Besluit van 15 januari 1992, houdende wijziging van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Stb. 1985, 110) (wijziging van hoofdstuk I-H)

Wijzigingsbesluit Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (2) (wijziging van hoofdstuk I-H)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen van 24 mei 1991, nr. 91042508, directie Arbeidsvoorwaardenbeleid, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op de artikelen 20, tweede lid, en 32 van de Wet op het basisonderwijs (Stb. 1986, 256); de artikelen 28, tweede lid, en 42 van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs ( Stb. 1987, 614); de artikelen 38, 39, tweede lid, 43, 43a, 61, 75 en 79, achtste en negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 1986, 552); artikel 23, tweede en derde lid, van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215); de artikelen 55, tweede lid, en 76 van de Wet op het hoger Beroepsonderwijs (Stb. 1986, 289); artikel 4 van de Experimentenwet onderwijs ( Stb. 1970, 370); de artikelen 9 en 10 van de Kaderwet Volwasseneneducatie (Stb. 1985, 532); artikel 58, tweede en derde lid, van de Wet op de onderwijsverzorging (Stb. 1986, 635);
De Raad van State gehoord (advies van 11 september 1991, nr. W05.91.0282);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen van 20 december 1991, nr. 91100553, directie Arbeidsvoorwaardenbeleid, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Artikel

III

Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij Koninklijk besluit te bepalen datum en werkt, met uitzondering van artikel I, onderdeel T, terug tot en met 1 april 1991.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, J. M. M. Ritzen
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, P. Bukman
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin