Regeling certificaten

De minister van Verkeer en Waterstaat,
Mede gelet op de artikelen 14.06 en 14.07 van hoofdstuk 14 van bijlage II, alsmede op bijlagen III en IV van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 4 oktober 1982 (82/714/EEG) tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (PbEG L 301);

Besluit:

§

1

Vaststelling modellen

Artikel

1

§

2

Invullen van de certificaten

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

§

3

Aantekeningen in het communautaire certificaat

Artikel

5

Aantekeningen bij de betreffende punten in het communautaire certificaat worden in overeenstemming met het bepaalde in de onderdelen a tot en met k gesteld:

a.
punt 2:

voor de omschrijving van het scheepstype worden de begrippen van artikel 1, tweede lid, van het Binnenschepenbesluit gebruikt, met toevoeging van de code (bijvoorbeeld, ‘motortankschip, code c’;

punt 3:

voor de vaart op de Rijn, de Lek en de Waal wordt hieronder verstaan het officiële scheepsnummer, bedoeld in artikel 2.01, eerste lid, onder c, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995;

punt 4:

het adres is het geldige postadres van de eigenaar van het schip;

punt 15:

de aantekeningen worden gesteld in overeenstemming met de gegevens van de geldige meetbrief van het schip. Indien het schip geen meetbrief behoeft te hebben en geen meetbrief heeft, worden de gegevens vastgesteld op de voet van het daaromtrent bepaalde in het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978, Stb. 1979, 358. Indien een communautair certificaat slechts voor een bepaalde zone of voor bepaalde zones wordt afgegeven, worden de niet gebruikte kolommen van de tabel doorgehaald;

punt 16:

onder dit punt worden alleen vermeld de lengten, gewichten en breeksterkten, berekend volgens de regelen van bijlage II van het Binnenschepenbesluit;

punt 17:

indien een communautair certificaat slechts voor een bepaalde zone of voor bepaalde zones wordt afgegeven worden de niet gebruikte kolommen van de tabel doorgehaald. Alleen de voorgeschreven reddingmiddelen worden vermeld;

punt 18:

alleen de voorgeschreven brandblusmiddelen worden vermeld. Indien op grond van andere regelgeving dan het Binnenschepenbesluit additionele brandblusmiddelen zijn voorgeschreven, worden deze afzonderlijk vermeld;

punt 19:

alleen de voorgeschreven pompen en capaciteiten worden vermeld;

punt 20:

alleen de voorgeschreven uitrusting wordt vermeld. Indien op grond van andere regelgeving dan het Binnenschepenbesluit uitrusting is voorgeschreven, kan deze afzonderlijk worden vermeld;

punt 21:

onder dit punt kunnen onder meer worden vermeld voorschriften, gegeven op grond van de artikelen 5, vijfde lid en 14, eerste lid, van de Binnenschepenwet, alsmede regelen, gegeven krachtens artikel 10, eerste lid, van de Binnenschepenwet (artikel 25 van het Binnenschepenbesluit) en de op grond van de artikelen 20, eerste lid, en 46 van het Binnenschepenbesluit toegestane afwijkingen en ontheffingen. De betrokken artikelen van de wet en het besluit worden vermeld. Indien de bepalingen van tijdelijke aard zijn, wordt de vervaldatum vermeld;

punten 22 tot en met 25:

naar behoefte kunnen voor latere aantekeningen meerdere bladzijden worden ingevoegd, voorzien van opeenvolgende letternummering bijvoorbeeld 6a, 6b enz. De oorspronkelijke bladzijden moeten in het communautaire certificaat bewaard blijven. Na de laatste bladzijde kunnen aan het communautaire certificaat extra in opvolgende cijfers genummerde bladzijden worden toegevoegd voor bijzondere goedkeuringen, verklaringen en getuigschriften.

§

4

Aantekeningen in het communautaire aanvullende certificaat

Artikel

6

§

5

Aantekeningen in het certificaat van onderzoek

Artikel

7

Aantekeningen bij de betreffende punten in het certificaat van onderzoek worden in overeenstemming met het bepaalde in de onderdelen a en b gesteld:

a.
punt 2:

naast typevermelding (passagiersschip) wordt het schip nader gespecificeerd, zoals rondvaart/dagboot, hotelschip, rondvaartboot Amsterdam type, open rondvaartboot (punter), veerpont, veerboot;

punten 3, 14 tot en met 17, 20 en 22 tot en met 25:

het bepaalde in artikel 5 onder c, d tot en met g, j en k is van overeenkomstige toepassing.

§

6

Uitvoering van de certificaten

Artikel

8

Het communautaire certificaat en het certificaat van onderzoek dienen losbladig in een stevige omslag te worden bewaard.

Indien deze omslag niet doorzichtig is, moet daarop het opschrift van het certificaat worden gedrukt, zijnde het tekstgedeelte van bladzijde 1 boven ‘naam van het schip’ van het certificaat.

Artikel

9

Het communautaire aanvullende certificaat dient te worden gevoegd bij het scheepspatent, bedoeld in de Herziene Rijnvaartakte (certificaat van onderzoek, afgegeven op grond van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995).

§

7

Vrijstelling

Artikel

10

Vervallen

§

8

Slotbepalingen

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van inwerkingtreding van het Binnenschepenbesluit.

Artikel

12

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling certificaten.

Deze regeling zal zonder de bijlagen worden geplaatst in de Nederlandse Staatscourant.

De bijlagen liggen ter inzage bij de Scheepvaartinspectie, Bordewijkstraat 4 te Rijswijk.

's-Gravenhage
De minister van Verkeer en Waterstaat, N.Smit-Kroes

Bijlage

I

behorende bij artikel 1, eerste lid, van de Regeling certificaten

Ligt ter inzage bij de Scheepvaartinspectie te Rijswijk.

Bijlage

II

behorende bij artikel 1, tweede lid, van de Regeling certificaten

Ligt ter inzage bij de Scheepvaartinspectie te Rijswijk.

Bijlage

III

behorende bij artikel 1, derde lid, van de Regeling certificaten

Ligt ter inzage bij de Scheepvaartinspectie te Rijswijk.

Bijlage

IV

behorende bij artikel 1, vierde lid, van de Regeling certificaten

Model van het Certificaat van Onderzoek Stationaire bunkerstations

Bijlage

V

behorende bij artikel 1, vijfde lid, van de Regeling certificaten

Ligt ter inzage bij de Scheepvaartinspectie te Rijswijk.