Besluit van 19 april 1967, houdende verlening van toeslag op de pensioenen van bepaalde Surinaamse en Nederlands Antilliaanse ambtenaren en leerkrachten van het bijzonder onderwijs en hun nagelaten betrekkingen

Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Vice-Minister-President, mede namens Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën van 28 februari 1967, Nr. 17939/K 2536;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Het in het eerste lid van artikel 2 bedoelde bedrag-A is het bedrag, dat moet worden aangemerkt als de in euro uitgedrukte tegenwaarde van hetgeen de betrokkene in een of meer van de in artikel 1, eerste lid onder b, c en d genoemde hoedanigheden ingevolge de toepasselijke Surinaamse of Nederlands Antilliaanse regeling of regelingen in totaal aan pensioen, uitkering bij wijze van pensioen en onderstand is toegekend, vermeerderd met alle daarop verleende toeslagen met inbegrip van, onder welke benaming ook verleende, kindertoelagen.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

6a

Artikel

6b

Artikel

7

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd voor de uitvoering van dit besluit nadere regelen vast te stellen.

Artikel

8

Dit besluit kan worden aangehaald als: Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen.

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 1967.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk
JULIANA.
De Vice-Minister-President, J. A. BAKKER.
De Minister van Binnenlandse Zaken, H. K. J. BEERNINK.
De Minister van Financiën, WITTEVEEN.
De Minister van Justitie, C. H. F. POLAK.