Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.
minister:

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

b.
staatssecretaris:

Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

c.
inspecteur-generaal:

inspecteur-generaal van het Inspectoraat-generaal VROM, als bedoeld in het Organisatiebesluit Inspectoraat-generaal VROM;

d.
regionaal inspecteur:

regionaal inspecteur van de regionale inspectie van het Inspectoraat-generaal VROM, als bedoeld in het Organisatiebesluit Inspectoraat-generaal VROM.

Artikel

2

Artikel

3

De inspecteur-generaal kan de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, als bedoeld in artikel 2, tweede lid van deze regeling, niet uitoefenen, indien hij tevens het besluit waartegen het bezwaar zich richt, op grond van artikel 2, eerste lid van deze regeling, heeft genomen.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De Regeling mandaat handhaving Inspectie Milieuhygiëne wordt ingetrokken.

Artikel

8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Artikel

9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM.

's-Gravenhage
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.Pronk