Besluit van 18 oktober 1991, houdende regels ter uitvoering van artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wet op het consumentenkrediet

Besluit vergunningaanvraag Wet op het consumentenkrediet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 28 mei 1991, nr. 91046395 WJA/W, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën;
Gehoord de Adviescommissie consumentenkrediet;
De Raad van State gehoord (advies van 1 oktober 1991, nr. W10.91.0274);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 11 oktober 1991, nr. 91087616 WJA/W, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: de Wet op het consumentenkrediet (Stb. 1990, 395);

  • b.

    vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 9 van de wet;

  • c.

    onderneming: de onderneming, waarvoor een vergunning wordt aangevraagd.

Artikel

2

Vervallen

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Artikel

7

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit vergunningaanvraag Wet op het consumentenkrediet.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Economische Zaken, Y. C. M. T. van Rooy
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin