1
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 29, eerste lid, van de wet worden de taken en bevoegdheden die Onze minister op grond van deze wet heeft, overgedragen aan de Bank, voor zover deze taken en bevoegdheden geen betrekking hebben op de uitoefening van het toezicht inzake het Besluit financiële bijsluiter.
2
De taken en bevoegdheden die Onze minister op grond van de artikelen 12, 19, 20, 21, 24, vierde lid, 26, 28, 33b, eerste lid, 33c, eerste lid en 33m, eerste lid, van de wet heeft, worden overgedragen aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten, voor zover deze taken en bevoegdheden betrekking hebben op het toezicht op de naleving van het bij of krachtens het Besluit financiële bijsluiter bepaalde.
3
Over door de Bank of de Stichting Autoriteit Financiële Markten, krachtens de ingevolge het eerste of het tweede lid overgedragen taken en bevoegdheden te stellen regels wordt vooraf overleg gevoerd met Onze minister.