Afvloeiingsregeling rijksscholen voor agrarisch onderwijs

De minister van Landbouw en Visserij, Gelet op artikel I-G 2 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Stb. 1985, 110);
Gelet op artikel I-G 2 van het Rechtspositiebesluit Onderwijspersoneel (Stb. 1985. 110),

Besluit:

Artikel

1

Deze beschikking verstaat onder:

‘de wet’:

de Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 1963, 40);

‘het bevoegd gezag’:

de minister van Landbouw en Visserij;

‘school’:

een rijksschool voor agrarisch onderwijs in de zin van de wet;

‘diensttijd’:

de totale tijd, doorgebracht bij het onderwijs, als nader gedefinieerd in circulaire P 8126, dd. 24 augustus 1981;

Voor wat betreft paragraaf 1:

‘belanghebbende’:

de directeur, leraar of lid van het overige personeel van een school voor wie de salarissen en de toelagen worden vastgesteld in het besluit ter uitvoering van artikel 38 van de wet;

Voor wat betreft paragraaf 2:

‘de adjunct-directeur’:

de adjunct-directeur als zodanig door het bevoegd gezag aangesteld;

‘de plaatsvervangende directeur’:

de adjunct-directeur die door het bevoegd gezag tevens aangesteld is tot plaatsvervangend directeur.

Paragraaf

1

Artikel

2

Paragraaf

2

Artikel

3

Artikel

4

Voor zover toepassing van artikel 3, eerste lid onder b en tweede lid, voor de adjunct-directeuren die op 31 maart 1985 en 1 april 1985 in vaste dienst aan de school waren verbonden, leidt tot een wijziging in de onderlinge afvloeiingsvolgorde zoals deze gold op 31 maart 1985, geschiedt de afvloeiing in de op 31 maart 1985 geldende volgorde.

Paragraaf

3

Artikel

5

Deze beschikking kan worden aangehaald als: Afvloeiingsregeling rijksscholen voor agrarisch onderwijs. Zij treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Nederlandse Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt, voor wat betreft paragraaf 2 terug tot 1 april 1985.

's-Gravenhage
De minister van Landbouw en Visserij,
Voor deze,
De secretaris-generaal,
G. J. van Dinter