Ter zake van het Verdrag gesloten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Benin tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van het Verdrag vormen.
I. ALGEMEEN
-
1.
Het is wel te verstaan dat alle bepalingen van dit Verdrag die gelijk of in wezen gelijksoortig zijn aan de bepalingen van het OESO- en VN-modelverdrag met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, worden geïnterpreteerd overeenkomstig het OESO-en VN-commentaar daarop op het moment van de toepassing van dit Verdrag.
-
2.
Erkend wordt dat het Verdrag geen beletsel vormt voor de toepassing van nationale wetgeving ter implementatie van de GloBE-modelvoorschriften (GloBE Model Rules) en de bijbehorende toelichting of administratieve richtsnoeren in een van de verdragsluitende staten.
II. AD ARTIKEL 1
-
1.
Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 1 en 22, zijn de voordelen van de artikelen 10, 11, 12, 13, 20 en 21 en de artikelen van dit Protocol die daarnaar verwijzen niet van toepassing op:
-
a.
een persoon die een vrijgestelde beleggingsinstelling is voor de toepassing van de vennootschapsbelasting van Nederland;
-
b.
een persoon die een vrijgestelde beleggingsinstelling (CNSS of CDCB) is voor de toepassing van de vennootschapsbelasting van Benin;
-
2.
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten beslissen in onderlinge overeenstemming in hoeverre een inwoner van een verdragsluitende staat die onder een ander bijzonder regime valt geen aanspraak kan maken op de voordelen van dit Verdrag.
III. AD ARTIKEL 5
Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 7, indien in een verdragsluitende staat een vaste inrichting wordt geacht te bestaan krachtens artikel 5, negende lid, en de in dat lid genoemde werkzaamheden relevant zijn voor twee belastingplichtigen in die verdragsluitende staat, zijnde:
onthoudt de eerstgenoemde verdragsluitende staat zich van aanpassingen van het bedrag van de belasting op de winst uit die werkzaamheden indien de totale passende zakelijke (arm’s length) winst uit die werkzaamheden is opgenomen in een in die staat ingediende belastingaangifte.
IV. AD ARTIKELEN 5, 6, 7 EN 13
Het is wel te verstaan dat rechten tot de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen worden beschouwd als onroerende zaken die zijn gelegen in de verdragsluitende staat op wiens territoriale zee, en elk gebied buiten en grenzend aan zijn territoriale zee waarin deze staat, in overeenstemming met internationaal recht, rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent, met inbegrip van de zeebodem en ondergrond daarvan, deze rechten van toepassing zijn en dat deze rechten geacht worden te behoren tot de activa van een vaste inrichting in die staat. Voorts is het wel te verstaan dat de hiervoor genoemde rechten ook omvatten rechten op belangen bij of voordelen uit vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie.
V. ARTIKEL 7
Met betrekking tot artikel 7, eerste en tweede lid, geldt dat, indien een onderneming van een verdragsluitende staat in de andere verdragsluitende staat goederen of koopwaar verkoopt of een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting, de winst van die vaste inrichting niet wordt bepaald op basis van het totale door de onderneming ontvangen bedrag, doch slechts op basis van dat deel van het inkomen van de onderneming dat aan de feitelijke werkzaamheden van de vaste inrichting voor die verkopen of die bedrijfsuitoefening is toe te rekenen.
VI. AD ARTIKEL 10
-
1.
De bepalingen van artikel 10, tweede en derde lid, laten onverlet het recht van Nederland in overeenstemming met zijn wetgeving opbrengstbelasting te heffen.
-
2.
De bepalingen van artikel 10, derde lid, zijn, respectievelijk, niet van toepassing op dividenden betaald door of aan een persoon die voor de toepassing van de Nederlandse vennootschapsbelasting een fiscale beleggingsinstelling of vrijgestelde beleggingsinstelling is of door of aan een persoon die een collectieve beleggingsinstelling is (CNSS of CDCB) ten behoeve van de vennootschapsbelasting in Benin.
VII. AD ARTIKELEN 10 EN 13
Het is wel te verstaan dat inkomen ontvangen in verband met de (gedeeltelijke) liquidatie van een lichaam of de inkoop van eigen aandelen door een lichaam wordt behandeld als inkomen uit aandelen.
VIII. AD ARTIKEL 23
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten kunnen, zo nodig in strijd met hun respectieve nationale wetgeving, ter zake van een overeengekomen regeling in het kader van een procedure voor onderling overleg als bedoeld in artikel 23, tevens overeenkomen dat de staat, waar ingevolge de eerdergenoemde regeling sprake is van een additionele belastingheffing, met betrekking tot deze additionele belastingheffing geen belastingverhogingen, toeslagen, interest en kosten zal opleggen, indien de andere staat, waarin ingevolge de regeling sprake is van een overeenkomstige vermindering van belasting, afziet van de betaling van interest verschuldigd met betrekking tot een dergelijke vermindering van belasting.
IX. AD ARTIKELEN 24 EN 25
De bepalingen van de artikelen 24 en 25 zijn van dienovereenkomstige toepassing op de inkomensgerelateerde regelingen van de verdragsluitende staten.