Besluit van 31 januari 1990, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 20, vierde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen

Besluit melding nieuwe kennis milieugevaarlijke stoffen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 10 november 1988, MJZ10N8039, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
Gezien het advies van de Centrale raad voor de milieuhygiëne (advies van 16 september 1987, no.S-87/797);
De Raad van State gehoord (advies van 28 december 1988, nr. W08.88.0628);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 22 januari 1990, no. MJZ.22190061, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving, uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Voor de indeling van een stof of een preparaat in een categorie of categorieën als bedoeld in artikel 2 zijn de criteria van toepassing die zijn vastgelegd in het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1987, 516).

Artikel

4

Een melding van kennis van een belangrijke nieuwe toepassing als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de wet is vereist indien de stof of het preparaat reeds is ingedeeld of moet worden ingedeeld in één of meer categorieën, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en:

  • a.

    voor het eerst wordt toegepast in een open systeem;

  • b.

    voor het eerst wordt toegepast in landbouw of ambacht of door het algemene publiek, terwijl de stof of het preparaat voorheen uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een toepassing had in de industrie, of

  • c.

    voor het eerst wordt toegepast door het algemene publiek, terwijl de stof of het preparaat voorheen uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een toepassing had in de industrie, landbouw of ambacht.

Artikel

5

Artikel

6

Een melding als bedoeld in artikel 20 van de wet, moet worden gedaan bij het Bureau Milieugevaarlijke Stoffen, bedoeld in de Regeling Bureau Milieugevaarlijke Stoffen (Stcrt. 1986, 248).

Artikel

7

De gegevens, bedoeld in artikel 5, kunnen door Onze Minister dan wel Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden toegezonden aan:

  • a.

    het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu;

  • b.

    de Nederlandse Organisatie van Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO);

  • c.

    het Rijksinstituut voor zuivering van afvalwater (Riza).

Artikel

7a

Een melding als bedoeld in artikel 20, eerste en tweede lid, van de wet wordt tevens gedaan bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen, indien het een stof betreft als bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 maart 1993 inzake de beoordeling en beperking van de risico's van bestaande stoffen (PbEG L 84).

Artikel

8

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit melding nieuwe kennis milieugevaarlijke stoffen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. G. M. Alders
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin