Gehoord de Adviescommissie Warenwet (advies van 10 juli 1990, no. 14166/(52)5);
Besluit:
Artikel
1
De aanvraag van een verklaring als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van het Warenwetbesluit Speelgoed omvat naast een beschrijving en een model van het in de handel te brengen speelgoed, de ontwerp- en vervaardigingsgegevens, alsmede naam en adres van de fabrikant of van diens in één der Lidstaten van de Europese Gemeenschappen, gevestigde gemachtigde en de locatie van vervaardiging.
Indien het speelgoed voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 2, stellen de in artikel 2 bedoelde instanties een verklaring op, houdende de constatering dat het onderzochte speelgoed voldoet aan de fundamentele veiligheidseisen van richtlijn 88/378/EEG (PbEG L187).
In deze verklaring zijn tevens een beschrijving van het goedgekeurde speelgoed en de hierbij behorende tekeningen opgenomen.
Artikel
4
Indien het onderzochte speelgoed niet voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 2, stellen de bedoelde instanties de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur daarvan onmiddellijk op de hoogte met opgave van redenen, met een gelijktijdig afschrift daarvan aan de aanvrager van de verklaring.
Artikel
5
1
Deze regeling, die met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking op het tijdstip waarop het Warenwetbesluit Speelgoed in werking treedt.
2
Zij kan worden aangehaald als: Warenwetregeling inzake verklaring van overeenstemming voor speelgoed.