Beschikking grondbankstelsel

De Staatssecretaris van Landbouw en Visserij,
Gehoord de commissie beheer landbouwgronden;

Besluit:

Hoofdstuk

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Hoofdstuk

II

Regelen om voor uitgifte in aanmerking te komen

Titel

I

Algemene regelen

Paragraaf

1

Regelen met betrekking tot de ondernemer

Artikel

3

Artikel

4

Indien meer natuurlijke personen voor gezamenlijke rekening een bedrijf uitoefenen, kan uitgifte slechts plaatsvinden, indien:

  • a.

    ieder van hen voldoet aan het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c;

  • b.

    de door hen aangegane samenwerkingsovereenkomst schriftelijk is aangegaan en voorts:

    • 1°.

      een regeling bevat met betrekking tot de beëindiging van de samenwerking;

    • 2°.

      voorziet in de wijze van inbreng van het erfpachtrecht in de samenwerking.

Artikel

5

Indien een rechtspersoon een bedrijf uitoefent, kan uitgifte slechts plaatsvinden indien:

  • 1°.

    de bedrijfsleider:

    • a.

      voldoet aan het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c;

    • b.

      duurzaam met de leiding van het bedrijf zal zijn belast;

    • c.

      niet tevens buiten het betrokken bedrijf bedrijfsleider is;

  • 2°.

    de rechtspersoon bij de aanvrage tot uitgifte de navolgende gegevens overlegt:

    • a.

      de rechtsvorm;

    • b.

      de naam van de rechtspersoon;

    • c.

      de arbeidsovereenkomst met de bedrijfsleider;

    • d.

      de statuten, voor zover de rechtspersoon deze heeft.

Paragraaf

2

Regelen met betrekking tot het bedrijf

Artikel

6

De aanvrage dient betrekking te hebben op een bedrijf waarvan de bedrijfsomvang van de sector veehouderij, dan wel van de sector akkerbouw, dan wel van deze sectoren gezamenlijk, in s.b.e. uitgedrukt, ten minste 80% van de totale bedrijfsomvang uitmaakt.

Artikel

7

Ten behoeve van het bedrijf mag gedurende een tijdvak van drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van indiening van de aanvrage geen aanvrage zijn ingediend die tot uitgifte op de voet van deze beschikking heeft geleid.

Artikel

8

De bedrijfsoppervlakte mag gedurende een tijdvak van vijf jaren onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van indiening van de aanvrage niet zijn verkleind, tenzij verkleining heeft plaatsgevonden door onteigening, minnelijke verkoop ter voorkoming van onteigening, een rechterlijke uitspraak ingevolge artikel 370, eerste lid, onder b, of 377 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, een verdeling als bedoeld in artikel 3:178 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel onderbedeling in het kader van landinrichting als gevolg van toepassing van de artikelen 139 tot en met 144 van de Landinrichtingswet, of van artikel 56 van de Wet inrichting landelijk gebied, in het kader van de reconstructie als gevolg van toepassing van artikel 15 van de Reconstructiewet Midden-Delfland of in het kader van de herinrichting als gevolg van toepassing van artikel 55 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën.

Artikel

9

Paragraaf

3

Regelen met betrekking tot de voor uitgifte in aanmerking komende landbouwgrond

Artikel

10

De doelstellingen van het landbouwstructuurbeleid mogen door de uitgifte niet in nadelige zin worden beïnvloed. Van een zodanige beïnvloeding is onder meer sprake, indien: a. de levensvatbaarheid van het bedrijf waarvan de landbouwgrond afkomstig is door de uitgifte vermindert; b. met de uitgifte de verkavelingssituatie van het bedrijf waarop de aanvrage betrekking heeft, niet verantwoord is.

Artikel

11

In afwijking van artikel 10, onder b, zal, voor zover één of meer in de uitgifte betrokken percelen zijn gelegen in Midden-Delfland als bedoeld in artikel 1 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, in een deelgebied, genoemd in artikel 1 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, in een gebied ten aanzien waarvan een besluit tot landinrichting als bedoeld in de hoofdstukken III en IV van de Landinrichtingswet is genomen, of in een gebied ten aanzien waarvan een besluit tot landinrichting als bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebied is genomen, uitgifte kunnen plaatsvinden, indien blijkens een schriftelijke verklaring inzake de toedeling van de landinrichtingscommissie, respectievelijk van gedeputeerde staten, na de verwezenlijking van het plan van toedeling de verkavelingssituatie van het bedrijf verantwoord zal zijn.

Artikel

12

Titel

II

Bijzondere regelen

Paragraaf

1

Regelen met betrekking tot de uitgifte in geval van bedrijfsopvolging en uitoefening van het voorkeursrecht door de pachter

Artikel

13

Artikel

14

De oppervlakte van de uit te geven landbouwgrond bedraagt ten hoogste 5 ha, tenzij de aanvrager aantoont dat de financieringsstructuur van het bedrijf bij uitgifte van slechts 5 ha ongunstig wordt. De toepassing van het laatste zinsdeel laat het bepaalde in artikel 13, onder c, onderlet.

Artikel

15

Paragraaf

2

Regelen met betrekking tot de uitgifte in geval van vergroting van de bedrijfsoppervlakte

Artikel

16

In geval van vergroting van de bedrijfsoppervlakte als bedoeld in artikel 2. onder c, van het besluit, kan uitgifte slechts plaatsvinden, indien:

  • a.

    de uit te geven landbouwgrond reeds voor het tijdstip van de indiening van de aanvrage door het bureau in eigendom is verworven en deze gronden door de directeur voor vergroting van de bedrijfsoppervlakte door uitgifte op grond van deze beschikking zijn aangewezen, of

  • b.

    de uit te geven landbouwgrond gelegen is in een beheersgebied als bedoeld in artikel 1 van de Beschikking beheersovereenkomsten 1983.

Artikel

17

Indien de uit te geven landbouwgrond gelegen is in een beheersgebied als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling, kan de uitgifte slechts plaatsvinden:

  • a.

    nadat de in erfpacht uit te geven landbouwgrond, voor zover dit niet reeds aan het bureau in eigendom toebehoort op het tijdstip van het indienen van de aanvrage, in eigendom is overgedragen aan het bureau;

  • b.

    indien met betrekking tot de in de uitgifte begrepen gronden een beheersovereenkomst, als bedoeld in als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling wordt gesloten, indien een begrenzingenplan als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling, is vastgesteld.

Artikel

18

Artikel

19

Hoofdstuk

III

De aanvraagprocedure

Artikel

20

Artikel

21

Het hoofd beheer landbouwgronden onderzoekt of er sprake is van een van de gevallen als bedoeld in artikel 2 van het besluit, alsmede of en in hoeverre wordt voldaan aan de in de artikelen 3, eerste lid, onder a en c, 4, onder a, voor zover het betreft het bepaalde in artikel 3, onder a en c, 5, 6, 7, 8, 14, eerste lid, 15, 16, 18 en 19 gestelde voorwaarden.

Artikel

22

Artikel

23

Het hoofd beheer landbouwgronden bereidt de verdere behandeling van aanvragen, waarop niet afwijzend is beslist, voor en gaat daarbij in ieder geval na of wordt voldaan aan de voorwaarden van deze beschikking om voor een toewijzing van een aanvrage in aanmerking te komen.

Artikel

24

Namens de commissie legt de inspecteur een voorstel voor een beslissing omtrent een aanvrage met het verzoek om advies voor aan de sub-commissie.

Artikel

25

De sub-commissie brengt over de aanvrage een met redenen omkleed advies uit en doet dit aan de directeur toekomen.

Artikel

26

De inspecteur deelt de aanvrager namens de commissie mede dat uitgifte zal kunnen plaatsvinden, indien:

  • a.

    aan de sub-commissie is voorgesteld tot uitgifte te besluiten;

  • b.

    het voorstel in overeenstemming is met de uitgebrachte adviezen;

  • c.

    de sub-commissie zich unaniem met het voorstel kan verenigen en

  • d.

    de directeur zich met het voorstel kan verenigen.

Artikel

27

Hoofdstuk

IV

De overeenkomst

Artikel

28

Artikel

29

De in de Beschikking uitgiftevoorwaarden grondbank opgenomen voorwaarden maken deel uit van de in artikel 28 bedoelde erfpachtovereenkomst.

Hoofdstuk

V

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

30

Vervallen.

Artikel

31

De Staatseacretaris van Landbouw en Visserij,A. Ploeg

Bijlage

als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Beschikking grondbankstelsel

Standaardbedrijfseenheden (S.B.E.)

Aantal s.b.e.

per ha.

AKKERBOUW

Granen

2,5

Korrelmaïs

2,5

Vroege aardappelen

9,0

Pootaardappelen (zand of veen)

9,0

Pootaardappelen (klei)

12,0

Consumptie-aardappelen (zand)

6,0

Consumptie-aardappelen (klei)

7,5

Fabrieksaardappelen

4,5

Suikerbieten

6,5

Pootbieten

16,0

Aardappelen te velde verkocht

5,5

Groene erwt

3,5

Bruine bonen/witte bonen

3,5

Conservenerwten (contract)

2,0

Tuinbonen (contract)

2,5

Stamslabonen (contract)

2,5

Erwten, capucijners

3,5

Vlas

3,5

Bietenzaad

9,0

Koolzaad, blauwmaanzaad kanariezaad, graszaad, klaverzaad etc.

3,0

Overige landbouwzaden

3,0

Vlas te velde verkocht

2,5

Voederbieten

4,5

Snijmaïs

3,5

Koolrapen, wortelen

7,0

Klaver en luzerne

1,5

Grasland

1,0

Overige voedergewassen

2,5

Snijmaïs te velde verkocht

2,5

Overige knol- en wortelgewassen

4,5

Vervoerderde nagewassen, raaigrassen e.d.

1,5

Stoppelknollen e.d.

4,0

Bladkool e.d.

4,5

DIVERSEN

Grasland

1,0

Zaaiklaar verhuurd land

1,5

Deelbouw op eigen land

2,5

Werk voor derden

0,19

Boerenkaas

0,2

GROENTEN OPEN GROND

Tuinbonen (handpluk)

25,0

Stamslabonen (handpluk)

29,0

Stokbonen

39,0

Zaaiuien

7,0

Zaaiuien te velde verkocht

5,0

Zilveruien

6,0

Poot- en plantuien

14,0

Sjalotten

13,0

Waspeen

23,0

Bospeen (incl. nateelt)

44,0

Witlofwortelen

9,0

Winterwortelen

15,0

Kroten

14,0

Knolselderij

18,0

Knolselderij (contract)

11,0

Radijs (incl. nateelt)

74,0

Schorseneren

31,0

Kropsla

28,0

Andijvie

28,0

Spinazie

22,0

Spinazie (contract)

2,5

Prei

32,0

Rabarber

29,0

Asperges

20,0

Augurken

39,0

Aardbeien

42,0

Spruitkool

19,0

Witte kool (vroege)

10,0

Rode, savooiekool (vroege)

17,0

Herfst- en bewaarkool

18,0

Bloemkool (incl. nateelt)

29,0

Spitskool (incl. nateelt)

22,0

Overige groentegewassen Boomgaard en landbouwbedrijven

4,5

TUINBOUW

Appelen

20

Peren

19

Kersen, pruimen

17

Frambozen

57

Rode bessen

52

Zwarte bessen

35

Tuinbouwzaden

20

Bloemkwekerijgewassen

55

Boomkwekerijgewassen

75

Vaste planten

140

Hyacinten

65

Tulpen

55

Narcissen

32

Gladiolen

20

Aantal s.b.e.

per dier

Melkkoeien

2,5

Stieren ouder dan 1 jaar

1,25

Jongvee

0,7

Mestkalveren

0,4

Mestvee, meststieren

0,7

Paarden (excl. werkpaarden)

0,7

Schapen

0,3

Mestvarkens

0,18

Opfokzeugen en -beren

0,18

Fokzeugen en -beren

1,4

Leghennen 5 mnd en ouder

0,013

Opfokkuikens/jonge hennen

0,006

Slachtkuikens

0,0035

Slachtkuikenouderdieren

0,03

Slachtkuikenouderdieren jonger dan 6 mnd

0,01

Eenden voor de leg

0,03

Eenden voor de slacht

0,01

Kalkoenen voor de slacht

0,008

Kalkoenen voor de broed

0,07

Kalkoenen voor de broed jonger dan 7 mnd

0,02

Overig pluimvee

0,02

Nertsen

0,2

Konijnen, voedsters

0,2

Konijnen voor de slacht

0,02