Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 juli 1989, no. MJZ 18789009, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Overwegende, dat het - ten einde uitvoering te geven aan de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1976 (76/769/EEG, PbEG 1976 L 262), betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten, zoals gewijzigd bij de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 (89/677/EEG, PbEG L 389) - noodzakelijk is de geldende regels ter bescherming van mens en milieu tegen verontreiniging door polychloorbifenylen (P.C.B.'s) en polychloorterfenylen (P.C.T.'s) en chlooretheen aan te vullen en opnieuw vast te stellen;
Gezien het advies van de Centrale raad voor de milieuhygiëne (advies van 2 november 1988 no. 88/1061);
De Raad van State gehoord (advies van 4 december 1989, no.W08.89 0438);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 april 1991, nr. MJZ09491029, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;