Uitvoeringsregeling beveiligingsheffing

De Minister van Justitie,

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

De Standplaats van de in artikel 1, eerste lid, als inspecteur aangewezen functionarissen is voor wat betreft:

a.
het luchtvaartterrein Schiphol:

Haarlemmermeer;

b.
het luchtvaartterrein Rotterdam:

Rotterdam;

c.
het luchtvaartterrein Maastricht:

Beek (L);

d.
het luchtvaartterrein Eelde:

Eelde;

e.
het luchtvaartterrein Twente:

Enschede;

f.
het luchtvaartterrein Eindhoven:

Veldhoven.

Artikel

3

De beveiligingsheffing wordt geheven over het tijdvak dat samenvalt met het tijdvak waarover de exploitant van een luchtvaartterrein de door de luchtvaartmaatschappijen op grond van het Besluit vergoeding plaatselijke luchtverkeersleiding (Stb. 1972, 223) verschuldigde vergoeding in rekening brengen.

Artikel

4

Voor de over een tijdvak verschuldigde heffing geldt als betalingstermijn dezelfde termijn als die geldt voor de in artikel 3 bedoelde vergoeding.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De exploitant van het luchtvaartterrein is gehouden aan de Minister van Justitie of een door deze aan te wijzen functionaris:

  • a.

    de door deze gevraagde gegevens en inlichtingen te verstrekken;

  • b.

    boeken, bescheiden en andere informatiedragers voor kennisneming ter inzage te verstrekken; een en ander voor zover zulks nodig is met het oog op de controle van de uitvoering van de heffing en invordering van de beveiligingsheffing.

Artikel

9

De Minister van Justitie, Namens de Minister, De Directeur-Generaal Politie en Criminaliteitsbestrijding, J. J. H.Suyver