Besluit van 23 januari 1973, ter uitvoering van artikel 1637s, tweede lid, onder c en d, Burgerlijk Wetboek

Besluit fondsen en spaarregelingen

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de gemeenschappelijke voordracht van Onze Ministers van Justitie en van Sociale Zaken van 31 augustus 1972, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 422/672.
Gezien het advies van de Sociaal-Economische Raad van 21 april 1972, nr. 4;
De Raad van State gehoord (advies van 1 november 1972, nr. 21);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van 2 januari 1973, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 652/672 en van 9 januari 1973, Directoraat-Generaal voor Algemene Beleidsaangelegenheden, Directie Bedrijfsorganisatie, Ondernemingsraden en Bezitsvorming, Afdeling Bezitsvorming, No. 60093;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Fondsen

Titel

1

Algemeen

Artikel

1

Titel

2

Fondsen ter behartiging van algemene belangen van werknemers of werkgevers

Artikel

1a

Artikel

1b

De statuten of reglementen van een fonds als bedoeld in artikel 1, tweede of derde lid, houden de doelstellingen in, met een nauwkeurige aanduiding van de belangen die het fonds behartigt en de deelnemende bedrijfstak of bedrijfstakken dan wel de deelnemende onderneming of ondernemingen.

Artikel

1c

Het bestuur van het fonds moet ingevolge de statuten voor tenminste éénderde bestaan uit vertegenwoordigers van werknemers, met dien verstande dat het aantal vertegenwoordigers van werknemers tenminste gelijk dient te zijn aan het aantal vertegenwoordigers van werkgevers.

Artikel

1d

Artikel

1e

De statuten of reglementen van het fonds moeten voorts bepalingen inhouden betreffende:

  • a.

    de wijze waarop het bestuur van het fonds wordt samengesteld;

  • b.

    de bestemming van het vermogen van het fonds in geval van vereffening.

Artikel

1f

Artikel

1g

De statuten moeten bepalen dat de reglementen, alsmede de in de statuten en reglementen aangebrachte wijzigingen niet in werking zullen treden alvorens een volledig exemplaar van die stukken onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur ondertekend, voor een ieder ter inzage is neergelegd ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waarin het fonds is gevestigd.

Titel

3

Andere fondsen

Artikel

2

Het bestuur van het fonds moet ingevolge de statuten voor ten minste de helft bestaan uit vertegenwoordigers van de deelnemers.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De statuten moeten voorts bepalingen inhouden betreffende:

  • a.

    de wijze waarop het bestuur van het fonds wordt samengesteld;

  • b.

    het regelmatig bijeenroepen van een algemene vergadering;

  • c.

    de bestemming van het vermogen van het fonds in geval van vereffening;

  • d.

    de wijze van beslechting van geschillen, voortvloeiende uit de toepassing van de statuten en reglementen van het fonds, met dien verstande dat de beslechting van geschillen niet uitsluitend mag worden opgedragen aan de werkgever of één van de werkgevers bij wie deelnemers in dienst zijn of zijn geweest.

Artikel

7

Artikel

8

De statuten moeten bepalen dat de reglementen, alsmede de in de statuten en reglementen aangebrachte wijzigingen niet in werking zullen treden alvorens een volledig exemplaar van die stukken, onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur ondertekend, voor een ieder ter inzage is neergelegd ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waarin het fonds is gevestigd.

Artikel

9

Artikel

10

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan op verzoek van een fonds ontheffing verlenen van het in artikel 3, derde lid bepaalde. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken. De ontheffing wordt verleend voor bepaalde of onbepaalde tijd.

Hoofdstuk

II

Regelingen tot sparen anders dan door fondsvorming

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan op verzoek van de betrokken werkgever of werkgevers ontheffing verlenen van het in artikel 12 bepaalde. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken. De ontheffing wordt verleend voor bepaalde of onbepaalde tijd.

Hoofdstuk

III

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

17

Het Koninklijk besluit van 31 maart 1908, Stb. 94, wordt ingetrokken.

Artikel

18

Lasten en bevelen, dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk
JULIANA.
De Minister van Justitie, VAN AGT.
De Minister van Sociale Zaken, BOERSMA.
De Minister van Justitie, VAN AGT.