Preambule
Het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Republiek Kroatië,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
Hongarije,
de Republiek Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,
en
de Europese Unie,
enerzijds,
en de Republiek Oezbekistan,
anderzijds,
hierna gezamenlijk „de Partijen” genoemd,
Gezien hun sterke banden en hun gemeenschappelijke waarden,
Gezien hun wens om de tot wederzijds voordeel strekkende samenwerking te versterken die is aangegaan met de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, ondertekend in Florence op 21 juni 1996,
Gezien hun wens om hun betrekkingen naar een hoger niveau te tillen om rekening te houden met de nieuwe politieke en economische realiteit en de voortgang van hun partnerschap,
Uiting gevend aan hun gemeenschappelijke voornemen om hun samenwerking inzake bilaterale, regionale en internationale kwesties van wederzijds belang op alle niveaus te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren,
Opnieuw bevestigend dat zij vastbesloten zijn de bevordering, bescherming en uitvoering van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur te versterken,
Bevestigend dat zij gehecht zijn aan de beginselen die zijn neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties (hierna het „Handvest van de VN” genoemd), de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, aangenomen bij Resolutie A/RES/217 (III) A van de Algemene Vergadering van de VN op 10 december 1948, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (hierna „OVSE” genoemd), met name de Slotakte van Helsinki die op 1 augustus 1975 is aangenomen tijdens de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa (hierna de „Slotakte van Helsinki van de OVSE” genoemd), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, aangenomen bij Resolutie 2200A (XXI) van de Algemene Vergadering van de VN op 16 december 1966, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, aangenomen bij Resolutie 2200A (XXI) van de Algemene Vergadering van de VN op 16 december 1966, alsmede andere universele beginselen en normen van het internationale recht,
Herhalend dat zij vastbesloten zijn de internationale vrede en veiligheid actief te bevorderen en zich in te zetten voor effectief multilateralisme en de vreedzame regeling van geschillen, met name door samen te werken in het kader van de VN en de OVSE,
Gezien hun wens om de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen,
Gezien hun gehechtheid aan internationale verplichtingen ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor,
Gezien hun toezegging om de samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid te versterken, onder meer bij de bestrijding van corruptie,
Gezien hun engagement om via hun samenwerking bij te dragen tot duurzame politieke, sociaal-economische en institutionele ontwikkeling,
Overwegende dat zij bereid zijn hun economische betrekkingen te versterken op basis van de beginselen van een vrijemarkteconomie en een klimaat te scheppen dat bevorderlijk is voor de uitbreiding van de bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen en van wederzijds tot voordeel strekkende connectiviteit,
Ondersteunende de prestaties en inspanningen van de Republiek Oezbekistan om het ondernemingsklimaat te verbeteren, corruptie te bestrijden en economische groei en werkgelegenheid te creëren,
Bepleitend de toetreding van de Republiek Oezbekistan tot de Wereldhandelsorganisatie (hierna „WTO” genoemd) en de transparante en niet-discriminerende uitvoering van rechten en verplichtingen in het kader van de WTO, en bevestigend het voornemen van de Europese Unie om in dit proces technische bijstand te verlenen, onder meer op het gebied van de certificering van normen en standaarden, wetgeving inzake de bescherming van intellectuele eigendom en rechtshandhavingspraktijken,
Gezien hun gehechtheid aan het beginsel van duurzame ontwikkeling en hun engagement om samen te werken om de doelstellingen van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN te verwezenlijken,
Gezien hun toezegging om ecologische duurzaamheid en milieubescherming te waarborgen, onder meer door grensoverschrijdende samenwerking en te werken aan de uitvoering van multilaterale milieuovereenkomsten waarbij zij partij zijn en de samenwerking op alle gebieden van klimaatactie te versterken overeenkomstig de Overeenkomst van Parijs in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake de klimaatverandering, aangenomen op 12 december 2015 (hierna de „Overeenkomst van Parijs inzake de klimaatverandering” genoemd),
Erkennende dat alle samenwerking inzake het vreedzame gebruik van kernenergie tussen de Partijen bij deze Overeenkomst valt onder de Overeenkomst betreffende samenwerking inzake het vreedzame gebruik van kernenergie tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en de regering van de Republiek Oezbekistan, die op 6 oktober 2003 in Brussel is ondertekend, en niet onder deze Overeenkomst valt,
Overwegende hun wens om de samenwerking en uitwisseling op het gebied van wetenschap en technologie, innovatie en onderwijs, cultuur en sport uit te breiden,
Gezien hun engagement om grensoverschrijdende en regionale samenwerking te bevorderen,
Wijzende op het feit dat, als de Partijen in het kader van deze Overeenkomst specifieke overeenkomsten sluiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die door de Europese Unie zijn gesloten krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zijn voor Ierland, tenzij de Europese Unie, samen met Ierland wat betreft zijn respectieve eerdere bilaterale betrekkingen, de Republiek Oezbekistan ervan in kennis stelt dat Ierland gebonden is door dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het VWEU is gehecht; evenzo wijzende op het feit dat latere interne maatregelen van de Europese Unie die met het oog op de uitvoering van deze Overeenkomst op grond van titel V van het derde deel van het VWEU worden genomen, niet bindend zijn voor Ierland, tenzij Ierland zijn wens te kennen heeft gegeven deel te nemen aan die maatregelen of die te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21; en voorts nota nemend van het feit dat dergelijke toekomstige overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie zouden komen te vallen onder Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat gehecht is aan voornoemde Verdragen,