Reglement op de Tuchtrechtspraak van de Stichting Bloembollenkeuringsdienst

Reglement op de Tuchtrechtspraak van de Stichting Bloembollenkeuringsdienst

De Staatssecretaris van Landbouw en Visserij,
Gelet op artikel 13, derde lid, van de Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371) alsmede op artikel 10, derde lid, van de statuten van de Stichting Bloembollenkeuringsdienst;

Heeft het bestuur van genoemde Stichting in zijn vergadering van 6 juli 1983 vastgesteld het navolgende

Reglement

Algemeen

Artikel

1

In dit reglement wordt overgenomen de terminologie van het Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen en van de statuten van de Stichting Bloembollenkeuringsdienst (B.K.D.) en wordt voorts verstaan onder

statuten

:

de statuten van de Stichting Bloembollenkeuringsdienst (B.K.D.);

voorzitter

:

de voorzitter van het tuchtgerecht dan wel, bij diens ontstentenis of verhindering, de vice-voorzitter;

bestuur

:

bestuur van de Stichting.

Samenstelling en bevoegdheid van het tuchtgerecht

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Het tuchtgerecht is bevoegd te oordelen over de overtredingen, door aangeslotenen begaan, van de voorschriften, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de statuten.

Artikel

8

Artikel

9

Rechtsgang van het tuchtrechtelijk geding

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Tegen de aangeslotene, die hoewel behoorlijk opgeroepen niet is verschenen of, ingeval zijn persoonlijke verschijning niet is gelast, zich niet heeft laten vertegenwoordigen, wordt verstrek verleend. De behandeling wordt daarna voortgezet.

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Degene, die als getuige of deskundige is opgeroepen en verschenen, niet zijnde functionaris der Stichting, ontvangt een vergoeding overeenkomstig het tarief in strafzaken.

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Beroep

Artikel

23

Bij kennisgeving van de tuchtbeschikking als bedoeld in artikel 22, tweede lid, wordt aan de aangeslotene tevens medegedeeld dat tegen die beschikking beroep als bedoeld in titel IV aan de Wet Tuchtrechtspraak Bedrijfsorganisatie open staat op het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, uitsluitend terzake van de gronden, omschreven in artikel 17 van die wet, en dat dit beroep behoort te worden ingesteld binnen veertien dagen na verzending van voormelde kennisgeving door een schriftelijke verklaring van of namens de betrokken aangeslotene aan de griffier van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

Tenuitvoerlegging

Artikel

24

De tenuitvoerlegging van beschikkingen van het tuchtgerecht en van uitspraken van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven geschiedt op last van het dagelijks bestuur van de Stichting. Het dagelijks bestuur van de Stichting kan niet van tenuitvoerlegging afzien, tenzij met goedkeuring van de voorzitter van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

Artikel

25

Een tuchtbeschikking wordt niet ten uitvoer gelegd zolang daartegen beroep openstaat of op een ingesteld beroep nog niet is beslist.