Beschikking superheffing 1988

De minister van Landbouw en Visserij,
Overwegende dat het gewenst is om voor de perioden na 2 april 1988 over te gaan tot toepassing van Formule B van artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68;
Gelet op de artikelen 13, 19, 23, 27 en 28 van de Landbouwwet (Stb. 1957, 342));
Gehoord het Produktschap voor Zuivel en het Landbouwschap;

Besluit:

§

1

Definities

Artikel

1

Voor de toepassing van deze beschikking wordt verstaan onder:

a.
minister:

minister van landbouw en Visserij;

b.
directeur:

directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie in de provincie waar het bedrijf van de producent is gelegen;

c.
DBH:

districtsbureauhouder van het Ministerie van Landbouw en Visserij in de provincie waarin het bedrijf van de producent is gelegen;

d.
produktschap:

Produktschap voor Zuivel;

e.
EG-verordeningen:

artikel 5 quarter van verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van de Europese Gemeenschappen en de ter uitvoering daarvan vastgestelde verordeningen of regelen van de Raad of de Commissie van de Europese Gemeenschappen;

f.
fabriek:

bedrijf, dat melk of andere zuivelprodukten be of verwerkt, dan wel enige andere behandeling doet ondergaan;

g.
heffingsperiode:

tijdvak van 12 maanden te rekenen vanaf 1 april van iedere kalenderjaar, of een periode die daarmee, rekening houdend met het systeem van veertiendaagse afrekeningsperioden van het Produktschap voor Zuivel, nagenoeg samenvalt;

h.
referentiehoeveelheid:

hoeveelheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Beschikking superheffing 1985 (Stcrt. 118), waarvan de hoogte wordt vastgesteld volgens de bepaling van artikel 6 van deze Beschikking, en welke volgens de regelen van deze Beschikking in aanmerking wordt genomen bij de bepaling van de heffingvrije hoeveelheid van de koper en bij de doorberekening van de heffing aan de producent;

i.
heffingvrije hoeveelheid:

hoeveelheid melk of het equivalent daarvan, waarover geen heffing verschuldigd is; en wordt voorts, overeenkomstig 12 van Verordening (EEG) nr. 857/84, verstaan onder;

j.
melk:

door het melken van één of meer koeien verkregen produkt;

k.
andere zuivelprodukten:

onder andere room, boter en kaas;

l.
producent:

landbouwexploitant, natuurlijke of rechtspersoon of groepering van natuurlijke of rechtspersonen, waarvan het bedrijf op het geografische grondgebied van de Gemeenschap is gevestigd,

  • die melk of andere zuivelprodukten rechtstreeks aan de consument verkoopt,

  • en/of levert aan de koper;

m.
bedrijf:

geheel van produktie-eenheden die door de producent worden beheerd en die op het geografische grondgebied van de Gemeenschap zijn gevestigd;

n.
koper:

onderneming of een groepering die melk of ander zuivelprodukten koopt om deze te bewerken of te verwerken, om deze door te verkopen aan één of meer bedrijven die melk of andere zuivelprodukten bewerken of verwerken dan wel een onderneming of een groepering, die melk of andere zuivelprodukten in een haar al dan niet toebehorende fabriek geleverd krijgt, of koopt om deze met een andere bestemming te leveren;

o.
bedrijf dat melk of andere zuivelprodukten bewerkt of verwerkt:

onderneming of groepring die zich uitsluitend bezighoudt met het inzamelen, verpakken, opslaan en koelen van melk of andere zuivelprodukten of met één van deze activiteiten;

p.
levering:

elke levering van melk of ander zuivelprodukten, ongeacht of het vervoer wordt verricht door de producent, de koper, het bedrijf dat deze produkten bewerkt of verwerkt of een derde;

q.
rechtstreeks aan de consument verkochte melk of melkequivalent:

de melk of de zuivelprodukten, uitgedrukt in melkequivalent, die zonder tussenkomst van een bedrijf dat melk of andere zuivelprodukten bewerkt of verwerkt, worden verkocht, alsmede de ambachtelijk vervaardigde zuivelprodukten, die al dan niet met zodanige tussenkomst worden verkocht.

§

2

De heffingsplichtigen

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De producent is ter zake van de rechtstreekse verkoop van melk, of het equivalent daarvan, voor consumptie een heffing verschuldigd tenzij ter zake van deze hoeveelheid de producent een aanspraak heeft op een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid. Het bepaalde in de eerste volzin van artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

§

3

De heffingvrije hoeveelheid en de referentiehoeveelheid

Artikel

5

Artikel

5a

Artikel

5b

Onder levering van melk, of het equivalent daarvan, aan een koper als bedoeld in artikel 5a, wordt mede verstaan het afvoeren van melk, of het equivalent daarvan, van het bedrijf van de producent.

Artikel

6

De referentiehoeveelheid van de producent is gelijk aan de hoeveelheid waarop de producent aanspraak had in de vorige heffingsperiode of welke hij in die periode toegewezen heeft gekregen voor de daarop volgende heffingsperiode, verminderd met een door de minister bij beschikking vast te stellen percentage.

Artikel

7

De heffing, bedoeld in artikel 4 is niet verschuldigd over een hoeveelheid, welke in de heffingsperiode gelijk of minder is dan de heffingvrije hoeveelheid. Deze heffingvrije hoeveelheid is gelijk aan de heffingvrije hoeveelheid ter zake van de rechtstreekse verkoop voor consumptie waarop de producent aanspraak had in de vorige heffingsperiode of welke hij in die periode toegewezen heeft gekregen voor de daarop volgende heffingsperiode.

Artikel

8

Een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid wordt niet meer erkend voor zover ten aanzien van de desbetreffende hoeveelheid een opkoopregeling is toegepast.

Artikel

9

§

4

Het bij de levering van melk, of het equivalent daarvan, in aanmerking te nemen gemiddelde vetgehalte

Artikel

10

Artikel

11

De bepaling van het voor de producent geldende gemiddelde vetgehalte geschiedt met inachtneming van het gemiddelde vetgehalte van de geleverde melk, of het equivalent daarvan dat door het produktschap is geconstateerd voor de periode van 7 april 1985 tot en met 5 april 1986.

Artikel

12

Artikel

13

In afwijking van het bepaalde in artikel 11 is het voor de producent geldende vetgehalte, het in het kalenderjaar 1983 geconstateerde gemiddelde vetgehalte van de afgeleverde melk, of het equivalent daarvan, indien:

Artikel

14

Voor de producent die na 6 april 1985 op grond van een volledige bijzondere toekenning anders dan door middel van een overgang van een referentiehoeveelheid als bedoeld in artikel 15, tweede lid, voor het eerst melk, of het equivalent daarvan, heeft geleverd, wordt, in afwijking van het bepaalde in artikel 11, het in de eerste twaalf maanden na aanvang van de melkproduktie door het produktschap geconstateerde gemiddelde vetgehalte in aanmerking genomen.

Artikel

15

§

5

Overgang van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

19a

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Vervallen

Artikel

25

§

5a

Tijdelijke overdracht van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid

Artikel

25a

Met ingang van de heffingsperiode 1989/1990 kan een producent het gedeelte van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid, dat door nem niet zal worden gebruikt, overeenkomstig de EG-verordeningen en met inachtneming van de hierna volgende artikelen van deze paragraaf voor de duur van een heffingsperiode tijdelijk overdragen.

Artikel

25b

Artikel

25c

Artikel

25d

Artikel

25e

Het produktschap is belast met de registratie als bedoeld in artikel 25b tweede lid, met de berekening van het vetgehalte als bedoeld in artikel 25d, eerste lid, alsmede met de verdere uitvoering van deze paragraaf.

§

6

Vaststelling, oplegging, inning en doorberekening van de heffing

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

De koper, onderscheidenlijk de producent geeft terstond kennis aan het produktschap van iedere wijziging in de situatie of de omstandigheden, welke de verschuldigdheid van de heffing kan beïnvloeden of doen ontstaan, dan wel zodanige verschuldigdheid wederom kan doen ontstaan.

Artikel

29

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

Het is de producent verboden feitelijk melk van zijn bedrijf te leveren anders dan op eigen naam, behoudens ontheffing verleend door het produktschap.

Artikel

33

Voor de vaststelling en oplegging van de heffingen, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 wordt geen rekening gehouden met rechtshandelingen waarvan op grond van de omstandigheid dat zij geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen hebben ten doel gehad, of op grond van andere bepaalde feiten en omstandigheden moet worden aangenomen, dat zij zouden achterwege gebleven zijn indien daarmede niet de vaststelling of oplegging voor het vervolg geheel of ten dele zou worden onmogelijk gemaakt.

Artikel

33a

Indien de verschuldigde heffing niet binnen de in de EG-verordeningen gestelde termijn door de koper aan het produktschap is voldaan, is de koper vanaf het verstrijken van deze termijn tot het moment van voldoening van de schuld wettelijke rente verschuldigd zonder dat ingebrekestelling of rechterlijk tussenkomst is vereist.

Artikel

33b

Het is verboden om melk, of het equivalent daarvan, te vervoeren indien niet op eerste vordering van de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst alle inlichtingen worden verstrekt die deze in verband met de uitvoering van zijn taak behoeft.

Artikel

33c

Indien de vervoerder van melk of het equivalent daarvan niet voldoet aan het bepaalde in artikel 33b wordt hij beschouwd als de koper.

§

7

Slotbepalingen

Artikel

34

Artikel

35

Een toekenning op grond van artikel 24 kan niet samengaan met een toekenning op grond van artikel 11 of 11c van de Beschikking superheffing, tenzij de investeringsverplichtingen als bedoeld in genoemd artikel 11 of 11c, zijn aangegaan vóór het moment waarop de commissie, als bedoeld in artikel 5 van de Ruilverkavelingswet 1954, artikel 4, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën en artikel 3 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, de toezegging tot substantiële bedrijfsvergroting dan wel bedrijfsverplaatsing heeft gedaan.

Artikel

36

Het produktschap regelt overigens, met inachtneming van de EG-verordeningen en, zo nodig, de aanwijzing van de minister, al hetgeen voor een goede uitvoering van deze beschikking is vereist.

Artikel

37

's-Gravenhage
De minister van Landbouw en Visserij, G. J. M.Braks