Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

Preambule

Het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

en

de Europese Unie,

enerzijds,

en

De Republiek Chili, hierna „Chili” genoemd,

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de Partijen” genoemd,

Gezien de sterke culturele, politieke, economische op samenwerking gebaseerde banden die hen binden,

Opnieuw bevestigende dat zij de democratische beginselen, mensenrechten en fundamentele vrijheden, de rechtsstaat en goed bestuur aanhangen, en zich inzetten voor de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling en het aanpakken van klimaatverandering, wat het uitgangspunt vormt voor hun partnerschap en samenwerking,

Delende de mening dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel statelijke als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale vrede en veiligheid vormt,

Indachtig de belangrijke bijdrage voor de versterking van die banden die is geleverd door de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, ondertekend te Brussel op 18 november 2002 („Associatieovereenkomst”),

Benadrukkende dat hun betrekkingen van alomvattende aard zijn en dat het belangrijk is een samenhangend kader voor de voortgang ervan te scheppen,

Gezien hun toezegging om de bestaande Associatieovereenkomst te moderniseren om rekening te houden met de nieuwe politieke en economische realiteit en de voortgang van hun partnerschap,

Erkennende dat een sterk en doeltreffend multilateraal systeem, op basis van internationaal recht, van belang is om de vrede in stand te houden, conflicten te voorkomen, de internationale veiligheid te versterken en gezamenlijke uitdagingen aan te pakken,

Bevestigende hun toezegging om de samenwerking op het gebied van bilaterale, regionale en mondiale kwesties van gemeenschappelijk belang te versterken en alle beschikbare instrumenten in te zetten om activiteiten te bevorderen die zijn opgezet om een actieve en wederzijdse internationale samenwerking tot stand te brengen,

Ingenomen met de vaststelling van en het verzoek om uitvoering van het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015–2030, aangenomen tijdens de derde Wereldconferentie van de VN in Sendai op 18 maart 2015, de actieagenda van Addis Abeba van de derde internationale conferentie over ontwikkelingsfinanciering, aangenomen in Addis Abeba op 13 tot en met16 juli 2015, Resolutie 70/1, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties („Algemene Vergadering van de VN”) op 25 september 2015, houdende het slotdocument „Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development and the 17 Sustainable Development Goals” (Naar een nieuwe wereld: de agenda inzake duurzame ontwikkeling voor 2030 en de 17 daarin vervatte duurzameontwikkelingsdoelstellingen) („Agenda 2030”), de Overeenkomst van Parijs in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, gedaan te Parijs op 12 december 2015 („Overeenkomst van Parijs”), de Nieuwe Stedenagenda, goedgekeurd tijdens de VN-conferentie over huisvesting en duurzame stadsontwikkeling (Habitat III) op 20 oktober 2016 in Quito, Ecuador („Nieuwe Stedenagenda”) en de verbintenissen van de wereldtop over humanitaire hulp, aangenomen tijdens de wereldtop over humanitaire hulp in Istanbul op 23 en 24 mei 2016,

Opnieuw bevestigende dat zij zich verbinden tot het bevorderen van duurzame ontwikkeling in economisch, sociaal en ecologisch opzicht, dat zij zich erop toeleggen de internationale handel zodanig te ontwikkelen dat die bijdraagt tot duurzame ontwikkeling in die drie dimensies, die onderling nauw zijn verbonden en elkaar wederzijds versterken, en dat zij zich verbinden tot het bevorderen van de verwezenlijking van de doelstellingen van de Agenda 2030,

Opnieuw bevestigende dat zij vastbesloten zijn hun handelsbetrekkingen uit te breiden en te diversifiëren overeenkomstig de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organization, WTO), gedaan te Marrakesh op 15 april 1994, en de specifieke doelstellingen en bepalingen van deel III van deze overeenkomst,

Geleid door de wens hun economische betrekkingen te versterken, in het bijzonder hun handels- en investeringsbetrekkingen, door de toegang tot de markt te versterken en te verbeteren, en bij te dragen tot economische groei, waarbij zij zich bewust zijn van de noodzaak het bewustzijn te vergroten rond de economische en sociale gevolgen van milieuschade, niet-duurzame productie- en consumptiepatronen en het bijbehorende effect op het menselijk welzijn,

Ervan overtuigd dat deze overeenkomst een klimaat zal scheppen dat hun onderlinge duurzame economische betrekkingen zal doen groeien, met name op het gebied van handel en investeringen, die noodzakelijk zijn voor de economische en sociale ontwikkeling, de technologische innovatie, en modernisering,

Erkennende dat de bepalingen van deze overeenkomst investeringen en investeerders beschermen en tot doel hebben tot wederzijds voordeel strekkende zakelijke activiteiten te stimuleren, zonder afbreuk te doen aan het recht van de Partijen op hun grondgebied regels te stellen in het openbaar belang,

Erkennende het nauwe verband tussen innovatie en handel, alsook het belang van innovatie voor economische groei en sociale ontwikkeling, en ook bevestigende hun belang bij het bevorderen van een grotere mate van samenwerking op het gebied van innovatie, onderzoek, wetenschap, technologie, vervoer en andere daaraan gerelateerde gebieden, en bij het bevorderen van de deelname van de publieke en de particuliere sector,

Bevestigende hun toezegging om intensiever samen te werken op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid,

Erkennende dat de versterkte samenwerking op het gebied van onderwijs, milieuaangelegenheden, cultuur, onderzoek en innovatie, werkgelegenheid en sociale zaken, gezondheid en andere gebieden van gemeenschappelijk belang, wederzijdse voordelen oplevert,

Uiting gevende aan hun vastberadenheid om hun betrekkingen te blijven versterken door middel van nieuwe samenwerkingsovereenkomsten, alsook hun wens dat die samenwerking wordt uitgevoerd in het voordeel van derde landen, zoals vastgelegd in het in 2015 door de Partijen ondertekende Memorandum van overeenstemming over internationale samenwerking, en door de voortdurende deelneming van Chili aan de regionale programma’s van de Europese Unie,

Herinnerende aan het belang van de verschillende overeenkomsten tussen de Europese Unie en Chili, die de politieke dialoog en samenwerking in de sectorale gebieden van de betrekkingen tussen de Partijen alsook handel en investeringen hebben bevorderd,

Wijzende op het feit dat, als de Partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten sluiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die door de Europese Unie zouden worden gesloten op grond van titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie („VWEU”), de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zijn voor Ierland, tenzij de Europese Unie, samen met Ierland wat betreft hun respectieve eerdere bilaterale betrekkingen, Chili ervan in kennis stelt dat Ierland gebonden is door dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie („VEU”) en het VWEU is gehecht. Evenzo zijn latere interne maatregelen van de Europese Unie die met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst op grond van titel V van het derde deel van het VWEU worden genomen, niet bindend voor Ierland, tenzij Ierland zijn wens te kennen heeft gegeven deel te nemen aan die maatregelen of die te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21. Voorts wijzende op het feit dat dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie zouden komen te vallen onder de werkingssfeer Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat aan het VEU en het VWEU is gehecht,

Zijn als volgt overeengekomen:

DEEL

I

ALGEMENE BEGINSELEN EN DOELSTELLINGEN

HOOFDSTUK

1

DOELSTELLINGEN, ALGEMENE BEGINSELEN EN DEFINITIES

Artikel

1.1

Doelstellingen van deze overeenkomst

Deze overeenkomst heeft tot doel:

  • a.

    het herbevestigen van de associatie tussen de Partijen op basis van een versterkt partnerschap, een versterkte politieke dialoog en versterkte samenwerking op het gebied van kwesties van gemeenschappelijk belang, waaronder innovatie op alle toepasselijke gebieden;

  • b.

    het bevorderen van handel en investeringen tussen de Partijen door hun handelsbetrekkingen uit te breiden en te diversifiëren, wat moet bijdragen tot een hogere economische groei en een verbeterde levenskwaliteit; en

  • c.

    het versterken van de bestaande samenwerkingsrelatie tussen de Partijen, waaronder internationale samenwerking voor duurzame ontwikkeling en bevordering van gezamenlijke werkzaamheden, met als doel bij te dragen tot de uitvoering van de Agenda 2030.

Artikel

1.2

Algemene beginselen

Artikel

1.3

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a.

    „associatieovereenkomst”: de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, ondertekend te Brussel op 18 november 2002;

  • b.

    „tussentijdse handelsovereenkomst”: de tussentijdse handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Chili, ondertekend te Brussel op 13 december 2023;

  • c.

    „derde land”: een land of grondgebied gelegen buiten de territoriale werkingssfeer van deze overeenkomst zoals uiteengezet in artikel 41.2; en

  • d.

    „Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht”: het te Wenen op 23 mei 1969 tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht.

DEEL

II

POLITIEKE DIALOOG EN SAMENWERKING

HOOFDSTUK

2

POLITIEKE DIALOOG, BUITENLANDS BELEID, INTERNATIONALE VREDE EN VEILIGHEID, BESTUUR EN MENSENRECHTEN

Artikel

2.1

Politieke dialoog

Artikel

2.2

Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens

Artikel

2.3

Mensenrechten, rechtsstaat, goed bestuur

Artikel

2.4

Gendergelijkheid en versterken van de positie van vrouwen en meisjes

Artikel

2.5

Internationale veiligheid en cyberspace

De Partijen intensiveren hun samenwerking en de uitwisseling van standpunten op het gebied van cyberbeveiliging en met betrekking tot het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën (ICT) in de context van internationale vrede en veiligheid, onder andere met betrekking tot normen, beginselen van verantwoord gedrag van de staten, de naleving van het bestaande internationale recht op cybergebied, de ontwikkeling van vertrouwenwekkende maatregelen en capaciteitsopbouw.

Artikel

2.6

Terrorismebestrijding

Artikel

2.7

Veiligheid van burgers

Artikel

2.8

Handvuurwapens en lichte wapens en andere conventionele wapens

Artikel

2.9

Internationaal Strafhof

Artikel

2.10

Samenwerking op het gebied van internationaal crisisbeheer

HOOFDSTUK

3

JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

Artikel

3.1

Justitiële samenwerking

Artikel

3.2

Het wereldwijde drugsprobleem

Artikel

3.3

Internationale migratie en asiel

Artikel

3.4

Consulaire bescherming

De diplomatieke en consulaire autoriteiten van alle vertegenwoordigde lidstaten bieden bescherming aan alle onderdanen van een lidstaat die niet over een permanente vertegenwoordiging in Chili beschikt, indien zij feitelijk in staat zijn in een concreet geval consulaire bescherming te bieden, op dezelfde voorwaarden als aan de onderdanen van die vertegenwoordigde lidstaat.

Artikel

3.5

Witwaspraktijken en de financiering van terrorisme

De Partijen werken samen om het gebruik van hun financiële instellingen en aangewezen niet-financiële ondernemingen en beroepen voor de financiering van terrorisme en het witwassen van opbrengsten van criminele activiteiten te voorkomen en te bestrijden. Daartoe wisselen zij informatie uit in het kader van hun respectieve wetgeving en werken zij samen om te zorgen voor de effectieve en volledige uitvoering van de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (FATF). Die samenwerking kan onder meer betrekking hebben op de terugvordering, inbeslagname, confiscatie, opsporing, identificatie en teruggave van vermogensbestanddelen of gelden die uit de opbrengsten van criminele activiteiten zijn verkregen.

Artikel

3.6

Rechtshandhaving en de bestrijding van corruptie en grensoverschrijdende georganiseerde misdaad

Artikel

3.7

Cybercriminaliteit

Artikel

3.8

Bescherming van persoonsgegevens

HOOFDSTUK

4

DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

4.1

Duurzame ontwikkeling

Artikel

4.2

Internationale samenwerking

Artikel

4.3

Milieu

Artikel

4.4

Klimaatverandering

Artikel

4.5

Duurzame energie

Artikel

4.6

Oceaangovernance

Artikel

4.7

Beperking van het risico op rampen

Artikel

4.8

Beleid ten behoeve van de grote steden

Artikel

4.9

Samenwerking op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling2) Voor zover de aangelegenheden die onder dit artikel vallen ook in hoofdstuk 14 aan bod komen, wordt de in dit artikel bedoelde samenwerking volgens dat hoofdstuk behandeld.

HOOFDSTUK

5

ECONOMISCH, SOCIAAL EN CULTUREEL PARTNERSCHAP

Artikel

5.1

Ondernemingen en industrie

Artikel

5.2

Grondstoffen

Artikel

5.3

Verantwoord ondernemerschap, en bedrijfsleven en mensenrechten

Artikel

5.4

Werkgelegenheid en sociale vraagstukken

Artikel

5.5

Ouderen en personen met een beperking

Artikel

5.6

Jeugdzaken

Artikel

5.7

Cultuur

Artikel

5.8

Onderzoek en innovatie

Artikel

5.9

Samenwerking op het gebied van polaire aangelegenheden

De Partijen erkennen het belang van dialoog en samenwerking op bilateraal en multilateraal niveau in polaire aangelegenheden. Die samenwerking wordt gekanaliseerd door middel van een dialoog met deskundigen en de uitwisseling van beste praktijken, onder meer in het kader van de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren.

Artikel

5.10

Digitaal beleid

Artikel

5.11

Onderwijs en hoger onderwijs

Artikel

5.12

Civiele satellietnavigatie, aardobservatie en andere ruimteactiviteiten

Artikel

5.13

Toerisme

Artikel

5.14

Statistieken

Artikel

5.15

Vervoer

HOOFDSTUK

6

ANDERE GEBIEDEN

Artikel

6.1

Macro-economisch beleid

De Partijen werken samen en bevorderen de uitwisseling van informatie en standpunten over macro-economisch beleid en trends.

Artikel

6.2

Belastingaangelegenheden

De Partijen erkennen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, waaronder de mondiale normen inzake transparantie, uitwisseling van informatie en de minimumnormen tegen grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS), en verbinden zich ertoe die toe te passen, alsook schadelijke belastingmaatregelen af te schaffen. De Partijen zullen een gelijk speelveld bevorderen en werken aan het verbeteren van de internationale samenwerking op belastinggebied om belastingfraude en -ontwijking te voorkomen.

Artikel

6.3

Consumentenbeleid

De Partijen erkennen het belang van het waarborgen van een hoog niveau van consumentenbescherming en streven daartoe naar samenwerking op het gebied van consumentenbeleid. De Partijen komen overeen dat die samenwerking, voor zover mogelijk, betrekking kan hebben op:

  • a.

    de uitwisseling van informatie over hun respectieve kaders voor consumentenbescherming, onder meer over consumentenwetgeving, de veiligheid van consumentenproducten, verhaalmogelijkheden voor consumenten en de handhaving van consumentenwetgeving;

  • b.

    de bevordering van de oprichting van onafhankelijke consumentenorganisaties en contacten tussen vertegenwoordigers van consumenten.

Artikel

6.4

Volksgezondheid

De Partijen komen overeen samen te werken aan vraagstukken op het gebied van volksgezondheid, met name met betrekking tot de preventie en beheersing van overdraagbare ziekten, paraatheid om uitbraken van hoogpathogene ziekten te bestrijden, de naleving van de Internationale Gezondheidsregeling (2005), op 23 mei 2005 aangenomen door de Wereldgezondheidsvergadering, en de bestrijding van resistentie tegen antimicrobiële stoffen.

Artikel

6.5

Samenwerking op het gebied van sport en lichaamsbeweging

De Partijen werken samen op het gebied van sport en lichaamsbeweging als een middel om bij te dragen tot de ontwikkeling van een actieve en gezonde levensstijl, met inbegrip van het bevorderen van gezondheidsbevorderende lichaamsbeweging in alle leeftijdscategorieën, het bevorderen van de sociale rollen en educatieve waarden van sport en het bestrijden van bedreigingen voor de sport, zoals doping, wedstrijdvervalsing, racisme en geweld.

HOOFDSTUK

7

MODERNISERING VAN DE STAAT EN HET OPENBAAR BESTUUR, DECENTRALISATIE, REGIONAAL BELEID EN INTERINSTITUTIONELE SAMENWERKING

Artikel

7.1

Modernisering van de staat

De Partijen zullen in de context van hun politieke dialoog en samenwerking werken aan de uitwisseling van ervaringen op het gebied van de modernisering en decentralisatie van de staat en het openbaar bestuur, waarbij lering wordt getrokken uit de beste praktijken van de Partijen op het gebied van algemene organisatorische doeltreffendheid en de bestaande wetgeving en het institutionele kader met het oog op de verwezenlijking van goed bestuur, waaronder:

  • a.

    het erkennen van de autonomie en de rol van hoge controle-instellingen bij het bevorderen van goed bestuur op alle niveaus door efficiëntie, verantwoordingsplicht, doeltreffendheid en transparantie te waarborgen;

  • b.

    het bevorderen van transparantie en verantwoordingsplicht in het beleid en de besluitvorming van de overheid ten aanzien van hun bevolking, en het versterken van de rol van het maatschappelijk middenveld op dat gebied;

  • c.

    het bevorderen van een cultuur van integriteit en rechtschapenheid in het openbaar bestuur die de hele samenleving omvat, in samenwerking met de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld;

  • d.

    het bevorderen, ondersteunen en aanmoedigen van innovatie in de publieke sector, door oplossingen aan te dragen voor de problemen en uitdagingen van de verschillende niveaus en werkterreinen ervan, zodat zij publieke waarde genereren in het innovatie-ecosysteem en de innovatiesamenleving.

Artikel

7.2

Regionaal beleid en decentralisatie

Artikel

7.3

Interinstitutionele samenwerking

DEEL

III

HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN

HOOFDSTUK

8

ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN

AFDELING

A

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

8.1

Instelling van een vrijhandelszone

De Partijen brengen een vrijhandelszone tot stand, in overeenstemming met artikel XXIV van de GATT 1994 en artikel V van de GATS.

Artikel

8.2

Doelstellingen

Dit deel van deze overeenkomst heeft de volgende doelstellingen:

  • a.

    de uitbreiding en diversificatie van de handel in goederen tussen de Partijen, overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994, door verlaging of afschaffing van tarifaire en niet-tarifaire handelsbelemmeringen;

  • b.

    de bevordering van de handel in goederen, met name door middel van de bepalingen inzake douane en handelsbevordering, normen, technische voorschriften, conformiteitsbeoordelingsprocedures en sanitaire en fytosanitaire maatregelen, met behoud van het recht van elke Partij om regelgeving vast te stellen om doelstellingen van openbaar beleid te verwezenlijken;

  • c.

    de liberalisering van de handel in diensten, overeenkomstig artikel V van de GATS;

  • d.

    de totstandbrenging van een economisch klimaat dat bevorderlijk is voor meer investeringsstromen, de verbetering van de voorwaarden voor vestiging op basis van het non-discriminatiebeginsel, met behoud van het recht van elke Partij om de nodige maatregelen vast te stellen en te handhaven om doelstellingen van openbaar beleid na te streven;

  • e.

    de facilitering van de handel en investeringen tussen de Partijen, onder meer door middel van de vrije overdracht van lopende betalingen en kapitaalverkeer;

  • f.

    de ontwikkeling van een gunstig investeringsklimaat door te voorzien in transparante, stabiele en voorspelbare regels die een eerlijke behandeling van investeerders waarborgen en de oprichting van een gerechtelijk stelsel om geschillen tussen investeerders en staten op doeltreffende, eerlijke en voorspelbare wijze op te lossen;

  • g.

    de effectieve wederzijdse openstelling van de markten voor overheidsopdrachten van de Partijen;

  • h.

    de bevordering van innovatie en creativiteit door te zorgen voor adequate en effectieve bescherming van alle intellectuele-eigendomsrechten in overeenstemming met de internationale verplichtingen die van toepassing zijn tussen de Partijen;

  • i.

    de bevordering van voorwaarden die onvervalste mededinging bevorderen, met name wat betreft de onderlinge handel en investeringen tussen de Partijen;

  • j.

    de ontwikkeling van de internationale handel op een wijze die bijdraagt tot duurzame ontwikkeling op economisch, sociaal en milieugebied; en

  • k.

    de instelling van een effectieve, eerlijke en voorspelbare regeling inzake geschillenbeslechting om geschillen over de uitlegging en toepassing van dit deel van deze overeenkomst op te lossen.

Artikel

8.3

Algemeen toepasselijke definities

Voor de toepassing van dit deel van deze overeenkomst wordt in de bijlagen 9, 10-A tot en met 10-E, 13-A tot en met 13-H, 15-A, 15-B, 16-A, 16-B, 16-C, 17-A tot en met 17-I, 19-A, 19-B, 19-C, 21-A, 21-B, 25, 28-A, 28-B, 29, 32-A, 32-B, 32-C, 38-A en 38-B en de protocollen bij deze overeenkomst verstaan:

  • a.

    „Overeenkomst inzake de landbouw”: de Overeenkomst inzake de landbouw, opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

  • b.

    „Antidumpingovereenkomst”: de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

  • c.

    „douanerechten”: alle soorten rechten of heffingen die worden opgelegd ter zake van of in verband met de invoer van goederen, met uitzondering van:

    • i.

      heffingen gelijkwaardig aan interne belastingen die overeenkomstig artikel 9.4 van deze overeenkomst worden opgelegd;

    • ii.

      antidumping-, bijzondere vrijwarings-, compenserende of vrijwaringsrechten die worden toegepast in overeenstemming met de GATT 1994, de Antidumpingovereenkomst, de Overeenkomst inzake de landbouw, de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen of de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, indien van toepassing; en

    • iii.

      alle vergoedingen of andere heffingen die worden opgelegd ter zake van of in verband met de invoer en waarvan de hoogte beperkt is tot, bij benadering, de kosten van verleende diensten;

  • d.

    „CPC”: de Provisional Central Product Classification (de voorlopige centrale productenclassificatie) (Statistical Papers Series M No. 77, Department of International Economic and Social Affairs, Statistical Office of the United Nations, New York, 1991);

  • e.

    „dagen”: kalenderdagen, met inbegrip van weekend- en feestdagen;

  • f.

    „bestaand”: geldend op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst;

  • g.

    „GATS”: de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten, opgenomen in bijlage 1B bij de WTO-Overeenkomst;

  • h.

    „GATT 1994”: de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994, opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

  • i.

    „goed van een Partij”: een binnenlands goed in de zin van de GATT 1994, waaronder de goederen van oorsprong van die Partij;

  • j.

    „geharmoniseerd systeem” of „GS”: het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, met inbegrip van de bijbehorende algemene interpretatieregels en de aantekeningen op de afdelingen, hoofdstukken en onderverdelingen, en wijzigingen daarvan, zoals ontwikkeld door de Werelddouaneorganisatie;

  • k.

    „post”: de eerste vier cijfers van het tariefindelingsnummer uit hoofde van het geharmoniseerd systeem;

  • l.

    „rechtspersoon”: een juridische entiteit, uit hoofde van toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • m.

    „maatregel”: elke maatregel in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve actie, eis, praktijk of in enige andere vorm;

  • n.

    „maatregel van een Partij”: alle maatregelen die worden vastgesteld of gehandhaafd door

    3) Voor alle duidelijkheid valt onder „maatregel” ook het nalaten van een Partij acties te ondernemen die nodig zijn om haar verplichtingen krachtens deze overeenkomst na te komen. :

    • i.

      overheden en autoriteiten op alle niveaus;

    • ii.

      niet-gouvernementele organen bij de uitoefening van door overheden of autoriteiten op alle niveaus gedelegeerde bevoegdheden4) Voor alle duidelijkheid: de verplichtingen van een Partij uit hoofde van deze overeenkomst zijn van toepassing op een overheidsbedrijf of een andere persoon wanneer die als regelgevende of administratieve autoriteit optreedt of aan haar door een Partij een andere overheidsautoriteit is gedelegeerd, zoals de bevoegdheid tot onteigening, de afgifte van vergunningen, de goedkeuring van handelstransacties of het opleggen van quota, vergoedingen of andere heffingen.; of

    • iii.

      entiteiten die met betrekking tot de maatregel in werkelijkheid handelen in opdracht van of onder het gezag of toezicht van een Partij5) Voor alle duidelijkheid: indien een Partij beweert dat een entiteit optreedt als bedoeld in punt iii), ligt de bewijslast bij die Partij en moet zij ten minste concrete aanwijzingen aandragen.;

  • o.

    „natuurlijke persoon”:

    • i.

      voor de EU-Partij, een onderdaan van een lidstaat overeenkomstig het recht van die lidstaat6) Voor de toepassing van de hoofdstukken 17 tot en met 27 omvat de definitie van „natuurlijke persoon” tevens natuurlijke personen die permanent ingezetene van de Republiek Letland zijn en die geen staatsburger van de Republiek Letland of van enige andere staat zijn, maar die uit hoofde van de wet- en regelgeving van de Republiek Letland recht hebben op een paspoort voor niet-staatsburgers.; en

    • ii.

      voor Chili, een onderdaan van Chili overeenkomstig het recht van Chili;

  • p.

    „goed van oorsprong”: een goed dat geldt als goed van oorsprong uit hoofde van de oorsprongsregels in hoofdstuk 10;

  • q.

    „persoon”: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon;

  • r.

    „persoonsgegevens”: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • s.

    „Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen”: de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

  • t.

    „sanitaire of fytosanitaire maatregel”: een maatregel als bedoeld in punt 1 van bijlage A bij de SPS-Overeenkomst;

  • u.

    „SCM-Overeenkomst”: de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

  • v.

    „SPS-Overeenkomst”: de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen, opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

  • w.

    „TBT-Overeenkomst”: de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen in bijlage 1 bij de WTO-Overeenkomst;

  • x.

    „TRIPS-Overeenkomst”: de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, opgenomen in bijlage 1C bij de WTO-Overeenkomst; en

  • y.

    „WTO-Overeenkomst”: de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, gedaan te Marrakesh op 15 april 1994.

Artikel

8.4

Verhouding tot de WTO-overeenkomst en andere bestaande overeenkomsten die binnen het toepassingsgebied van dit deel van deze overeenkomst vallen

AFDELING

B

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

8.5

Specifieke taken van de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken

Artikel

8.6

Specifieke taken van het Gemengd Comité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken

Artikel

8.7

Coördinatoren voor dit deel van deze overeenkomst

Artikel

8.8

Subcomités en andere organen die specifiek zijn voor dit deel van deze overeenkomst

HOOFDSTUK

9

HANDEL IN GOEDEREN

Artikel

9.1

Doelstelling

De Partijen liberaliseren overeenkomstig dit deel van deze overeenkomst geleidelijk en wederzijds de handel in goederen.

Artikel

9.2

Toepassingsgebied

Tenzij in dit deel van deze overeenkomst anders is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op de handel in goederen van een Partij.

Artikel

9.3

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en bijlage 9 wordt verstaan onder:

  • a.

    „Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen”: de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen, die is neergelegd in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

  • b.

    „consulaire formaliteiten”: de procedure om van een consul van de invoerende Partij op het grondgebied van de uitvoerende Partij, of op het grondgebied van een derde land, een consulaire factuur of een consulair visum voor een handelsfactuur, oorsprongscertificaat, manifest, aangifte ten uitvoer door de verlader, of enig ander douanedocument in verband met de invoer van een goed te verkrijgen;

  • c.

    „Overeenkomst inzake de douanewaarde”: de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994 in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;

  • d.

    „procedure voor uitvoervergunningen”: een administratieve procedure in het kader waarvan als eerste voorwaarde voor de uitvoer uit het grondgebied van de uitvoerende Partij wordt gesteld dat aan de bevoegde administratieve instantie een aanvraag of andere documenten dan die welke in het algemeen voor douaneafhandeling zijn vereist, worden overgelegd;

  • e.

    „procedure voor invoervergunningen”: administratieve procedure in het kader waarvan als eerste voorwaarde voor de invoer in het grondgebied van de invoerende Partij wordt gesteld dat aan de bevoegde administratieve instantie een aanvraag of andere documenten dan die welke in het algemeen voor douaneafhandeling zijn vereist, worden overgelegd;

  • f.

    „gereviseerd goed”: een goed dat is ingedeeld onder de hoofdstukken 84 tot en met 90 of onder post 94.02, met uitzondering van goederen die zijn ingedeeld onder de posten 84.18, 85.09, 85.10, 85.16 en 87.03 of onderverdelingen 8414.51, 8450.11, 8450.12, 8508.1 en 8517.11 van het GS en dat:

    • i.

      geheel of gedeeltelijk bestaat uit onderdelen die zijn verkregen uit gebruikte goederen;

    • ii.

      met een origineel nieuw goed vergelijkbare prestaties en werkingsvoorwaarden vertoont; en

    • iii.

      waarvoor dezelfde garantie als voor een origineel nieuw goed wordt gegeven;

  • g.

    „reparatie”: elke bewerkingshandeling ten aanzien van goederen die ten doel heeft een gebrekkige werking of materiële schade te herstellen zodat de oorspronkelijke functie ervan wordt hersteld, of ervoor te zorgen dat de goederen aan de technische voorschriften voor gebruik ervan voldoen, zonder welke handeling de goederen niet meer op de normale wijze kunnen worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn bestemd. De reparatie van goederen omvat het herstel en onderhoud, maar omvat geen bewerkingen of processen waardoor:

    • i.

      de wezenlijke kenmerken van een goed teniet worden gedaan, of een nieuw of commercieel verschillend goed ontstaat;

    • ii.

      een onafgewerkt goed in een afgewerkt goed wordt getransformeerd; of

    • iii.

      de technische prestaties van een goed worden verbeterd of vergroot;

  • h.

    „afbouwcategorie”: de termijn voor de afschaffing van douanerechten, variërend van nul tot zeven jaar, waarna een goed vrij van douanerechten is, tenzij anders bepaald in de lijsten in bijlage 9.

Artikel

9.4

Nationale behandeling op gebied van interne belastingen en regelgeving

Elke Partij behandelt goederen van de andere Partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij. Daartoe worden artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maken zij daar integrerend deel van uit.

Artikel

9.5

Verlaging of afschaffing van douanerechten

Artikel

9.6

Standstill

Artikel

9.7

Uitvoerrechten, uitvoerbelastingen en andere uitvoerheffingen

Artikel

9.8

Retributies en formaliteiten

Artikel

9.9

Gerepareerde goederen

Artikel

9.10

Gereviseerde goederen

Artikel

9.11

In- en uitvoerbeperkingen

Daartoe worden artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij mutatis mutandis in dit deel van deze overeenkomst opgenomen en maken zij daarvan integrerend deel van uit. Een Partij voert dienovereenkomstig geen verboden of beperkingen in en handhaaft die evenmin ter zake van de invoer van een goed van de andere Partij of van de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere Partij is bestemd, tenzij dat in overeenstemming is met artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij.

Artikel

9.12

Oorsprongsaanduiding

Indien Chili voorschriften betreffende de verplichte aanduiding van het land van oorsprong op goederen van de EU-Partij toepast, kan het Gemengd comité besluiten dat met de aanduiding „Made in EU” of een soortgelijke aanduiding in de plaatselijke taal aan die voorschriften wordt voldaan bij invoer naar Chili. Dit artikel doet geen afbreuk aan het recht van elke Partij om te preciseren voor welk soort producten de verplichte aanduiding van het land van oorsprong geldt. Hoofdstuk 10 is niet van toepassing op dit artikel.

Artikel

9.13

Invoervergunningsprocedures

Artikel

9.14

Uitvoervergunningsprocedures

Artikel

9.15

Douanewaarde

Elke Partij bepaalt de douanewaarde van de goederen van de andere Partij die op haar grondgebied worden ingevoerd overeenkomstig artikel VII van de GATT 1994 en de Overeenkomst inzake de douanewaarde. Daartoe worden artikel VII van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij, en de artikelen 1 tot en met 17 van de Overeenkomst inzake de douanewaarde, met inbegrip van de aantekeningen daarop, mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maken zij integrerend deel daarvan uit.

Artikel

9.16

Preferentiegebruik

Artikel

9.17

Specifieke maatregelen met betrekking tot beheer van preferentiële behandeling

Artikel

9.18

Subcomité voor de handel in goederen

Het op grond van artikel 8.8, lid 1, ingestelde Subcomité voor de handel in goederen heeft tot taak:

  • a.

    toezicht te houden op de uitvoering en het beheer van dit hoofdstuk en bijlage 9;

  • b.

    de handel in goederen tussen de Partijen te bevorderen, onder meer via overleg over de verbetering van de tariefbehandeling in verband met markttoegang op grond van artikel 9.5, lid 4, en over andere kwesties, waar passend;

  • c.

    een forum te bieden om problemen in verband met dit hoofdstuk te bespreken en op te lossen;

  • d.

    belemmeringen voor de handel in goederen tussen de Partijen onverwijld aan te pakken, met name wanneer zij verband houden met de toepassing van niet-tarifaire maatregelen, en die kwesties zo nodig ter beoordeling voor te leggen aan het Gemengd Comité;

  • e.

    de Partijen aanbevelingen te doen over wijzigingen van of toevoegingen aan dit hoofdstuk;

  • f.

    de uitwisseling van gegevens voor preferentiegebruik of enige andere uitwisseling van informatie inzake de handel in goederen tussen de Partijen te coördineren;

  • g.

    alle toekomstige wijzigingen van het geharmoniseerd systeem te herzien om ervoor te zorgen dat de verplichtingen van elke Partij uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst niet worden gewijzigd, en overleg te plegen om alle geschillen in dat verband op te lossen;

  • h.

    de in artikel 15.17 beschreven taken te vervullen.

HOOFDSTUK

10

OORSPRONGSREGELS EN OORSPRONGSPROCEDURES

AFDELING

A

OORSPRONGSREGELS

Artikel

10.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en bijlagen 10-A tot en met 10-E:

  • a.

    „indeling”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaald hoofdstuk, onder een bepaalde post of postonderverdeling van het geharmoniseerd systeem;

  • b.

    „zending”: producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument voor de verzending van de exporteur naar de geadresseerde, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;

  • c.

    „douaneautoriteit”:

    • i.

      voor Chili, de Nationale Douanedienst; en

    • ii.

      voor de EU-Partij, de voor douanezaken bevoegde diensten van de Europese Commissie en de douanediensten alsook alle andere autoriteiten in de lidstaten die belast zijn met de toepassing en de handhaving van de douanewetgeving;

  • d.

    „exporteur”: een in een Partij gevestigde persoon die overeenkomstig de wet- en regelgeving van die Partij het product van oorsprong uitvoert of produceert en een attest van oorsprong opstelt;

  • e.

    „identieke producten”: producten die in elk opzicht overeenstemmen met de in de productomschrijving omschreven producten; de productomschrijving op het handelsdocument dat is gebruikt om een attest van oorsprong op te stellen voor meerdere zendingen moet nauwkeurig genoeg zijn om dat product duidelijk te identificeren, en ook om identieke producten die vervolgens op basis van dat attest worden ingevoerd, duidelijk te identificeren;

  • f.

    „importeur”: een persoon die het product van oorsprong invoert en daarvoor om preferentiële tariefbehandeling verzoekt;

  • g.

    „materiaal”: elke stof die wordt gebruikt bij de productie van een product, met inbegrip van alle ingrediënten, grondstoffen, bestanddelen of onderdelen;

  • h.

    „product”: het resultaat van productie, zelfs indien het is bedoeld om later als materiaal voor de productie van een ander product te worden gebruikt; en

  • i.

    „productie”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage.

Artikel

10.2

Algemene vereisten

Artikel

10.3

Cumulatie van de oorsprong

Artikel

10.4

Geheel en al verkregen producten

Artikel

10.5

Toleranties

Artikel

10.6

Ontoereikende be- of verwerking

Artikel

10.7

Determinerende eenheid

Artikel

10.8

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Artikel

10.9

Stellen en assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem worden als van oorsprong uit een Partij beschouwd wanneer alle samenstellende delen ervan van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt als van oorsprong uit een Partij beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn, niet hoger is dan 15 % van de prijs af fabriek van het stel of assortiment.

Artikel

10.10

Neutrale elementen

Om te bepalen of een product kan worden beschouwd als oorsprong is uit een Partij, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van de volgende mogelijk bij de vervaardiging van het product gebruikte elementen:

  • a.

    brandstof, energie, katalysatoren en oplosmiddelen;

  • b.

    apparatuur, benodigdheden en materieel dat wordt gebruikt voor het testen of inspecteren van de producten;

  • c.

    machines, werktuigen, matrijzen en gietvormen;

  • d.

    vervangingsonderdelen en materialen voor het onderhoud van materieel en gebouwen;

  • e.

    smeermiddelen, vetten, samenstellende materialen en andere materialen die worden gebruikt bij de productie of om materieel en gebouwen te laten functioneren;

  • f.

    handschoenen, brillen, schoeisel, kleding, veiligheidsuitrusting en benodigdheden;

  • g.

    alle andere materialen die niet in het product zijn verwerkt, maar waarvan kan worden aangetoond dat het gebruik een onderdeel van de productie van het product is.

Artikel

10.11

Verpakking en verpakkingsmiddelen

Artikel

10.12

Gescheiden boekhouding voor onderling vervangbare materialen

Artikel

10.13

Geretourneerde producten

Wanneer een uit een Partij naar een derde land uitgevoerd product van oorsprong uit die Partij naar die Partij wordt geretourneerd, wordt het als niet van oorsprong zijnde beschouwd, tenzij ten genoegen van de douaneautoriteit van die Partij kan worden aangetoond dat het geretourneerde product:

  • a.

    hetzelfde is als het uitgevoerde product; en

  • b.

    terwijl het zich in het derde land bevond of toen het werd uitgevoerd, geen andere behandelingen heeft ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om het in goede staat te bewaren.

Artikel

10.14

Niet-wijziging

Artikel

10.15

Tentoonstellingen

AFDELING

B

OORSPRONGSPROCEDURES

Artikel

10.16

Verzoek om preferentiële tariefbehandeling

Artikel

10.17

Attest van oorsprong

Artikel

10.18

Geringe afwijkingen en geringe vergissingen

De douaneautoriteit van de invoerende Partij mag een verzoek om preferentiële tariefbehandeling niet afwijzen wegens geringe afwijkingen tussen het attest van oorsprong en de documenten die bij het douanekantoor worden ingediend, noch wegens geringe vergissingen in het attest van oorsprong.

Artikel

10.19

Aan importeur bekende informatie

Artikel

10.20

Vereisten inzake het bijhouden van administratie

Artikel

10.21

Vrijstellingen van de vereisten met betrekking tot attesten van oorsprong

Artikel

10.22

Verificatie

Artikel

10.23

Administratieve samenwerking

Artikel

10.24

Wederzijdse bijstand bij fraudebestrijding

Bij een vermoede inbreuk op dit hoofdstuk verlenen de Partijen elkaar wederzijdse administratieve bijstand in overeenstemming met het Protocol inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken bij deze overeenkomst.

Artikel

10.25

Weigering van verzoeken om preferentiële tariefbehandeling

Artikel

10.26

Vertrouwelijkheid

Artikel

10.27

Restituties en verzoeken om preferentiële tariefbehandeling na invoer

Artikel

10.28

Administratieve maatregelen en sancties

AFDELING

C

SLOTBEPALINGEN

Artikel

10.29

Ceuta en Melilla

Artikel

10.30

Wijzigingen

De Gezamenlijke Raad kan besluiten vaststellen tot wijziging van dit hoofdstuk en de bijlagen 10-A tot en met 10-E op grond van artikel 8.5, lid 1, punt a).

Artikel

10.31

Subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels

Artikel

10.32

Producten in doorvoer of in opslag

De Partijen kunnen dit deel van deze overeenkomst toepassen op producten die voldoen aan dit hoofdstuk en die zich op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst in doorvoer of onder de regeling voorlopige opslag, in douane-entrepots of in vrije zones in de EU-Partij of in Chili bevinden, mits een attest van oorsprong is ingediend bij de douaneautoriteiten van de invoerende Partij.

Artikel

10.33

Toelichtingen

Bijlage 10-E (Toelichting) bevat een toelichting op de uitlegging, de toepassing en het beheer van dit hoofdstuk.

HOOFDSTUK

11

DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel

11.1

Doelstellingen

Artikel

11.2

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „douaneautoriteit” verstaan:

  • a.

    voor Chili, de Servicio Nacional de Aduanas (Nationale Douanedienst), of de opvolger daarvan; en

  • b.

    voor de EU-Partij, de voor douanezaken bevoegde diensten van de Europese Commissie en de douanediensten alsook alle andere autoriteiten in de lidstaten die belast zijn met de toepassing en de handhaving van de douanewet- en -regelgeving.

Artikel

11.3

Douanesamenwerking

Artikel

11.4

Wederzijdse administratieve bijstand

De Partijen verlenen elkaar wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden overeenkomstig het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden bij deze overeenkomst.

Artikel

11.5

Douanewet, -regelgeving en -procedures

Artikel

11.6

Vrijgave van goederen

Elke Partij draagt er zorg voor dat haar douaneautoriteiten, grensdiensten of andere bevoegde instanties:

  • a.

    voorzien in de onmiddellijke vrijgave van goederen binnen een tijdvak dat niet langer is dan vereist om te waarborgen dat aan haar douane- en andere handelsgerelateerde wet- en regelgeving en formaliteiten wordt voldaan;

  • b.

    het mogelijk maken dat de documentatie en alle andere vereiste informatie vóór de aankomst van de goederen elektronisch worden ingediend en elektronisch worden verwerkt;

  • c.

    het mogelijk maken dat goederen vóór de uiteindelijke vaststelling van douanerechten, belastingen, retributies en heffingen worden vrijgegeven, mits, indien vereist op grond van haar wet- en regelgeving, zekerheid wordt gesteld voor de eindbetaling daarvan; en

  • d.

    bij het vaststellen van het tijdschema voor en het uitvoeren van eventueel vereiste onderzoeken passende prioriteit toekennen aan aan bederf onderhevige goederen.

Artikel

11.7

Vereenvoudigde douaneprocedures

Elke Partij stelt maatregelen vast dan wel handhaaft maatregelen op grond waarvan marktdeelnemers die voldoen aan de in haar wet- en regelgeving vermelde criteria, voor verdere vereenvoudiging van douaneprocedures in aanmerking kunnen komen. Dergelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld douaneaangiften die een beperkte reeks gegevens of bewijsstukken bevatten, of periodieke douaneaangiften voor de bepaling en betaling van douanerechten en belastingen met betrekking tot meerdere invoerhandelingen binnen een bepaald tijdvak, na de vrijgave van die ingevoerde goederen, of andere procedures die voorzien in een versnelde vrijgave van bepaalde zendingen.

Artikel

11.8

Geautoriseerde marktdeelnemers

Artikel

11.9

Vereisten ten aanzien van gegevens en documentatie

Artikel

11.10

Gebruik van informatietechnologieën en elektronische betalingen

Artikel

11.11

Risicobeheer

Artikel

11.12

Controle na douaneafhandeling

Artikel

11.13

Transparantie

Artikel

11.14

Voorafgaande besluiten

Artikel

11.15

Doorvoer en overlading

Artikel

11.16

Douane-expediteurs

Artikel

11.17

Inspectie vóór verzending

De Partijen eisen noch uitvoering van inspecties vóór verzending zoals gedefinieerd in de Overeenkomst inzake inspectie vóór verzending in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst, noch uitvoering van enige andere inspectieactiviteit door particuliere ondernemingen op de plaats van bestemming vóór douaneafhandeling.

Artikel

11.18

Beroepsprocedures

Artikel

11.19

Sancties

Artikel

11.20

Subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels

Artikel

11.21

Tijdelijke invoer

Artikel

11.22

Gerepareerde goederen

Artikel

11.23

Retributies en formaliteiten

HOOFDSTUK

12

HANDELSMAATREGELEN

AFDELING

A

ANTIDUMPINGRECHTEN EN COMPENSERENDE RECHTEN

Artikel

12.1

Algemene bepalingen

Artikel

12.2

Transparantie

Artikel

12.3

Overweging van algemeen belang

Elke Partij houdt rekening met de situatie van haar interne bedrijfstak, importeurs en hun representatieve verenigingen, representatieve gebruikers en representatieve consumentenorganisaties, voor zover zij de onderzoekende autoriteiten binnen de geldende termijn relevante informatie hebben verstrekt. Een Partij kan op basis van die informatie besluiten geen antidumping- of compenserende maatregelen toe te passen.

Artikel

12.4

Regel van het laagste recht

Wanneer een Partij een antidumpingrecht op de goederen van de andere Partij instelt, mag dat recht niet hoger zijn dan de dumpingmarge. Waar mogelijk is het antidumpingrecht lager dan die marge wanneer door een lager recht de schade voor de interne bedrijfstak kan worden opgeheven.

Artikel

12.5

Niet-toepassing van geschillenbeslechting

Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op deze afdeling.

AFDELING

B

ALGEMENE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

12.6

Algemene bepalingen

De Partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen op grond van artikel XIX van de GATT 1994, de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen en artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw.

Artikel

12.7

Transparantie en instelling van definitieve maatregelen

Artikel

12.8

Niet-toepassing van geschillenbeslechting

Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op deze afdeling.

AFDELING

C

BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN

ONDERAFDELING

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

12.9

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a.

    „interne bedrijfstak”: wat een ingevoerd goed betreft, de gezamenlijke producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende goederen die op het grondgebied van een Partij actief zijn of die producenten waarvan de gezamenlijke productie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende goederen een groot deel van de totale interne productie van die goederen uitmaakt;

  • b.

    „overgangsperiode”:

    • i.

      een periode van zeven jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst; of

    • ii.

      voor goederen waarvoor de lijst in bijlage 9 van de Partij die een bilaterale vrijwaringsmaatregel toepast, voorziet in een termijn voor de afschaffing van de tarieven van zeven jaar, de termijn voor de afschaffing van de tarieven voor het betrokken goed plus twee jaar.

Artikel

12.10

Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

12.11

Normen voor bilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

12.12

Voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

12.13

Compensatie en schorsing van concessies

Artikel

12.14

Termijn tussen twee bilaterale vrijwaringsmaatregelen en niet-parallelle toepassing van vrijwaringsmaatregelen

Artikel

12.15

Ultraperifere gebieden15) Op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst zijn de ultraperifere gebieden van de Europese Unie: Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique, Réunion, Mayotte, Saint-Martin, de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden. Dit artikel is eveneens van toepassing op een land of een overzees gebied waarvan de status overeenkomstig de procedure van artikel 355, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bij besluit van de Europese Raad vanaf de datum van vaststelling van dat besluit wordt gewijzigd in die van ultraperifeer gebied. Indien een ultraperifeer gebied van de Europese Unie volgens die procedure ophoudt een ultraperifeer gebied te zijn, houdt dit artikel vanaf de datum van het besluit van de Europese Raad daaromtrent op van toepassing te zijn op dat land of overzees gebied. De EU-Partij stelt Chili in kennis van elke wijziging met betrekking tot de gebieden die als ultraperifeer gebied van de Europese Unie worden beschouwd. van de Europese Unie

ONDERAFDELING

2

PROCEDUREVOORSCHRIFTEN VOOR BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

12.16

Toepasselijk recht

Voor de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen leeft de bevoegde onderzoekende autoriteit de bepalingen van deze onderafdeling na. In gevallen die niet onder deze onderafdeling vallen, past de bevoegde onderzoekende autoriteit de uit hoofde van het recht van de Partij van die autoriteit vastgestelde voorschriften toe.

Artikel

12.17

Inleiding van een vrijwaringsprocedure

Artikel

12.18

Onderzoek

Artikel

12.19

Vertrouwelijke informatie

Artikel

12.20

Pleitzittingen

In de loop van elke vrijwaringsprocedure moet de bevoegde onderzoekende autoriteit:

  • a.

    na een redelijke kennisgeving een openbare hoorzitting houden om alle belanghebbenden en eventuele consumentenorganisaties in de gelegenheid te stellen persoonlijk te verschijnen of zich door een raadsman te laten vertegenwoordigen, teneinde bewijsmateriaal te presenteren en te worden gehoord over de vermeende ernstige schade of de dreiging daarvan, alsook over de passende corrigerende maatregelen; of

  • b.

    alle belanghebbenden in de gelegenheid stellen te worden gehoord, mits zij binnen de in het in artikel 12.17, lid 4, bedoelde bericht van inleiding vermelde termijn een schriftelijk verzoek hebben ingediend waaruit blijkt dat de uitkomsten van het onderzoek waarschijnlijk invloed op hen zullen hebben en dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

Artikel

12.21

Kennisgevingen, onderzoek in het Gemengd Comité en bekendmakingen

Artikel

12.22

Aanvaarding van documenten in het Engels in vrijwaringsprocedures

Teneinde het indienen van documenten in vrijwaringsprocedures te vergemakkelijken, aanvaardt de bevoegde onderzoekende autoriteit van de Partij die belast is met de procedure documenten die in het Engels zijn ingediend door belanghebbenden, mits die belanghebbenden nadien, binnen een door de bevoegde autoriteit vastgestelde langere termijn, een vertaling van de documenten in de taal van de vrijwaringsprocedure indienen.

HOOFDSTUK

13

SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

13.1

Doelstellingen

Dit hoofdstuk heeft tot doel:

  • a.

    de gezondheid van mensen, dieren en planten op het grondgebied van de Partijen te beschermen en tegelijkertijd het handelsverkeer tussen de Partijen in dieren en dierlijke producten, planten en plantaardige producten en andere producten die onder sanitaire en fytosanitaire maatregelen („SPS-maatregelen”) vallen, te bevorderen, door:

    • i.

      de transparantie, communicatie en samenwerking tussen de Partijen op het gebied van SPS-maatregelen te verbeteren;

    • ii.

      mechanismen en procedures voor handelsbevordering in te voeren; en

    • iii.

      verdere uitvoering aan de beginselen van de SPS-Overeenkomst te geven;

  • b.

    samen te werken in multilaterale fora en op het gebied van de wetenschap betreffende voedselveiligheid, diergezondheid en gewasbescherming;

  • c.

    samen te werken op het gebied van andere sanitaire of fytosanitaire aangelegenheden of in andere fora.

Artikel

13.2

Multilaterale verplichtingen

De Partijen bevestigen opnieuw hun rechten en plichten uit hoofde van de WTO-Overeenkomst en met name de SPS-Overeenkomst. Die rechten en verplichtingen liggen ten grondslag aan de activiteiten van de Partijen uit hoofde van dit hoofdstuk.

Artikel

13.3

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op:

  • a.

    alle SPS-maatregelen zoals gedefinieerd in bijlage A bij de SPS-Overeenkomst, voor zover zij van invloed zijn op het handelsverkeer tussen de Partijen;

  • b.

    de samenwerking in multilaterale fora die zijn erkend in het kader van de SPS-Overeenkomst;

  • c.

    samenwerking op het gebied van de wetenschap betreffende voedselveiligheid, diergezondheid en gewasbescherming; en

  • d.

    samenwerking op het gebied van andere sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden in andere fora, zoals overeengekomen tussen de Partijen.

Artikel

13.4

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en bijlagen 13-A tot en met 13-H:

  • a.

    zijn de definities in bijlage A bij de SPS-Overeenkomst, alsook die in de Codex Alimentarius, in het kader van de Wereldorganisatie voor diergezondheid en in het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten, ondertekend te Rome op 17 november 1997, van toepassing; en

  • b.

    wordt verstaan onder „beschermd gebied” voor een bepaald gereglementeerd plaagorganisme, een officieel afgebakend geografisch gebied van een Partij waarin dat plaagorganisme ondanks gunstige omstandigheden en het voorkomen ervan in andere gedeelten van het grondgebied van die Partij niet is vastgesteld.

Artikel

13.5

Bevoegde autoriteiten

Artikel

13.6

Erkenning van status ten aanzien van dierziekten en besmettingen bij dieren en ten aanzien van plaagorganismen

Artikel

13.7

Erkenning van regionalisatiebesluiten ten aanzien van dierziekten en besmettingen bij dieren en van plaagorganismen

Artikel

13.8

Erkenning van gelijkwaardigheid

Artikel

13.9

Transparantie en voorwaarden voor het handelsverkeer

Artikel

13.10

Certificeringsprocedures

Artikel

13.11

Verificatie

Artikel

13.12

Invoercontroles en inspectievergoedingen

Artikel

13.13

Informatie-uitwisseling

Artikel

13.14

Kennisgeving en overleg

Artikel

13.15

Vrijwaringsclausule

Artikel

13.16

Subcomité Sanitaire en fytosanitaire maatregelen

Artikel

13.17

Samenwerking in multilaterale fora

Artikel

13.18

Samenwerking op het gebied van voedselveiligheid, diergezondheid en wetenschap inzake gewasbescherming

Artikel

13.19

Territoriale toepassing voor de EU-Partij

HOOFDSTUK

14

SAMENWERKING AAN DUURZAME VOEDSELSYSTEMEN

Artikel

14.1

Doelstelling

Dit hoofdstuk heeft tot doel een nauwe samenwerking tussen de Partijen tot stand te brengen om gezamenlijk de transitie naar duurzame voedselsystemen in te zetten. De Partijen erkennen dat de versterking van beleidsmaatregelen en de vaststelling van programma’s die bijdragen tot de ontwikkeling van duurzame, inclusieve, gezonde en veerkrachtige voedselsystemen de rol van de handel bij het nastreven van die doelstelling belangrijk zijn.

Artikel

14.2

Toepassingsgebied

Artikel

14.3

Definities

Artikel

14.4

Duurzaamheid van de voedselketen en vermindering van voedselverlies en -verspilling

Artikel

14.5

Strijd tegen fraude in de voedselketen

Artikel

14.6

Dierenwelzijn

Artikel

14.7

Strijd tegen antimicrobiële resistentie

Artikel

14.8

Subcomité voor duurzame voedselsystemen

Artikel

14.9

Samenwerking in multilaterale fora

Artikel

14.10

Aanvullende bepalingen

HOOFDSTUK

15

ENERGIE EN GRONDSTOFFEN

Artikel

15.1

Doelstelling

Dit hoofdstuk heeft tot doel de dialoog en de samenwerking in de sectoren voor energie en grondstoffen tot wederzijds voordeel van de Partijen te bevorderen, duurzame en eerlijke handel en investeringen te stimuleren waarbij in die sectoren gelijke mededingingsvoorwaarden worden gegarandeerd en het concurrentievermogen van de verwante waardeketen, met inbegrip van het creëren van meerwaarde, te verhogen in overeenstemming met deze overeenkomst.

Artikel

15.2

Beginselen

Artikel

15.3

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de bijlagen 15-A en 15-B wordt verstaan onder:

  • a.

    „vergunning”: de toestemming, licentie, concessie of een soortgelijk administratief of contractueel instrument waarmee de bevoegde autoriteit van een Partij een entiteit het recht toekent om in overeenstemming met de vereisten van de vergunning op haar grondgebied een bepaalde economische activiteit uit te oefenen;

  • b.

    „balancering”: alle acties en processen in alle tijdsbestekken waarmee de systeembeheerders voortdurend waarborgen dat de systeemfrequentie binnen een vooraf gedefinieerd stabiliteitsbereik blijft en dat voldoende reserves beschikbaar zijn om de vereiste kwaliteit te garanderen;

  • c.

    „energiegoederen”: goederen waaruit energie wordt opgewekt en die worden opgesomd per overeenkomstige GS-code in bijlage 15-A;

  • d.

    „koolwaterstoffen”: de goederen opgesomd per GS-code in bijlage 15-A;

  • e.

    „grondstoffen”: stoffen die worden gebruikt voor de vervaardiging van industriële producten; met inbegrip van ertsen, concentraten, slakken, assen en chemische producten; onbewerkte, verwerkte en geraffineerde materialen; metaalafval; schroot en schroot voor omsmelting, opgenomen in het overeenkomstige GS-hoofdstuk in bijlage 15-A;

  • f.

    „hernieuwbare energie”: energie geproduceerd uit zonne-energie, windenergie, waterkracht, geothermische energie, biologische energie, energie uit de oceanen of andere hernieuwbare omgevingsbronnen;

  • g.

    „hernieuwbare brandstoffen”: biobrandstoffen, vloeibare biomassa, biomassabrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, met inbegrip van hernieuwbare synthetische brandstoffen en hernieuwbare waterstof;

  • h.

    „normen”: normen in de zin van hoofdstuk 16;

  • i.

    „systeembeheerder”:

    • i.

      voor de EU-Partij: een persoon die verantwoordelijk is voor de werking van, en voor het waarborgen van het onderhoud en de ontwikkeling van, het elektriciteitsdistributie- of transmissiesysteem in een bepaald gebied en voor het waarborgen van het vermogen van dergelijke systemen op de lange termijn; en

    • ii.

      voor Chili: een onafhankelijk orgaan dat verantwoordelijk is voor de coördinatie van de werking van onderling verbonden elektrische systemen, dat de doeltreffende economische prestaties en veiligheid en betrouwbaarheid van het elektrische systeem waarborgt en open toegang tot het transmissiesysteem verleent; en

  • j.

    „technische voorschriften”: technische voorschriften in de zin van hoofdstuk 16.

Artikel

15.4

Invoer- en uitvoermonopolies

Een Partij wijst noch invoer- of uitvoermonopolies aan, noch handhaaft zij die. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het begrip „invoer- of uitvoermonopolie” verstaan het exclusieve recht of de exclusieve verlening van een machtiging door een Partij aan een entiteit om energiegoederen of grondstoffen uit de andere Partij in te voeren of energiegoederen of grondstoffen naar de andere Partij uit te voeren19) Voor alle duidelijkheid: dit artikel laat de toepassing van de hoofdstukken 17, 18 en 29 en de lijsten in de bijlagen 17-A tot en met 17-C en 29 onverlet en het is niet van toepassing op een recht dat voortvloeit uit de verlening van een intellectueel-eigendomsrecht..

Artikel

15.5

Uitvoerprijzen20) Voor de duidelijkheid zij opgemerkt dat dit artikel de bepalingen van bijlage 29 onverlet laat.

Artikel

15.6

Interne gereguleerde prijzen

Artikel

15.7

Vergunning voor exploratie en productie van energiegoederen en grondstoffen

Artikel

15.8

Milieueffectbeoordeling

Artikel

15.9

Toegang van derden tot energietransportinfrastructuur

Artikel

15.10

Toegang tot infrastructuur voor leveranciers van elektriciteit geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen

Artikel

15.11

Onafhankelijke instantie

Artikel

15.12

Samenwerking inzake normen

Artikel

15.13

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

De Partijen erkennen dat onderzoek, ontwikkeling en innovatie essentiële elementen zijn om de doeltreffendheid, de duurzaamheid en het concurrentievermogen in de sectoren voor energie en grondstoffen verder te ontwikkelen. De Partijen werken, indien passend, onder meer samen aan:

  • a.

    de bevordering van onderzoek. ontwikkeling, innovatie en verspreiding van milieuvriendelijke en kosteneffectieve technologieën, processen en praktijken op het gebied van energie en grondstoffen;

  • b.

    de bevordering van het creëren van meerwaarde, tot wederzijds voordeel van de Partijen, en de verhoging van de productiecapaciteit op het gebied van energie en grondstoffen; en

  • c.

    de versterking van de capaciteitsopbouw in het kader van initiatieven voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie.

Artikel

15.14

Samenwerking op het gebied van energie en grondstoffen

Thematische samenwerking op het gebied van energie

Thematische samenwerking op het gebied van grondstoffen

Artikel

15.15

Energietransitie en hernieuwbare brandstoffen

Artikel

15.16

Uitzondering voor kleine en geïsoleerde elektriciteitssystemen

Artikel

15.17

Subcomité voor de handel in goederen

HOOFDSTUK

16

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel

16.1

Doelstelling

Dit hoofdstuk heeft tot doel de handel in goederen tussen de Partijen te versterken en te bevorderen door onnodige technische handelsbelemmeringen te voorkomen, op te sporen en weg te nemen en door verdere samenwerking op regelgevingsgebied te bevorderen.

Artikel

16.2

Toepassingsgebied

Artikel

16.3

Opneming van enkele bepalingen van TBT-Overeenkomst

De artikelen 2 tot en met 9 en de bijlagen 1 en 3 bij de TBT-Overeenkomst worden mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.

Artikel

16.4

Internationale normen

Artikel

16.5

Technische voorschriften

Artikel

16.6

Samenwerking bij regelgeving

Artikel

16.7

Samenwerking inzake markttoezicht, naleving en veiligheid van non-foodproducten

Artikel

16.8

Standaarden

Artikel

16.9

Overeenstemmingsbeoordeling

Artikel

16.10

Transparantie

Artikel

16.11

Markering en etikettering

Artikel

16.12

Technisch overleg en raadplegingen

Artikel

16.13

Contactpunten

Artikel

16.14

Subcomité Technische handelsbelemmeringen

Het Subcomité Technische handelsbelemmeringen (het „subcomité”) dat op grond van artikel 8.8, lid 1, is opgericht:

  • a.

    houdt toezicht op de uitvoering en het beheer van dit hoofdstuk;

  • b.

    werkt nauwer samen bij de ontwikkeling en verbetering van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

  • c.

    stelt prioritaire gebieden van wederzijds belang vast met het oog op toekomstige werkzaamheden in het kader van dit hoofdstuk en neemt voorstellen voor nieuwe initiatieven in overweging;

  • d.

    monitort en bespreekt de ontwikkelingen in het kader van de TBT-Overeenkomst; en

  • e.

    neemt alle overige stappen die de Partijen behulpzaam achten bij de uitvoering van dit hoofdstuk en de TBT-Overeenkomst.

HOOFDSTUK

17

INVESTERINGEN

AFDELING

A

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

17.1

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op door een Partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen inzake financiële instellingen uit de andere Partij, inzake investeerders uit de andere Partij of inzake de investeringen van die investeerders in financiële instellingen op het grondgebied van die Partij, zoals gedefinieerd in artikel 25.2.

Artikel

17.2

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de bijlagen 17-A, 17-B en 17-C wordt verstaan onder:

  • a.

    „activiteiten verricht in het kader van de uitoefening van overheidsgezag”: activiteiten die worden verricht, met inbegrip van diensten die worden verleend, noch op commerciële basis noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers;

  • b.

    „reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen”: alle werkzaamheden aan een uit de dienst genomen luchtvaartuig of een onderdeel daarvan, met uitzondering van het zogenaamde lijnonderhoud;

  • c.

    „diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen”: dienstverlening door middel van computersystemen die informatie bevatten over dienstregeling, beschikbaarheid, tarieven en tariefvoorwaarden van luchtvaartmaatschappijen, en met behulp waarvan boekingen kunnen worden gedaan of vervoerbewijzen kunnen worden uitgegeven;

  • d.

    „onder deze overeenkomst vallende investering”: een investering overeenkomstig het toepasselijke recht die een of meer investeerders van een Partij rechtstreeks of indirect in eigendom heeft/hebben, of waarover die rechtstreeks of indirect zeggenschap uitoefent/uitoefenen, op het grondgebied van de andere Partij, en die op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst bestaat of daarna wordt gedaan;

  • e.

    „grensoverschrijdende dienstverlening”: de verlening van een dienst:

    • i.

      vanaf het grondgebied van een Partij naar het grondgebied van de andere Partij; of

    • ii.

      op het grondgebied van een Partij ten behoeve van de gebruiker van een dienst uit de andere Partij;

  • f.

    „economische activiteiten”: de activiteiten van industriële, commerciële of professionele aard en de activiteiten van ambachtslieden, met inbegrip van de verlening van diensten, met uitzondering van activiteiten verricht in het kader van de uitoefening van overheidsgezag;

  • g.

    „onderneming”: een rechtspersoon, filiaal of vertegenwoordigingskantoor, opgericht of opgezet door middel van vestiging;

  • h.

    „vestiging”: het oprichten of opzetten, met inbegrip van de verwerving, van een onderneming door een investeerder uit een Partij op het grondgebied van de andere Partij;

    25) Het begrip „verwerving” omvat deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon met het oog op de totstandbrenging of handhaving van duurzame economische banden.

  • i.

    „vrij converteerbare valuta”: een valuta die vrij kan worden geruild tegen valuta’s die op grote schaal op internationale valutamarkten worden verhandeld en op grote schaal bij internationale transacties worden gebruikt;

  • j.

    „grondafhandelingsdiensten”: de verlening op een luchthaven, op basis van een vast tarief of een contract, van de volgende diensten: vertegenwoordiging van, beheer van en toezicht op een luchtvaartmaatschappij; passagiersafhandeling; bagageafhandeling; platformdiensten; catering, met uitzondering van de bereiding van levensmiddelen; luchtvracht- en -postafhandeling; brandstofvoorziening van luchtvaartuigen, onderhoud en schoonmaak van luchtvaartuigen; vervoer op de grond; en vluchtuitvoeringen, bemanningsadministratie en vluchtplanning; grondafhandelingsdiensten omvatten niet de volgende diensten: zelfafhandeling; beveiliging; lijnonderhoud; reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen; of het beheer of de exploitatie van essentiële gecentraliseerde luchthaveninfrastructuur, zoals ontijzingsinstallaties, brandstofdistributiesystemen, bagageafhandelingssystemen of vaste interne luchthaventransportsystemen;

  • k.

    „investering”: elk actief onder rechtstreekse of onrechtstreekse eigendom of zeggenschap van een investeerder, dat de kenmerken van een investering heeft, waaronder een zekere duur, de vastlegging van kapitaal of andere middelen, de verwachting van voordelen of winst, of risico-overname; investeringen kunnen onder meer de volgende vormen aannemen:

    • i.

      een onderneming;

    • ii.

      aandelen en andere vormen van deelneming in het aandelenkapitaal van een onderneming;

    • iii.

      obligaties, niet-gegarandeerde schuldbekentenissen en andere schuldinstrumenten van een onderneming;

    • iv.

      futures, opties en andere derivaten;

    • v.

      op grond van intern recht toegekende concessies, vergunningen, machtigingen, toestemmingen en soortgelijke rechten26) Voor alle duidelijkheid: of een concessie, licentie, vergunning of soortgelijk instrument de kenmerken van een investering heeft, hangt onder meer af van factoren als de aard en de omvang van de rechten die de houder uit hoofde van het recht van die Partij heeft.;

    • vi.

      kant-en-klare contracten, bouw-, beheers-, productie-, concessie-, inkomstendelingscontracten en andere soortgelijke contracten, met inbegrip van contracten die betrekking hebben op de aanwezigheid van eigendom van een investeerder op het grondgebied van een Partij;

    • vii.

      intellectuele-eigendomsrechten;

    • viii.

      alle overige roerende of onroerende, materiële of immateriële goederen en aanverwante eigendomsrechten, zoals huur-, hypotheek-, retentie- en pandrechten.

    voor alle duidelijkheid:

    • i.

      alle rendement dat wordt geïnvesteerd, wordt als investering beschouwd en elke wijziging van de vorm waarin activa worden geïnvesteerd of geherinvesteerd laat de kwalificatie daarvan als investering onverlet, mits de vorm van een investering of herinvestering in overeenstemming blijft met de definitie van „investering”;

    • ii.

      onder „investering” wordt niet verstaan een beschikking of uitspraak in het kader van een gerechtelijke of administratieve procedure.

  • l.

    „investeerder uit een Partij”: een natuurlijke of rechtspersoon uit een Partij die een onderneming wil vestigen, vestigt of heeft gevestigd overeenkomstig punt h);

  • m.

    „rechtspersoon uit een Partij” 27) Voor alle duidelijkheid: de in deze definitie bedoelde scheepvaartmaatschappijen worden alleen beschouwd als rechtspersonen uit een Partij voor wat betreft hun activiteiten in verband met het verlenen van zeevervoerdiensten.:

    • i.

      voor de EU-Partij:

      • A)

        een rechtspersoon die is opgericht of georganiseerd naar het recht van de Europese Unie of van ten minste één van haar lidstaten en die daadwerkelijke zakelijke transacties28) Overeenkomstig haar aanmelding van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bij de WTO (WT/REG39/1) is volgens de EU-Partij het begrip „daadwerkelijke en voortdurende band” met de economie van een lidstaat, dat is neergelegd in artikel 54 VWEU, gelijkwaardig aan het begrip „daadwerkelijke zakelijke transacties”. op het grondgebied van de Europese Unie verricht; en

      • B)

        buiten de Europese Unie gevestigde scheepvaartmaatschappijen die onder zeggenschap staan van natuurlijke personen van een lidstaat, waarvan de schepen in een lidstaat zijn geregistreerd en de vlag van die lidstaat voeren;

    • ii.

      voor Chili:

      • A.

        een rechtspersoon die is opgericht of georganiseerd naar het recht van Chili en die daadwerkelijke zakelijke transacties op het grondgebied van Chili verricht; en

      • B.

        buiten Chili gevestigde scheepvaartmaatschappijen die onder zeggenschap staan van natuurlijke personen van Chili, waarvan de schepen in Chili zijn geregistreerd en de vlag van Chili voeren;

  • n.

    „exploitatie”: de uitbating, het beheer, het aanhouden, het gebruik, het genot en het verkopen of een andere vorm van beschikken over een onderneming door een investeerder uit een Partij, op het grondgebied van de andere Partij;

  • o.

    „rendement”: alle bedragen verkregen uit of door investeringen of herinvesteringen, met inbegrip van winsten, dividenden, kapitaalwinsten, royalty's, rente, betalingen in verband met intellectuele-eigendomsrechten, betalingen in natura en alle andere wettelijke inkomsten;

  • p.

    „verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten”: de mogelijkheid voor de betrokken luchtvaartmaatschappij haar luchtvervoerdiensten vrij te verkopen en op de markt te brengen, met inbegrip van alle marketingaspecten zoals marktonderzoek, reclame en distributie. de tarifering van luchtvervoerdiensten en de daarop van toepassing zijnde voorwaarden vallen niet onder die activiteiten;

  • q.

    „dienst”: elke dienst in enige sector, behalve diensten die worden verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag; en

  • r.

    „Gerecht”: het Gerecht van eerste aanleg dat is ingesteld op grond van artikel 17.34.

Artikel

17.3

Recht om regelgeving vast te stellen

De Partijen bevestigen hun recht om voor hun respectieve grondgebied regelgeving vast te stellen ter verwezenlijking van legitieme beleidsdoelstellingen, zoals bescherming van de volksgezondheid, sociale diensten, onderwijs, veiligheid, milieu, met inbegrip van klimaatverandering, openbare zeden, sociale of consumentenbescherming, eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming, of de bevordering en bescherming van de culturele verscheidenheid.

Artikel

17.4

Verhouding tot andere hoofdstukken

Artikel

17.5

Weigering toekenning voordelen

Een Partij kan de voordelen van dit hoofdstuk weigeren aan een investeerder uit de andere Partij of met betrekking tot een onder deze overeenkomst vallende investering, indien de weigerende Partij maatregelen vaststelt of handhaaft in verband met de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, met inbegrip van de bescherming van de mensenrechten, die:

  • a.

    transacties met die investeerder of onder deze overeenkomst vallende investering verbieden; of

  • b.

    zouden worden geschonden of omzeild indien de voordelen van dit hoofdstuk aan die investeerder of onder deze overeenkomst vallende investering zouden worden toegekend, ook wanneer de maatregelen transacties verbieden met een recht die eigenaar is van of zeggenschap heeft over een van beide.

Artikel

17.6

Subcomité Diensten en investeringen

Het Subcomité Diensten en investeringen (het „subcomité”) wordt opgericht op grond van artikel 8.8, lid 1. Bij de behandeling van aangelegenheden in verband met investeringen ziet het subcomité toe op en zorgt het voor de correcte toepassing van dit hoofdstuk en van de bijlagen 17-A, 17-B en 17-C.

AFDELING

B

LIBERALISERING VAN INVESTERINGEN EN NON-DISCRIMINATIE

Artikel

17.7

Toepassingsgebied

Artikel

17.8

Markttoegang

In de sectoren of subsectoren waar verbintenissen betreffende markttoegang zijn aangegaan, mag een Partij met betrekking tot markttoegang door middel van vestiging of exploitatie door investeerders uit de andere Partij of door ondernemingen die een onder deze overeenkomst vallende investering vormen, noch op basis van haar gehele grondgebied, noch op basis van een territoriale onderverdeling, een maatregel vaststellen of handhaven die:

  • a.

    het aantal ondernemingen die een specifieke economische activiteit mogen verrichten, beperkt, in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve rechten of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

  • b.

    de totale waarde van transacties of activa beperkt, in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

  • c.

    een beperking inhoudt van het totale aantal transacties of het totale volume van de output, uitgedrukt in bepaalde numerieke eenheden, in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte31) De punten a), b) en c), zijn niet van toepassing op maatregelen die zijn genomen om de productie van een landbouw- of visserijproduct te beperken.;

  • d.

    specifieke soorten juridische entiteiten of joint ventures via welke een investeerder uit de andere Partij een economische activiteit kan uitoefenen, vereist of ten aanzien van die entiteiten of joint ventures beperkingen oplegt; of

  • e.

    het totale aantal natuurlijke personen dat in een bepaalde sector mag werken of dat een onderneming in dienst mag hebben en die nodig zijn voor en zich rechtstreeks bezighouden met het uitvoeren van een economische activiteit, beperkt in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

Artikel

17.9

Nationale behandeling

Artikel

17.10

Overheidsopdrachten

Artikel

17.11

Meestbegunstigingsbehandeling

Artikel

17.12

Prestatievereisten

Artikel

17.13

Hoger management en raden van bestuur

Een Partij eist niet dat een onderneming uit die Partij die een onder deze overeenkomst vallende investering is, natuurlijke personen van een bepaalde nationaliteit benoemt als leden van de raad van bestuur of in een hogere leidinggevende functie, zoals kaderlid of manager.

Artikel

17.14

Niet-conforme maatregelen

AFDELING

C

BESCHERMING VAN INVESTERINGEN

Artikel

17.15

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op door een Partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen die van invloed zijn op:

  • a.

    onder deze overeenkomst vallende investeringen; en

  • b.

    investeerders uit een Partij met betrekking tot de exploitatie van een onder deze overeenkomst vallende investering.

Artikel

17.16

Investeringen en regelgevingsmaatregelen

Artikel

17.17

Behandeling van investeerders en van onder overeenkomst vallende investeringen

Artikel

17.18

Behandeling in geval van een conflict

Artikel

17.19

Onteigening43) Voor alle duidelijkheid: dit artikel moet worden uitgelegd overeenkomstig bijlage 17-D.

Artikel

17.20

Overmakingen45) Voor alle duidelijkheid: op dit artikel is bijlage 17-E van toepassing.

Artikel

17.21

Subrogatie

Indien een Partij of een door die Partij aangewezen instantie een betaling doet aan een investeerder uit die Partij in het kader van een garantie, een verzekeringscontract of een andere vorm van schadevergoeding die zij met betrekking tot een onder deze overeenkomst vallende investering is aangegaan, erkent de andere Partij op wier grondgebied de onder deze overeenkomst vallende investering is gedaan, de subrogatie of overdracht van alle rechten die de investeerder, zonder die subrogatie, uit hoofde van dit hoofdstuk zou hebben gehad met betrekking tot de onder deze overeenkomst vallende investering, en oefent de investeerder die rechten niet uit voor zover het de subrogatie betreft.

Artikel

17.22

Beëindiging

Artikel

17.23

Verhouding tot andere overeenkomsten

Artikel

17.24

Verantwoord ondernemerschap

AFDELING

D

BESLECHTING VAN INVESTERINGSGESCHILLEN EN STELSEL VAN INVESTERINGSGERECHTEN

ONDERAFDELING

1

TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel

17.25

Toepassingsgebied en definities

ONDERAFDELING

2

ALTERNATIEVE GESCHILLENBESLECHTING EN OVERLEG

Artikel

17.26

Bemiddeling

Artikel

17.27

Overleg en minnelijke schikking

ONDERAFDELING

3

INSTELLING VAN VORDERING EN VOORWAARDEN VOORAF

Artikel

17.28

Verzoek om bepaling van de verweerder

Artikel

17.29

Vereisten voor de instelling van een vordering

Artikel

17.30

Instelling van een vordering

Artikel

17.31

Tegenvorderingen

Artikel

17.32

Instemming

Artikel

17.33

Financiering door derden

ONDERAFDELING

4

INVESTMENT COURT SYSTEM (STELSEL VAN INVESTERINGSGERECHTEN)

Artikel

17.34

Gerecht van eerste aanleg

Artikel

17.35

Beroepsinstantie

Artikel

17.36

Ethische code

Artikel

17.37

Multilateraal geschillenbeslechtingsmechanisme

De Partijen streven ernaar samen te werken voor de oprichting van een multilateraal investeringsgerecht en de instelling van een multilaterale beroepsmogelijkheid voor de beslechting van investeringsgeschillen. Met ingang van de inwerkingtreding tussen de partijen van een internationale overeenkomst die voorziet in een dergelijk multilateraal mechanisme dat van toepassing is op geschillen in het kader van dit deel van deze overeenkomst, zijn de relevante delen van deze afdeling niet langer van toepassing. Het Gemengd Comité kan een besluit tot precisering van eventueel noodzakelijke overgangsregelingen vaststellen.

ONDERAFDELING

5

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Artikel

17.38

Toepasselijk recht en interpretatieregels

Artikel

17.39

Interpretatie van de bijlagen

Artikel

17.40

Overige vorderingen

Indien vorderingen worden ingesteld op grond van deze afdeling, hoofdstuk 38 of een andere internationale overeenkomst met betrekking tot dezelfde vermeende schending van de in artikel 17.25, lid 1, bedoelde bepalingen, en er mogelijk sprake is van overlappende schadevergoeding, of indien de vorderingen op grond van de andere internationale overeenkomst aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de beslechting van de op grond van deze afdeling ingestelde vordering, houdt het Gerecht waar relevant, na de partijen bij het geschil te hebben gehoord, in zijn beslissing, beschikking of uitspraak rekening met procedures op grond van hoofdstuk 38 of de andere internationale overeenkomst. Daartoe kan het Gerecht ook de behandeling van de zaak schorsen. Bij de toepassing van dit artikel eerbiedigt het Gerecht artikel 17.54, lid 10.

Artikel

17.41

Anti-ontwijking

Voor alle duidelijkheid: het Gerecht verklaart zich onbevoegd indien het geschil is ontstaan of redelijkerwijs te voorzien was op het tijdstip waarop de eiser de eigendom van of zeggenschap over de investering waarop het geschil betrekking heeft, verwierf of een bedrijfsreorganisatie doorvoerde, op voorwaarde dat het Gerecht op basis van de feiten van de zaak vaststelt dat de eiser de eigendom van of zeggenschap over de investering heeft verworven of de bedrijfsreorganisatie heeft doorgevoerd met als hoofddoel de vordering krachtens deze afdeling in te leiden. De mogelijkheid om zich in dergelijke omstandigheden onbevoegd te verklaren laat eventuele andere voor het Gerecht opgeworpen excepties ten aanzien van de bevoegdheid onverlet.

Artikel

17.42

Kennelijk oneigenlijke vorderingen

Artikel

17.43

Rechtens ongegronde vorderingen

Artikel

17.44

Transparantie

Artikel

17.45

Voorlopige maatregelen

Het Gerecht kan voorlopige beschermingsmaatregelen gelasten met het doel de rechten van een partij bij het geschil te beschermen of de volledige uitoefening van zijn eigen bevoegdheid te verzekeren, met inbegrip van een bevel tot bescherming van bewijsmateriaal dat zich in het bezit of in de macht van een partij bij het geschil bevindt of tot bescherming van zijn eigen bevoegdheid. Het Gerecht gelast de inbeslagneming van vermogensbestanddelen niet, en belet niet de toepassing van de behandeling waarvan wordt gesteld dat zij een schending vormt.

Artikel

17.46

Afstand van instantie

Wanneer de eiser, na de instelling van een vordering krachtens deze afdeling, gedurende 180 opeenvolgende dagen na die indiening, of gedurende een door de partijen bij het geschil overeengekomen periode geen procedurele maatregelen heeft genomen, wordt hij geacht zijn vordering te hebben ingetrokken en afstand van instantie te hebben gedaan. Op verzoek van de verweerder en na kennisgeving aan de partijen bij het geschil neemt het Gerecht middels een beschikking akte van de afstand van instantie en beslist het over de kosten. Nadat een dergelijke beschikking is gegeven, is het Gerecht niet langer bevoegd. De eiser kan vervolgens geen vordering betreffende dezelfde aangelegenheid instellen.

Artikel

17.47

Zekerheidstelling voor kosten

Artikel

17.48

De niet bij het geschil betrokken Partij

Artikel

17.49

Interventie door derden

Artikel

17.50

Deskundigenrapporten

Onverminderd de benoeming van deskundigen van andere aard wanneer de in artikel 17.30, lid 2, bedoelde toepasselijke regels zulks toestaan, kan het Gerecht, op verzoek van een partij bij het geschil of op eigen initiatief na overleg met de partijen bij het geschil, een of meer deskundigen aanwijzen om hem schriftelijk verslag uit te brengen over een feitelijke aangelegenheid, zoals milieu-, gezondheids- of veiligheidskwesties, of andere kwesties die door een partij bij het geschil in de procedure aan de orde worden gesteld.

Artikel

17.51

Schadevergoeding en andere vormen van schadevergoeding

Het Gerecht mag niet bij wijze van geldig verweer of soortgelijke vordering aanvaarden dat de eiser of de plaatselijk gevestigde onderneming met betrekking tot de volledige of een deel van de schadeloosstelling die in een op grond van deze afdeling aanhangig gemaakt geschil wordt gevorderd, op grond van een verzekerings- of borgstellingsovereenkomst een schadeloosstelling of andere vorm van schadevergoeding heeft of zal ontvangen.

Artikel

17.52

Rol van de Partijen

Artikel

17.53

Voeging

Artikel

17.54

Voorlopige uitspraak

Artikel

17.55

Beroepsprocedure

Artikel

17.56

Definitieve uitspraak

Artikel

17.57

Tenuitvoerlegging van uitspraken

HOOFDSTUK

18

GRENSOVERSCHRIJDENDE HANDEL IN DIENSTEN

Artikel

18.1

Toepassingsgebied

Artikel

18.2

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de bijlagen 17-A, 17-B en 17-C wordt verstaan onder:

  • a.

    „reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen”: alle werkzaamheden aan een uit de dienst genomen luchtvaartuig of een onderdeel daarvan, met uitzondering van het zogenaamde lijnonderhoud;

  • b.

    „diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen”: dienstverlening door middel van computersystemen die informatie bevatten over dienstregeling, beschikbaarheid, tarieven en tariefvoorwaarden van luchtvaartmaatschappijen, en met behulp waarvan boekingen kunnen worden gedaan of vervoerbewijzen kunnen worden uitgegeven;

  • c.

    „grensoverschrijdende handel in diensten” of „grensoverschrijdende dienstverlening”: het verlenen van een dienst:

    • i.

      vanaf het grondgebied van een Partij naar het grondgebied van de andere Partij; of

    • ii.

      op het grondgebied van een Partij ten behoeve van een gebruiker van de dienst uit de andere Partij.

  • d.

    „onderneming”: een rechtspersoon, filiaal of vertegenwoordigingskantoor, opgericht of opgezet door middel van vestiging;

  • e.

    „grondafhandelingsdiensten”: de verlening op een luchthaven, op basis van een vast tarief of een contract, van de volgende diensten: vertegenwoordiging van, beheer van en toezicht op een luchtvaartmaatschappij; passagiersafhandeling; bagageafhandeling; platformdiensten; catering, met uitzondering van de bereiding van levensmiddelen; luchtvracht- en -postafhandeling; brandstofvoorziening van luchtvaartuigen; onderhoud en schoonmaak van luchtvaartuigen; vervoer op de grond; en vluchtuitvoeringen, bemanningsadministratie en vluchtplanning; grondafhandelingsdiensten omvatten niet de volgende diensten: zelfafhandeling; beveiliging; lijnonderhoud; reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen; of het beheer of de exploitatie van essentiële gecentraliseerde luchthaveninfrastructuur, zoals ontijzingsinstallaties, brandstofdistributiesystemen, bagageafhandelingssystemen of vaste interne luchthaventransportsystemen;

  • f.

    „rechtspersoon uit een Partij” 61) Voor alle duidelijkheid: de in deze definitie bedoelde scheepvaartmaatschappijen worden alleen beschouwd als rechtspersonen uit een Partij voor wat betreft hun activiteiten in verband met het verlenen van zeevervoerdiensten.:

    • i.

      voor de EU-Partij:

      • A.

        een rechtspersoon die is opgericht of georganiseerd naar het recht van de Europese Unie of van ten minste één van haar lidstaten en die daadwerkelijke zakelijke transacties62) Overeenkomstig haar aanmelding van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bij de WTO (WT/REG39/1) is volgens de EU-Partij het begrip „daadwerkelijke en voortdurende band” met de economie van een lidstaat, dat is neergelegd in artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, gelijkwaardig aan het begrip „daadwerkelijke zakelijke transacties”. op het grondgebied van de Europese Unie verricht; en

      • B.

        buiten de Europese Unie gevestigde scheepvaartmaatschappijen die onder zeggenschap staan van natuurlijke personen van een lidstaat, waarvan de schepen in een lidstaat zijn geregistreerd en de vlag van die lidstaat voeren;

    • ii.

      voor Chili:

      • A.

        een rechtspersoon die is opgericht of georganiseerd naar het recht van Chili en die daadwerkelijke zakelijke transacties op het grondgebied van Chili verricht; en

      • B.

        buiten Chili gevestigde scheepvaartmaatschappijen die onder zeggenschap staan van natuurlijke personen van Chili, waarvan de schepen in Chili zijn geregistreerd en de vlag van Chili voeren;

  • g.

    „verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten”: de mogelijkheid voor de betrokken luchtvaartmaatschappij haar luchtvervoerdiensten vrij te verkopen en op de markt te brengen, met inbegrip van alle marketingaspecten zoals marktonderzoek, reclame en distributie. De tarifering van luchtvervoerdiensten en de daarop van toepassing zijnde voorwaarden vallen niet onder die activiteiten;

  • h.

    „dienst”: elke dienst in enige sector, behalve diensten die worden verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag;

  • i.

    „bij de uitoefening van overheidsgezag verleende dienst”: elke dienst die noch op commerciële basis, noch in mededinging met één of meer dienstverleners wordt verleend; en

  • j.

    „dienstverlener uit een Partij”: elke natuurlijke of rechtspersoon uit een Partij die een dienst wenst te verlenen of verleent.

Artikel

18.3

Recht om regelgeving vast te stellen

De Partijen herbevestigen hun recht om voor hun respectieve grondgebied regelgeving vast te stellen ter verwezenlijking van legitieme beleidsdoelstellingen, zoals bescherming van de volksgezondheid, sociale diensten, onderwijs, veiligheid, milieu, met inbegrip van klimaatverandering, openbare zeden, sociale of consumentenbescherming, eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming, of de bevordering en bescherming van de culturele verscheidenheid.

Artikel

18.4

Nationale behandeling

Artikel

18.5

Meestbegunstigingsbehandeling

Artikel

18.6

Lokale aanwezigheid

Een Partij mag een dienstverlener uit de andere Partij niet verplichten een onderneming op te richten of in stand te houden of op haar grondgebied te verblijven als voorwaarde voor de grensoverschrijdende verlening van een dienst.

Artikel

18.7

Markttoegang

Een Partij mag in de sectoren of subsectoren waar verbintenissen betreffende markttoegang zijn aangegaan noch op basis van haar gehele grondgebied, noch op basis van een territoriale onderverdeling maatregelen vaststellen of handhaven die:

  • a.

    beperkingen opleggen ten aanzien van:

    • i.

      het aantal dienstverleners, ongeacht of dat geschiedt in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve dienstverleners of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

    • ii.

      de totale waarde van dienstentransacties of activa, in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

    • iii.

      het totale aantal dienstentransacties of het totale volume van de output aan diensten uitgedrukt in bepaalde numerieke eenheden in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte63) Dit punt geldt niet voor maatregelen van een Partij die de input voor de verlening van diensten beperken.; of

    • iv.

      het totale aantal natuurlijke personen dat in een bepaalde sector mag werken of dat een dienstverlener in dienst mag hebben en die nodig zijn voor en zich rechtstreeks bezighouden met de verlening van een specifieke dienst, in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte; of

  • b.

    specifieke soorten juridische entiteiten of joint ventures via welke dienstverlener een dienst kan verlenen, vereisen of in dat verband beperkingen opleggen.

Artikel

18.8

Niet-conforme maatregelen

Artikel

18.9

Weigering toekenning voordelen

Een Partij kan de voordelen van dit hoofdstuk weigeren aan een dienstverlener uit de andere Partij, indien de weigerende Partij maatregelen vaststelt of handhaaft in verband met de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, met inbegrip van de bescherming van de mensenrechten, die:

  • a.

    transacties verbieden met die dienstverlener of met een persoon die eigenaar is van of zeggenschap heeft over die dienstverlener; of

  • b.

    zouden worden geschonden of omzeild indien de voordelen van dit hoofdstuk aan die dienstverlener zouden worden toegekend.

Artikel

18.10

Subcomité Diensten en investeringen

Het Subcomité Diensten en investeringen (het „subcomité”) wordt opgericht op grond van artikel 8.8, lid 1. Bij de behandeling van aangelegenheden in verband met diensten ziet het subcomité toe op en zorgt het voor de correcte toepassing van dit hoofdstuk, de hoofdstukken 19, 20, 21, 22, 23, 24 en 26 en de bijlagen 17-A tot en met 17-I, 19-A, 19-B, 19-C, 21-A en 21-B.

HOOFDSTUK

19

TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN

Artikel

19.1

Toepassingsgebied

Artikel

19.2

Definities

Artikel

19.3

Binnen een onderneming overgeplaatste personen, zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden en investeerders

Artikel

19.4

Zakelijke bezoekers voor een kort verblijf

Artikel

19.5

Dienstverleners op contractbasis en beoefenaren van een vrij beroep

Artikel

19.6

Niet-conforme maatregelen

Voor zover de desbetreffende maatregel van invloed is op de toegang of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen voor zakelijke doeleinden, zijn artikel 19.3, lid 1, punten c) en d), en artikel 19.5, leden 3 en 4, niet van toepassing op:

  • a.

    enige bestaande niet-conforme maatregel van een Partij op het niveau van:

    • i.

      voor de EU-Partij:

      • A.

        de Europese Unie, zoals vermeld in aanhangsel 17-A-1;

      • B.

        de centrale overheid van een lidstaat, zoals vermeld in aanhangsel 17-A-1;

      • C.

        een regionale overheid van een lidstaat, zoals vermeld in aanhangsel 17-A-1; of

      • D.

        een lokale overheid, anders dan bedoeld in punt C); en

    • ii.

      voor Chili:

      • A.

        de centrale overheid, zoals vermeld in aanhangsel 17-A-2;

      • B.

        een regionale regering, zoals vermeld in aanhangsel 17-A-2; of

      • C.

        een lokale overheid;

  • b.

    de handhaving of onverwijlde verlenging van niet-conforme maatregelen als bedoeld in punt a) van dit lid;

  • c.

    een wijziging van een niet-conforme maatregel als bedoeld in de punten a) en b) van dit artikel, voor zover de wijziging de maatregel zoals die onmiddellijk voor de wijziging bestond, niet minder conform maakt met artikel 19.3, lid 1, punten c) en d), en met artikel 19.5, leden 3 en 4; of

  • d.

    maatregelen van een Partij die in overeenstemming zijn met een in bijlage 17-B vermelde voorwaarde of kwalificatie.

Artikel

19.7

Transparantie

Artikel

19.8

Niet-toepassing van geschillenbeslechting

Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op een weigering van toegang en tijdelijk verblijf, tenzij er sprake is van een vaste praktijk.

HOOFDSTUK

20

INTERNE REGELGEVING

Artikel

20.1

Toepassingsgebied en definities

Artikel

20.2

Voorwaarden voor het verlenen van vergunningen en kwalificaties

Artikel

20.3

Vergunnings- en kwalificatieprocedures

Artikel

20.4

Evaluatie

Wanneer de resultaten van de onderhandelingen met betrekking tot artikel VI, lid 4, van de GATS in werking treden, evalueren de Partijen die resultaten gezamenlijk. Wanneer uit de gezamenlijke evaluatie blijkt dat de opneming van die resultaten in dit deel van deze overeenkomst zou leiden tot verbetering van de voorschriften ervan, bepalen de Partijen gezamenlijk of de resultaten in dit deel van deze overeenkomst worden opgenomen.

Artikel

20.5

Toepassing van maatregelen van algemene strekking

Elke Partij ziet erop toe dat alle maatregelen van algemene strekking die de handel in diensten betreffen, op een redelijke, objectieve en onpartijdige wijze worden toegepast.

Artikel

20.6

Hoger beroep tegen administratieve besluiten

Elke Partij houdt gerechtelijke, scheidsrechterlijke of administratieve tribunalen of procedures in stand of voert die in, waarmee op verzoek van een betroffen investeerder of dienstverlener administratieve besluiten met betrekking tot de vestiging, de grensoverschrijdende dienstverlening of de tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken terstond kunnen worden getoetst en, indien gerechtvaardigd, passende herstelmaatregelen kunnen worden genomen. Wanneer deze procedures niet onafhankelijk zijn van de instantie die bevoegd is het betrokken administratieve besluit te nemen, ziet elke Partij erop toe dat de procedures daadwerkelijk in een objectief en onpartijdig onderzoek voorzien.

HOOFDSTUK

21

WEDERZIJDSE ERKENNING VAN BEROEPSKWALIFICATIES

Artikel

21.1

Wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties

HOOFDSTUK

22

BESTELDIENSTEN

Artikel

22.1

Toepassingsgebied en definities

Artikel

22.2

Universele diensten

Artikel

22.3

Preventie van marktverstorende praktijken

Elke Partij ziet erop toe dat een aanbieder van besteldiensten die onder een universeledienstverplichting valt of een postmonopolie heeft, geen marktverstorende praktijken opzet, zoals:

  • a.

    het gebruik van inkomsten die zijn verkregen uit de verlening van diensten die onder de universeledienstverplichting vallen of waarvoor een postmonopolie geldt, om de levering van expresbesteldiensten of enige andere niet-universele besteldienst te kruissubsidiëren; of

  • b.

    onrechtmatig differentiëren tussen consumenten, zoals bedrijven of aanbieders van grote partijen post of tussenpersonen, met betrekking tot tarieven of andere voorwaarden voor de levering van een dienst die onder een universeledienstverplichting valt of waarvoor een postmonopolie geldt.

Artikel

22.4

Vergunningen

Artikel

22.5

Onafhankelijkheid van de regelgevende autoriteiten

HOOFDSTUK

23

TELECOMMUNICATIEDIENSTEN

Artikel

23.1

Toepassingsgebied

Artikel

23.2

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „bijbehorende faciliteiten”: de bij een telecommunicatienetwerk of -dienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten die het aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen of het potentieel daartoe bezitten, en die gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten kunnen omvatten;

  • b.

    „essentiële faciliteiten”: faciliteiten van een openbaar telecommunicatienetwerk of openbare telecommunicatiedienst die:

    • i.

      uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door een enkele of een beperkt aantal leveranciers; en

    • ii.

      niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen met het oog op het verlenen van een dienst;

  • c.

    „interconnectie”: de koppeling van openbare telecommunicatienetwerken die door dezelfde of verschillende aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten worden gebruikt om de gebruikers van een aanbieder in staat te stellen te communiceren met gebruikers van dezelfde of een andere aanbieder of toegang te krijgen tot diensten die door een andere aanbieder worden aangeboden, ongeacht of die diensten worden verleend door de betrokken aanbieders of door een andere aanbieder die toegang heeft tot het netwerk;

  • d.

    „internettoegangsdiensten”: openbare telecommunicatiediensten die toegang tot het internet bieden op het grondgebied van een Partij en derhalve connectiviteit bieden met vrijwel alle eindpunten van het internet, ongeacht de gebruikte netwerktechnologie en eindapparatuur;

  • e.

    „huurcircuits”: telecommunicatiediensten of -faciliteiten tussen twee of meer aangewezen punten, met inbegrip van virtuele diensten, die capaciteit reserveren voor specifiek gebruik door of beschikbaarheid voor een gebruiker;

  • f.

    „grote aanbieder”: een aanbieder van telecommunicatienetwerken of -diensten die, gelet op de prijs en het aanbod, de voorwaarden voor deelneming aan een relevante markt voor telecommunicatienetwerken of -diensten wezenlijk kan beïnvloeden als gevolg van zeggenschap over essentiële faciliteiten of het gebruik van zijn positie op die markt;

  • g.

    „netwerkelementen”: voorzieningen of uitrustingen die worden gebruikt voor het leveren van een openbare telecommunicatiedienst, met inbegrip van kenmerken, functies en mogelijkheden die door middel van die voorzieningen of uitrustingen worden geleverd;

  • h.

    „nummerportabiliteit”:

    • i.

      voor de EU-Partij, de mogelijkheid voor een abonnee die daarom verzoekt om het bestaande telefoonnummer te behouden, op dezelfde locatie in het geval van abonnees met een vaste lijn, bij een overstap binnen dezelfde categorie aanbieders van openbare telecommunicatiediensten, zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit, betrouwbaarheid of het gebruiksgemak, en

    • ii.

      voor Chili, de mogelijkheid voor een eindgebruiker die daarom verzoekt om het bestaande telefoonnummer te behouden bij een overstap tussen aanbieders van openbare telecommunicatiediensten, zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit, betrouwbaarheid of het gebruiksgemak;

  • i.

    „openbaar telecommunicatienetwerk”: elk telecommunicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het aanbieden van openbare telecommunicatiediensten tussen netwerkaansluitpunten;

  • j.

    „openbare telecommunicatiedienst”: elke telecommunicatiedienst die in het algemeen aan het publiek wordt aangeboden;

  • k.

    „abonnee”: een natuurlijke of rechtspersoon die partij is bij een contract met een aanbieder van openbare telecommunicatiediensten voor de verlening van dergelijke diensten;

  • l.

    „telecommunicatie”: de transmissie en ontvangst van signalen via elektromagnetische middelen;

  • m.

    „telecommunicatienetwerk”: de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, met inbegrip van netwerkelementen die niet actief zijn, die het mogelijk maken signalen over te brengen en te ontvangen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen;

  • n.

    „regelgevende autoriteit voor telecommunicatie”: de instantie(s) die door een Partij belast is (zijn) met de regulering van onder dit hoofdstuk vallende telecommunicatienetwerken en -diensten75) Voor alle duidelijkheid: onder „regelgevende autoriteit voor telecommunicatie” wordt verstaan elke autoriteit die door een Partij is belast met de handhaving van de in dit hoofdstuk vervatte verplichtingen.;

  • o.

    „telecommunicatiedienst”: een dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat in de transmissie en ontvangst van signalen, met inbegrip van omroepsignalen, via telecommunicatienetwerken, met inbegrip van netwerken die voor omroep worden gebruikt;

  • p.

    „universele dienst”: het minimale pakket van diensten van een bepaalde kwaliteit dat op het grondgebied van een Partij tegen een betaalbare prijs beschikbaar moet zijn voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie; en

  • q.

    „gebruiker”: elke natuurlijke of rechtspersoon die gebruikmaakt van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst.

Artikel

23.3

Regelgevende autoriteit voor telecommunicatie

Artikel

23.4

Vergunning voor het aanbieden van telecommunicatienetwerken of -diensten

Artikel

23.5

Interconnectie

Onverminderd artikel 23.9 ziet elke Partij erop toe dat een aanbieder van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten op haar grondgebied het recht en, op verzoek van een andere aanbieder van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten op haar grondgebied, de plicht heeft om te onderhandelen over interconnectie met het oog op het aanbieden van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten op haar grondgebied.

Artikel

23.6

Toegang en gebruik

Artikel

23.7

Beslechting van telecommunicatiegeschillen

Artikel

23.8

Mededingingswaarborgen ten aanzien van grote aanbieders

Elke Partij neemt of handhaaft passende maatregelen om te voorkomen dat aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten die, alleen of tezamen, grote aanbieders zijn, overgaan tot concurrentiebeperkende praktijken of die voortzetten, met inbegrip van:

  • a.

    het op mededingingsverstorende wijze toepassen van kruissubsidiëring;

  • b.

    het op mededingingsverstorende wijze gebruiken van informatie van concurrenten; en

  • c.

    het niet tijdig aan andere dienstverleners beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die die dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.

Artikel

23.9

Interconnectie met grote aanbieders

Artikel

23.10

Toegang tot de essentiële faciliteiten van grote aanbieders

Elke Partij verleent haar regelgevende autoriteit voor telecommunicatie de bevoegdheid te vereisen dat grote aanbieders op haar grondgebied hun essentiële faciliteiten tegen redelijke en niet-discriminerende voorwaarden ter beschikking stellen van aanbieders van telecommunicatienetwerken of -diensten met het oog op het aanbieden van telecommunicatienetwerken of -diensten, tenzij dat niet noodzakelijk is om daadwerkelijke mededinging tot stand te brengen op basis van de verzamelde feiten en de beoordeling van de markt door de regelgevende autoriteit voor telecommunicatie. De essentiële faciliteiten van een grote aanbieder kunnen netwerkelementen, huurlijnen en bijbehorende faciliteiten omvatten.

Artikel

23.11

Schaarse middelen

Artikel

23.12

Nummerportabiliteit

Elke Partij ziet erop toe dat aanbieders van openbare telecommunicatiediensten op haar grondgebied tijdig en onder redelijke voorwaarden nummerportabiliteit aanbieden.

Artikel

23.13

Universele diensten

Artikel

23.14

Vertrouwelijkheid van informatie

Artikel

23.15

Buitenlands aandeelhouderschap

Met betrekking tot het aanbieden van telecommunicatienetwerken of -diensten, anders dan publieke radio-omroepdiensten, door commerciële aanwezigheid, legt een Partij geen vereisten voor joint ventures op, noch beperkt zij de deelneming van buitenlands kapitaal in de vorm van maximumpercentages voor buitenlands aandeelhouderschap of in de vorm van de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen.

Artikel

23.16

Open en niet-discriminerende internettoegang

Artikel

23.17

Internationale mobiele roaming

HOOFDSTUK

24

INTERNATIONALE ZEEVERVOERDIENSTEN

Artikel

24.1

Toepassingsgebied, definities en beginselen

HOOFDSTUK

25

FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

25.1

Toepassingsgebied

Artikel

25.2

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en bijlage 25 wordt verstaan onder:

  • a.

    „verlener van grensoverschrijdende financiële diensten uit een Partij”: een persoon uit een Partij die op het grondgebied van de Partij actief is in de financiële dienstverlening en die een financiële dienst wil verlenen of verleent door grensoverschrijdende verlening van die dienst;

  • b.

    „grensoverschrijdende verlening van financiële diensten” of „grensoverschrijdende handel in financiële diensten”: het verlenen van een financiële dienst:

    • i.

      vanaf het grondgebied van een Partij naar het grondgebied van de andere Partij; of

    • ii.

      op het grondgebied van een Partij door een persoon uit die Partij ten behoeve van een gebruiker van de dienst uit de andere Partij;

  • c.

    „financiële instelling”: een verlener van een of meer financiële diensten die, wat de verlening van die diensten betreft, naar het interne recht van de Partij op het grondgebied waarvan hij is gevestigd, als financiële instelling onder regelgeving of toezicht valt, met inbegrip van filialen op het grondgebied van de Partij van die verlener van financiële diensten waarvan het hoofdkantoor zich op het grondgebied van de andere Partij bevindt;

  • d.

    „financiële dienst”: een dienst van financiële aard, met inbegrip van verzekeringen en aanverwante diensten, bankdiensten en andere financiële diensten (met uitzondering van verzekeringen). Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:

    • i.

      verzekeringen en aanverwante diensten:

      • A.

        directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):

        • 1.

          levensverzekering; en

        • 2.

          schadeverzekering;

      • B.

        herverzekering en retrocessie;

      • C.

        verzekeringsbemiddeling, zoals diensten van makelaars en agenten; en

      • D.

        ondersteunende diensten in de verzekeringssector, zoals diensten van adviseurs en actuarissen en diensten in verband met risicobeoordeling en de afwikkeling van claims; en

    • ii.

      bankdiensten en andere financiële diensten (behalve verzekeringen):

      • A.

        aanvaarding van deposito’s en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;

      • B.

        alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;

      • C.

        financiële leasing;

      • D.

        alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder creditcards, betaalkaarten, debetkaarten, reischeques en bankwissels;

      • E.

        verlenen van garanties en stellen van borgtochten;

      • F.

        transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs, op de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:

        • 1.

          geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);

        • 2.

          deviezen;

        • 3.

          derivaten, met inbegrip van futures en opties;

        • 4.

          wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten;

        • 5.

          verhandelbare effecten; of

        • 6.

          andere verhandelbare instrumenten en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver;

      • G.

        deelneming in de uitgifte van alle soorten effecten, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (openbaar dan wel particulier) en verlening van diensten in verband met die uitgiften;

      • H.

        geldmakelaarsdiensten;

      • I.

        beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en vertrouwensdiensten;

      • J.

        betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van effecten, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;

      • K.

        verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software; en

      • L.

        advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder de bovenstaande punten A) tot en met K) vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, en advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en -strategieën;

  • e.

    „verlener van financiële diensten uit een Partij”: een natuurlijke of rechtspersoon uit een Partij die financiële diensten aanbiedt of verleent, met uitzondering van openbare entiteiten;

  • f.

    „investering”: een investering zoals gedefinieerd in artikel 17.2, punt k), met dien verstande dat voor de toepassing van dit hoofdstuk en van bijlage 25 met betrekking tot „leningen” en „schuldbewijzen” het volgende geldt:

    • i.

      een lening aan of een schuldbewijs uitgegeven door een financiële instelling is alleen dan een investering indien die lening of dat schuldbewijs door de Partij op het grondgebied waarvan de financiële instelling gevestigd is, als eigen vermogen wordt behandeld, en

    • ii.

      een lening verstrekt door of een schuldbewijs in eigendom van een financiële instelling, anders dan een lening verstrekt aan of een schuldbewijs uitgegeven door een financiële instelling zoals bedoeld onder i), is geen investering;

      voor alle duidelijkheid: een lening verstrekt door of een schuldbewijs in eigendom van een verlener van grensoverschrijdende financiële diensten, anders dan een lening aan of een schuldbewijs uitgegeven door een financiële instelling, is een investering wat de toepassing van hoofdstuk 17 betreft, indien die lening of dat schuldinstrument voldoet aan de definitie van „investering” in artikel 17.2, punt k);

  • g.

    „investeerder uit een Partij”: een natuurlijke of rechtspersoon uit een Partij die een investering in financiële instellingen op het grondgebied van de andere Partij wil doen, doet of heeft gedaan;

  • h.

    „rechtspersoon uit een Partij”:

    • i.

      voor de EU-Partij: een rechtspersoon die is opgericht of georganiseerd naar het recht van de Europese Unie of van ten minste één van haar lidstaten en die daadwerkelijke zakelijke transacties80) Overeenkomstig haar aanmelding van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bij de WTO (WT/REG39/1) is volgens de EU-Partij het begrip „daadwerkelijke en voortdurende band” met de economie van een lidstaat, dat is neergelegd in artikel 54 VWEU, gelijkwaardig aan het begrip „daadwerkelijke zakelijke transacties”. op het grondgebied van de Europese Unie verricht; en

    • ii.

      voor Chili: een rechtspersoon die is opgericht of georganiseerd naar het recht van Chili en die daadwerkelijke zakelijke transacties op het grondgebied van Chili verricht;

  • i.

    „nieuwe financiële dienst”: een dienst van financiële aard, met inbegrip van diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van de ene Partij, maar die wel wordt verleend op het grondgebied van de andere Partij;

  • j.

    „openbare entiteit”:

    • i.

      een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit uit een Partij, of een instantie die eigendom is van een Partij of onder zeggenschap staat van een Partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis; of

    • ii.

      een particuliere instantie die taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld; en

  • k.

    „zelfregulerende organisatie”: een niet-gouvernementeel orgaan, met inbegrip van effecten- of termijnbeurzen of effecten- of termijnmarkten, verrekenkantoren, andere organisaties of verenigingen, dat op grond van de wetgeving of een delegatie van de centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten een regulerende of toezichthoudende bevoegdheid uitoefent ten aanzien van verleners van financiële diensten, voor zover van toepassing.

Artikel

25.3

Nationale behandeling

Artikel

25.4

Overheidsopdrachten

Artikel

25.5

Meestbegunstigingsbehandeling

Artikel

25.6

Markttoegang

Artikel

25.7

Grensoverschrijdende verlening van financiële diensten

Artikel

25.8

Hoger management en raden van bestuur

Een Partij eist niet dat een financiële instellingen uit de andere Partij die op haar grondgebied is gevestigd, natuurlijke personen van een bepaalde nationaliteit benoemt als leden van de raad van bestuur of in een hogere leidinggevende functie, zoals kaderlid of manager.

Artikel

25.9

Prestatievereisten

Artikel

25.10

Niet-conforme maatregelen

Artikel

25.11

Prudentiële uitzonderingsbepaling

Artikel

25.12

Behandeling van informatie

Geen van de bepalingen van dit deel van deze overeenkomst mag zo worden uitgelegd dat zij een Partij ertoe verplicht informatie bekend te maken over de zaken en rekeningen van individuele klanten of vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit van openbare entiteiten is.

Artikel

25.13

Interne regelgeving en transparantie

Artikel

25.14

Financiële diensten die nieuw zijn op het grondgebied van een Partij

Artikel

25.15

Zelfregulerende organisaties

Indien een Partij verlangt dat een financiële instelling of een verlener van grensoverschrijdende financiële diensten uit de andere Partij lid is van, participeert in of toegang heeft tot een zelfregulerende organisatie om een financiële dienst te mogen verlenen op of naar het grondgebied van eerstgenoemde Partij, dan draagt die Partij er zorg voor dat de zelfregulerende organisatie de in de artikelen 17.9, 17.11, 18.4 en 18.5 vervatte verplichtingen nakomt.

Artikel

25.16

Betalings- en clearingsystemen

Onder voorwaarden van nationale behandeling verschaft elke Partij aan op haar grondgebied gevestigde financiële instellingen uit de andere Partij toegang tot betalings- en clearingsystemen van openbare entiteiten, alsook tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel verleent geen toegang tot de faciliteiten van kredietverstrekker in laatste instantie van de Partij.

Artikel

25.17

Subcomité Financiële diensten

Artikel

25.18

Technisch overleg en raadplegingen

Artikel

25.19

Geschillenbeslechting

Artikel

25.20

Beslechting van investeringsgeschillen met betrekking tot financiële diensten

HOOFDSTUK

26

DIGITALE HANDEL

AFDELING

A

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

26.1

Toepassingsgebied

Artikel

26.2

Definities

Artikel

26.3

Recht om regelgeving vast te stellen

De Partijen herbevestigen hun recht om voor hun respectieve grondgebied regelgeving vast te stellen ter verwezenlijking van legitieme beleidsdoelstellingen, zoals bescherming van de volksgezondheid, sociale diensten, onderwijs, veiligheid, milieu, met inbegrip van klimaatverandering, openbare zeden, sociale of consumentenbescherming, eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming, of de bevordering en bescherming van de culturele verscheidenheid.

Artikel

26.4

Uitzonderingen

Niets in dit hoofdstuk belet de Partijen maatregelen overeenkomstig de artikelen 25.11, 39.1 en 39.2 vast te stellen of te handhaven om de daarin vermelde redenen van openbaar belang.

AFDELING

B

GEGEVENSSTROMEN EN BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS

Artikel

26.5

Grensoverschrijdende gegevensstromen

De Partijen verbinden zich ertoe grensoverschrijdende gegevensstromen te waarborgen om de digitale handel te vergemakkelijken. Daartoe legt een Partij geen beperkingen op aan grensoverschrijdende gegevensstromen tussen de Partijen door:

  • a.

    het gebruik van computerfaciliteiten of netwerkelementen op het grondgebied van die Partij te vereisen voor verwerking, onder meer door het gebruik van computerfaciliteiten of netwerkelementen op te leggen die op het grondgebied van een Partij zijn gecertificeerd of goedgekeurd;

  • b.

    de gegevenslokalisatie op het grondgebied van de Partij te vereisen met het oog op opslag of verwerking;

  • c.

    de opslag of verwerking op het grondgebied van de andere Partij te verbieden; of

  • d.

    de grensoverschrijdende overdracht van gegevens afhankelijk te stellen van het gebruik van computerfaciliteiten of netwerkelementen op het grondgebied van die Partij of van vereisten inzake lokalisatie op het grondgebied van die Partij.

Artikel

26.6

Bescherming van persoonsgegevens en privacy

AFDELING

C

SPECIFIEKE BEPALINGEN

Artikel

26.7

Douanerechten op elektronische transmissies

Een Partij heft geen douanerechten op elektronische transmissies tussen een persoon uit die Partij en een persoon uit de andere Partij.

Artikel

26.8

Geen voorafgaande toestemming

Artikel

26.9

Sluiten van contracten langs elektronische weg

Artikel

26.10

Elektronische vertrouwensdiensten en elektronische authenticatie

Artikel

26.11

Online consumentenvertrouwen

Artikel

26.12

Ongevraagde directmarketingberichten

Artikel

26.13

Verbod op verplichte overdracht van of toegang tot broncode

Artikel

26.14

Samenwerking inzake regelgevingskwesties met betrekking tot digitale handel

Artikel

26.15

Evaluatie

Op verzoek van een van de Partijen evalueert het in artikel 18.10 genoemde Subcomité Diensten en investeringen de uitvoering van dit hoofdstuk, met name in het licht van relevante veranderingen die van invloed zijn op de digitale handel en die kunnen voortvloeien uit nieuwe bedrijfsmodellen of technologieën. Het Subcomité Diensten en investeringen brengt verslag uit van zijn bevindingen en kan het Gemengd Comité de nodige aanbevelingen doen.

HOOFDSTUK

27

KAPITAALVERKEER, BETALINGEN EN OVERMAKINGEN EN TIJDELIJKE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

27.1

Doel en toepassingsgebied

Het doel van dit hoofdstuk is het mogelijk maken van een vrij kapitaal- en betalingsverkeer in verband met transacties die in het kader van dit deel van deze overeenkomst zijn geliberaliseerd93) Voor alle duidelijkheid: op dit hoofdstuk is bijlage 17-E van toepassing..

Artikel

27.2

Lopende rekening

Onverminderd de overige bepalingen van dit deel van deze overeenkomst staat elke Partij alle betalingen en overmakingen in verband met transacties op de lopende rekening van de betalingsbalans toe die onder het toepassingsgebied van dit deel van deze overeenkomst vallen, in een vrij converteerbare valuta en overeenkomstig de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds die op 22 juli 1944 in Bretton Woods, New Hampshire, zijn aangenomen.

Artikel

27.3

Kapitaalverkeer

Onverminderd de overige bepalingen van dit deel van deze overeenkomst staat elke Partij, in verband met transacties op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans, het vrije verkeer van kapitaal toe met het oog op de liberalisering van investeringen en andere transacties als bedoeld in de hoofdstukken 17, 18 en 25.

Artikel

27.4

Toepassing van wet- en regelgeving met betrekking tot kapitaalverkeer, betalingen of overmakingen

Artikel

27.5

Tijdelijke vrijwaringsmaatregelen

In uitzonderlijke omstandigheden bij ernstige moeilijkheden, of dreigende ernstige moeilijkheden, voor de werking van de Europese economische en monetaire unie van de Europese Unie, kan de EU-Partij voor een periode van ten hoogste zes maanden vrijwaringsmaatregelen vaststellen of handhaven met betrekking tot het kapitaalverkeer, betalingen of overmakingen. Die maatregelen worden beperkt tot het strikt noodzakelijke.

Artikel

27.6

Beperkingen in geval van moeilijkheden met betrekking tot de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie

HOOFDSTUK

28

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel

28.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de bijlagen 28-A en 28-B wordt verstaan onder:

  • a.

    „handelsgoederen of -diensten”: goederen of diensten die in de regel in de handel worden verkocht of te koop worden aangeboden aan, en in de regel worden aangekocht door niet-overheidskopers voor niet-overheidsdoeleinden;

  • b.

    „dienst in verband met de bouw”: een dienst die gericht is op de uitvoering, op welke wijze dan ook, van civieltechnische of bouwwerkzaamheden in de zin van afdeling 51 van de CPC;

  • c.

    „elektronische veiling”: een zich herhalend proces waarbij leveranciers langs elektronische weg nieuwe prijzen of nieuwe waarden voor kwantificeerbare, niet op de prijs betrekking hebbende en met de beoordelingscriteria samenhangende onderdelen van de inschrijving opgeven, waardoor een rangorde van de inschrijvingen tot stand komt of de rangorde wordt gewijzigd;

  • d.

    „schriftelijk”: bij wijze van een informatie-eenheid die is uitgedrukt in woorden of cijfers en die kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens doorgegeven. De term „schriftelijk” kan ook betrekking hebben op elektronisch doorgegeven en opgeslagen informatie;

  • e.

    „onderhandse aanbesteding”: methode van aanbesteding waarbij de aanbestedende dienst contact zoekt met een leverancier of leveranciers van zijn keuze;

  • f.

    „maatregel”: een wet, voorschrift, procedure, administratief richtsnoer of praktijk, dan wel een actie van een aanbestedende dienst betreffende een onder dit hoofdstuk vallende opdracht;

  • g.

    „lijst voor veelvuldig gebruik”: lijst van leveranciers die volgens een aanbestedende dienst voldoen aan de voorwaarden om op die lijst te worden geplaatst en van wie de aanbestedende dienst meer dan eens gebruik denkt te maken;

  • h.

    „bericht van aanbesteding”: een bekendmaking van een aanbestedende dienst waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een verzoek om deelname in te dienen, in te schrijven of beide;

  • i.

    „compensatie”: een voorwaarde of verbintenis die de plaatselijke ontwikkeling aanmoedigt of de betalingsbalans van een Partij verbetert, bijvoorbeeld betreffende het gebruik van binnenlandse producten, het in licentie geven van technologie, investeringen, compenserende handel en een vergelijkbare actie of vereiste;

  • j.

    „openbare aanbesteding”: methode van aanbesteding waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;

  • k.

    „aanbestedende dienst”: een dienst die onder de afdelingen A, B of C van bijlage 28-A of 28-B valt;

  • l.

    „erkende leverancier”: een leverancier die door een aanbestedende dienst is erkend als leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet;

  • m.

    „aanbesteding met voorafgaande selectie”: methode van aanbesteding waarbij de aanbestedende dienst uitsluitend erkende leveranciers tot inschrijven uitnodigt;

  • n.

    „diensten”: ook diensten in verband met de bouw, tenzij anders bepaald;

  • o.

    „norm”: een door een erkende instantie goedgekeurd document dat voor algemeen en herhaald gebruik bestemde regels, richtsnoeren of kenmerken voor producten of diensten of daarmee verband houdende processen en productiemethoden bevat, waarvan de naleving niet verplicht is; zij kan ook geheel of ten dele betrekking hebben op terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, proces of productiemethode;

  • p.

    „leverancier”: een persoon of groep personen die goederen of diensten levert of kan leveren; en

  • q.

    „technische specificatie”: een vereiste in een aanbestedingsprocedure waarin:

    • i.

      de kenmerken worden omschreven van:

      • A.

        de aan te schaffen goederen, zoals kwaliteit, prestaties, veiligheid en afmetingen, of de processen of methoden voor de productie ervan; of

      • B.

        de aan te schaffen diensten, zoals kwaliteit, prestaties en veiligheid, of de processen of methoden voor de verlening ervan; of

    • ii.

      terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een product of dienst, worden omschreven.

Artikel

28.2

Toepassingsgebied en dekking

Artikel

28.3

Veiligheid en algemene uitzonderingen

Artikel

28.4

Algemene beginselen

Non-discriminatie

Gebruik van elektronische middelen

Verloop van de aanbesteding

Oorsprongsregels

Compensatie

Maatregelen die niet specifiek betrekking hebben op aanbesteding

Maatregelen ter bestrijding van corruptie

Artikel

28.5

Informatie over het aanbestedingssysteem

Artikel

28.6

Berichten

Bericht van aanbesteding

Samenvattend bericht van aanbesteding

Bericht van geplande aanbesteding

Gemeenschappelijke regels voor berichten

Artikel

28.7

Voorwaarden voor deelname

Artikel

28.8

Erkenning van leveranciers

Registratiesystemen en kwalificatieprocedures

Aanbesteding met voorafgaande selectie

Lijst voor veelvuldig gebruik

Entiteiten in de afdelingen B en C van bijlage 28-A of 28-B

Informatie inzake besluiten van aanbestedende diensten

Artikel

28.9

Technische specificaties

Artikel

28.10

Aanbestedingsdossier

Artikel

28.11

Milieu- en sociale overwegingen

Artikel

28.12

Termijnen

Artikel

28.13

Aanbesteding op basis van onderhandelingen

Artikel

28.14

Onderhandse aanbesteding

Artikel

28.15

Elektronische veilingen

Wanneer een aanbestedende dienst een onder dit hoofdstuk vallende opdracht wil aanbesteden met een elektronische veiling, stelt de dienst, alvorens de elektronische veiling te openen, ieder deelnemer in kennis van:

  • a.

    de methode voor automatische beoordeling, met inbegrip van de wiskundige formule, gebaseerd op de in het aanbestedingsdossier opgenomen beoordelingscriteria, die gebruikt wordt om automatisch de rangorde vast te stellen of te wijzigen tijdens de veiling;

  • b.

    de resultaten van een eventuele eerste beoordeling van de onderdelen van zijn inschrijving, indien de opdracht wordt gegund aan de indiener van de voordeligste inschrijving; en

  • c.

    alle andere relevante informatie over de uitvoering van de veiling.

Artikel

28.16

Behandeling van inschrijvingen en gunning van opdrachten

Behandeling van inschrijvingen

Gunning van opdrachten

Artikel

28.17

Transparantie van informatie over aanbestedingen

Aan leveranciers verstrekte informatie

Publicatie van informatie over de gunning van opdrachten

Artikel

28.18

Openbaarmaking van informatie

Verstrekking van informatie aan Partijen

Niet-openbaarmaking van informatie

Artikel

28.19

Interne toetsingsprocedures

Artikel

28.22

Vergemakkelijking van de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen

Artikel

28.20

Wijzigingen en rectificaties van het toepassingsgebied

Wijzigingen

Rectificaties

Overleg en geschillenbeslechting

Artikel

28.21

Subcomité Overheidsopdrachten

Op verzoek van een Partij komt het op grond van artikel 8.8, lid 1, opgerichte Subcomité Overheidsopdrachten (het „subcomité”) bijeen om aangelegenheden die verband houden met de uitvoering en de werking van dit hoofdstuk te behandelen, met inbegrip van:

  • a.

    aangelegenheden met betrekking tot overheidsopdrachten die door een Partij aan het subcomité worden voorgelegd;

  • b.

    toezicht op de samenwerkingsactiviteiten van de Partijen zoals bepaald in artikel 28.23;

  • c.

    bevordering van de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen aan onder dit hoofdstuk vallende opdrachten zoals bepaald in artikel 28.22, en

  • d.

    bespreking van de stand van zaken inzake de inrichting van het enkele toegangspunt uit hoofde van artikel 28.6, lid 7.

Artikel

28.23

Samenwerking

Artikel

28.24

Verdere onderhandelingen

Het in artikel 28.21 bedoelde Subcomité Overheidsopdrachten evalueert de werking van dit hoofdstuk en kan uiterlijk vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst voorstellen dat het Gemengd Comité de Partijen aanbeveelt verdere onderhandelingen te voeren met het oog op verdere openstelling van de markt.

HOOFDSTUK

29

OVERHEIDSONDERNEMINGEN, ONDERNEMINGEN WAARAAN BIJZONDERE RECHTEN OF VOORRECHTEN ZIJN TOEGEKEND EN AANGEWEZEN MONOPOLIES

Artikel

29.1

Toepassingsgebied

Artikel

29.2

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en bijlage 29 wordt verstaan onder:

  • a.

    „commerciële activiteiten”: activiteiten die door een onderneming worden uitgevoerd en die resulteren in de productie van een goed of de verlening van een dienst die op de relevante markt zal worden verkocht in hoeveelheden en tegen prijzen die door de onderneming worden bepaald, en die worden verricht met een winstoogmerk;

    98) Voor alle duidelijkheid: activiteiten van een onderneming die actief is zonder winstoogmerk dan wel op basis van het principe van kostendekking, zijn van de „commerciële activiteiten” uitgesloten.

  • b.

    „commerciële overwegingen”: overwegingen inzake prijs, kwaliteit, beschikbaarheid, verhandelbaarheid, vervoer en andere voorwaarden van aankoop of verkoop, of andere factoren waarmee normaal rekening zou worden gehouden bij de commerciële beslissingen van een particuliere onderneming die in de desbetreffende sector of industrie handelt volgens de beginselen van de markteconomie;

  • c.

    „aanwijzen”: een monopolie instellen of toestaan, of de werkingssfeer van een monopolie uitbreiden teneinde een nieuw goed of een nieuwe dienst daaronder te laten vallen;

  • d.

    „aangewezen monopolie”: een entiteit, met inbegrip van een groep van entiteiten of een overheidsorgaan, die op de relevante markt op het grondgebied van een Partij is aangewezen als enige aanbieder of enige koper van een goed of dienst; een entiteit waaraan exclusieve intellectuele-eigendomsrechten zijn verleend, valt echter niet onder dit begrip om de enkele reden dat haar dergelijke rechten zijn verleend;

  • e.

    „onderneming waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend” 99) Voor alle duidelijkheid: de verlening van een vergunning aan een beperkt aantal ondernemingen bij de toewijzing van schaarse hulpbronnen in overeenstemming met objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria vormt op zichzelf geen bijzonder recht of voorrecht.: een publieke of particuliere onderneming waaraan in rechte of in feite bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend door een Partij; bijzondere rechten of voorrechten worden door een Partij toegekend wanneer zij een aantal ondernemingen die een goed of een dienst mogen leveren, rekening houdend met de specifieke sectorale regeling uit hoofde waarvan de toekenning van het recht of voorrecht heeft plaatsgevonden, anders dan in overeenstemming met objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria, aanwijst of beperkt tot twee of meer, en daardoor de mogelijkheid van een andere onderneming om in hetzelfde geografische gebied en onder substantieel dezelfde voorwaarden hetzelfde goed te leveren of dezelfde dienst te verlenen, ernstig beperkt;

  • f.

    „dienst die wordt verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag”: een dienst die wordt verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag zoals gedefinieerd in artikel I, lid 3, punt c), van de GATS en, indien van toepassing, in de bijlage betreffende financiële diensten bij de GATS; en

  • g.

    „overheidsonderneming”: een onderneming die eigendom is van of onder zeggenschap staat van een Partij100) Voor de vaststelling van de eigendom of zeggenschap worden per geval alle relevante juridische en feitelijke elementen onderzocht..

Artikel

29.3

Algemene bepalingen

Zonder afbreuk te doen aan de rechten en plichten van een Partij in het kader van dit hoofdstuk, belet niets in dit hoofdstuk een Partij een overheidsonderneming op te richten of in stand te houden, een monopolie aan te wijzen of in stand te houden of een onderneming bijzondere of exclusieve rechten of voorrechten te verlenen.

Artikel

29.4

Niet-discriminerende behandeling en commerciële overwegingen

Artikel

29.5

Regelgevingskader

Artikel

29.6

Transparantie

Artikel

29.7

Partijspecifieke bijlage

HOOFDSTUK

30

MEDEDINGINGSBELEID

Artikel

30.1

Beginselen

De Partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handel en investeringen. De Partijen erkennen dat mededingingsverstorende praktijken de goede werking van de markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer kunnen ondergraven.

Artikel

30.2

Regelgevingskader

Artikel

30.3

Uitvoering

Artikel

30.4

Samenwerking

Artikel

30.5

Overleg

Artikel

30.6

Niet-toepassing van geschillenbeslechting

Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op dit hoofdstuk.

HOOFDSTUK

31

SUBSIDIES

Artikel

31.1

Beginselen

De Partijen erkennen dat subsidies kunnen worden verleend indien dat nodig is voor het bereiken van doelstellingen van het overheidsbeleid. De Partijen erkennen echter dat bepaalde subsidies de goede werking van de markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer en de mededinging kunnen ondergraven. Daarom verleent een Partij, in principe, geen subsidies indien die een negatief effect hebben of naar verwachting kunnen hebben op de handel of de mededinging tussen de Partijen.

Artikel

31.2

Definitie en toepassingsgebied

Artikel

31.3

Verhouding tot WTO-overeenkomst

Dit hoofdstuk is van toepassing onverminderd de rechten en verplichtingen van een Partij uit hoofde van artikel XV van de GATS, artikel XVI van de GATT 1994, de SCM-overeenkomst en de Overeenkomst inzake landbouw.

Artikel

31.4

Transparantie

Artikel

31.5

Overleg

Artikel

31.6

Subsidies onder voorwaarden

Artikel

31.7

Gebruik van subsidies

Elke Partij ziet erop toe dat ondernemingen subsidies alleen gebruiken voor de expliciet omschreven beleidsdoelstelling waarvoor zij zijn verleend108) Voor alle duidelijkheid: wanneer een Partij daartoe de passende wetgevingskaders en administratieve procedures heeft ingesteld, wordt geacht aan de verplichting te zijn voldaan..

Artikel

31.8

Niet-toepassing van geschillenbeslechting

Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op artikel 31.5, lid 5.

Artikel

31.9

Vertrouwelijkheid

HOOFDSTUK

32

INTELLECTUELE EIGENDOM

AFDELING

A

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

32.1

Doelstellingen

Artikel

32.2

Toepassingsgebied

Artikel

32.3

Beginselen

Artikel

32.4

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de bijlagen 32-A, 32-B en 32-C wordt verstaan onder:

  • a.

    „Berner Conventie”: de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, aangenomen te Bern op 9 september 1886 en zoals gewijzigd op 28 september 1979;

  • b.

    „intellectuele eigendom”: alle categorieën intellectuele-eigendomsrechten die vallen onder de onderafdelingen 1 tot en met 7 van afdeling B van dit hoofdstuk of de afdelingen 1 tot en met 7 van deel II van de Trips-overeenkomst; de bescherming van intellectuele eigendom omvat de bescherming tegen oneerlijke concurrentie op grond van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs;

  • c.

    „Verdrag van Parijs”: het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883, laatstelijk herzien te Stockholm op 14 juli 1967 en zoals gewijzigd op 28 september 1979;

  • d.

    „Verdrag van Rome”: het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, gedaan te Rome op 26 oktober 1961; en

  • e.

    „WIPO”: de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom.

Artikel

32.5

Nationale behandeling

Artikel

32.6

Intellectuele eigendom en volksgezondheid

Artikel

32.7

Uitputting

Niets in dit deel van deze overeenkomst belet een Partij te bepalen of en onder welke voorwaarden de uitputting van intellectuele-eigendomsrechten krachtens haar rechtsstelsel van toepassing is.

AFDELING

B

NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

ONDERAFDELING

1

AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

Artikel

32.8

Internationale overeenkomsten

Artikel

32.9

Auteurs

Elke Partij verleent auteurs het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun werken, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;

  • b.

    elke vorm van distributie onder het publiek van het origineel van hun werken of kopieën daarvan, door verkoop of anderszins;

  • c.

    de mededeling van hun werken aan het publiek, via de kabel of draadloos, met inbegrip van de beschikbaarstelling van hun werken aan het publiek op zodanige wijze dat die voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn; en

  • d.

    de commerciële verhuur aan het publiek van originelen of kopieën van hun computerprogramma’s of cinematografische werken.

Artikel

32.10

Uitvoerende kunstenaars

Elke Partij verleent uitvoerende kunstenaars het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de vastlegging110) Onder „vastlegging” wordt verstaan de opname van geluiden of van de weergave daarvan, door middel waarvan die kunnen worden waargenomen, gereproduceerd of medegedeeld door middel van een toestel. van hun uitvoeringen;

  • b.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van vastleggingen van hun uitvoeringen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;

  • c.

    de distributie onder het publiek van vastleggingen van hun uitvoeringen, door verkoop of anderszins;

  • d.

    de beschikbaarstelling van vastleggingen van hun uitvoeringen aan het publiek via de kabel of draadloos, op zodanige wijze dat die voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn; en

  • e.

    de draadloze uitzending en mededeling van hun uitvoeringen aan het publiek, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is of op basis van een vastlegging is gemaakt.

Artikel

32.11

Producenten van fonogrammen

Elke Partij verleent producenten van fonogrammen het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun fonogrammen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;

  • b.

    de distributie onder het publiek van hun fonogrammen, inclusief kopieën daarvan, door verkoop of andere overdracht van eigendom;

  • c.

    de beschikbaarstelling van hun fonogrammen aan het publiek via de kabel of draadloos, op zodanige wijze dat die voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn; en

  • d.

    de commerciële verhuur van hun fonogrammen aan het publiek.

Artikel

32.12

Omroeporganisaties

Elke Partij verleent omroeporganisaties het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de vastlegging van hun draadloze uitzendingen;

  • b.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van vastleggingen van hun draadloze uitzendingen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook; en

  • c.

    de draadloze heruitzending van hun uitzendingen, alsook de mededeling aan het publiek111) Voor alle duidelijkheid: niets in dit lid belet een Partij de voorwaarden vast te stellen waaronder dat recht kan worden uitgeoefend, in overeenstemming met artikel 13, punt d), van het Verdrag van Rome. van hun uitzendingen indien die mededeling geschiedt op plaatsen die tegen betaling van een entreeprijs voor het publiek toegankelijk zijn.

Artikel

32.13

Uitzending en mededeling aan het publiek van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen112) Elke Partij kan uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen uitgebreidere rechten verlenen met betrekking tot de uitzending en mededeling aan het publiek van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen.

Artikel

32.14

Beschermingstermijn

Artikel

32.15

Volgrecht

Artikel

32.16

Collectief beheer van rechten

Artikel

32.17

Beperkingen en uitzonderingen

Elke Partij zorgt alleen voor beperkingen van en uitzonderingen op de in de artikelen 32.9 tot en met 32.13 bedoelde rechten in bepaalde bijzondere gevallen die niet in strijd zijn met een normale exploitatie van het werk of ander materiaal en die de rechtmatige belangen van de rechthebbenden niet op onredelijke wijze schaden.

Artikel

32.18

Bescherming van technische voorzieningen

Artikel

32.19

Verplichtingen betreffende informatie over het beheer van rechten

ONDERAFDELING

2

MERKEN

Artikel

32.20

Internationale overeenkomsten

Elke Partij:

  • a.

    voldoet aan het Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, aangenomen te Madrid op 27 juni 1989, zoals gewijzigd op 12 november 2007;

  • b.

    voldoet aan het te Genève op 27 oktober 1994 tot stand gekomen Verdrag inzake het merkenrecht en de Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de goederen en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken van 15 juni 1957, zoals gewijzigd op 28 september 1979; en

  • c.

    stelt alles in het werk wat redelijkerwijs in haar vermogen ligt om toe te treden tot het te Singapore op 27 maart 2006 tot stand gekomen Verdrag van Singapore inzake het merkenrecht.

Artikel

32.21

Aan een merk verbonden rechten

Elke Partij bepaalt dat de houder van een ingeschreven merk het uitsluitende recht heeft derden die geen toestemming van de houder hebben, te beletten in het economische verkeer gebruik te maken van dezelfde of soortgelijke tekens als die waarvoor het merk is ingeschreven, wanneer dat gebruik tot verwarring zou kunnen leiden. In het geval van het gebruik van een identiek teken voor identieke goederen of diensten wordt het vermoeden van verwarring verondersteld.

Artikel

32.22

Inschrijvingsprocedure

Artikel

32.23

Algemeen bekende merken

Om uitvoering te geven aan de bescherming van algemeen bekende merken als bedoeld in artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs en artikel 16, leden 2 en 3, van de Trips-overeenkomst, bevestigen de Partijen het belang van de gezamenlijke aanbeveling betreffende bepalingen inzake de bescherming van bekende merken van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de WIPO tijdens de 34e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 20 tot en met 29 september 1999.

Artikel

32.24

Uitzonderingen op aan een merk verbonden rechten

Artikel

32.25

Gronden van verval

Artikel

32.26

Aanvragen te kwader trouw

Een merk kan nietig worden verklaard wanneer de aanvraag om inschrijving van het merk te kwader trouw is ingediend. Elke Partij kan ook bepalen dat een dergelijk merk niet wordt ingeschreven.

ONDERAFDELING

3

MODELLEN119) Wanneer in dit hoofdstuk naar tekeningen of modellen wordt verwezen, worden zij beschouwd als verwijzingen naar ingeschreven tekeningen of modellen van nijverheid.

Artikel

32.27

Internationale overeenkomsten

Elke Partij stelt alles in het werk wat redelijkerwijs in haar vermogen ligt om toe te treden tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van ’s-Gravenhage betreffende de internationale inschrijving van tekeningen of modellen van nijverheid, aangenomen te Genève op 2 juli 1999.

Artikel

32.28

Bescherming van ingeschreven modellen120) De Unie verleent ook bescherming aan het niet-ingeschreven model wanneer dat voldoet aan de vereisten van Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (PB EU L 3 van 5.1.2002, blz. 1).

Artikel

32.29

Duur van de bescherming

De beschermingsduur bedraagt ten minste 15 jaar vanaf de datum van indiening van de aanvraag.

Artikel

32.30

Uitzonderingen en uitsluitingen

Artikel

32.31

Verband met auteursrecht

Een model kan vanaf de datum waarop het is gecreëerd of in een vorm is vastgelegd, tevens beschermd worden krachtens de auteursrechtwetgeving van een Partij. De mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt verleend, met inbegrip van het vereiste oorspronkelijkheidsgehalte, worden door elke Partij vastgesteld.

ONDERAFDELING

4

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel

32.32

Definitie en toepassingsgebied

Artikel

32.33

Opgenomen geografische aanduidingen

Na zowel de in bijlage 32-A bedoelde wetgeving van de andere Partij als de in bijlage 32-C vermelde geografische aanduidingen van de andere Partij te hebben onderzocht en passende publiciteitsmaatregelen te hebben getroffen, overeenkomstig haar wetgeving en gebruiken, beschermt elke Partij de in bijlage 32-C vermelde geografische aanduidingen van de andere Partij overeenkomstig het in deze onderafdeling vastgestelde beschermingsniveau.

Artikel

32.34

Wijziging van de lijst van geografische aanduidingen

Artikel

32.35

Reikwijdte van bescherming van geografische aanduidingen

Artikel

32.36

Gebruiksrecht van geografische aanduidingen

Artikel

32.37

Verband tussen merken en geografische aanduidingen

Artikel

32.38

Handhaving van de bescherming

Elke Partij zorgt voor handhaving van de bescherming waarin wordt voorzien in de artikelen 32.36 tot en met 32.37 door middel van een administratieve maatregel op verzoek van een belanghebbende. Elke Partij voorziet in het kader van haar wetgeving en praktijk in aanvullende administratieve en gerechtelijke stappen om het onrechtmatig gebruik van beschermde geografische aanduidingen te voorkomen of te beëindigen.

Artikel

32.39

Algemene voorschriften

Artikel

32.40

Subcomité, samenwerking en transparantie

Artikel

32.41

Andere bescherming

ONDERAFDELING

5

OCTROOIEN

Artikel

32.42

Internationale overeenkomsten

Elke Partij125) Voor de EU-Partij wordt aan de verplichting uit hoofde van dit artikel door de lidstaten voldaan. voldoet aan het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, gedaan te Washington op 19 juni 1970, zoals gewijzigd op 28 september 1979, laatstelijk gewijzigd op 3 oktober 2001.

Artikel

32.43

Aanvullende bescherming bij vertraging bij het verkrijgen van een vergunning voor het in de handel brengen van farmaceutische producten

ONDERAFDELING

6

BESCHERMING VAN NIET OPENBAAR GEMAAKTE INFORMATIE

Artikel

32.44

Reikwijdte van bescherming van bedrijfsgeheimen

Artikel

32.45

Civielrechtelijke procedures en maatregelen voor bedrijfsgeheimen

Artikel

32.46

Bescherming van niet openbaar gemaakte gegevens met betrekking tot farmaceutische producten

Artikel

32.47

Bescherming van gegevens met betrekking tot agrochemische producten

ONDERAFDELING

7

KWEKERSRECHTEN

Artikel

32.48

Bescherming van kwekersrechten

De Partijen beschermen kwekersrechten overeenkomstig het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten van 2 december 1961, laatstelijk gewijzigd te Genève op 19 maart 1991 (hierna het „UPOV-Verdrag” genoemd), met inbegrip van de uitzonderingen op het kwekersrecht als bedoeld in artikel 15 van het UPOV-Verdrag, en werken samen om die rechten te bevorderen en te handhaven.

AFDELING

C

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

ONDERAFDELING

1

CIVIELRECHTELIJKE EN ADMINISTRATIEVE HANDHAVING

Artikel

32.49

Algemene verplichtingen

Artikel

32.50

Personen bevoegd tot het verzoeken om toepassing van handhavingsmaatregelen, procedures en rechtsmiddelen

Elke Partij erkent de volgende personen als personen die gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de Trips-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a.

    houders van intellectuele-eigendomsrechten in overeenstemming met de wetgeving van elke Partij;

  • b.

    alle andere personen die gemachtigd zijn die rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de wetgeving van elke Partij;

  • c.

    instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de wetgeving van elke Partij;

  • d.

    entiteiten128) Voor Chili verwijst de term „entiteiten” naar „federaties en verenigingen”. Voor de EU-Partij verwijst de term „entiteiten” naar „beroepsorganisaties”. die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en overeenkomstig de wetgeving van elke Partij.

Artikel

32.51

Bewijs

Artikel

32.52

Recht op informatie

Artikel

32.53

Voorlopige en conservatoire maatregelen

Artikel

32.54

Corrigerende maatregelen

Artikel

32.55

Bevelen tot staking

Elke Partij zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties, wanneer een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt vastgesteld, tegen de inbreukmaker en, waar passend, tegen een derde131) Voor de toepassing van dit artikel kan een Partij bepalen dat „derden” ook tussenpersonen omvatten. over wie de desbetreffende rechterlijke instantie rechtsbevoegdheid uitoefent en wiens diensten worden gebruikt om inbreuk te maken op een intellectuele-eigendomsrecht, een bevel tot staking van de inbreuk kunnen uitvaardigen.

Artikel

32.56

Alternatieve maatregelen

Elke Partij kan bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in passende gevallen en op verzoek van de persoon aan wie de in artikel 32.54 of artikel 32.55 vervatte maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat de maatregelen van artikel 32.54 of artikel 32.55 niet worden toegepast, maar in plaats daarvan aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald wanneer die persoon zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs toereikend lijkt.

Artikel

32.57

Schadevergoedingen

Artikel

32.58

Gerechtskosten

Elke Partij bepaalt dat haar rechterlijke instanties waar passend de bevoegdheid hebben aan het einde van civiele procedures betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te gelasten dat de in het ongelijk gestelde partij jegens de in het gelijk gestelde partij wordt veroordeeld tot de betaling van de gerechtskosten en andere kosten waarin is voorzien krachtens het recht van de betrokken Partij.

Artikel

32.59

Openbaarmaking van gerechtelijke uitspraken

Elke Partij zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties in rechtszaken wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van de informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van het ophangen en volledig of gedeeltelijk publiceren van de uitspraak.

Artikel

32.60

Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten

De Partijen erkennen dat voor de toepassing van de in deze afdeling bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a.

    het volstaat voor de auteur van een werk van letterkunde of kunst om als zodanig te worden beschouwd en derhalve het recht te hebben om een rechtsvordering wegens inbreuk in te stellen, dat de naam van de auteur op de gebruikelijke wijze op het werk is vermeld, totdat bewijs van het tegendeel is geleverd; en

  • b.

    punt a) van overeenkomstige toepassing is op de houders van naburige rechten ten aanzien van hun beschermde materiaal.

Artikel

32.61

Administratieve procedures

Voor zover een civiele corrigerende maatregel kan worden gelast als gevolg van een administratieve bodemprocedure, is die procedure in overeenstemming met beginselen die in wezen gelijkwaardig zijn aan de beginselen die zijn vastgelegd in de relevante bepalingen van deze onderafdeling.

ONDERAFDELING

2

HANDHAVING AAN DE GRENS

Artikel

32.62

Maatregelen aan de grens

Artikel

32.63

Overeenstemming met GATT en Trips-overeenkomst

Bij de uitvoering van maatregelen aan de grens ter handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door haar douaneautoriteiten, ongeacht of zij onder deze onderafdeling vallen, zorgt elke Partij voor overeenstemming met haar verplichtingen uit hoofde van de GATT 1994 en de Trips-overeenkomst, met name met artikel V van de GATT 1994 en artikel 41 en deel III, afdeling 4, van de Trips-overeenkomst.

AFDELING

D

SLOTBEPALINGEN

Artikel

32.64

Samenwerking

Artikel

32.65

Vrijwillige initiatieven van belanghebbenden

Elke Partij streeft ernaar vrijwillige initiatieven van belanghebbenden om inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten terug te dringen, ook online en op andere marktplaatsen, te faciliteren, waarbij de nadruk ligt op concrete problemen en het zoeken naar praktische oplossingen die realistisch, evenwichtig, proportioneel en billijk zijn voor alle betrokkenen, onder meer als volgt:

  • a.

    elke Partij streeft ernaar belanghebbenden op haar grondgebied consensueel bijeen te roepen om vrijwillige initiatieven te faciliteren om oplossingen te vinden en geschillen op te lossen met betrekking tot de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten en het terugdringen van inbreuken;

  • b.

    elke Partij streeft ernaar met de andere Partij informatie uit te wisselen over inspanningen om vrijwillige initiatieven van belanghebbenden op haar grondgebied te faciliteren; en

  • c.

    de Partijen streven ernaar een open dialoog en samenwerking tussen de belanghebbenden in de Partijen te bevorderen en de belanghebbenden in de Partijen aan te moedigen gezamenlijk oplossingen te vinden en geschillen over de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten op te lossen en hun inbreuken terug te dringen.

Artikel

32.66

Subcomité Intellectuele eigendom

Het op grond van artikel 8.8, lid 1, opgerichte Subcomité Intellectuele eigendom (het „subcomité”) houdt toezicht op en zorgt voor de goede uitvoering en werking van dit hoofdstuk en de bijlagen 32-A, 32-B en 32-C. Daarnaast verricht het subcomité de specifieke taken die het in dit hoofdstuk, met inbegrip van artikel 32.40, zijn toegewezen.

HOOFDSTUK

33

HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

AFDELING

A

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

33.1

Doelstellingen

Artikel

33.2

Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus

Artikel

33.3

Handel en verantwoord ondernemen en beheer van toeleveringsketens

Artikel

33.4

Wetenschappelijke en technische informatie

Artikel

33.5

Transparantie en goede regelgevingspraktijken

De Partijen erkennen het belang van de toepassing van de regels inzake transparantie en goede regelgevingspraktijken overeenkomstig de hoofdstukken 35 en 36, met name de regels die belanghebbenden in de gelegenheid stellen hun zienswijzen kenbaar te maken met betrekking tot:

  • a.

    maatregelen ter bescherming van het milieu en de arbeidsomstandigheden die van invloed kunnen zijn op de handel of investeringen; en

  • b.

    handels- of investeringsmaatregelen die gevolgen kunnen hebben voor de bescherming van het milieu of de arbeidsomstandigheden.

Artikel

33.6

Publiek bewustzijn, informatie, participatie en procedurele garanties

Artikel

33.7

Samenwerkingsactiviteiten

AFDELING

B

MILIEU EN HANDEL

Artikel

33.8

Doelstellingen

Artikel

33.9

Multilaterale governance en overeenkomsten op milieugebied

Artikel

33.10

Handel en klimaatverandering

Artikel

33.11

Handel en bossen

Artikel

33.12

Handel en in het wild levende dier- en plantensoorten

Artikel

33.13

Handel en biologische diversiteit

Artikel

33.14

Handel en duurzaam beheer van visserij en aquacultuur

AFDELING

C

ARBEID EN HANDEL

Artikel

33.15

Doelstellingen

Artikel

33.16

Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten

Artikel

33.17

Gedwongen of verplichte arbeid

Artikel

33.18

Samenwerking bij handels- en arbeidsvraagstukken

Overeenkomstig artikel 33.7 plegen de Partijen overleg en werken zij, waar passend, zowel bilateraal als in het kader van de IAO samen bij handelsgerelateerde arbeidsvraagstukken van wederzijds belang, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

  • a.

    schepping van banen en bevordering van productieve, hoogwaardige werkgelegenheid, met inbegrip van beleid om banenrijke groei te genereren en duurzame ondernemingen en duurzaam ondernemerschap te bevorderen;

  • b.

    bevordering van verbeteringen in de productiviteit van bedrijven en arbeid, met name in kleine en middelgrote ondernemingen;

  • c.

    ontwikkeling van menselijk kapitaal, toegang tot de arbeidsmarkt en vergroting van de inzetbaarheid, met name van jongeren, onder meer door een leven lang leren en beroepsopleiding, permanente educatie, opleiding en de ontwikkeling en verbetering van vaardigheden, onder meer in opkomende en milieu-industrieën;

  • d.

    evenwicht tussen werk en privéleven en innovatieve werkpraktijken om het welzijn van werknemers te verbeteren;

  • e.

    bevordering van het bewustzijn omtrent de Agenda voor waardig werk van de IAO, daaronder begrepen samenwerking op het gebied van het verband tussen handel en volledige en productieve werkgelegenheid, het aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt, de fundamentele arbeidsnormen, waardig werk in de mondiale toeleveringsketens, sociale bescherming en sociale integratie, sociale dialoog en gendergelijkheid;

  • f.

    bevordering van fatsoenlijke banen door middel van handel, met inbegrip van de veiligheid en gezondheid op het werk van zwangere werkneemsters en werkneemsters na de bevalling;

  • g.

    veiligheid en gezondheid op het werk en arbeidsinspectie, bijvoorbeeld door verbetering van de nalevings- en handhavingsmechanismen;

  • h.

    aanpak van de uitdagingen en kansen van een divers, multigenerationeel personeelsbestand, onder andere door middel van:

    • i.

      bevordering van gelijkheid en uitbanning van discriminatie met betrekking tot werk en beroep; en

    • ii.

      bescherming van kwetsbare arbeidskrachten;

  • i.

    verbetering van de arbeidsverhoudingen, bijvoorbeeld door de uitwisseling van beste praktijken op het gebied van alternatieve geschillenbeslechting en tripartiet overleg;

  • j.

    uitvoering van fundamentele, prioritaire en andere actuele IAO-verdragen, evenals de Tripartiete beginselverklaring van de IAO betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid en de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten; en

  • k.

    arbeidsstatistieken.

AFDELING

D

INSTITUTIONELE REGELINGEN

Artikel

33.19

Subcomité Handel en duurzame ontwikkeling, en contactpunten

Artikel

33.20

Geschillenbeslechting

Artikel

33.21

Overleg

Artikel

33.22

Deskundigenpanel

Artikel

33.23

Evaluatie

HOOFDSTUK

34

HANDEL EN GENDERGELIJKHEID

Artikel

34.1

Context en doelstellingen

Artikel

34.2

Multilaterale overeenkomsten

Artikel

34.3

Algemene bepalingen

Artikel

34.4

Samenwerkingsactiviteiten

Artikel

34.5

Institutionele regelingen

Artikel

34.6

Geschillenbeslechting

De artikelen 33.20, 33.21 en 33.22 zijn op dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing138) Voor alle duidelijkheid: elke verwijzing naar hoofdstuk 33, of naar milieu- en arbeidskwesties, -aangelegenheden of -wetgeving, in die artikelen wordt opgevat als een verwijzing naar dit hoofdstuk, of naar genderkwesties, aangelegenheden of wetten die verband houden met die kwesties of aangelegenheden, naargelang het geval..

Artikel

34.7

Evaluatie

HOOFDSTUK

35

TRANSPARANTIE

Artikel

35.1

Doelstelling

Artikel

35.2

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „administratief besluit”: een besluit met rechtsgevolgen dat of een actie met rechtsgevolgen die in een individueel geval op een specifieke persoon, een specifiek goed of een specifieke dienst van toepassing is; daaronder wordt ook verstaan het verzuim om een administratief besluit vast te stellen zoals vastgelegd in de wetgeving van een Partij; en

  • b.

    „administratief besluit van algemene strekking”: een administratief besluit of administratieve interpretatie die van toepassing is op alle personen en feitelijke situaties die in het algemeen binnen het gebied van dat administratieve besluit of van die administratieve interpretatie vallen en waarbij een gedragsnorm wordt vastgesteld, met uitzondering van:

    • i.

      een vaststelling of beslissing in het kader van een administratieve of semi-rechterlijke procedure die in een concreet geval van toepassing is op een bepaalde persoon, een bepaald goed of een bepaalde dienst van de andere Partij; of

    • ii.

      een beslissing waarbij uitspraak wordt gedaan met betrekking tot een bepaalde handeling of een bepaalde praktijk.

Artikel

35.3

Publicatie

Artikel

35.4

Verzoeken om inlichtingen en verstrekking van informatie

Artikel

35.5

Administratieve procedures

Artikel

35.6

Toetsing en beroep

Artikel

35.7

Verhouding tot andere hoofdstukken

De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing naast de specifieke regels in andere hoofdstukken van dit deel van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK

36

GOEDE REGELGEVINGSPRAKTIJKEN

Artikel

36.1

Toepassingsgebied

Artikel

36.2

Algemene beginselen

Artikel

36.3

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „regelgevende instantie”:

    • i.

      voor de EU-Partij: de Europese Commissie; en

    • ii.

      voor Chili: elke regelgevende instantie van de uitvoerende macht; en

  • b.

    „regelgevingsmaatregelen”:

    • i.

      voor de EU-Partij:

      • A.

        verordeningen en richtlijnen als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; en

      • B.

        uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen, zoals bepaald in respectievelijk artikel 290 en artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; en

    • ii.

      voor Chili: wetten en besluiten van algemene strekking die zijn aangenomen door de regelgevende instanties en waarvan naleving verplicht is139) Volgens paragraaf II.1 van presidentiële instructie nr. 3 van 2019 en de wijzigingen daarvan..

Artikel

36.4

Interne coördinatie van de ontwikkeling van de regelgeving

Elke Partij houdt interne coördinatie- of herzieningsprocessen of -mechanismen in stand ten behoeve van de voorbereiding, evaluatie en herziening van regelgevingsmaatregelen. Dergelijke procedures of mechanismen moeten onder meer gericht zijn op:

  • a.

    het bevorderen van goede regelgevingspraktijken, met inbegrip van de in dit hoofdstuk beschreven praktijken;

  • b.

    het onderkennen en voorkomen van onnodige overlappingen en inconsistente voorschriften in de regelgevingsmaatregelen van de Partij;

  • c.

    het waarborgen van de naleving van de internationale handelsverplichtingen van de Partij; en

  • d.

    het bevorderen dat er rekening wordt gehouden met het effect van de in voorbereiding zijnde regelgevingsmaatregelen, met inbegrip van het effect op kleine en middelgrote ondernemingen.

Artikel

36.5

Transparantie van de regelgevingsprocedures en -mechanismen

Elke Partij maakt, in overeenstemming met haar respectieve voorschriften en procedures, de beschrijvingen van de procedures en mechanismen van haar regelgevende autoriteit voor het opstellen, evalueren of toetsen van regelgevingsmaatregelen openbaar. Die beschrijvingen verwijzen naar de desbetreffende richtsnoeren, regels of procedures, inclusief die betreffende de mogelijkheid voor het publiek om opmerkingen in te dienen.

Artikel

36.6

Vroegtijdige informatie over voorgenomen regelgevingsmaatregelen

Artikel

36.7

Openbare raadplegingen

Artikel

36.8

Effectbeoordeling

Artikel

36.9

Evaluatie achteraf

De Partijen erkennen de positieve bijdrage van periodieke retrospectieve evaluaties van bestaande regelgevingsmaatregelen tot de vermindering van onnodige administratieve lasten, onder meer voor kleine en middelgrote ondernemingen, en tot een effectievere verwezenlijking van de doelstellingen van het overheidsbeleid. De Partijen streven ernaar het gebruik van periodieke retrospectieve evaluaties in hun regelgevingssystemen te bevorderen.

Artikel

36.10

Regelgevingsregister

Elke Partij zorgt ervoor dat de geldende regelgevingsmaatregelen worden bekendgemaakt in een daartoe aangewezen register, dat een overzicht van de regelgevingsmaatregelen per onderwerp bevat, en openbaar beschikbaar is op een enkele, gratis toegankelijke website. De website moet het mogelijk maken aan de hand van aanhalingen of woorden naar regelgevingsmaatregelen te zoeken. Elke Partij werkt haar register op gezette tijden bij.

Artikel

36.11

Samenwerking en uitwisseling van informatie

De Partijen kunnen samenwerken om de uitvoering van dit hoofdstuk te vergemakkelijken. Die samenwerking kan betrekking hebben op de organisatie van relevante activiteiten ter versterking van de samenwerking tussen hun regelgevende instanties en de uitwisseling van informatie over de in dit hoofdstuk beschreven regelgevingspraktijken.

Artikel

36.12

Contactpunten

Elke Partij wijst binnen één maand na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een contactpunt aan om de uitwisseling van informatie tussen de Partijen te vergemakkelijken.

Artikel

36.13

Niet-toepassing van geschillenbeslechting

Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op dit hoofdstuk.

HOOFDSTUK

37

KLEINE EN MIDDELGROTE ONDERNEMINGEN

Artikel

37.1

Doelstellingen

De Partijen erkennen het belang van kleine en middelgrote ondernemingen in hun bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen en bevestigen dat zij zich ertoe verbinden de kleine en middelgrote ondernemingen beter in staat te stellen voordeel te laten halen uit dit deel van deze overeenkomst.

Artikel

37.2

Informatie-uitwisseling

Artikel

37.3

Contactpunten voor kleine en middelgrote ondernemingen

Artikel

37.4

Niet-toepassing van geschillenbeslechting

Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op dit hoofdstuk.

HOOFDSTUK

38

GESCHILLENBESLECHTING

AFDELING

A

DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

38.1

Doelstelling

Het doel van dit hoofdstuk is een doeltreffend en doelmatig mechanisme voor het vermijden en beslechten van geschillen tussen de Partijen betreffende de interpretatie en toepassing van dit deel van deze overeenkomst op te zetten, teneinde een onderling overeengekomen oplossing te bereiken.

Artikel

38.2

Toepassingsgebied

Tenzij in dit deel van deze overeenkomst anders is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op geschillen tussen de Partijen over de interpretatie en toepassing van de bepalingen van dit deel van deze overeenkomst (hierna „bestreken bepalingen” genoemd).

Artikel

38.3

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de bijlagen 38-A en 38-B wordt verstaan onder:

  • a.

    „klagende Partij”: de Partij die verzoekt om de instelling van een panel op grond van artikel 38.5;

  • b.

    „bemiddelaar”: een persoon die overeenkomstig artikel 38,27 als bemiddelaar is aangewezen;

  • c.

    „panel”: een panel dat is ingesteld op grond van artikel 38.6;

  • d.

    „panellid”: een lid van een panel; en

  • e.

    „Partij waartegen de klacht gericht is”: de Partij ten aanzien waarvan wordt gesteld dat zij een bestreken bepaling heeft geschonden.

AFDELING

B

OVERLEG

Artikel

38.4

Overleg

AFDELING

C

PANELPROCEDURES

Artikel

38.5

Inleiding van panelprocedures

Artikel

38.6

Instelling van een panel

Artikel

38.7

Forumkeuze

Artikel

38.8

Lijst van panelleden

Artikel

38.9

Vereisten voor panelleden

Artikel

38.10

Functies van het panel

Het panel:

  • a.

    verricht een objectieve beoordeling van de hem voorgelegde aangelegenheid, met inbegrip van een objectieve beoordeling van de feiten van de zaak en de toepasbaarheid van en de overeenstemming met de bestreken bepalingen;

  • b.

    vermeldt in zijn beslissingen en verslagen de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de bestreken bepalingen alsook de beweegredenen die aan de bevindingen en conclusies van het panel ten grondslag liggen; en

  • c.

    pleegt regelmatig overleg met de Partijen en biedt passende kansen voor de ontwikkeling van een onderling overeengekomen oplossing.

Artikel

38.11

Mandaat

Artikel

38.12

Beslissing inzake spoedeisendheid

Artikel

38.13

Tussentijds verslag en eindverslag

Artikel

38.14

Nalevingsmaatregelen

Artikel

38.15

Redelijke termijn

Artikel

38.16

Nalevingscontrole

Artikel

38.17

Tijdelijke maatregelen

Artikel

38.18

Toetsing van nalevingsmaatregelen die na tijdelijke maatregelen zijn genomen

Artikel

38.19

Vervanging van panelleden

Indien een panellid tijdens panelprocedures uit hoofde van deze afdeling niet kan deelnemen, zich terugtrekt of moet worden vervangen omdat hij of zij niet aan de voorschriften van bijlage 38-B voldoet, wordt overeenkomstig artikel 38.6 een nieuw panellid benoemd. De termijn voor de uitbrenging van een verslag of een besluit als bedoeld in deze afdeling, wordt verlengd met de tijd die nodig is voor de benoeming van het nieuwe panellid.

Artikel

38.20

Reglement van orde

Artikel

38.21

Schorsing en beëindiging

Artikel

38.22

Recht om inlichtingen in te winnen

Artikel

38.23

Interpretatieregels

Artikel

38.24

Verslagen en besluiten van het panel

AFDELING

D

BEMIDDELINGSMECHANISME

Artikel

38.25

Doelstelling

Artikel

38.26

Inleiding van de bemiddelingsprocedure

Artikel

38.27

Aanwijzing van de bemiddelaar

Artikel

38.28

Regels voor de bemiddelingsprocedure

Artikel

38.29

Vertrouwelijkheid

Tenzij de Partijen anders overeenkomen, zijn alle stappen van de bemiddelingsprocedure, met inbegrip van adviezen of voorgestelde oplossingen, vertrouwelijk. Een Partij kan het feit dat er een bemiddeling plaatsvindt, openbaar maken.

Artikel

38.30

Verhouding tot geschillenbeslechtingsprocedures

AFDELING

E

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

38.31

Verzoek om informatie

Artikel

38.32

Onderling overeengekomen oplossing

Artikel

38.33

Termijnen

Artikel

38.34

Kosten

Artikel

38.35

Wijziging van de bijlagen

De Gezamenlijke Raad kan op grond van artikel 8.5, lid 1, punt a), een besluit tot wijziging van de bijlagen 38-A en 38-B vaststellen.

HOOFDSTUK

39

UITZONDERINGEN

Artikel

39.1

Algemene uitzonderingen

Artikel

39.2

Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen

Artikel 41.4 is van toepassing op dit deel van deze overeenkomst.

Artikel

39.3

Belastingheffing

Artikel

39.4

Openbaarmaking van informatie

Artikel

39.5

WTO-ontheffingen

Als een verplichting uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst in wezen gelijkwaardig is aan een verplichting uit hoofde van de WTO-overeenkomst, wordt elke maatregel die is genomen in overeenstemming met een op grond van artikel IX van de WTO-overeenkomst vastgestelde ontheffing, geacht in overeenstemming te zijn met de in wezen gelijkwaardige verplichting uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst.

DEEL

IV

ALGEMEEN INSTITUTIONEEL KADER

HOOFDSTUK

40

INSTITUTIONEEL KADER

Artikel

40.1

Gezamenlijke Raad

Artikel

40.2

Gemengd Comité

Artikel

40.3

Subcomités en andere organen

Artikel

40.4

Gemengd Parlementair Comité

Artikel

40.5

Participatie van het maatschappelijk middenveld

Elke Partij bevordert de deelname van het maatschappelijk middenveld aan de uitvoering van deze overeenkomst, met name door interactie met de respectieve interne raadgevende groep, als bedoeld in artikel 40.6, en met het forum voor het maatschappelijk middenveld, als bedoeld in artikel 40.7.

Artikel

40.6

Interne raadgevende groepen

Artikel

40.7

Forum voor het maatschappelijk middenveld

HOOFDSTUK

41

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

41.1

Definitie van de Partijen

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a.

    „Partij”:

    • i.

      de Europese Unie of haar lidstaten of de Europese Unie en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden (de „EU-Partij”), of

    • ii.

      Chili; en

  • b.

    „Partijen”: de EU-Partij en Chili.

Artikel

41.2

Territoriale toepassing

Artikel

41.3

Nakoming van verplichtingen

Artikel

41.4

Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen

Artikel

41.5

Inwerkingtreding en voorlopige toepassing

Artikel

41.6

Wijzigingen

Artikel

41.7

Andere overeenkomsten

Artikel

41.8

Bijlagen, aanhangsels, protocollen, noten en voetnoten

De bijlagen, aanhangsels, protocollen, noten en voetnoten bij deze overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel.

Artikel

41.9

Toekomstige toetredingen tot de Europese Unie

Artikel

41.10

Particuliere rechten

Artikel

41.11

Verwijzingen naar wetten en andere overeenkomsten

Artikel

41.12

Looptijd

Deze overeenkomst blijft gedurende onbepaalde tijd van kracht.

Artikel

41.13

Beëindiging

Niettegenstaande artikel 41.12 kan een Partij de andere Partij in kennis stellen van haar voornemen om deze overeenkomst te beëindigen. Kennisgevingen overeenkomstig dit artikel worden, wat de EU-Partij betreft, gericht aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en, wat Chili betreft, aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De beëindiging gaat in zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Artikel

41.14

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

Protocol bij de Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds inzake de voorkoming en bestrijding van corruptie

AFDELING

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Doelstellingen

Artikel

2

Toepassingsgebied:

Dit protocol is van toepassing op corruptie met betrekking tot aangelegenheden die onder deel III van deze overeenkomst vallen.

Artikel

3

Verhouding tot andere overeenkomsten

Niets in dit protocol doet afbreuk aan de rechten of verplichtingen van de Partijen uit hoofde van andere verdragen, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (UNCAC), het OESO-Verdrag inzake de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties, vastgesteld te Parijs op 21 november 1997, het Inter-Amerikaans Verdrag tegen corruptie, vastgesteld te Caracas op 29 maart 1996, en de desbetreffende door de Raad van Europa vastgestelde rechtsinstrumenten.

AFDELING

II

MAATREGELEN TER BESTRIJDING VAN CORRUPTIE

Artikel

4

Actieve en passieve omkoping van ambtenaren

De Partijen erkennen het belang van de bestrijding van actieve en passieve omkoping van ambtenaren met betrekking tot handel en investeringen. Daartoe bevestigen de Partijen met name nogmaals hun verbintenissen uit hoofde van de Artikelen 15 en 16 van het UNCAC om de wetgevende en andere maatregelen vast te stellen of te handhaven die nodig kunnen zijn om de actieve en passieve omkoping van ambtenaren en de actieve omkoping van buitenlandse ambtenaren en functionarissen van internationale publiekrechtelijke organisaties, indien opzettelijk gepleegd, als strafbare feiten aan te merken. De Partijen bevestigen ook nogmaals hun verbintenis om te overwegen de wetgevings- en andere maatregelen vast te stellen die nodig kunnen zijn om de passieve omkoping van buitenlandse ambtenaren en functionarissen van internationale publiekrechtelijke organisaties, indien opzettelijk gepleegd, als strafbare feiten aan te merken.

Artikel

5

Actieve en passieve omkoping in de particuliere sector

Artikel

6

Corruptie en witwassen van geld

De Partijen erkennen het onderlinge verband tussen corruptie en het witwassen van geld en bevestigen opnieuw hun verbintenissen uit hoofde van Artikel 23 van het UNCAC.

Artikel

7

Aansprakelijkheid van rechtspersonen

De Partijen erkennen dat het vestigen van de aansprakelijkheid van rechtspersonen en het beschikbaar maken van doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke sancties noodzakelijk zijn om de wereldwijde bestrijding van corruptie in de internationale handel en investeringen vooruit te helpen. Daartoe bevestigen de Partijen nogmaals hun verbintenissen uit hoofde van Artikel 26 van het UNCAC.

AFDELING

III

MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN CORRUPTIE IN DE PARTICULIERE SECTOR

Artikel

8

Verantwoord ondernemerschap

Artikel

9

Financiële verslaglegging

Artikel

10

Transparantie in de particuliere sector

Artikel

11

Maatregelen ter voorkoming van het witwassen van geld

AFDELING

IV

MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN CORRUPTIE IN DE PUBLIEKE SECTOR

Artikel

12

Gedrag van ambtenaren

Artikel

13

Transparantie in het openbaar bestuur

Artikel

14

Participatie van het maatschappelijk middenveld

Artikel

15

Bescherming van melders

De Partijen bevestigen nogmaals hun verbintenis uit hoofde van Artikel 33 van het UNCAC inzake de bescherming van melders tegen elke vorm van ongerechtvaardigde behandeling.

AFDELING

V

MECHANISME VOOR GESCHILLENBESLECHTING

Artikel

16

Geschillenbeslechting

Artikel

17

Overleg

Artikel

18

Deskundigenpanel

Artikel

19

Subcommissie voor Corruptiebestrijding op het gebied van Handel en Investeringen

Protocol bij de Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a)

    „verzoekende autoriteit”: een daartoe door een Partij aangewezen bevoegde overheidsinstantie die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • b)

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van een partij van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • c)

    „informatie”: alle gegevens, documenten, afbeeldingen, verslagen, mededelingen of gewaarmerkte kopieën, in ongeacht welk formaat, ook in elektronisch formaat, al dan niet verwerkt of geanalyseerd;

  • d)

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke schending van de douanewetgeving of poging daartoe, en

  • e)

    „aangezochte autoriteit”: een daartoe door een Partij aangewezen bevoegde overheidsinstantie die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De Partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dat noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, door het verstrekken van informatie die zij hebben verkregen over voltooide, geplande of lopende activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen vormen of lijken te vormen en die voor de andere Partij van belang kunnen zijn. Die inlichtingen betreffen met name het volgende:

  • a.

    personen, goederen en vervoermiddelen; en

  • b.

    nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.

Artikel

5

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

6

Uitvoering van verzoeken

Artikel

7

Vorm waarin de inlichtingen worden verstrekt

Artikel

8

Aanwezigheid van ambtenaren van een Partij op het grondgebied van de andere Partij

Artikel

9

Levering en kennisgeving

Artikel

10

Automatische uitwisseling van inlichtingen

Artikel

11

Uitzonderingen op de verplichting tot het verlenen van bijstand

Artikel

12

Uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid

Artikel

13

Deskundigen en getuigen

De aangezochte autoriteit kan een ambtenaar machtigen om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in gerechtelijke of bestuursrechtelijke procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en om de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften over te leggen. In de oproeping dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke rechterlijke of bestuurlijke instantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid hij of zij zal worden ondervraagd.

Artikel

14

Kosten van de bijstand

Artikel

15

Uitvoering

Artikel

16

Andere overeenkomsten

De bepalingen van dit protocol hebben voorrang boven de bepalingen van bilaterale overeenkomsten inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken die tussen afzonderlijke lidstaten van de Unie en Chili zijn of kunnen worden gesloten, voor zover die bilaterale overeenkomsten van dergelijke overeenkomsten onverenigbaar zijn met dit protocol.

Artikel

17

Overleg

Met betrekking tot de interpretatie en uitvoering van dit protocol plegen de Partijen overleg om eventuele kwesties in dat verband op te lossen in het kader van het op grond van Artikel 8.8, lid 1 van deze overeenkomst ingestelde Subcomité Douane, Handelsbevordering en Oorsprongsregels.

Gezamenlijke interpretatieve verklaring over de bepalingen inzake investeringsbescherming in de Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

De Europese Unie en haar lidstaten en Chili leggen de volgende gezamenlijke interpretatieve verklaring af over de bepalingen inzake investeringsbescherming in de geavanceerde kaderovereenkomst.

In het licht van hun verbintenissen in het kader van de Overeenkomst van Parijs in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, gedaan te Parijs op 12 december 2015 („Overeenkomst van Parijs”), bevestigen de Partijen dat hun investeerders mogen verwachten dat de Partijen maatregelen zullen nemen die zijn ontworpen en worden toegepast om klimaatverandering te bestrijden of de huidige of toekomstige gevolgen ervan aan te pakken door middel van mitigatie, aanpassing, herstel, compensatie of anderszins.

Bij de interpretatie van de bepalingen inzake investeringsbescherming waarin de geavanceerde kaderovereenkomst voorziet, moet het Gerecht of de Beroepsinstantie die is ingesteld in het kader van respectievelijk Artikel 17.34 en Artikel 17.35 terdege rekening houden met de verbintenissen van de Partijen in het kader van de Overeenkomst van Parijs en hun respectieve doelstellingen inzake klimaatneutraliteit.

De partijen bevestigen derhalve dat zij het erover eens zijn dat de bepalingen inzake investeringsbescherming waarin de geavanceerde kaderovereenkomst voorziet, door dat Gerecht of die Beroepsinstantie moeten worden uitgelegd en toegepast met inachtneming van de verbintenissen van de partijen in het kader van de Overeenkomst van Parijs en hun respectieve doelstellingen inzake klimaatneutraliteit, en op een wijze die de Partijen in staat stelt hun respectieve beleid inzake matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering na te streven.

Gezamenlijke verklaring over de bepalingen inzake handel en duurzame ontwikkeling in de Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

De Partijen,

Herinnerend aan hun gedeelde waarden en de sterke culturele, politieke, economische en samenwerkingsbanden die hen verenigen,

Herinnerend aan hun verbintenis om de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, ondertekend te Brussel op 18 november 2002, te moderniseren en te vervangen om de nieuwe politieke en economische realiteit in aanmerking te nemen,

Nogmaals bevestigend dat zij vastbesloten zijn hun samenwerking met betrekking tot bilaterale, regionale en internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang te versterken,

Ervan overtuigd dat de Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds („de geavanceerde kaderovereenkomst”) en de Interimovereenkomst inzake Handel tussen de Europese Unie en de Republiek Chili („de Interim-handelsovereenkomst”), beide partijen ten goede zullen komen bij het aanwakkeren van het economisch herstel na de COVID-19-crisis, het genereren van groei in een geopolitieke context die wordt gekenmerkt door toegenomen instabiliteit, en het verder versterken van hun banden,

Vastbesloten ervoor te zorgen dat de geavanceerde kaderovereenkomst duurzaamheid bevordert, zodat economische groei gepaard gaat met de bescherming van fatsoenlijk werk, klimaat en milieu, met volledige inachtneming van de gedeelde waarden en prioriteiten van de Partijen, waaronder steun voor de groene transitie en de bevordering van verantwoorde en duurzame waardeketens, en

Erkennend dat een inclusieve betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de uitvoering van de geavanceerde kaderovereenkomst van essentieel belang is voor het tijdig identificeren van uitdagingen, kansen en prioriteiten, en voor het toezicht op de respectieve overeengekomen acties,

geven uiting aan hun gezamenlijke voornemen om de geavanceerde kaderovereenkomst snel te sluiten en vervolgens samen te werken bij de uitvoering van de duurzaamheidsaspecten ervan, geleid door de volgende overwegingen:

  • 1.

    Ten aanzien van hun gezamenlijke doelstelling om een hoog niveau van arbeidsbescherming en fatsoenlijk werk voor iedereen te bevorderen, onderstrepen de Partijen hun verbintenis om de internationaal erkende fundamentele arbeidsnormen, zoals gedefinieerd in de fundamentele verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), te eerbiedigen, te bevorderen en effectief uit te voeren. In dat verband zijn de Partijen ingenomen met het besluit van de IAO om het beginsel van een „veilige en gezonde werkomgeving” toe te voegen aan de fundamentele beginselen en rechten op het werk, en de overeenkomstige IAO-verdragen dienovereenkomstig uit te breiden, die zij waar nodig zullen trachten te ratificeren.

  • 2.

    Ten aanzien van hun gezamenlijke doelstelling om de urgente dreiging van klimaatverandering aan te pakken, onderstrepen de Partijen hun verbintenis om het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering en de Overeenkomst van Parijs die in het kader daarvan is aangenomen, daadwerkelijk uit te voeren, met inbegrip van hun verbintenissen inzake hun respectieve nationaal bepaalde bijdrage.

  • 3.

    Ten aanzien van hun gezamenlijke doelstelling om het milieu te beschermen en in stand te houden en hun natuurlijke hulpbronnen duurzaam te beheren, onderstrepen de Partijen hun verbintenis om de multilaterale milieuovereenkomsten en -protocollen waarbij zij respectievelijk partij zijn, met inbegrip van het Verdrag inzake biologische diversiteit, daadwerkelijk uit te voeren.

    De Partijen nemen er nota van dat hun gezamenlijke doelstelling om de inclusieve deelname van het maatschappelijk middenveld te vergroten en regelmatig met hun respectieve interne adviesgroepen van gedachten te wisselen, onder meer over relevante projecten voor technische bijstand, de handels- en duurzaamheidsaspecten van de geavanceerde kaderovereenkomst omvat. De Partijen onderstrepen hun verbintenis om de interactie tussen hun respectieve interne adviesgroepen te bevorderen en te vergemakkelijken met behulp van de middelen die zij passend achten, met inbegrip van periodieke vergaderingen. De Partijen geven uiting aan hun voornemen om de interne adviesgroepen te ondersteunen in overeenstemming met hun nationale wetgeving en beleid.

    Wat de uitvoering van het hoofdstuk 33 over handel en duurzame ontwikkeling van de geavanceerde kaderovereenkomst (het „hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling”) betreft, streven de Partijen ernaar zich te concentreren op de gezamenlijk vastgestelde duurzaamheidsprioriteiten. De Partijen zullen het maatschappelijk middenveld verzoeken om standpunten over en deelname aan aangelegenheden die verband houden met de uitvoering van dat hoofdstuk, met inbegrip van de opvolging van de door de Partijen aangegane verbintenissen.

    De Partijen zijn ingenomen met het feit dat de Europese Unie en Chili bij de inwerkingtreding van de Interim-handelsovereenkomst een formele evaluatie van de aspecten handel en duurzame ontwikkeling van die overeenkomst zullen starten overeenkomstig Artikel 26.23 van die overeenkomst, teneinde te overwegen waar passend aanvullende bepalingen op te nemen die op dat moment door de Europese Unie of Chili relevant kunnen worden geacht, onder meer in het kader van hun respectieve interne beleidsontwikkelingen en hun recente internationale verdragspraktijk, naargelang zij dat passend achten. Dergelijke aanvullende bepalingen kunnen met name betrekking hebben op de verdere versterking van het handhavingsmechanisme voor het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling, met inbegrip van de mogelijkheid om een nalevingsfase toe te passen, alsook relevante tegenmaatregelen als uiterste middel.

    Onverminderd het resultaat van de evaluatie nemen de Partijen er nota van dat de Europese Unie en Chili ook de mogelijkheid zullen overwegen om de Overeenkomst van Parijs als essentieel onderdeel van de Interim-handelsovereenkomst op te nemen.

    De Partijen herinneren eraan dat de Europese Unie en Chili ernaar zullen streven het evaluatieproces in het kader van de Interim-handelsovereenkomst binnen 12 maanden af te ronden en alle overeengekomen resultaten van het evaluatieproces erin op te nemen door de Interim-handelsovereenkomst overeenkomstig Artikel 33.9 van die overeenkomst te wijzigen. De Partijen zullen er ook naar streven alle overeengekomen resultaten van het evaluatieproces in het kader van de Interim-handelsovereenkomst in de geavanceerde kaderovereenkomst op te nemen, door de geavanceerde kaderovereenkomst te wijzigen overeenkomstig Artikel 41.6 van die overeenkomst.