Besluit van 30 augustus 1989, houdende vaststelling van de Rechtspositieregeling assistenten in opleiding en akademie-onderzoekers bij de rijksonderzoekinstituten

Rechtspositieregeling assistenten in opleiding en akademie-onderzoekers bij de rijksonderzoekinstituten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, van 11 juli 1989, nr. AB88/439/U50, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Financiële Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel;
Gelet op de artikelen 125, eerste lid en 134, eerste lid, van de Ambtenarenwet 1929 (Stb. 530);
De Raad van State gehoord (advies van 8 augustus 1989, nr. W04.89.0413);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 21 augustus 1989, nr. AB 89/149/V3, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Financiële Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    rijksonderzoekinstituut: een instituut waarvan de taakstelling primair is gelegen in het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, geheel of ten dele ten behoeve van het Rijk en geheel of ten dele gefinancierd uit rijksmiddelen en waarvan het personeel ambtenaar is in de zin van artikel B 1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet;

  • b.

    assistent in opleiding: de ambtenaar die in aansluiting op een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen bij een universiteit, dan wel afsluitend examen bij een instelling van hoger beroepsonderwijs, in tijdelijke dienst is aangesteld bij een rijksonderzoekinstituut, ten einde zich door het verrichten van wetenschappelijk onderzoek alsmede door het ontvangen van onderwijs verder te bekwamen tot wetenschappelijk onderzoeker of technologisch ontwerper;

  • c.

    akademie-onderzoeker: de ambtenaar die in het bezit zijnde van een doctoraat in tijdelijke dienst is aangesteld bij een rijksonderzoekinstituut voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek op specifieke personeelsplaatsen die mede op advies van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen zijn toegewezen, mits de duur van de aanstelling de tijd van vijf jaar niet te boven gaat;

  • d.

    het bevoegd gezag: het orgaan belast met de leiding van het rijksonderzoekinstituut.

Artikel

2

Dit besluit is van toepassing op de assistent in opleiding en de akademie-onderzoeker met een aanstelling bij een rijksonderzoekinstituut.

§

2

De assistent in opleiding

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Het bevoegd gezag stelt voorschriften vast omtrent de beslechting van geschillen die zich tussen de assistent in opleiding en de bij zijn opleiding en begeleiding betrokken personen en organen kunnen voordoen.

§

3

De akademie-onderzoeker

Artikel

13

§

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

14

Voor degene die vóór de inwerkingtreding van dit besluit als wetenschappelijk assistent of als wetenschappelijk hoofdassistent is aangesteld, blijven de bepalingen van kracht die vóór die datum met betrekking tot de rechtspositie voor betrokkene golden.

Artikel

15

Dit besluit kan worden aangehaald als Rechtspositieregeling assistenten in opleiding en akademie-onderzoekers bij de rijksonderzoekinstituten.

Artikel

16

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 1989 dan wel de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst indien deze plaatsing niet tijdig vóór 1 september 1989 geschiedt.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken, C. P. van Dijk
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes