Besluit van 23 juni 1969, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 28a, eerste lid, onder a, van de Huurwet

Besluit liberalisatie huurbeleid IV

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 20 mei 1969, nr. 0519926, afdeling Juridische Zaken;
Overwegende, dat het gelet op de situatie op de woningmarkt in de provincies Friesland, Overijssel en Limburg wenselijk is in deze gewesten gemeenten aan te wijzen, waarin een aantal bepalingen van de Huurwet niet van toepassing is;
Gezien de adviezen van Gedeputeerde Staten van Friesland, Overijssel en Limburg;
De raden der betrokken gemeenten gehoord;
De Raad van State gehoord, advies van 11 juni 1969, nr. 45;
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 20 juni 1969, nr. 0619931, afdeling Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Het bepaalde in Hoofdstuk II, de artikelen 11 en 12 en de Hoofdstukken IV-VI, met uitzondering van de artikelen 26a, 27, eerste en tweede lid, en 28 van de Huurwet is niet van toepassing in de volgende gemeenten:

  • I.

    Leeuwarden;

  • II.

    de in de provincie Overijssel gelegen gemeenten, met uitzondering van Zwolle, Almelo, Borne, Deventer, Enschede, Hengelo, Kampen, Losser, Oldenzaal, Steenwijk en IJsselmuiden;

  • III.

    Maastricht.

Artikel

II

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit liberalisatie huurbeleid IV. Het treedt in werking met ingang van 1 september 1969.

Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk
JULIANA.
De Minister van Volkhuisvesting en Ruimtelijke Ordening, W. F. SCHUT.
De Minister van Justitie, C. H. F. POLAK.