Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder de wet: de Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad (Stb. 1990, 324).
Hebben goedgevonden en verstaan:
In dit besluit wordt verstaan onder de wet: de Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad (Stb. 1990, 324).
Elk der Kamers wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan en kan, eveneens uit haar midden, een tweede plaatsvervangend voorzitter aanwijzen.
De Kamers zijn zodanig samengesteld, dat
daarin de verschillende categorieën oorlogsgetroffenen waarop de werkzaamheden van een Kamer betrekking hebben op een evenwichtige wijze zijn vertegenwoordigd, en
binnen een Kamer als geheel voldoende historische, juridische en zonodig andere specifieke kennis aanwezig is.
Het voorzitterschap, het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van een Kamer zijn onverenigbaar met:
de bekleding van enigerlei functie bij een derde als bedoeld in artikel 16 van de wet;
de uitoefening in dienstverband van enigerlei functie bij de Raad dan wel een organisatie of instelling als bedoeld in artikel 27 van de wet;
het doen gelden van een recht op buitengewoon pensioen, uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming krachtens een der wetten, genoemd in artikel 3 van de wet;
de uitoefening van enigerlei functie bij de Commissie Indisch Verzet dan wel de Centrale Hoofdbestuurscommissie van de Stichting 1940-1945, voor zover het betreft de Raadskamer Wetten buitengewoon pensioen.
Bij de inwerkingtreding van dit besluit geschiedt de benoeming van de helft der leden van elk der Kamers voor een periode van twee jaren.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1992.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit Raadskamers.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.