Kaderovereenkomst inzake een partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van Maleisië, anderzijds

Kaderovereenkomst inzake een partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van Maleisië, anderzijds

de Europese Unie, hierna „de EU” genoemd,

en

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

lidstaten van de Europese Unie, hierna „lidstaten” genoemd,

enerzijds,

en

de regering van Maleisië, hierna „Maleisië” genoemd,

anderzijds,

hierna ieder „de Partij” en gezamenlijk „de Partijen” genoemd,

Gezien de traditionele vriendschapsbanden tussen de partijen en de nauwe historische, politieke en economische banden die hen verenigen;

Gezien het bijzondere belang dat de partijen hechten aan het alomvattende karakter van hun wederzijdse betrekkingen;

Overwegende dat deze Overeenkomst deel uitmaakt van bredere en samenhangende betrekkingen tussen hen, die tot stand zijn gekomen door overeenkomsten waarbij zij partij zijn;

De waarde erkennend van tolerantie, aanvaarding en wederzijds respect binnen een diverse, rijk geschakeerde internationale gemeenschap, alsmede van het belang van gematigdheid;

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, neergelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties („AVVN”) op 10 december 1948, en in andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten die op hen van toepassing zijn;

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur en streven naar economische en sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking, rekening houdende met het beginsel van duurzame ontwikkeling en milieubescherming;

Strevend naar meer samenwerking op het gebied van internationale stabiliteit, rechtvaardigheid en veiligheid als basisvoorwaarden voor de bevordering van duurzame maatschappelijke en economische ontwikkeling, de uitroeiing van armoede en de bevordering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, zoals goedgekeurd bij Resolutie nr. 70/1 van de AVVN op 25 september 2015;

Overwegende dat de Partijen terrorisme beschouwen als een bedreiging voor de mondiale veiligheid en dat zij hun dialoog en samenwerking in het kader van de strijd tegen het terrorisme willen intensiveren, rekening houdend met de relevante instrumenten van de VN-Veiligheidsraad, in het bijzonder Resolutie 1373 (2001);

Verklarend dat de partijen zich ertoe verbinden alle vormen van terrorisme te voorkomen en te bestrijden en effectieve internationale instrumenten te ontwikkelen om terrorisme uit te bannen;

Erkennend dat maatregelen om terrorisme te bestrijden moeten voldoen aan de verplichtingen van de partijen in het kader van het internationaal recht, met name het internationaal recht inzake de mensenrechten en het humanitair recht;

Bevestigend dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en beschouwende dat internationale straftribunalen, waaronder het Internationaal Strafhof, belangrijke ontwikkelingen voor internationale vrede en rechtvaardigheid zijn;

Overwegende dat de partijen de mening delen dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor een ernstige bedreiging voor de internationale veiligheid vormt, en dat zij hun dialoog en samenwerking op dit gebied wensen te versterken;

Erkennend dat het ongecontroleerde verkeer van conventionele wapens een bedreiging vormt voor de internationale en regionale vrede, veiligheid en stabiliteit, en dat samenwerking nodig is om verantwoorde overdracht van conventionele wapens te waarborgen en de illegale handel in handvuurwapens, lichte wapens en munitie daarvoor aan te pakken;

Het belang erkennend van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Indonesië, Maleisië, de Filipijnen, Singapore en Thailand, lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten („ASEAN”), ondertekend te Kuala Lumpur op 7 maart 1980, en de daaropvolgende toetredingsprotocollen;

Het belang erkennend van versterking van de bestaande betrekkingen tussen de partijen ter stimulering van de onderlinge samenwerking, alsook van hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren;

Bevestigend dat zij zich ertoe verbinden alle aspecten van duurzame ontwikkeling te stimuleren, inclusief milieubescherming en effectieve samenwerking om klimaatverandering aan te pakken;

Bevestigend dat zij zich ertoe verbinden internationaal erkende arbeids- en sociale normen te bevorderen;

Wijzend op het belang van versterkte samenwerking op het gebied van migratie;

Wijzend op het feit dat, als de Partijen in het kader van deze Overeenkomst specifieke overeenkomsten sluiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die door de EU zouden worden gesloten op grond van titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zijn voor Ierland, tenzij de EU, samen met Ierland wat betreft zijn bilaterale betrekkingen, Maleisië ervan in kennis heeft gesteld dat Ierland gebonden is door dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten als deel van de EU overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Evenzo zijn latere interne maatregelen van de EU die met het oog op de uitvoering van deze Overeenkomst krachtens voornoemde titel zouden worden genomen, niet bindend voor Ierland, tenzij Ierland zijn wens te kennen heeft gegeven deel te nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21.

Tevens erop wijzend dat dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten of zulke daarmee samenhangende interne maatregelen van de EU ook vallen onder Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan die verdragen is gehecht;

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL

I

AARD EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

1

Grondslag van de samenwerking

Artikel

2

Doelstellingen van de samenwerking

De doelstellingen van deze Overeenkomst zijn een versterkt partnerschap tussen de Partijen tot stand te brengen en nauwer en intensiever samen te werken inzake aangelegenheden van gemeenschappelijk belang, waarin de gedeelde waarden en gemeenschappelijke beginselen worden weerspiegeld.

TITEL

II

BILATERALE, REGIONALE EN INTERNATIONALE SAMENWERKING

Artikel

3

Samenwerking in regionale en internationale fora en organisaties

Artikel

4

Regionale en bilaterale samenwerking

Voor elke sector waarbinnen in het kader van deze Overeenkomst dialoog en samenwerking worden ontwikkeld, en met name de terreinen die binnen het kader van deze Overeenkomst vallen, kunnen de partijen in overleg ook op regionaal niveau samenwerken of bilaterale en regionale kaders combineren, waarbij rekening wordt gehouden met de besluitvormingsprocessen van de betrokken regionale organisatie. De Partijen streven ernaar het beste kader te kiezen om het effect te maximaliseren en de betrokkenheid van alle belanghebbenden te vergroten; hierbij moeten de beschikbare middelen optimaal worden benut en moet de samenhang met andere activiteiten worden gewaarborgd.

TITEL

III

SAMENWERKING INZAKE INTERNATIONALE VREDE, VEILIGHEID EN STABILITEIT

Artikel

5

Bestrijding van terrorisme

De partijen herhalen dat terrorisme moet worden voorkomen en bestreden, met volledige inachtneming van de beginselen van het VN-Handvest, de rechtsstaat en het internationaal recht, waaronder het toepasselijke internationaal recht inzake de mensenrechten en het humanitair recht, en rekening houdend met de mondiale VN-strategie voor terrorismebestrijding, zoals vervat in Resolutie nr. 60/288 (2006) van de AVVN, als herzien bij de Resoluties nr. 62/272 (2008) en nr. 64/297 (2010) van de AVVN. Binnen dit kader komen zij overeen om samen te werken aan het voorkomen en bestrijden van terroristische daden, met name:

  • a.

    in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van de Resoluties 1267 (1999), 1373 (2001) en 1822 (2008) van de VN-Veiligheidsraad, alsook van andere relevante VN-resoluties, en van de ratificatie en tenuitvoerlegging van relevante internationale verdragen en instrumenten;

  • b.

    door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en over de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het internationale en binnenlandse recht;

  • c.

    door inzichten uit te wisselen over methoden om terrorisme en aansporing tot terroristische daden te bestrijden, onder meer op technische gebieden en wat betreft opleiding, en door ervaringen uit te wisselen met betrekking tot het voorkomen van terrorisme;

  • d.

    door de internationale consensus over de strijd tegen terrorisme en tegen de financiering daarvan te vergroten binnen het passende normatieve kader, en zo snel mogelijk overeenstemming te bereiken over het alomvattende verdrag inzake internationaal terrorisme, ter aanvulling op de bestaande VN- en andere internationale instrumenten voor de bestrijding van terrorisme;

  • e.

    door de samenwerking tussen de VN-lidstaten te bevorderen om de mondiale VN-strategie voor terrorismebestrijding met alle passende middelen doeltreffend ten uitvoer te leggen;

  • f.

    door uitvoering en bevordering van de samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding in het kader van de dialoog tussen de ASEAN en de EU en de ASEM;

  • g.

    door optimale werkwijzen uit te wisselen voor het voorkomen en bestrijden van terrorisme.

Artikel

6

Ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan

Artikel

7

Massavernietigingswapens

Artikel

8

Conventionele wapens

Artikel

9

Gematigdheid

TITEL

IV

SAMENWERKING INZAKE HANDEL EN INVESTERINGEN

Artikel

10

Algemene beginselen

Artikel

11

Sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden

Artikel

12

Technische handelsbelemmeringen

De Partijen stimuleren het gebruik van internationale normen, werken samen en wisselen informatie uit op het gebied van normen, technische regelgeving en conformiteitsbeoordelingsprocedures, met name in het kader van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die door de oprichting van de WTO op 1 januari 1995 in werking is getreden.

Artikel

13

Douane

Om de veiligheid en de beveiliging van de internationale handel te vergroten en het juiste evenwicht te waarborgen tussen handelsfacilitering en de bestrijding van fraude en onregelmatigheden, wisselen de partijen ervaringen uit over en onderzoeken zij de mogelijkheden voor:

  • a.

    vereenvoudiging van invoer, uitvoer en andere douaneprocedures;

  • b.

    instelling van mechanismen voor wederzijdse administratieve bijstand;

  • c.

    transparantie van de regelgeving met betrekking tot douane en handel;

  • d.

    ontwikkeling van de samenwerking op het gebied van douane;

  • e.

    nastreven van overeenstemming en gemeenschappelijke maatregelen in de context van relevante internationale initiatieven, onder meer voor handelsfacilitering.

Artikel

14

Investeringen

De Partijen sporen aan tot een grotere investeringsstroom, door het scheppen van een aantrekkelijk en stabiel wederzijds investeringsklimaat, met behulp van een consistente dialoog die gericht is op verbetering van wederzijds begrip en samenwerking op het gebied van investeringskwesties, onderzoek van mechanismen om investeringsstromen te vergemakkelijken, en stimulering van stabiele, transparante, open en niet-discriminerende investeringsregels.

Artikel

15

Mededingingsbeleid

Artikel

16

Diensten

De Partijen voeren een consistente dialoog die met name gericht is op het uitwisselen van informatie over hun respectieve regelgeving, het stimuleren van toegang tot elkaars markt, ook via e-commerce, het bevorderen van toegang tot kapitaal- en technologiebronnen, en het stimuleren van de handel in diensten tussen de partijen en in de markten van derde landen.

Artikel

17

Intellectuele-eigendomsrechten

TITEL

V

SAMENWERKING INZAKE JUSTITIE EN VEILIGHEID

Artikel

18

Rechtsstaat en wettelijke samenwerking

Artikel

19

Bescherming van persoonsgegevens

De Partijen wisselen inzichten en kennis uit om de bescherming van persoonsgegevens te bevorderen overeenkomstig de internationale normen, zoals vervat in de juridische instrumenten van de EU en de Raad van Europa en andere internationale organisaties.

Artikel

20

Migratie

Artikel

21

Consulaire bescherming

Maleisië stemt ermee in dat de diplomatieke en consulaire autoriteiten van alle vertegenwoordigde lidstaten bescherming bieden aan alle onderdanen van een lidstaat die niet over een permanente vertegenwoordiging in Maleisië beschikt die effectief in staat is in een concreet geval consulaire bescherming te bieden, op dezelfde voorwaarden als aan de onderdanen van de betrokken lidstaat.

Artikel

22

Illegale drugs

Artikel

23

Georganiseerde misdaad en corruptie

De Partijen werken samen bij de bestrijding van georganiseerde, economische en financiële misdaad, en corruptie. Die samenwerking is gericht op de toepassing van de internationale instrumenten waarbij zij partij zijn, zoals het VN-Verdrag ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, aangenomen bij Resolutie nr. 55/25 van de AVVN van 15 november 2000, en de aanvullende protocollen daarbij, en het VN-Verdrag inzake bestrijding van corruptie, aangenomen bij Resolutie nr. 58/4 van de AVVN van 31 oktober 2003.

Artikel

24

Witwassen van geld en terrorismefinanciering

TITEL

VI

SAMENWERKING IN ANDERE SECTOREN

Artikel

25

Mensenrechten

Artikel

26

Financiële diensten

Artikel

27

Dialoog inzake economisch beleid

De Partijen bevorderen de uitwisseling van informatie over hun economische ontwikkelingen en het delen van ervaringen inzake het economisch beleid in het kader van regionale economische samenwerking en integratie.

Artikel

28

Goed bestuur op het gebied van belastingen

Artikel

29

Industriebeleid en kleine en middelgrote ondernemingen

De Partijen, rekening houdend met hun respectieve economische beleidsmaatregelen en doelstellingen, bevorderen samenwerking op het gebied van het industriebeleid op alle passend geachte terreinen met het oog op de verbetering van het concurrentievermogen van kleine en middelgrote ondernemingen, onder andere door:

  • a.

    het uitwisselen van informatie en het delen van ervaringen met betrekking tot het scheppen van een klimaat waarbinnen kleine en middelgrote ondernemingen hun concurrentievermogen kunnen verbeteren;

  • b.

    het bevorderen van de contacten tussen economische actoren, het stimuleren van gemeenschappelijke investeringen en de totstandbrenging van joint-ventures en informatienetwerken, met name via bestaande horizontale EU-programma’s, waarbij met name de overdracht van zachte en harde technologie tussen de partners wordt gestimuleerd;

  • c.

    het verstrekken van informatie en het stimuleren van innovatie en de uitwisseling van goede werkwijzen met betrekking tot de toegang tot financiering, met name voor kleine en micro-ondernemingen;

  • d.

    het bevorderen en ondersteunen van relevante activiteiten die door de particuliere sector van de partijen worden ontwikkeld;

  • e.

    het bevorderen van maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoordingsplicht, alsmede van duurzame consumptie en productie, onder andere door de uitwisseling van beste praktijken inzake verantwoord ondernemerschap;

  • f.

    gezamenlijke onderzoeks- en innovatieprojecten op specifieke industriële terreinen, zoals door de Partijen overeen te komen.

Artikel

30

Toerisme

Artikel

31

Informatiemaatschappij

Artikel

32

Cyberveiligheid

Artikel

33

Audiovisuele sector en media

De Partijen onderzoeken hoe zij uitwisselingen, samenwerking en dialoog tussen relevante instellingen op het gebied van audiovisuele aangelegenheden en de media kunnen aanmoedigen. De Partijen voeren een regelmatige dialoog op deze terreinen.

TITEL

VII

SAMENWERKING INZAKE WETENSCHAP, TECHNOLOGIE EN INNOVATIE

Artikel

34

Wetenschap, technologie en innovatie

Artikel

35

Groene technologieën

Artikel

36

Energie

Artikel

37

Vervoer

Artikel

38

Onderwijs en cultuur

Artikel

39

Milieu en natuurlijke hulpbronnen

Artikel

40

Landbouw, veehouderij, visserij en plattelandsontwikkeling

De Partijen stimuleren de dialoog en bevorderen de samenwerking op het gebied van landbouw, veehouderij, visserij, inclusief aquacultuur, en plattelandsontwikkeling. De Partijen wisselen informatie uit over:

  • a.

    landbouwbeleid, internationale landbouwvooruitzichten en geografische aanduidingen in het algemeen;

  • b.

    mogelijkheden voor het faciliteren van de handel in gewassen, dieren, waterdieren en producten daarvan;

  • c.

    beleid inzake dierenwelzijn;

  • d.

    ontwikkelingsbeleid voor plattelandsgebieden, capaciteitsopbouwprogramma's en optimale werkwijzen met betrekking tot plattelandscoöperaties en het promoten van producten uit plattelandsgebieden;

  • e.

    kwaliteitsbeleid voor gewassen, dieren en aquacultuurproducten;

  • f.

    ontwikkeling van een duurzame en milieuvriendelijke landbouw, agronomische industrie en de overdracht van biotechnologie;

  • g.

    bescherming van plantensoorten, zaadtechnologie, vergroting van de gewasproductiviteit en alternatieve gewastechnologieën, met inbegrip van landbouwbiotechnologie;

  • h.

    ontwikkeling van databanken op het gebied van landbouw en veeteelt;

  • i.

    opleiding op het gebied van landbouw, veeteelt en visserij, inclusief aquacultuur;

  • j.

    steun voor een duurzaam en verantwoord zee- en visserijbeleid op lange termijn, waaronder behoud en beheer van kust- en mariene hulpbronnen;

  • k.

    bevordering van de inspanningen ter bestrijding van illegale, niet-gemelde en niet-gereguleerde visserijactiviteiten en de daarmee verband houdende handel.

Artikel

41

Volksgezondheid

Artikel

42

Werkgelegenheid en sociale zaken

Artikel

43

Statistiek

De Partijen bevorderen, naast de bestaande statistische samenwerkingsactiviteiten tussen de EU en de ASEAN en volgens hun eigen wet- en regelgeving en beleid, capaciteitsopbouw op het gebied van statistiek en de harmonisatie van statistische methoden en werkwijzen, waaronder de verzameling en verspreiding van statistische gegevens, waardoor zij op een onderling overeengekomen wijze gebruik kunnen maken van statistische gegevens over nationale rekeningen, buitenlandse directe investeringen, de handel in goederen en diensten en, meer in het algemeen, over alle andere gebieden die onder deze Overeenkomst vallen en die zich lenen voor verzameling, verwerking, analyse en verspreiding van statistische gegevens.

Artikel

44

Maatschappelijk middenveld

De Partijen erkennen de rol en mogelijke bijdrage die organisaties uit het maatschappelijk middenveld en wetenschappelijke instellingen kunnen leveren aan de samenwerking uit hoofde van deze Overeenkomst en bevorderen zo veel mogelijk de dialoog met hen en hun zinvolle participatie op relevante terreinen, overeenkomstig hun respectieve wet- en regelgeving en beleid.

Artikel

45

Openbaar bestuur

De Partijen werken samen met het oog op bevordering van de capaciteitsopbouw op het gebied van openbaar bestuur. Deze samenwerking kan het uitwisselen van optimale werkwijzen op het gebied van managementmethoden, dienstverlening, uitbreiding van de institutionele capaciteit en transparantievraagstukken omvatten.

Artikel

46

Rampenbeheer

TITEL

VIII

VORMEN VAN SAMENWERKING

Artikel

47

Middelen voor samenwerking

Om de samenwerkingsdoelstellingen van deze Overeenkomst te realiseren, maken de partijen passende middelen, ook financiële, vrij voor samenwerkingsactiviteiten op de terreinen die onder deze Overeenkomst vallen, voor zover hun respectieve middelen en regelgeving hiertoe de mogelijkheid bieden. Deze samenwerkingsactiviteiten kunnen naargelang van het geval omvatten: initiatieven voor capaciteitsopbouw en technische samenwerking, de uitwisseling van deskundigen, studies en andere activiteiten die de Partijen overeenkomen.

Artikel

48

Financiële steun en belangen

Artikel

49

Intellectuele-eigendomsrechten die voortvloeien uit samenwerkingsregelingen

Intellectuele-eigendomsrechten die voortvloeien uit samenwerkingsregelingen uit hoofde van deze Overeenkomst worden beschermd en gehandhaafd volgens de respectieve wet- en regelgeving van elke partij en volgens eventuele internationale verdragen waarbij zij partij zijn. Dit artikel doet geen afbreuk aan specifieke bepalingen in het kader van bestaande of toekomstige individuele samenwerkingsregelingen.

TITEL

IX

INSTITUTIONEEL KADER

Artikel

50

Gemengd comité

TITEL

X

SLOTBEPALINGEN

Artikel

51

Openbaarmaking van informatie

Artikel

52

Andere overeenkomsten

Artikel

53

Nakoming van verplichtingen

Artikel

54

Facilitering

Om de samenwerking in het kader van deze Overeenkomst te faciliteren, verlenen de Partijen de deskundigen en ambtenaren die betrokken zijn bij de uitvoering van de samenwerking, de nodige faciliteiten voor de uitoefening van hun taak, overeenkomstig hun respectieve wet- en regelgeving.

Artikel

55

Territoriaal toepassingsgebied

De Overeenkomst is van toepassing op, enerzijds, de grondgebieden waar het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden toegepast, onder de in die verdragen gestelde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van Maleisië.

Artikel

56

Definitie van de Partijen

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt met de term „Partijen” bedoeld de EU of haar lidstaten, of de EU en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de regering van Maleisië, anderzijds.

Artikel

57

Toekomstige ontwikkelingen en wijzigingen

Artikel

58

Inwerkingtreding en duur

Artikel

59

Kennisgevingen

De in artikel 58 bedoelde kennisgevingen worden toegezonden aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie respectievelijk het ministerie van Buitenlandse Zaken van Maleisië.

Artikel

60

Authentieke tekst

Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Ierse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse taal, alsook in het Maleis, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn. In geval van een geschil dat verband houdt met de interpretatie van deze overeenkomst, verwijzen de partijen de zaak door naar het gemengd comité.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, veertien december tweeduizend tweeëntwintig.