Artikel
1
Met de uitoefening van de aan de Ministers van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en van Landbouw en Visserij toegekende bevoegdheid, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen worden belast de ambtenaren van de Rijkskeuringsdienst van Waren van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, de in artikel 31, eerste lid, van de Vleeskeuringswet (Stb. 1958, 72) bedoelde ambtenaren en de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw en Visserij, een ieder van hen op zijn eigen werkterrein.