomen in het nastreven van hun gemeenschappelijke belangen.

Artikel

4

Artikel

5

TITEL

II

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De leden van het personeel van de zendende partij dragen het uniform en militaire onderscheidingstekens in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving inzake hun strijdkrachten. De militaire autoriteiten van de ontvangende partij bepalen de voorwaarden waaronder het uniform gedragen mag worden.

Artikel

11

De leden van het personeel van de zendende partij mogen een dienstwapen dragen bij het uitvoeren van de in artikel 3 voorziene activiteiten. De voorwaarden voor het dragen en gebruiken van wapens zijn in overeenstemming met de geldende wetgeving van de ontvangende partij.

Artikel

12

Artikel

13

De leden van het personeel van de zendende partij die in het bezit zijn van een burgerlijk of militair rijbewijs afgegeven door de bevoegde autoriteiten van deze partij, hebben het recht op het grondgebied van de ontvangende partij voertuigen te besturen van de categorie die door het rijbewijs wordt toegestaan, in overeenstemming met de wetgeving van de ontvangende partij.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

TITEL

III

Artikel

21

Elk geschil betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag wordt geregeld door middel van overleg tussen de partijen.

Artikel

22

In overeenstemming met artikel 1, onderdeel c, is dit Verdrag van toepassing:

  • 1.

    Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, op Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba), tenzij anders bepaald in de kennisgeving zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 23. In het laatste geval kan het Koninkrijk der Nederlanden te allen tijde de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot één of meer van zijn afzonderlijke delen door middel van een kennisgeving langs diplomatieke weg aan de Franse Republiek.

  • 2.

    Wat de Franse Republiek betreft, op het grondgebied van de Franse Republiek in de Caraïben en Zuid-Amerika.

Artikel

23

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te ’s-Gravenhage op 25 juni 2021, in twee originele exemplaren, in de Nederlandse en de Franse taal, waarbij beide teksten gelijkelijk authentiek zijn.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

ANK BIJLEVELD

Voor de Regering van de Franse Republiek,

FLORENCE PARLY