Besluit van 30 juli 1982, houdende voorschriften waaraan gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten voor het verkrijgen van een erkenning moeten voldoen

Besluit erkenningsnormen gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk van 23 oktober 1981, Directie Maatschappelijke Dienstverlening, U 57856;
Gezien het advies van de Ziekenfondsraad (advies van 21 december 1978);
De Raad van State gehoord (advies van 18 februari 1982, nr. 820203/7);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk van 19 juli 1982, Directie Maatschappelijke Dienstverlening, nr. U 57856;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Begripsbepalingen

Artikel

1

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder:

  • a.

    gehandicapte: de geestelijk en/of lichamelijk en/of zintuiglijk gehandicapte - in de regel van 18 jaar en ouder - voor wie een indicatie tot opname en verder verblijf in een gezinsvervangend tehuis voor gehandicapten aanwezig is overeenkomstig het Besluit gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten Bijzondere Ziektekostenverzekering (Stcrt. 1976, 28);

  • b.

    het bestuur: het bestuur van de rechtspersoon die een of meer gezinsvervangende tehuizen beheert en die is toegelaten in de zin van artikel 11 van de Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening.

Hoofdstuk

II

Erkenningen

Hoofdstuk

III

Doel en werkwijze

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Het bestuur brengt jaarlijks een openbaar verslag uit van het functioneren van het gezinsvervangend tehuis. Onze Minister kan regelen stellen omtrent de inhoud, de inrichting en de wijze van openbaarmaking van dat verslag.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Het gezinsvervangend tehuis is gedurende het gehele jaar geopend.

Artikel

12

Het gezinsvervangend tehuis onderhoudt functionele contacten met het buiten het tehuis aanwezige werk-, vormings- of leefmilieu van de gehandicapten. De gehandicapte dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger(s) worden door het gezinsvervangend tehuis op de hoogte gesteld van de conclusies die voortvloeien uit de aan de betrokken gehandicapte gewijde bespreking van het team van het gezinsvervangend tehuis.

Artikel

13

Artikel

14

De administratie van het gezinsvervangend tehuis is zodanig ingericht dat inzicht kan worden verkregen in het beheer en het functioneren van het gezinsvervangend tehuis.

Artikel

15

Het bestuur stelt jaarlijks een begroting van inkomsten en uitgaven vast en een openbaar financieel verslag, voorzien van een verklaring van een register-accountant. Onze Minister kan regelen stellen omtrent de wijze van openbaarmaking van het financieel verslag.

Artikel

16

Artikel

17

Het gezinsvervangend tehuis sluit een geïndexeerde brandschadeverzekering af, alsmede een bedrijfsschadeverzekering voor tenminste 12 maanden en een verzekering tegen de gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid.

Hoofdstuk

IV

Medewerkers

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Het bestuur gaat met alle medewerkers van het gezinsvervangend tehuis een schriftelijke (arbeids)overeenkomst aan.

Hoofdstuk

V

Gebouw, situering en capaciteit

Artikel

22

Ook waar het gezinsvervangend tehuis niet uitdrukkelijk bestemd is voor lichamelijk gehandicapten, heeft het waar nodig zodanige voorzieningen dat het voor de in zijn bewegingen beperkte mens bewoonbaar is.

Artikel

23

Artikel

24

Het gezinsvervangend tehuis ligt in een woonwijk of in de onmiddellijke nabijheid daarvan. Het dient in ruimtelijk opzicht gescheiden te zijn van andere voorzieningen voor gehandicapten.

Artikel

25

Hoofdstuk

VI

Veiligheid en hygiëne

Artikel

26

Artikel

27

In overleg met de aan het gezinsvervangend tehuis verbonden arts worden maatregelen getroffen met betrekking tot de hygiëne en de gezondheid, volgens een hiertoe door het Staatstoezicht op de Volksgezondheid vastgestelde instructie.

Hoofdstuk

VII

Vrijheid van de gehandicapten

Artikel

28

De persoonlijke vrijheid en de zelfstandigheid van de in het gezinsvervangend tehuis wonende gehandicapten worden gewaarborgd behoudens de beperkingen die noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het functioneren als gezinsvervangend tehuis. De levensbeschouwing van de gehandicapten dient volledig gerespecteerd te worden.

Het gezinsvervangend tehuis waarborgt een vrije artsenkeuze voor de gehandicapten.

Hoofdstuk

VIII

Slotbepalingen

Artikel

29

In bijzondere gevallen kan Onze Minister van het bepaalde in dit besluit ontheffing verlenen. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

Artikel

30

Onze Minister kan, gehoord de Ziekenfondsraad, nadere regelen stellen ter uitvoering van dit besluit, welke regelen voor de onderscheiden categorieën gezinsvervangende tehuizen verschillend kunnen zijn.

Artikel

31

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit erkenningsnormen gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten. Het treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de dagtekening van het Staatsblad waarin het is geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Tavarnelle
Beatrix
De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, H. A. de Boer
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes