Besluit van 7 november 1990, houdende uitvoering van de artikelen 61ah en 61ai van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne

Besluit Fonds Luchtverontreiniging 1990

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 10 juli 1989, no. MJZ 10789003, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving;
Gelet op de artikelen 61ah en 61ai van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Stb. 1988, 133);
De Raad van State gehoord (advies van 15 november 1989, No. W08.89.0384);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 29 oktober 1990, nr. MJZ 29o90020, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

de wet: de Wet milieubeheer;

het fonds: het Fonds Luchtverontreiniging bedoeld in artikel 15.24 van de wet;

het ministerie: het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

§

2

Verzoeken om schadevergoeding

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

Vervallen

Artikel

8

Artikel

9

Het fonds zendt een exemplaar van de beschikking op het verzoek aan de verzoeker.

§

3

Comptabele regelen

Artikel

10

Het beheer van de middelen van het fonds is administratief gescheiden van het beheer van de middelen van het Rijk.

Artikel

11

Artikel

12

Ten aanzien van de voorbereiding van beslissingen op een verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 15.25 van de wet heeft de directeur Financiële en Economische Zaken van het ministerie gelijke taken als hem ten aanzien van de voorbereiding van besluiten toekomen op grond van het bij of krachtens de Comptabiliteitswet 2001 bepaalde.

Artikel

13

De overtollige kasgelden van het fonds worden in rekening-courant gestort bij het Rijk.

Artikel

14

Onze Minister van Financiën stelt jaarlijks voor 1 april het percentage vast van de rente welke over de in artikel 13 bedoelde gelden wordt vergoed.

Artikel

15

De jaarrekening van het fonds wordt jaarlijks voor 1 mei van het daarop volgend jaar gecontroleerd door een door Onze Minister in overeenstemming met de Algemene Rekenkamer aan te wijzen instantie. Aan deze instantie wordt inzage gegeven van de boeken en bescheiden en worden alle inlichtingen verstrekt, welke zij nodig acht om een juist inzicht te krijgen in het financiële beheer van het fonds.

§

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

16

Artikel

17

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. G. M. Alders
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin