Bijdrageregeling proefprojecten mestverwerking

De minister van Landbouw en Visserij,
Handelende in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Overwegende dat het wenselijk is om initiatieven op het terrein van de be- en verwerking van mest te stimuleren;
Gehoord het Landbouwschap;

Besluit:

§

1

Algemeen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
de minister:

de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b.
mest:

dierlijke meststoffen als bedoeld in de Meststoffenwet (Stb. 1986, 598);

c.
directeur:

directeur Veehouderij en Zuivel van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Artikel

2

Artikel

3

Alvorens op de aanvragen te beslissen kunnen organisaties en instellingen in de gelegenheid worden gesteld omtrent bepaalde aspecten van de aanvragen van advies te dienen.

Artikel

4

Artikel

4a

Artikel

5

Een bijdrage kan worden verleend aan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon niet zijnde een publiekrechtelijk lichaam.

§

2

Beproevingsinstallaties

Artikel

6

Artikel

7

Een bijdrage voor beproevingsinstallaties kan worden verleend indien de voorgenomen beproeving naar het oordeel van de minister in het bijzonder gewenst is:

  • a.

    vanwege bevordering van nieuwe technologische ontwikkelingen;

  • b.

    vanwege vergroting van de verscheidenheid aan mogelijkheden van mestbe- of verwerking;

  • c.

    gezien het perspectief op vermindering van het mestoverschot;

  • d.

    gezien zijn milieutechnische procesbeheersing;

  • e.

    gezien zijn perspectief uit technisch oogpunt.

Artikel

8

De bijdrage is 35% van de totale investeringskosten van de beproevingsinstallatie; met dien verstande dat de maximale bijdrage f 0,5 miljoen is.

§

3

Proeffabrieken

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

De bijdrage uit hoofde van deze paragraaf bedraagt 35% van de bij de aanvraag aangegeven en door de minister goed te keuren subsidiabele kosten, met dien verstande dat de maximale bijdrage voor een proeffabriek met een verwerkingscapaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar f 35 miljoen en voor een proeffabriek met een verwerkingscapaciteit van 100.000 ton per jaar of minder f 5 miljoen bedraagt. In elk geval bedraagt de bijdrage niet meer dan 35% van de werkelijke investeringskosten.

§

4

Voorzuiveringsinstallaties

Artikel

12

Artikel

13

De bijdrage bedraagt 30% van de investeringskosten met dien verstande dat de maximale bijdrage in guldens 3 miljoen is.

Artikel

14

Geen recht op een bijdrage voor voorzuiveringsinstallaties kan ontleend worden aan deze regeling indien de aanvrage is ingediend na mededeling in de Staatscourant dat de aanvragen op een bepaalde datum het maximale bedrag van f 10 miljoen hebben bereikt.

§

4a

opslagfaciliteiten en verwerkingsinstallaties voor pluimveemest

Artikel

14a

Een bijdrage kan worden verleend voor opslagfaciliteiten aan degene wiens hoofdactiviteit in de verwerking of opslag en de daarbij behorende overslag van mest ligt, indien:

  • a.

    deze is bestemd voor de opslag van pluimveemest met een droge stofgehalte van ten ministe 40%;

  • b.

    de opslagcapaciteit ten minste 3.000 m³ bedraagt;

  • c.

    de opslag voorzien is van een gesloten overkapping;

  • d.

    er een milieuhygiënische beheersing van de bij de opslag vrijkomende stoffen is;

  • e.

    de opslag voorzien is van een milieuhygiënisch beheersbare overslagvoorziening;

  • f.

    de lokatie uit oogpunt van aan- en afvoer verantwoord is;

  • g.

    uitzicht bestaat op een blijvende rentabiliteit.

Artikel

14b

Een bijdrage kan worden verleend voor verwerkingsinstallaties indien:

  • a.

    de installatie bestemd is voor het verwerken van pluimveemest met een droge stofgehalte van ten minste 40%;

  • b.

    de installatie een verwerkingscapaciteit heeft van ten minste 10.000 ton pluimveemest per jaar;

  • c.

    de lokatie uit oogpunt van aan- en afvoer verantwoord is;

  • d.

    er een adequate milieutechnische procesbeheersing is;

  • e.

    er milieuhygiënische beheersing van reststoffen is;

  • f.

    uitzicht bestaat op een blijvende rentabiliteit.

Artikel

14c

Het totale bedrag dat uit hoofde van de artikelen 14a en 14b aan bijdragen kan worden verleend, is ten hoogste f 15 miljoen.

Artikel

14d

De bijdrage voor de in de artikelen 14a en 14b bedoelde opslag- en de daarbij behorende overslagfaciliteiten of mestverwerkingsinstallaties is 30% van de respectievelijke investeringskosten met dien verstande dat de respectievelijke maximale bijdragen f 3 miljoen bedragen.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

15

Artikel

16

Het recht op een bijdrage ontstaat pas indien de Commissie van de Europese Gemeenschappen hiertegen geen bezwaar maakt.

Artikel

17

Vervallen

Artikel

18

Artikel

19

Met het oog op een verantwoorde aanwending van de bijdrage en in het belang van een goed toezicht op de besteding van de bijdrage kunnen door de minister aan de toekenning nadere voorschriften worden verbonden.

Artikel

20

Artikel

21

's-Gravenhage
De minister van Landbouw en Visserij, G. J. M.Braks