I.M.B. 1979

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

  • I.

    in te trekken het besluit van 26 januari 1955, houdende instructie voor de meting van binnenvaartuigen (Stcrt. 1955, 25).

  • II.

    de navolgende instructie voor de meting van binnenvaartuigen vast te stellen.

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze instructie wordt onder ‘Besluit’ verstaan het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978 (Stb. 1979, 358). De instructie neemt over de terminologie van het Besluit en verstaat voorts onder:

Scheepslengte:

de grootste lengte van de romp, roer en boegspriet niet inbegrepen;

Scheepsbreedte:

de grootste breedte van de romp, gemeten op buitenkant huid, berghouten en andere uitstekende delen niet meegerekend;

Veiligheidsafstand:

de afstand tussen het vlak van de grootste toegelaten diepgang en het daaraan evenwijdige vlak door het laagste punt waarboven het schip niet meer als waterdicht wordt beschouwd;

Lastlijn:

de diepgangslijn overeenkomende met het vlak van de grootste toegelaten diepgang;

Vrijboord:

de afstand, vertikaal gemeten, tussen de lastlijn en het daaraan evenwijdige vlak door het laagste punt van het gangboord, of bij ontbreken van een gangboord, het laagste punt van het vaste boord.

Artikel

2

Aanvraag tot meting, hermeting, of controlemeting

Voor het aanvragen van een meting, hermeting of controlemeting wordt gebruik gemaakt van het formulier Scheepsmeting nr. 15. Dit formulier dient alle formele gegevens te bevatten, welke nodig zijn om de meetbrief te kunnen samenstellen en is tevens het bewijsstuk, waarmede bij wanbetaling de kosten kunnen worden gevorderd. De ambtenaar van de Scheepsmetingsdienst is gehouden het door belanghebbende ingevulde aanvraagformulier te controleren: wijziging mag alleen in het bijzijn van belanghebbende geschieden, die zodanige wijziging moet paraferen.

Artikel

3

Voorwaarden tot meting, hermeting of controlemeting

Artikel

4

Te meten inhoud

Artikel

5

Vervallen

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

Overzicht van vaarwegen in Nederland

Bij het bepalen van de lastlijn worden de zones 2, 3 en 4 in aanmerking genomen.

Zone 2:

  • Dollard

  • Eems

  • Waddenzee, met inbegrip van de verbindingen naar de Noordzee

  • IJsselmeer, met inbegrip van Markermeer en IJmeer, met uitzondering van Gouwzee

  • Nieuwe Waterweg en het Scheur

  • Calandkanaal ten westen van de Beneluxtunnel

  • Breediep, Beerkanaal en de op het Beerkanaal aanluitende havens

  • Hollands Diep

  • Haringvliet en Vuile Gat, met inbegrip van alle vaarwateren tussen Goeree-Overflakkee enerzijds en Voorne-Putten en de Hoekse Waard anderzijds

  • Hellegat

  • Volkerak

  • Krammer

  • Grevelingen en Brouwershavense Gat, met inbegrip van alle vaarwateren tussen Schouwen-Duiveland enerzijds en Goeree-Overflakkee anderzijds Keten, Mastgat, Zijpe

  • Krabbenkreek

  • Oosterschelde en Roompot, met inbegrip van de vaarwateren tussen Walcheren Noord- en Zuid-Beveland enerzijds en Schouwen-Duiveland en Tholen anderzijds, met uitzondering van het Schelde-Rijnkanaal

  • Schelde en Westerschelde en zijn uitmonding naar Zee, met inbegrip van de vaarwateren tussen Zeeuws-Vlaanderen enerzijds en Walcheren en Zuid-Beveland anderzijds met uitzondering van het Schelde-Rijnkanaal.

Zone 3;

  • Sneekermeer, Koevordermeer, Heegermeer, Fluessen, Slotermeer, Tjeukemeer, Beulakkerwijde, Belterwijde, Ramsdiep, Ketelmeer, Zwartemeer, Veluwemeer, Eemmeer, Gooimeer, Alkmaardermeer, Gouwzee, Buiten IJ, afgesloten IJ, Noordzeekanaal, haven IJmuiden, havengebied van Rotterdam, Europoort, Calandkanaal en Hertelkanaal, Nieuwe Maas, Noord, Oude Maas, Beneden Merwede, Nieuwe Merwede, Dordtsche Kil, Boven Merwede, Waal, Bijlandsch Kanaal, Boven Rijn, Pannerdensch Kanaal, Geldersche IJssel, Neder Rijn, Lek, Amsterdam-Rijnkanaal, Veerse Meer, Schelde-Rijnkanaal van de landsgrens tot uitmonding in Volkerak, Amer, Bergsche Maas. Maas beneden Venlo.

Zone 4;

  • Alle overige rivieren, kanalen en meren, niet genoemd onder zones 2 en 3.

Artikel

8

Vervallen

Artikel

9

Vervallen

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Vervallen

Artikel

12

Vervallen

Artikel

13

Vervallen

Artikel

14

Vervallen

Artikel

15

Algemene bepalingen de lastlijn betreffende

Artikel

16

Algemene bepalingen de lastlijn betreffende voor vaartuigen, welke niet bestemd noch ingericht zijn voor het vervoer van goederen, zoals genoemd in het vijfde lid van artikel 5 van het Besluit

Artikel

17

Algemene bepalingen bij de uitvoering van de meting

Artikel

18

Uitvoering van de meting voor schepen bestemd voor het vervoer van goederen (regel I)

Artikel

19

Uitvoering van de meting voor schepen, die niet bestemd noch ingericht zijn voor het vervoer van goederen (regel II)

Voor vaartuigen met een normale scheepsvorm dienen de metingen van de verlangde waterverplaatsingen als volgt aan boord, zo nodig met behulp van betrouwbare tekeningen, te worden uitgevoerd.

Artikel

20

Algemene bepalingen voor werkzaamheden na afloop van de mèting

Artikel

21

Metingsmerk op het achterschip

Het metingsmerk dient eveneens ingebeiteld te worden op een deel van het schip, dat zo min mogelijk aan beschadiging onderhevig is. Dit deel dient gezocht te worden op het achterschip in de nabijheid van de roerkoning. In de regel is de achterwand van de roef hiertoe het meest geschikt. Het merk moet zijn aangebracht op een van buiten in het oog vallende plaats.

Een aantekening omtrent de plaats van het merk op het achterschip dient in de meetbrief te worden vermeld.

Artikel

22

Inbeiteling van ijk- en metingsmerken

Artikel

23

Aanvullende bepalingen voor hermeting, of controlemeting

Artikel

24

Vervallen

Artikel

25

Artikel

26

Vervallen

Artikel

27

Vervallen

Artikel

28

Vervallen

Artikel

29

Vervallen

Artikel

30

Vervallen

Artikel

31

Artikel

32

Vervallen

Artikel

33

Vervallen

Artikel

34

Vervallen

Slotbepalingen

Artikel

35

Dit besluit kan worden aangehaald als ‘I.M.B. 1979’.

Artikel

36

Dit besluit wordt bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant en treedt in werking met ingang van 1 oktober 1979 en werkt terug tot 14 augustus 1979.

's-Gravenhage
De Minister voornoemd,D. S.Tuijnman

Bijlage

Figuur 1
Figuur 2
Figuur 3
Figuur 4
Figuur 5
Figuur 6
Figuur 7

Bijlage

B

Vervallen