Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten inzake uitlevering

Agreement between the Kingdom of the Netherlands and the United Arab Emirates on extradition

The Kingdom of the Netherlands

and

the United Arab Emirates

hereinafter referred to as “the Parties”,

Referring to the international instruments containing provisions on extradition in force between the Parties;

Desiring to further improve the effectiveness of their co-operation in fighting crime and, specifically, to facilitate extradition;

Having due regard for their obligations to respect human rights and the rule of law;

Have agreed as follows:

Article

1

Obligation to extradite

Article

2

Extraditable offences

Article

3

Grounds for refusal

Article

4

Extradition of nationals

Article

5

Central Authorities

Article

6

Request and supporting documents

Article

7

Additional information

If the information provided by the Requesting Party in support of a request for extradition is not sufficient to enable the Requested Party to reach a decision under this Agreement, the latter Party may request that the necessary additional information be submitted within forty-five (45) days. If the additional information is not submitted within that time, the request may be renounced in accordance with national law.

Article

8

Provisional measures

Article

9

Concurrent requests

If extradition is requested concurrently by more than one party, for the same person, either for the same offence or for different offences, the Requested Party shall make its decision to which party, if any, it will extradite the person, having regard to all circumstances, including the relative seriousness and place of commission of the offence(s), the respective dates of the requests, the dates on which the requests were received, the dates the offences were committed and whether the person is accused or convicted.

Article

10

Decision and surrender

Article

11

Postponed and temporary surrender

Article

12

Seizure and surrender of property

Article

13

Rule of speciality

Article

14

Re-extradition to a third party

Except in the cases provided in Article 13, Paragraph 1, subparagraphs a) and b) of this Agreement, the Requesting Party cannot surrender to a third party, without the consent of the Requested Party, the person that has been surrendered to it and is requested by the third Party for offences committed before such surrender. The Requested Party may ask for the submission of the documents and information indicated in Article 6 of this Agreement.

Article

15

Simplified extradition procedure

Article

16

Transit

Article

17

Confidentiality

The Parties agree to keep all documents and information used in the extradition procedure confidential, except to the extent necessary to execute the request.

Article

18

Data protection

Article

19

Expenses

Article

20

Compatibility with other agreements

This Agreement shall not affect any existing obligations of the Parties in other agreements, nor prevent the Parties from providing assistance to each other pursuant to other agreements or arrangements.

Article

21

Territorial application

With regard to the Kingdom of the Netherlands, this Agreement shall apply to the European part of the Netherlands, the Caribbean part of the Netherlands (the islands of Bonaire, Sint Eustatius and Saba), Aruba, Curaçao and Sint Maarten, unless the notification referred to in Article 23 of this Agreement provides otherwise. In the latter case, the Kingdom of the Netherlands may extend the application of this Agreement at any time to one or more of its constituent parts by notification to the United Arab Emirates through diplomatic channels.

Article

22

Consultations

The Parties shall convene whenever they deem it necessary, in order to discuss the application of this Agreement and they may also convene meetings with the competent authorities of the Parties with a view to facilitate the application of this Agreement, in particular with respect to such issues as training, the preparation and use of standard formats, the preparation and execution of specific types of requests or of specific individual requests.

Article

23

Entry into force, amendment and termination

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at Abu Dhabi, on the 29th day of August 2021, in duplicate, in the English, Dutch and Arabic languages, all texts being equally authentic. In the event of any divergence of interpretation of this Agreement, the English text shall prevail.

For the Kingdom of the Netherlands,

F.B.J. GRAPPERHAUS

For the United Arab Emirates,

S. AL BADI

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten inzake uitlevering

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Verenigde Arabische Emiraten

hierna te noemen „de Partijen”,

Verwijzend naar de internationale instrumenten die bepalingen inzake uitlevering bevatten die tussen de Partijen van kracht zijn;

Geleid door de wens de effectiviteit van hun samenwerking bij criminaliteitsbestrijding verder te verbeteren en, met name, uitlevering te vergemakkelijken;

Met zorgvuldige inachtneming van hun verplichtingen om de mensenrechten en de rechtsstaat te eerbiedigen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Verplichting tot uitlevering

Artikel

2

Feiten die tot uitlevering kunnen leiden

Artikel

3

Weigeringsgronden

Artikel

4

Uitlevering van onderdanen

Artikel

5

Centrale autoriteiten

Artikel

6

Verzoek en stukken ter ondersteuning daarvan

Artikel

7

Aanvullende informatie

Indien de informatie die door de verzoekende Partij wordt verstrekt ter ondersteuning van een verzoek tot uitlevering onvoldoende is om de aangezochte Partij in staat te stellen tot een beslissing te komen ingevolge dit Verdrag, kan laatstgenoemde Partij verzoeken dat de noodzakelijke aanvullende informatie binnen vijfenveertig (45) dagen wordt verstrekt. Indien de aanvullende informatie niet binnen die termijn wordt verstrekt, kan van het verzoek worden afgezien in overeenstemming met de nationale wetgeving.

Artikel

8

Voorlopige maatregelen

Artikel

9

Samenloop van verzoeken

Indien uitlevering van dezelfde persoon door meer dan één partij wordt verzocht, hetzij vanwege hetzelfde strafbaar feit of vanwege verschillende strafbare feiten, beslist de aangezochte Partij of en aan welke partij wordt uitgeleverd, rekening houdend met alle omstandigheden, met inbegrip van de relatieve ernst van het strafbare feit of de strafbare feiten en de plaats waar ze gepleegd zijn, de respectievelijke data van de verzoeken, de data waarop de verzoeken ontvangen zijn, de data waarop de strafbare feiten zijn gepleegd en of de persoon is beschuldigd of veroordeeld.

Artikel

10

Beslissing en overlevering

Artikel

11

Uitgestelde of tijdelijke overlevering

Artikel

12

Inbeslagname en overdracht van goederen

Artikel

13

Specialiteitsbeginsel

Artikel

14

Verdere uitlevering aan een derde partij

Uitgezonderd in de gevallen voorzien in artikel 13, eerste lid, onderdelen a en b, van dit Verdrag kan de verzoekende Partij niet zonder de instemming van de aangezochte Partij de persoon die aan haar is uitgeleverd en die door een derde partij wordt gezocht wegens strafbare feiten gepleegd vóór deze uitlevering, niet aan een derde partij uitleveren. De aangezochte Partij kan overlegging van de in artikel 6 van dit Verdrag bedoelde documenten en informatie verzoeken.

Artikel

15

Vereenvoudigde uitleveringsprocedure

Artikel

16

Doortocht

Artikel

17

Vertrouwelijkheid

De Partijen komen overeen alle documenten en informatie die worden gebruikt in de uitleveringsprocedure geheim te houden, behalve voor zover nodig om het verzoek uit te voeren.

Artikel

18

Bescherming van gegevens

Artikel

19

Kosten

Artikel

20

Compatibiliteit met andere verdragen

Dit Verdrag doet geen afbreuk aan bestaande verplichtingen van de Partijen ingevolge andere verdragen en vormt ook geen belemmering voor de Partijen voor het verlenen van bijstand aan elkaar uit hoofde van andere verdragen of regelingen.

Artikel

21

Territoriale toepassing

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het Europese deel van Nederland, het Caribische deel van Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba) alsmede op Aruba, Curaçao en Sint Maarten, tenzij anders bepaald in de kennisgeving bedoeld in artikel 23 van dit Verdrag. In het laatste geval kan het Koninkrijk der Nederlanden de toepassing van dit Verdrag te allen tijde uitbreiden tot een of meer van zijn afzonderlijke delen door middel van een kennisgeving aan de Verenigde Arabische Emiraten langs diplomatieke weg.

Artikel

22

Overleg

De Partijen komen wanneer zij dit nodig achten bijeen om de toepassing van dit Verdrag te bespreken en kunnen tevens bijeenkomsten houden met de bevoegde autoriteiten van de Partijen teneinde de toepassing van dit Verdrag te vergemakkelijken, met name wat betreft kwesties als opleiding, het opstellen en gebruiken van standaardformulieren, het opstellen en uitvoeren van specifieke typen verzoeken of specifieke individuele verzoeken.

Artikel

23

Inwerkingtreding, wijziging en beëindiging

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Abu Dhabi op 29 augustus 2021, in de Engelse, de Nederlandse en de Arabische taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn. In geval van verschil in interpretatie van dit Verdrag is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

F.B.J. GRAPPERHAUS

Voor de Verenigde Arabische Emiraten,

S. AL BADI