Notawisseling tussen de Nederlandse en de Franse Regering houdende een overeenkomst tot vergemakkelijking van het reizigersverkeer tussen beide landen

Nr.

I

MINISTÈRE DES AFFAIRES ÉTRANGÈRES

Paris, le 21 mai 1957.

Monsieur l'Ambassadeur,

J'ai l'honneur de vous adresser le texte d'un accord destiné à faciliter la circulation des personnes entre le Royaume des Pays-Bas et la France.

Il y a lieu de préciser que, par suite d'une mesure provisoire, l'entrée en Algérie est soumise à une autorisation spéciale, quelle que soit la durée du séjour.

La présente lettre et votre réponse portant la même date représenteront l'accord sur la circulation des personnes.

Article

I

Article

II

Article

III

Le franchissement de la frontière ne pourra avoir lieu qu'aux points de passage autorisés.

Article

IV

Les dispositions qui précèdent ne portent pas atteinte aux prescriptions légales et réglementaires relatives au séjour des étrangers sur le territoire de chacun des deux Etats.

Article

V

Chacun des deux Gouvernements se réserve le droit de refuser l'accès ou le séjour sur son territoire aux nationaux de l'autre Etat qu'il considère comme indésirables.

Article

VI

L'Etat dont les autorités auront délivré l'un des documents énumérés aux articles I et II recevra sans formalité sur son territoire le titulaire de ce document, même dans le cas où la nationalité de l'intéressé serait contestée.

Article

VII

Chacun des deux Gouvernements se réserve le droit pour des raisons de sécurité, d'ordre ou de santé publics, de suspendre temporairement l'application du présent accord. Cette mesure devra être notifiée immédiatement par la voie diplomatique et, si possible, après entente préalable. Il en sera de même dès que la mesure en question sera levée.

Article

VIII

Le présent accord sera appliqué à titre provisoire dès la date de la signature. Il entrera définitivement en vigueur dix jours après la date à laquelle le Gouvernement Royal des Pays-Bas aura fait connaître au Gouvernement Français l'approbation constitutionnellement requise aux Pays-Bas.

Il prendra fin trois mois après que l'un des deux Gouvernements aura notifié à l'autre son intention d'en faire cesser les effets.

Veuillez agréer, Monsieur l'Ambassadeur, les assurances de ma haute considération.

Pour le Ministre des Affaires Etrangères

et par délégation,

l'Ambassadeur de France,

Secrétaire Général,

(s.) LOUIS JOXE

Son Excellence le Baron W. van Boetzelaer,

Ambassadeur Extraordinaire et Plénipotentiaire

du Royaume des Pays-Bas,

85, rue de Grenelle, Paris.

Nr.

II

AMBASSADE DES PAYS-BAS

Paris, le 21 mai 1957.

Monsieur le Ministre,

Par une lettre du 21 mai 1957 Votre Excellence a bien voulu m'adresser la communication suivante:

(Zoals in nr. I)

J'ai l'honneur de faire savoir que le Gouvernement néerlandais est d'accord sur ce qui précède.

Je saisis cette occasion, Monsieur le Ministre, pour renouveler à Votre Excellence les assurances de ma plus haute considération.

L'Ambassadeur,

(s.) W. VAN BOETZELAER

Son Excellence Monsieur Albert Gazier,

Ministre des Affaires Etrangères p.i.,

Paris.

Nr.

I

MINISTERIE VAN

BUITENLANDSE ZAKEN

Parijs, 21 mei 1957.

Mijnheer de Ambassadeur,

Ik heb de eer U te doen toekomen de tekst van een overeenkomst tot vergemakkelijking van het reizigersverkeer tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Frankrijk.

Uitdrukkelijk dient te worden vastgelegd, dat tengevolge van een voorlopige maatregel de binnenkomst in Algerië onderworpen is aan een speciale toestemming, welke ook de duur van het verblijf moge zijn.

Dit schrijven en Uw antwoord van dezelfde datum zullen de overeenkomst nopens het reizigersverkeer vormen.

Artikel

I

Artikel

II

Artikel

III

Grensoverschrijding kan slechts plaatsvinden langs de erkende doorlaatposten.

Artikel

IV

De voorgaande bepalingen laten onverlet de wettelijke en administratieve voorschriften nopens het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied van elk der beide Staten.

Artikel

V

Elk der beide Regeringen behoudt zich het recht voor om de toegang tot of het verblijf op zijn grondgebied te weigeren aan onderdanen van de andere Staat die als ongewenst worden beschouwd.

Artikel

VI

De Staat, door welks gezagsorganen een van de in de artikelen I en II opgesomde documenten is afgegeven, zal zonder formaliteiten de houder van dat document op zijn gebied toelaten, zelfs in geval de nationaliteit van de betrokkene mocht worden betwist.

Artikel

VII

Elk der beide Regeringen behoudt zich het recht voor, de toepassing van deze overeenkomst tijdelijk op te schorten om redenen van openbare orde of veiligheid of openbare gezondheid. Van deze maatregel zal onmiddellijk langs diplomatieke weg worden kennis gegeven, zo mogelijk na voorafgaande overeenstemming. Op dezelfde wijze zal worden gehandeld, zodra de bedoelde maatregel wordt opgeheven.

Artikel

VIII

Deze overeenkomst zal voorlopig worden toegepast met ingang van de datum van ondertekening. De overeenkomst zal definitief in werking treden tien dagen na de datum waarop de Nederlandse Regering aan de Franse Regering zal hebben medegedeeld, dat de in Nederland grondwettelijk vereiste goedkeuring is verkregen.

De overeenkomst zal worden beëindigd drie maanden nadat een der beide Regeringen aan de andere Regering kennis zal hebben gegeven van haar voornemen om de werking ervan te doen ophouden.

Gelief, Mijnheer de Ambassadeur, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Minister van Buitenlandse Zaken,

de Ambassadeur van Frankrijk,

Secretaris-Generaal,

(w.g.) LOUIS JOXE

Zijner Excellentie

W. baron van Boetzelaer,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur

van het Koninkrijk der Nederlanden,

Rue de Grenelle 85,

Parijs.

Nr.

II

AMBASSADE DER NEDERLANDEN

Parijs, 21 mei 1957.

Mijnheer de Minister,

Bij schrijven van 21 mei 1957 heeft Uwe Excellentie mij de volgende mededeling willen doen:

(Zoals in nr. I)

Ik heb de eer te doen weten, dat de Nederlandse Regering zich met het vorenstaande kan verenigen.

Ik neem deze gelegenheid te baat, Mijnheer de Minister, om Uwer Excellentie de hernieuwde verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting aan te bieden.

De Ambassadeur,

(w.g.) W. VAN BOETZELAER

Zijner Excellentie Albert Gazier,

Minister van Buitenlandse Zaken a.i.,

Parijs.