Besluit van 2 juli 1938, houdende bepalingen tot uitvoering van de Wet op de weerkorpsen

Uitvoeringsbesluit Wet op de weerkorpsen

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Ministers van Justitie van 24 Januari 1938, 5de Afdeeling, n°. 500G, van Binnenlandsche Zaken van 28 Januari 1938, Afdeeling Binnenlandsch Bestuur, n°. 1709, en van Defensie van 28 Januari 1938, Geheim Litt. W.23;
Gezien artikel 1 van de wet van den 11den September 1936, Staatsblad n°. 206, houdende voorzieningen omtrent weerkorpsen;
Den Raad van State gehoord (advies van 1 Maart 1938, n°. 22);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van 11 Juni 1938, 5de Afdeeling, n°. 3384 G, 17 Juni 1938, Afdeeling Binnenlandsch Bestuur, n°. 16791, en 28 Juni 1938, Geheim Litt. Z.158;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

I

Inleidende bepaling

Artikel

1

Als organisaties, voor welke het verbod van het eerste lid van artikel 1 der Wet op de weerkorpsen niet geldt, worden toegelaten:

  • a.

    de organisatie, bekend als "Bijzondere Vrijwillige Landstorm", zijnde de organisatie van hen, die hetzij als dienstplichtigen, hetzij op grond van een vrijwillige verbintenis, hetzij als behoorende tot het reserve-personeel, deel uitmaken van het verlofspersoneel der Koninklijke landmacht en zich beschikbaar stellen om na verkregen machtiging van Onze Minister van Defensie - ter handhaving of herstel van de openbare orde en rust - vrijwillig in werkelijken dienst te komen, mits deze organisatie voldoet aan de bepalingen van § II van dit besluit;

  • b.

    de organisaties, bekend als "Vrijwillige Burgerwachten", zoolang zij als zoodanig op den voet van het bepaalde in § III van dit besluit door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken zijn erkend;

  • c.

    weerbaarheidsvereenigingen en schietvereenigingen, zoolang zij op den voet van het bepaalde in § IV van dit besluit door Onzen Minister van Defensie zijn erkend.

§

II

Bijzondere Vrijwillige Landstorm

Artikel

2

Artikel

3

De Bijzondere Vrijwillige Landstorm en elk zijner onderdeelen geven aan Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken of een namens dezen optredenden ambtenaar of orgaan op de eerste vordering inzage van de boeken en bescheiden, op zijne samenstelling en inrichting, op zijn beheer en op zijne bewapening betrekking hebbende, en verschaffen daarbij alle ter zake gewenschte inlichtingen.

§

III

Vrijwillige Burgerwachten

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Elk openbaar vertoon en elke andere in het openbaar blijkende bemoeiing van eene Vrijwillige Burgerwacht of hare onderdeelen en organen buiten de gemeente van vestiging zijn verboden, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken.

Artikel

7

Artikel

8

§

IV

Weerbaarheidsvereenigingen en schietvereenigingen

Artikel

9

Artikel

10

Uit de statuten van eene weerbaarheidsvereeniging of van eene schietvereeniging moet blijken, dat van het lidmaatschap der vereeniging zijn uitgesloten zij, die van revolutionnaire gezindheid zijn.

Artikel

11

Artikel

12

Weerbaarheidsvereenigingen en schietvereenigingen zijn verplicht hare werkzaamheden te staken wanneer er sprake is van een uitzonderingstoestand als bedoeld in artikel 103 van de Grondwet.

Artikel

13

Eene weerbaarheidsvereeniging of schietvereeniging treedt, behoudens het bepaalde in artikel 15, slechts op in onderling verband, voor zoover dit voor het houden van hare oefeningen noodig is.

Artikel

14

Het is aan eene weerbaarheidsvereeniging en aan eene schietvereeniging verboden in eenigerlei vorm aan de weermacht of politie steun te verleenen bij de uitvoering van de aan deze organen opgedragen taak tot handhaving van de uit- en inwendige veiligheid des lands en van de openbare orde en rust of daartoe hare diensten aan te bieden.

Artikel

15

Onze Minister van Defensie is bevoegd om in bijzondere gevallen eene weerbaarheidsvereeniging of schietvereeniging te vergunnen in onderling verband op te treden tot het verrichten van of deelnemen aan eerbetoon. Onze Minister van Defensie besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de aanvraag om de vergunning.

Artikel

16

Uniformkleeding en onderscheidingsteekenen worden niet gedragen of gevoerd dan met de toestemming van Onzen Minister van Defensie. Onze Minister van Defensie besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op het verzoek om toestemming.

§

V

Slotbepaling

Artikel

17

Dit besluit treedt in werking tegelijk met de Wet op de weerkorpsen.

Artikel

18

Vervallen

Artikel

19

Vervallen

Artikel

20

Vervallen

Artikel

21

Vervallen

Artikel

22

Vervallen

Onze Ministers van Justitie, van Binnenlandsche Zaken en van Defensie zijn, ieder voor zooveel hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

Soestdijk
WILHELMINA.
De Minister van Justitie, C. GOSELING.
De Minister van Binnenlandsche Zaken, VAN BOEYEN.
De Minister van Defensie, VAN DIJK.
De Minister van Justitie, C. GOSELING.