Besluit van 25 juni 1981, houdende toepassing van artikel 74 van de Kernenergiewet

Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Ministers van Economische Zaken, van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en van Sociale Zaken van 5 februari 1981, no. 681/54 W.J.A., gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Financiën;
Gelet op de artikelen 74 en 76, eerste lid, van de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82);
De Raad van State gehoord (advies van 21 april 1981, no. 810415/22);
Gezien het nader rapport van Onze Ministers van Economische Zaken, van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, en van Sociale Zaken van 19 juni 1981, no. 681/457 W.J.A., uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Inleidende bepalingen

Artikel

1

§

2

Bijdragen, verschuldigd ter zake van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder a, van de wet

Artikel

2

Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het vervoeren van splijtstoffen, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 358.

Artikel

3

§

3

Bijdragen, verschuldigd ter zake van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet

Artikel

4

Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het oprichten van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b , van de wet, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van:

  • a.

    € 266 795, indien het betreft een inrichting voor de opwekking van elektrische of thermische energie, dan wel voor het chemisch opwerken van bestraalde splijtstoffen;

  • b.

    € 8 893, indien het een andere inrichting betreft.

Artikel

5

Artikel

5a

Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het buiten gebruik stellen of ontmantelen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 8 893.

§

4

Bijdragen, verschuldigd ter zake van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder c, van de wet

Artikel

6

§

5

Bijdragen, verschuldigd ter zake van een vergunning als bedoeld in artikel 29 van de wet

Artikel

7

Artikel

8

Vervallen

Artikel

9

Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het vervoeren van radioactieve stoffen, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 358.

§

6

Bijdragen, verschuldigd ter zake van een vergunning voor een ioniserende stralen uitzendend toestel

Artikel

10

Hij, aan wie een vergunning wordt verleend als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van:

§

7

Bijdragen, verschuldigd ter zake van rijksgeleide of rijkstoezicht

Artikel

11

§

8

Algemene bepalingen

Artikel

12

Indien gelijktijdig aan dezelfde persoon meerdere, met elkaar samenhangende vergunningen worden verleend, waarvoor bijdragen als in dit besluit bedoeld verschuldigd zijn, is slechts één bijdrage verschuldigd, waarvan het bedrag gelijk is aan het hoogste van de bedragen, welke op grond van dit besluit ter zake van die vergunningen verschuldigd zouden zijn.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer deelt aan de betrokkene mede, welke bijdrage deze is verschuldigd, op welke wijze betaling van de bijdrage kan plaatsvinden en binnen welke termijn deze dient te geschieden.

§

9

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

16

Artikel

17

Het Bijdragenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 475) wordt ingetrokken.

Artikel

18

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

Lage Vuursche
Beatrix
De Minister van Economische Zaken, G. M. V. van Aardenne
De Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, L. Ginjaar
De Minister van Sociale Zaken, Albeda
De Minister van Justitie, J. de Ruiter