Wet van 21 februari 1957, tot regeling van het door verwerking tot nuttige produkten onschadelijk maken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke herkomst

Destructiewet

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ter voorkoming van gevaar, schade of hinder voor de openbare gezondheid regelen vast te stellen omtrent het door verwerking tot nuttige producten onschadelijkmaken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke herkomst;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Algemene bepalingen

Artikel

1

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b.

    slachtdieren: eenhoevige dieren, runderen, schapen, geiten, varkens en pluimvee;

  • c.

    dierlijk afval: niet voor menselijke consumptie bestemde dode dieren, vis daaronder begrepen, of delen daarvan, en producten van dierlijke oorsprong, met uitzondering van dierlijke uitwerpselen, keukenafval en etensresten;

  • d.

    destructiemateriaal: laag-, hoog-, en gespecificeerd hoog-risico-materiaal als bedoeld in artikel 2;

  • e.

    verwerking:

    • 1°.

      het verwerken van laag-risico-materiaal tot ingrediënten van diervoeder of vismeel, tot voeder voor gezelschapsdieren dan wel tot technische of farmaceutische producten in een verwerkingsbedrijf voor laag-risico-materiaal,

    • 2°.

      het onschadelijk maken van hoog-risico-materiaal door het te verwerken tot nuttige producten in een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal, dan wel,

    • 3°.

      het onschadelijk maken van gespecificeerd hoog-risicomateriaal op andere wijze dan onder 1° en 2° in, door of onder verantwoordelijkheid van een verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risico-materiaal;

  • f.

    gezelschapsdieren: andere dieren dan slachtdieren, welke niet zijn bestemd of worden gehouden voor dierlijke of andere productie, en door de mens in of rond het huis worden gehouden en verzorgd;

  • g.

    diervoeder: voeder voor andere dieren dan gezelschapsdieren, met uitzondering van vismeel;

  • h.

    verwerkingsbedrijf voor laag-risico-materiaal: bedrijf waar laag-risico-materiaal wordt verwerkt tot ingrediënten van diervoeder of vismeel, tot voeder voor gezelschapsdieren dan wel tot technische of farmaceutische producten;

  • i.

    verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal: inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot het onschadelijkmaken van hoog-risico-materiaal door dit te verwerken tot nuttige producten;

  • j.

    verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risicomateriaal: inrichting, geschikt voor de verwerking van gespecificeerd hoog-risico-materiaal;

  • k.

    ondernemer: natuurlijke of rechtspersoon, aan wie of aan welke een vergunning, als bedoeld in artikel 5, is verleend ter zake van de verwerking van hoog- of specifiek hoog-risicomateriaal;

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

4a

Artikel

4b

Artikel

4c

Voor keuringen of controles die voortvloeien uit de in de artikelen 4a, vierde en vijfde lid, en 4b bedoelde regelen brengt Onze Minister onder wiens verantwoordelijkheid deze keuringen of controles worden uitgevoerd, een vergoeding van kosten in rekening overeenkomstig een door hem vastgesteld tarief.

Artikel

4d

Verwerkingsbedrijven voor laag-, hoog- en gespecificeerd hoogrisico-materiaal

Artikel

5

Artikel

5a

Artikel

6

Artikel

7

Indien destructiemateriaal zodanig is verpakt in of - in strijd met het bepaalde in artikel 4, derde lid - is vermengd met ander materiaal dat dat destructiemateriaal niet zonder aanmerkelijke extra kosten is te verwerken, kan de ondernemer deze extra kosten verhalen op degene van wie dat destructiemateriaal afkomstig is. In de eerste volzin bedoelde extra kosten kunnen slechts worden verhaald voor zover dat in overeenstemming is met door Onze Minister te stellen nadere regelen.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Hoofden en bestuurders van verwerkingsbedrijven van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal, verwerkingsbedrijven van laag-risico-materiaal of bedrijven waarin laag-risico-materiaal wordt opgeslagen of wordt voorbewerkt, nemen alle maatregelen die nodig zijn om te verzekeren dat de ter zake van hun categorie van bedrijven bij of krachtens deze wet gestelde regels worden nageleefd.

Destructiemateriaal

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

De eigenaar van destructiemateriaal heeft, volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen, aanspraak op een door de ondernemer te betalen vergoeding voor de huiden van eenhoevige en herkauwende dieren, behoudens in bij die algemene maatregel van bestuur aangegeven uitzonderingsgevallen.

Artikel

15

Plaatselijke voorzieningen

Artikel

16

De aan de gemeenteraad ingevolge de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet (Stb. 1992,96) toekomende bevoegdheid wordt ten aanzien van het onderwerp, waarin deze wet voorziet, slechts beperkt door hetgeen bij of krachtens deze wet uitdrukkelijk is geregeld.

Artikel

17

Artikel

18

Vervallen

Artikel

19

Vervallen

Artikel

20

Financiering

Artikel

21

Beroep

Uitvoering van verdragen

Artikel

23

Toezicht

Artikel

24

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

25

Artikel

26

Dit artikel bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

27

Dit artikel bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

28

Vervallen

Artikel

29

Het Destructiebesluit 1942 vervalt.

Artikel

30

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Destructiewet".

Artikel

31

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Wij behouden Ons voor een ander tijdstip vast te stellen, waarop artikel 23 in werking treedt, in welk geval artikel 11 van het Destructiebesluit 1942 op dat tijdstip vervalt.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk
JULIANA.
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, J. G. SUURHOFF.
De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, MANSHOLT.
De Minister van Justitie, SAMKALDEN.