Regeling aanwijzing landschapselementen 1986

De minister van Landbouw en Visserij,
Gelet op artikel 1, onderdeel c, en artikel 2 van de Regeling onderhoudsovereenkomsten landschapselementen (Stcrt. 1977, 182)1Laatstelijk gewijzigd bij besluit van 7 september 1987, nr. J. 1922, Stcrt. 174.;

Besluit:

Artikel

1

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

boselementen:

hakhoutbos, geriefbos en niet op rij staande boomgroepen voor zover kleiner dan 1 ha, alsmede solitaire beuken, eiken, elzen, essen, esdoorns, espen, grove dennen, iepen, linden, tamme- en paardekastanjes, wilgen en zwarte populieren;

natuurelementen:

heidevelden, rietlanden, ruigten, boezemlanden, grienden en moerassen voor zover kleiner dan 1 ha en niet deel uitmakend van een bos groter dan 5 ha;

kleine wateren:

vennen, pingo's, dobben, petgaten, wielen, kolken, poelen en veenputten voor zover kleiner dan 1 ha;

bomenrijen:

bomenrijen, behoudens voor zover deze bestaan uit niet geknotte populieren.

Artikel

2

Artikel

3

De aanwijzing in artikel 2, eerste lid, betreft niet:

  • a.

    landschapselementen die, gezien de toestand waarin zij verkeren, naar het oordeel van de minister uit een oogpunt van natuur- en landschapsbescherming niet van voldoende betekenis zijn;

  • b.

    beplantingen die naar het oordeel van de minister niet of nauwelijks medebepalend zijn voor het streekeigen karakter van de in artikel 2, eerste lid, genoemde gebieden;

  • c.

    beplantingen waarvoor op grond van de Beschikking vrijstelling meldings- en herplantplicht (Stcrt. 1982, 195) vrijstelling is verkregen van de verplichting tot herbeplanting.

Artikel

4

Artikel

5

Vervallen

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

De Regeling aanwijzing landschapselementen (Stcrt. 1981, 20) wordt ingetrokken.

Artikel

8

's-Gravenhage
De minister van Landbouw en Visserij,
Voor deze,
De plv. secretaris-generaal, M.Brabers