Besluit van 29 augustus 1930, betreffende uitzending naar Suriname en naar Curaçao van Rijksambtenaren, die zich voor de vervulling van enig ambt in de burgerlijke dienst aldaar beschikbaar stellen, en de regeling van hun terugkeer hier te lande

West-Indisch Detacheeringsbesluit 1930

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onzen Minister van Koloniën van 30 Mei 1930, 7de Afdeeling n°. 6;
Den Raad van State gehoord (advies van 24 Juni 1930, n°. 41);
Gelezen het nader rapport van Onzen voornoemden Minister van 8 Juli 1930, 7de Afdeeling n°. 13);
Overwegende, dat het noodzakelijk is, regelen vast te stellen omtrent uitzending naar Suriname en Curaçao van personen, in dienst van het Rijk, ter vervulling van betrekkingen in den burgerlijken Landsdienst van die gewesten;

Hebben goedgevonden en verstaan te bepalen:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Op uitzendingen, als bedoeld in artikel 2, zijn van toepassing de bepalingen van het West-Indisch-Uitzendingsbesluit 1925 (Staatsblad n°. 15, Gouvernementsblad n°. 14, Publicatieblad n°. 19), en zulks met dien verstande, dat het in artikel 1 onder a genoemd bedrag van f 1500 (een duizend vijfhonderd gulden) wordt vervangen door f 2500 (tweeduizend vijfhonderd gulden) en dat het maximum van de aldaar onder c bedoelde vergoedingen naar laatstgemelde som wordt berekend.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Een burgerlijk ambtenaar, die terugkeert van eene detacheering met verlof buiten bezwaar van ’s Rijks schatkist als in het tweede lid van artikel 2 bedoeld, wordt, gerekend van en met den dag van terugkeer hier te lande, in activiteit hersteld en in het genot gesteld van de bezoldiging, welke hij zou hebben genoten, indien hij niet naar Suriname of naar Curaçao gedetacheerd ware geworden, c. q. met toekenning ook van den hoogeren rang, dien hij in dat geval zou hebben bekleed.

Artikel

8

Artikel

9

Het pensioen, dat aan een naar Suriname of naar Curaçao uitgezonden Rijksambtenaar of gewezen Rijksambtenaar ten laste van de geldmiddelen van een dezer gewesten mocht worden verleend, wordt aan den belanghebbende, indien en zoolang hij in Rijksdienst is herplaatst, niet uitbetaald dan voor zoover noodig tot aanvulling van zijne inkomsten uit ’s Rijks kas tot ten hoogste zoodanig bedrag, als waarop hij, ware hij zonder uitzicht op zoodanig pensioen van zijne werkzaamstelling in genoemde gewesten ontheven, ingevolge dit besluit aanspraak had kunnen maken.

Artikel

10

Dit besluit, dat kan worden aangehaald als "West-Indisch Detacheeringsbesluit 1930", treedt in werking met ingang van den 1sten September 1930.

Overgangsbepaling

Aan burgerlijke ambtenaren, die vóór het in werking treden van deze regeling, doch nà 1 Januari 1926, in Suriname of Curaçao gedetacheerd zijn geweest, kan, nadat zij niet op verzoek eervol zijn ontslagen, een wachtgeld worden toegekend tot een bedrag, gelijk aan de bezoldiging, die zij op het tijdstip van dat ontslag genoten. Het derde lid van artikel 6 dezer regeling is van overeenkomstige toepassing.

Onze voornoemde Ministers zijn, ieder voor zooveel zijn Departement van Algemeen Bestuur betreft, belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad geplaatst en in afschrift aan den Raad van State medegedeeld zal worden.

Het Loo
WILHELMINA.
De Minister van Koloniën, DE GRAAFF.
De Minister van Buitenlandsche Zaken, BEELAERTS VAN BLOKLAND.
De Minister van Justitie, J. DONNER.
De Minister van Staat, Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw, RUYS DE BEERENBROUCK.
De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, J. TERPSTRA.
De Minister van Financiën, DE GEER.
De Minister van Defensie, L. N. DECKERS.
De Minister van Waterstaat, P. J. REYMER.
De Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid, T. J. VERSCHUUR.
De Minister van Justitie, J. DONNER.