Artikel
1
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
de wet: de Wet op de jeugdhulpverlening (Stb. 1989, 360);
-
b.
Onze minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, met dien verstande dat met betrekking tot voorzieningen van pleegzorg, waarvan de uitvoerder een instelling is onder Onze Minister wordt verstaan Onze Minister van Justitie;
-
c.
plan: een plan als bedoeld in artikel 8 van de wet;
-
d.
voorziening van residentiële hulpverlening: een voorziening, behorende tot het type, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder b, van de wet, met uitzondering van inrichtingen;
-
e.
voorziening van ambulante hulpverlening: een voorziening, behorende tot het type, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder d, van de wet, waaronder de centrales voor pleeggezinnen;
-
f.
voorziening voor pleegzorg: een voorziening als bedoeld onder II, onderdeel 8, van de bijlage behorende bij de wet;
-
g.
structureel subsidie: de subsidie, zoals dat in beginsel jaarlijks terugkerend beschikbaar wordt gesteld;
-
h.
werkplan: het werkplan, bedoeld in artikel 2 van het Besluit kwaliteitsregels jeugdhulpverlening (Stb. 1990, 503);
-
i.
jaarrekening: de balans en de exploitatierekening van een uitvoerder van een voorziening of van degene die een steunfunctie verzorgt, alsmede de toelichting op deze stukken.