Artikel
1
Er is een stuurgroep Vreemdelingen Administratie Systeem, verder te noemen de stuurgroep-VAS.
Besluit
Er is een stuurgroep Vreemdelingen Administratie Systeem, verder te noemen de stuurgroep-VAS.
De stuurgroep-VAS heeft tot taak, de invoering van het Vreemdelingen Administratie Systeem zodanig te begeleiden, dat de informatievoorziening optimaal aansluit bij de behoeften van belanghebbenden. Daartoe adviseert zij het hoofd van de directie Vreemdelingenzaken, die namens de Staatssecretaris als ambtelijk opdrachtgever voor het project fungeert.
De taak van de stuurgroep-VAS betreft zowel de ontwikkeling van het VAS als de acceptatie en invoering ervan door de gebruikers. Op deze terreinen adviseert de stuurgroep gevraagd en ongevraagd de opdrachtgever en gebruikers of vertegenwoordigende lichamen van gebruikers.
De stuurgroep-VAS zal in elk geval voorstellen (doen) ontwikkelen inzake de organisatie van het gebruik en beheer van het Vreemdelingen Administratie Systeem en de juridische regelingen inzake het gebruik van het systeem, rekening houdend met de Wet op de Persoonsregistratie en de Wet Politieregisters alsmede de daarop gebaseerde Besluiten.
De stuurgroep-VAS is als volgt samengesteld:
lid tevens voorzitter: F. F. van Delden, Gemeentepolitie te 's-Gravenhage;
lid tevens plaatsvervangend voorzitter: P. T. J. Ploeger, Gemeentepolitie te Amsterdam;
lid tevens secretaris: drs. W. J. van Setten, directie Vreemdelingenzaken van het ministerie van Justitie;
leden:
D. de Jong, Algemene Inspectie Rijkspolitie te Voorburg;
W. J. A. Paulissen, Gemeentepolitie te Eindhoven;
ing. A. P. de Knegt, afdeling Organisatie en Informatievoorziening van het ministerie van Justitie;
drs. H. J. van der Leek, directie Vreemdelingenzaken van het ministerie van Justitie;
dr. ir. K. D. J. M. van der Drift, Twijnstra Gudde Interim Management te Amersfoort, projectleider VAS;
Open stoel: L. O. Luinenburg, Coördinerend Politie Beraad te 's-Gravenhage.
De stuurgroep-VAS is bevoegd, nadere regels te stellen omtrent haar werkwijze en de werkwijze van de in artikel 5 lid 2 genoemde projectgroepen.