Besluit van 5 april 1967, houdende uitvoering van de artikelen 4, tweede lid, 15, eerste lid, 18, tweede lid, 27, 39, 47 en 57 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet

Reglement van de Raad voor het Kwekersrecht

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en Visserij van 15 februari 1967, no. J. 505, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;
Gelet op de artikelen 4, tweede lid, 15, eerste lid, 18, tweede lid, 27, 39, 47 en 57 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet;
De Raad van State gehoord (advies van 8 maart 1967, no. 50);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 29 maart 1967, no. J. 809, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Algemene bepaling

Artikel

1

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder "wet": De Zaai- en Plantgoedwet.

Hoofdstuk

II

Samenstelling en bevoegdheden van de Raad

Artikel

2

De Centrale Afdeling bestaat uit de voorzitter, de vice-voorzitter van de Afdeling Landbouwgewassen en de vice-voorzitter van de Afdeling Tuinbouwgewassen.

Artikel

3

Artikel

4

De Afdeling van Beroep bestaat uit vier leden en een vice-voorzitter, die de afdeling voorzit.

Artikel

5

Artikel

6

Namens de voorzitter roept de secretaris vergaderingen van de Raad bijeen. Bij elke vergadering van de Raad of een der Afdelingen is de secretaris of een adjunct-secretaris aanwezig.

Artikel

7

Hoofdstuk

III

Het Nederlands Rassenregister

Artikel

8

Artikel

9

Hoofdstuk

IV

Werkwijze van de Raad

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

10

Artikel

11

De ondertekening van stukken moet, indien dit verlangd wordt, gelegaliseerd worden.

Artikel

12

Vervallen

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

De beslissingen van de Raad zijn gedagtekend en worden door degene die de zaak heeft voorgezeten en behandeld in de Afdeling, alsmede door de betrokken secretaris ondertekend.

§

2

Aanvrage tot verlening van kwekersrecht en aanvrage tot inschrijving van een ras als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Vervallen

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Binnen een maand na inschrijving in het Register van inschrijving, wordt aan de aanvrager een bewijs van inschrijving verstrekt, waarvan het model wordt vastgesteld door de Raad.

§

3

Verzoek tot nietigverklaring en toewijzing ener opeising

Artikel

24

§

4

Licenties

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

Indien de houder van het kwekersrecht de voorwaarden, waaronder de licenties als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de wet zijn verleend, wil wijzigen, brengt hij de voorgenomen wijzigingen schriftelijk ter kennis van de Raad. Artikel 26, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

28

In de kennisgeving als bedoeld in artikel 44, zesde lid, van de wet, deelt de Raad de houder van het kwekersrecht tevens mede, welke wijzigingen van de voorwaarden hij wenselijk acht. De houder van het kwekersrecht dient het voorstel tot wijziging van de voorwaarden schriftelijk bij de Raad in.

Hoofdstuk

V

Slotbepalingen

Artikel

29

Onze Minister kan nadere voorschriften geven met betrekking tot de werkwijze van de Raad.

Artikel

30

Onze Minister van Landbouw en Visserij is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk
JULIANA.
De Minister van Landbouw en Visserij, P. J. LARDINOIS.
De Minister van Justitie, C. H. F. POLAK.